"Rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel in het Belgisch verbintenissenrecht"
preadvies V.V.S.R.B.N.

 

Matthias E. STORME
hoogleraar KU Leuven & Universiteit Antwerpen
sekretaris van de Commission on European Contract Law
advokaat te Brussel

 

U kan deze tekst afladen op http://www.storme.be/vertrouwen.pdf

 

I. VRAAGSTELLING.
1. Rechtszekerheid.
2. Vertrouwensbeginsel.
3. Verhouding tussen beide assen.
4. Goede trouw

II. BENADERING VAN HET VERTROUWENSBEGINSEL.
1. Vertrouwensbeginsel tegenover schijnleer.
2. Vertrouwensbeginsel.

III. ENKELE REEDS KLASSIEKE TOEPASSINGEN.
1. Betaling aan, kwijting door, verhuring door de bezitter.
2. Vertegenwoordiging.
3. Nietigheden van handelingen van echtgenoten gesteld zonder medewerking van de andere.
4. Schuldvorderingspapieren

IV. WIL EN VERTROUWEN BIJ DE TOTSTANDKOMING EN UITLEG VAN VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST
1. Algemene vraagstelling en historische achtergrond.
2. Uitleg van rechtshandelingen; misverstand (diskrepantie tussen wil en verklaring).
a) de juiste rol van de "wil" en de grondregels voor uitleg van obligatore rechtverhou-dingen ex contractu - beginselen.
b) Nadere adstruktie, met uitwerking van mededelings- en onderzoekslasten.
c) De bijzondere betekenis van het geschreven woord als uitdrukking van het vertrouwensbeginsel.
d) Nogmaals mededelings- en onderzoekslasten.
3. Uitleg en dwaling, misrepresentation
4. Nader over de betekenis van feitelijke mededelingen.
5. Iets over de aard van onderzoeks- en informatielasten.
6. Nadere uitwerking van de normaliteit van de opgewekte verwachting : uitleg van rechtshan-de-lingen naar verkeersgebruik.

V. BESLUITEN.