DE ROEPING VAN ONZE TIJD

VOOR VLAANDEREN EN BRUSSEL

 

Prof. Matthias E. Storme

Hoogleraar KU Leuven, advokaat te Brussel

Voorzitter Verbond der Vlaamse Academici" en "Orde van de Vlaamse leeuw"

 

 

INLEIDING

 

De geschiedenis van een volk wordt voor het grootste deel bepaald door de levenskracht van de kulturele traditie, levenskracht die zowel behoud van die traditie als vernieuwing ervan inhoudt. Het is de kracht om zijn kultuur aan te passen en tegelijk te bewaren die bepaalt of een volk doorheen de geschiedenis als volk blijft voortleven, dan wel verdwijnt in andere volkeren, opgaat in de natie van een ander volk, enz., of in het extreme geval zelfs geheel uitsterft. Dat overleven, opgeslorpt worden of uitsterven hangt ten dele af van het noodlot, van faktoren die we niet in de hand hebben. Het wordt echter voor een groot deel bepaald door faktoren die we wel in de hand hebben: naast de kulturele scheppingskracht in enge zin zijn dat bv. de innovatie in de ekonomische sfeer, de doeltreffendheid waarmee kultuur wordt overgedragen aan de volgende generaties, de efficiëntie waarmee minderheden worden geïntegreerd, de wijze waarop met politieke macht wordt omgegaan. En dat laatste is niet Vlaanderens sterkste kant.

 

Die faktoren liggen ten dele in handen van de hele bevolking. Maar voor een groot deel liggen die faktoren in handen van enkelingen en groepen die opstaan in hun volk en zich met volle kracht engageren voor een kultureel, politiek of maatschappelijk projekt en de koppigheid hebben om dit door te drijven. Het sukses hangt daarbij mede af van historisch inzicht, preciezer gezegd inzicht in de kansen en risiko's die een bepaald moment in de geschiedenis in zich draagt. In rerum publicum kan men dan ook zelden absolute waarheden verkondigen. Meermaals heeft de geschiedenis van een volk een welhaast definitieve wending genomen doordat men bepaalde kansen heeft benut of niet, of bepaalde gevaren al dan niet heeft ingezien. Grote verwezenlijkingen zijn vaak maar tot stand gekomen omdat men het kairos, de kansen van het moment, tijdig heeft ingezien. Zo bv. is het goed mogelijk dat de Duitse éénmaking er niet meer zou zijn gekomen indien Kohl niet tijdig zijn volle gewicht - en dat is niet licht - had aangewend om dit bij uitstek politiek projekt te verwezenlijken.

 

Ik wil het hier vandaag hebben over onze eigen nationale Frage. Niet dat er geen andere fundamentele problemen zijn voor ons volk - denken we alleen nog maar aan het demografisch probleem, de milieuproble-men, en dergelijke - maar omdat dit de opdracht is waarvoor ik werd uitgenodigd : te spre-ken over de verdere staatshervorming in eigen land, en over de positie van Brussel. Ik meen dat wij vandaag nood hebben aan staatslieden die zich met hetzelfde volle gewicht als Kohl in 1989 engageren voor het politieke projekt van een Vlaamse staat. Dat is de roeping van onze tijd voor Vlaanderen. Ik hoop dat die staatslieden hier vandaag in voldoende aantal aanwezig zijn. Maar ik vrees dat wij, vadsig geworden door de welvaart, en door de kortzichtigheid en het eigenbelang van onze leiders het engagement voor deze m.i. onvermijdelijke ontwikkeling zolang zullen uitstellen dat we er hooguit nog een deeltje van de vruchten meer van zullen kunnen plukken.

 

I. DE NATIESTAAT ALS DEMOKRATISCHE NOODZAAK.

 

1. De historische kontekst waarin wij vandaag ons politiek projekt moeten bepalen is de ekonomische globalisering en de toegenomen overmacht van de ekonomische logika. Maar de historische kontekst is ook de verderschrijdende fragmentatie van onze maatschappij door de toengenomen individua-lise-ring. Het is ook de voortdurende roofbouw op het leefmilieu en de natuurlijke middelen.

 

Steeds meer worden we gewaarschuwd voor de tegenreakties die deze globalisering veroorzaakt, in de vorm van allerlei "Zugehörigkeitspathologien" (Sloterdijk, Im selben Boot, p. 57) - mensen die niet meer weten waartoe ze behoren - en de terugval in de "horde" als de natuurlijke (in de zin van bio-lo-gische) biotoop van de mens.

 

De politieke en monetaire eenmaking van Europa verschijnt tegen die achtergrond als een vlucht vooruit, een poging om de vertrouwenscrisis van de burger met een grootschalig politiek projekt tegen te gaan. En inderdaad roept de globalisering en tegelijk fragmentatie van onze maatschappij om politieke projekten, d.i. om projekten om de politieke gemeenschap opnieuw te smeden, om de kloof tussen burger en overheid terug te verkleinen. Ook de ekonomische monopolisering van de macht roept om een politiek tegengewicht.

 

Dat tegengewicht kan niet bestaan in een wereldregering en zelfs niet in een europese politieke Unie. Wij moeten weg van de Hyperpolitik en terug naar de klassieke politiek. Dit is geen pleidooi tegen europese politieke samenwerking (over de rol van de Europese Unie kom ik verder nog te spreken); het is enkel een pleidooi voor de demokratie en tegen de totale assimilatie van de kleine naties onder de knoet van de grote europese naties, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Om niet ten onder te gaan in de globalisering moet men geen losse veelvolkerstaat hebben, maar een politieke gemeenschap die voldoende eenheid vertoont om zijn mannetje te staan. Omgekeerd kan het tegengewicht ook niet enkel bestaan in de lokale demokratie, op gemeentelijk niveau bv. Opnieuw is dit geen pleidooi tegen de lokale autonomie; wij hebben in Vlaanderen integendeel meer lokale autonomie nodig. Maar het is enkel een pleidooi tegen een te verregaande versnippering van de macht. Tussen de wereld of Europa enerzijds, en de lokale gemeenschap anderzijds is het enkel de natiestaat - en wat dat inhoudt dien ik nog toe te lichten - die een ankerpunt kan vormen voor een evenwichtig omgaan met macht, ja die het kader kan vormen voor de demokratie.

 

2. Demokratie is nog steeds het beste wapen tegen totalitarisme, uitbuiting en sociale of andere onrechtvaardigheid. Altans wanneer de demokratie behoorlijk werkt. En werken kan een demokratie maar binnen een bepaald kader.

 

Zodra men uitgaat van de demokratie - de volksmacht - als organisatieprincipe van de politieke gemeen-schap rijst noodzakelijk de vraag : wie is de bevolking of, om de belgische grondwet te citeren, de natie waarvan alle machten moeten uitgaan ? Zolang het organisatieprincipe van de politieke gemeen-schap niet de demokratie was, maar de monarchie of de feodaliteit, d.i. een gemeenschap die berust op de persoonlijke onderwerping of minstens loyauteit aan een persoon, een dynastie, rijst de vraag "welke bevolking ? welke natie ?" niet. Maar in een demokratie is dat de eerste en meest existen--tiële vraag. En dat volk kan niet de hele mensheid zijn. Men kan niet spreken van een demokratie als dat volk bestaat uit 5 miljoen Vlamingen en 1200 miljoen Chinezen. Een demokratie als regering van het volk kan maar bestaan op grond van grenzen.

 

3. Sommigen willen ons vandaag doen geloven dat in de multikulturele maatschappij de bepaling van de politieke gemeenschap niet door kultuurhistorische gegevens zou mogen worden gedragen. Als men daar echter ook maar even bij stilstaan, dan moet men beseffen dat zo'n stelling betekent dat elke willekeurige grens even legitiem is, en dat het bv. perfekt legitiem zou zijn dat een UNO-expertengroep op een bepaald ogenblik beslist dat 3 miljoen inwoners de meest efficiënte omvang is voor een staat en op basis daarvan de wereld louter op die grond herindeelt zonder ook maar in het minst rekening te houden met de verschillen in taal, kultuur, godsdienst, geschiedenis, enzovoort; of dat die expertengroep bepaalt dat de meeste efficiënte staatsindeling erin zou bestaan om zoals in een honingraat zeshoeken met een welbepaalde diameter uit te snijden in de wereldkaart. Ik hoop dat dit ook voor U absurd klinkt, maar besef goed dat dit is slechts de konsekwentie van de leer van het Verfassungspatriotismus, die ook bij ons de laatste jaren opgeld maakt, zogezegd als tegengif tegen "nationa-listische dwaasheid", maar eigenlijk slechts als dam tegen het emancipatiestreven van de volkeren zoals zij zich doorheen de geschiedenis hebben gevormd en voortdurend verder vormen.

 

Tegenover deze onzin moeten we terug duidelijk de wijsheid vooropstellen dat een demokratie maar kan functioneren wanneer de politieke gemeenschap - de staat - gedragen wordt door een kultuurgemeen-schap, een "staatsvolk". Dit wil niet zeggen dat elke groep die een zekere kulturele identiteit bezit noodzakelijkerwijze een staatsvolk uitmaakt, noch dat staatsgrenzen volledig moeten samen-vallen met bv. taalgrenzen. Het betekent wel dat geen demokratie kan werken zonder een dominant staatsvolk, of iets genuanceerder misschien een voldoende grote kulturele homogeniteit in de zin van een eenheid van de publieke kultuur. Waar ekonomen in onze tijd aantonen dat kulturele identiteit een belangrijke "ekonomische" faktor is, d.i. faktor van welvaart, daar moeten we ook terug duidelijk begrijpen dat het een essentiële politieke faktor, d.i. faktor van demokratie (zie o.a. F. FUKUYAMA; A.D. SMITH, e.a.)

 

4. Als men vandaag de dag dergelijke dingen vertelt, die nochtans op ernstig wetenschappelijk en interdisciplinair onderzoek zijn gebaseerd, krijgt men meestal nog niet eens de kans om de nuances wat verder uit te werken, om bv. eraan toe te voegen dat een bepaald nationalisme als een overgangsfenomeen moet worden overstegen in een nieuw patriotisme, om bv. het onderscheid tussen publieke en private kultuur uit te werken, om de mogelijkheid van meervoudige loyauteit te bespreken, enzovoort - vooraleer men daaraan toekomt, wordt men reeds uitgescholden door de politieke correc-ten voor wie de ideologie nu eenmaal belangrijker is dan de realiteit, en die bij het horen van het woord natie onmiddellijk overgaan tot de meest emotionele ontboezemingen over Bosnische toestanden.

 

Als dat dan bovendien nog bij ons gebeurt, dan komt daar nog bij dat diegenen die zo hard krijsen tegen het Vlaamse nationalisme nooit een kwaad woord zeggen over het Belgische nationalisme, over de wijze waarop men gedurende meer dan 150 jaar geprobeerd heeft om de verschillende volkeren in te land te assimileren, d.i. te ont-eigenen, en evenmin een kwaad woord over de belgische omwenteling van 1830, die toch ook het zelfs niet eens vreedzaam produkt was van een bepaald nationalisme (dat van een ingevolge de franse bezetting "verfranste" bovenlaag). Meer in het alge-meen is het wel erg merkwaardig men steeds probeert het nationalisme van opkomende naties te stig-ma-tiseren, en niet het imperialisme van die naties die probeerden hun macht over die eersten te bestendigen. Een groter konformisme dan dat van deze zogenaamd progressieve belgicisten is dan ook niet denkbaar.

 

Overigens, als ze het etnische nationalisme willen bestrijden, zouden ze beter hun pijlen richten op de Franse gemeenschap, voor wie dit de existentie zelf. Op het vlak van nationaliteitsproblemen heeft de Franse gemeenschap dezelfde ideologie als Hitler tegenover Tsjechoslowakije in 1938 of de Serviërs tegenover de andere Zuislavische volkeren. Wie dit goed heeft ingezien is Alain FINKIELKRAUT, door onze anti-nationalisten enkele jaren geleden naar de VUB gehaald op het Colloquium "Van wereldburger tot bange blanke man", maar die daar tot hun ontsteltenis een Eloge des frontières heeft gezongen (1). De tweede Wereldoorlog en de Joegoslavische burgeroorlog zijn niet ontstaan door het doordrukken van het territorialiteitsbeginsel door de Tsjechen of de Bosniërs, maar door de miskenning ervan door de Duitsers of de Serviërs (2).

 

5. Laat mij echter de emoties terzijde laten en even ingaan op enkele iets ernstiger opwerpingen, die mij ook de mogelijkheid geven enkele verduidelijkingen aan te brengen. De jongste jaren werd het debat vaak gevoerd rond het begrip van een (Vlaamse of andere) identiteit, waarbij bv. wordt opgemerkt dat de identiteit uit verschillende "lagen" bestaat, gaande van de kleinste groep tot de grote wereld. Dit is zeker juist, doch het feit dat een individu deelheeft aan meerdere kollektieve identiteitslagen sluit het bestaan daarvan ook niet uit, integendeel, het impliceert dat er op elk van die lagen een bepaalde identiteit bestaat. Extremistische auteurs ontkennen dan ook zelfs het bestaan van lagen en van elke "kollektieve" identiteit (3).

 

Ook worden uit het bestaan van meerdere lagen vaak onjuiste politieke besluiten getrokken. Dat er meerdere identiteitslagen zijn, betekent niet noodzakelijk dat er aan elk van die lagen een politieke struktuur moet beantwoorden - zoiets zou alleen leiden tot een feodaal stelsel met talloze niveau's van macht, en de grote verdienste van de liberaaldemokratische staat is juist ons daaruit te hebben gehaald. Ook kan men uit het bestaan van niet-territoriale of niet-nationale identiteiten geenszins afleiden dat de ook bestaande "nationale" identiteit geen politieke betekenis zou kunnen hebben, en niet het ankerpunt van de politieke gemeenschap zouden moeten zijn.

 

Om te beginnen moet men daartoe een onderscheid maken tussen de "publieke" en de "private" kultuur. De werking van een demokratie vereist een voldoende kulturele identiteit in de zin van eenheid van de publieke kultuur. Dit is helemaal niet in strijd met de erkenning (niet alleen feitelijk, maar ook politiek) van een grote individuele vrijheid in de private sfeer en een grote waardering voor het vrije verenigingsleven. Een van de problemen van onze tijd is juist de vermenging van publieke en private sfeer, doordat enerzijds het publieke aan private belangen wordt opgeofferd, en anderzijds de private sfeer steeds meer wordt gepolitiseerd en gejuridiseerd (gezin, school, sportvereniging, enzovoort).

 

Homogeniteit van de publieke, "staatsdragende" kultuur kan perfekt samengaan met de vrijheid om in de private sfeer een andere taal spreken dan de "publieke", een andere godsdienst te belijden dan de dominante, enzovoort. Meer nog, het ondersteunen van een zekere diversiteit in de private sfeer, bv. door subsidiëring van minderheidskulturen, kan een legitieme politiek zijn om meerdere redenen - en als men dat bedoelt met multikulturalisme kan dat zinvol zijn - mits dit gepaard gaat met een duidelij-ke ondersteuning van de "nationale" publieke kultuur en een integratiebeleid. En vanzelfspre-kend is de uitwisseling met andere kulturen een voortdurende verrijking waarvoor geen volk zich kan afscher-men. Maar daar gaat het niet om. Het gaat er ook niet om die publieke kultuur op een bepaald ogenblik in de geschiedenis stil te zetten in plaats van ze geworteld in eigen traditie en inter-kultureel uitwisselend met de andere kulturen verder te ontwikkelen. Waar het wel om gaat, is dat een staat overleeft niet wanneer er geen voldoende homogeniteit is in de publieke kultuur.

 

Is het bestaan van meerdere lagen niet in strijd met de stelling dat een staat niet kan overleven zonder een voldoende kulturele homogeniteit, dan is het omgekeerd ook niet uitgesloten dat daaraan meer-dere lagen van een politieke struktuur kunnen beantwoorden. Zo is er vanzelfsprekend nood aan een politieke gemeenschap op lokaal niveau - de gemeente - en is ook een politieke gemeenschap op het niveau van een beschavingsgeheel - zoals het Europese avondland - niet bij voorbaat uit te sluiten. Zo is het mogelijk dat er tussen verwante volkeren een dusdanige kultuurgemeenschap is ontstaan, dat een federatie kan werken - zo bv. de duitse natie en in zekere mate de zwitserse. Anderzijds vereist het behoorlijk werken van de demokratie ook dat de macht niet over te veel verschillende niveau's verspreid is, en voornamelijk dat de soevereiniteit uiteindelijk op één niveau verankerd zit en slechts vandaaruit kan worden beoordeeld. Er is geen demokratisch alternatief voor de natiestaat. Indien door de nu reeds te verregaande mobiliteit van personen en kapitaal de natiestaat verdwijnt, zal ook de demokratie verdwijnen (4). De rijksten kunnen nog de illusie hebben dat ze het wel zullen volhouden met bodyguards, gepansterde wagens en prikkeldraad onder stroom, maar Los Angeles toestanden zijn dan niet te vermijden. Het wegvallen van de natiestaat leidt niet tot een vreedzame kosmopolis, maar tot de anarchie, waarin de menselijke gemeenschap zich nog slechts op het niveau van de horde, van de kleinste gemeenschap kan rekonstitueren. Deze voorspelling is niet uit de lucht gegrepen, en het zijn niet de minste auteurs, vooral uit ekologische hoek, die daarvan profeten zijn (Peter SLOTERDIJK, Richard HUNT, James GOLDSCHMIDT, enz.). Het scenario van de terugval in de horde is niet uit te sluiten, en lijkt zich in Afrika overigens reeds meer en meer te voltrekken.

 

6. De identifikatie met een politieke gemeenschap kan vanzelfsprekend verschuiven in de loop de geschiedenis, en natuurlijk zullen bepaalde groepen binnen een gemeenschap daar een zekere rol in spelen. Dit is altijd zo geweest en zal altijd zo zijn (5). De faktoren die daarbij een rol spelen kunnen overigens in zekere mate uiteenlopen, al gaat het grootste gewicht toch naar faktoren zoals de taal en andere zgn. "etnische" faktoren, godsdienst, geschiedenis en politieke kultuur (6). Geen enkele van die faktoren is steeds op zichzelf doorslaggevend, al wegen faktoren zoals taal in onze tijd in West-Europa bv. zeer zwaar, terwijl dat in andere tijden of delen van de wereld bv. de godsdienst is (bv. in Indië, Libanon, e.d.). Overigens hebben kultuurverschillen de neiging zich te kristalliseren rond bepaalde faktoren, die nooit die rol zouden gespeeld hebben indien zij niet andere diffusere identiteitsverschillen mee kristalliseerden (bv. de godsdienst in Noord-Ierland en ex-Joegoslavië). Het toegenomen belang van de taal heeft daarmee te maken dat de overheid nu éénmaal veel sterker met taal ingrijpt in het dagelijks leven dan vroeger het geval was.

 

7. Tot besluit van het eerste deel kan ik zeggen : een moderne staat kan vrij grote kultuurverschillen in de zuiver private sfeer (taalgebruik thuis, godsdienst voor zover deze geen publieke rol opeist, e.d.m.) overleven, zij het ook niet onbeperkt. Maar een moderne staat, minstens een demokratische staat, kan niet overleven wanneer er daarbinnen ten gevolge van duidelijke verschillen in de publieke kultuur (d.i. voor zover de kultuur meespeelt in het publieke leven) bepaalde politieke breuklijnen alle andere overstijgen. Indien er in een moderne demokratie dergelijke verschillen zijn en zij niet snel worden worden uitgegomd door assimilatie (ongeacht of deze assimilatie in één richting of in twee richtingen gebeurt) - d.w.z. door de minderheidskultuur te reduceren tot de zuiver private sfeer, ontstaan er konflikten die slechts kunnen worden opgelost door devolutie van de macht, d.i. door het geheel of een deel van de politieke macht over te dragen aan de deelgroepen, zij het op territoriale basis, zij het (doch dat is veel minder evident) op niet-territoriale persoonsgebonden - d.i. etnische, taalkundige, religi-eu-ze e.d. - basis. De politieke realiteit is : "buigen of barsten", d.w.z. ofwel gaan de minderheids-groepen op in één enkele publieke kultuur, ofwel springt de staat. Dat multikulturele staten in de zin van het naast elkaar bestaan van meerdere publieke kulturen, houdbaar zouden zijn is dan ook een illusie, die overal in de wereld steeds meer doorprikt geraakt.

 

Welnu, België is een schoolvoorbeeld van een staat waarin de assimilatie althans in de helft van het land is mislukt en waarin er ten gevolge daarvan geen demokratisch bestuur meer mogelijk is. Daarmee heb ik niet gezegd dat de geschiedenis noodzakelijk zo had moeten verlopen omdat Belgiê een "artificiële staat" zou zijn - de werkelijkheid is wel iets genuanceerder. Het is inderdaad zo dat som-mige staten erin geslaagd zijn om ondanks meerdere volkeren (etnische groepen) toch te over-leven en dit zelfs op een min of meer demokratische manier - zij het bij mijn weten uitsluitend in federale vorm (Indië, wellicht ook Zwitserland; Canada daarentegen kan nauwelijks een natie ge-noemd worden en zal wellicht evenmin als België overleven; Engeland is verplicht geweest Ierland te lossen en moet nu ook Schotland lossen). Het is vooral zo dat vele staten erin geslaagd zijn om de minderheidsvolkeren kultureel te vermoorden, of altans de dominante publieke kultuur te doen slikken, al dan niet met een zekere vrijheid in de private sfeer - denken we maar - in verschillende gradaties - aan Frankrijk, Polen, Griekenland en Turkije. Zo was het helemaal niet uitgesloten dat de Vlaamse kultuur in België tot nietszeggendheid zou zijn gereduceerd zoals de Vlaamse in Frankrijk. De Franse elite die - gekweekt tijdens de Franse bezetting - vanuit Brussel België heeft opgericht en geprobeerd heeft er één natie als vazal van Frankrijk van te maken is er wel in geslaagd Wallonië grotendeels Frans te maken, minstens taalkundig. Men heeft ook, zoals in andere te vormen naties, in de negentiende eeuw een Belgische geschiedenis en Belgische myten uitgevonden. Kortom, het voort-bestaan van een publieke Nederlandse kultuur in Vlaanderen ondanks de jarenlange poging tot "verfransing" ervan is eerder een historisch wonder te noemen dan een vanzelfsprekendheid.

 

En voor mijn part kunnen we er zelfs over diskuteren of Vlaanderen slechter af zou zijn geweest indien de Vlamingen net zoals de Walen zouden zijn ont-eigend geworden en geassimileerd tot bijna hele Fransen. Met evenveel recht kan men zich dan trouwens afvragen of het niet beter ware geweest dat alle Belgen na 1815 tot bijna-Hollanders waren geassimileerd geworden, zoals geschiedde in Noord-Brabant en Nederlands-Limburg, en wat ongetwijfeld de bedoeling was van Willem I. En met evenveel recht kan men zich afvragen of het niet beter ware geweest dat de scheiding tussen de Nederlandse en de Duitse, althans Nederduitse taal en natie zich niet had voltrokken in de Middeleeuwen, zodat wij Duitsers, althans Nederduitsers zouden zijn geweest. Dit kunnen allemaal leuke historische Spielereien zijn, maar het leidt ons alleen maar af van de roeping die wij vandaag voor onze natie te vervullen hebben - en de realiteit vandaag is dat wij noch Fransen, noch Duitsers zijn, en dat er evenmin een Belgische natie bestaat. De realiteit is dat de Walen geweigerd hebben om tweetalig te worden en de Vlamingen om kultureel helemaal zelfmoord te plegen, en het gevolg van die realiteit is dat België als natie vandaag neit bestaat. Mijnheer Columberg had minstens op dit punt gelijk : als men België nog wil redden moet het hele land tweetalig worden. Maar is het niet realistischer en wenselijker om het doel bij te stellen en België niet meer te willen redden ?

 

II. DE ONWAARDE VAN HET (KONTRA)"FEDERALE" BELGIE.

 

1. Bestaat er geen Belgische natie meer, dan bestaan er wel nog zogenaamd federale strukturen. Ook bestaan er nog altijd Vlamingen die in de "meerwaarde" daarvan geloven. Wat die meerwaarde inhoudt, behalve wat emoties, zou ik wel eens willen horen uitleggen.

 

Voortdurend stellen wij vast dat een behoorlijk beleid niet mogelijk is op federaal vlak. Voortdurend worden federaal beslissingen genomen en hervormingen ingezet die niet beant-woor-den aan de Vlaamse noden : zie het beleid inzake werkloosheid, gezondheid, begroting, federaal gebleven vervoers-infrastruktuur (spoorwegen, luchthaven van Zaventem), telekommu-nikatie, bepaalde aspekten van de justitie, Vlaamse en Waalse noden zijn verschillend, en halsstarrig wei-ge-ren om een verschil-lend beleid toe te laten houdt beiden ziek.. Niet dat wij aan de Walen onze wil willen opleggen. Het beleid dat Vlaanderen wil is niet noodza-ke-lijk het beleid dat in Wallonië moet worden gevoerd. Maar het is niet aanvaardbaar dat Vlaamse welvaart wordt geblokkeerd doordat zogenaamd federale maatregelen blokkeren die Vlaanderen op een demo-kra-ti-sche wijze wenst door te voeren. Moet ik nog herinneren aan de veto's tegen de Vlaamse banen-plannen, de vermindering van de vennootschaps-be-las-ting, de hervorming van de er-fe-nis-rech-ten, de lineaire lastenverlaging, aan de tegenwerking tegen Telenet Vlaanderen, de arrondissementsrechtbank en de Vlaamse zorgverzekering, aan het gefoefel met de Generale Bank ? Men krijgt er nog ronkende titels voor ook.

 

En het gaat bij dit alles wel degelijk om echte problemen, niet om zogezegde kommunautaire problemen, maar om problemen die door het gedwongen huwelijk met Wallonië niet op een normale ma-nier kunnen worden opgelost.

 

Meer nog, beslissingen op federaal niveau worden zelfs niet eens genomen in het belang van Wallonië, maar enkel om ervoor te zorgen dat een verdere Vlaamse autonomie wordt tegengehouden. Regelmatig worden op federaal vlak beslissingen genomen met als hoofddoel : grotere centralisatie van de macht, de grenzen tussen de taalgebieden negeren, de kommunataurisering van iets onmogelijk maken

 

Het hoofddoel van elk "federaal" beleid en elke "federale struktuur" bestaat erin Vlaanderen met handen en voeten aan Wallonië te blijven binden, institutioneel, financieel en politiek, en zo het uitmelken van Vlaanderen in stand te houden. Die zogenaamd federale strukturen dienen verder enkel nog om de Vlaamse meerderheid te breken. Daartoe wordt overal de pariteit ingevoerd. Kijk maar naar de justitiehervorming : één van de belangrijkste kenmerken ervan is opnieuw het breken van de Vlaamse meerderheid door op alle federale niveau's, de pariteit in te voeren, terwijl dat in Brussel vanzelf-sprekend nooit gebeurt.

2. Als we even nader toezien kan men trouwens niet van echt federale strukturen spreken.

- Want inderdaad, België is geen federale struktuur. België is geen federaal land, omdat in een federaal land de federale bevoegdheden bij meerderheid worden uitgeoefend. Maar het alternatief van het gebruik van de Vlaamse meerderheid in België bestaat niet meer. Het heeft eigenlijk nooit bestaan, omdat er altijd teveel Vlamingen geweest zijn die omwille van de lieve vrede met de franstaligen hebben meegedaan. En diegenen die pleiten voor het gebruik van de Vlaamse meerderheid zijn meestal ook diegenen wiens partijen die meerderheid nooit hebben willen gebruiken, ja ze grondwettelijk hebben verkwanseld. Als de Vlaamse meerderheidspartijen nog enige Vlaamse geloofwaardigheid wil hebben, dat zij dan de gewone wetten stemmen die een einde maken aan de benadeling van Vlaanderen in België en van de Vlamingen in Brussel. God zij dank is voor velen daarvan nog geen bijzondere meerderheid nodig. maar ik zei het al, de Vlaamse meerderheid wordt nooit gebruikt.

- België is ook geen konfederatie. Het is geen konfederatie omdat daarin een meningsverschil tussen de delen meebrengt dat elk deel autonoom beslist; de konfederale instellingen hebben slechts bevoegd-heden voor zover en zolang men hetzelfde beleid wil.

- België is iets anders, namelijk een kontrafederatie. De kontrafederatie heeft wel wat gemeen met de konfederatie, maar het beslissingsmechanisme is omgekeerd. In een kontrafederatie kan niets beslist worden als beiden het niet eens zijn, en kan er dus geen beleid worden gevoerd.

3. En zo zitten we met een kontrafederale struktuur van twee ééntalige landen ­ wat Vlaanderen betreft met uitzondering van de 19 Brusselse gemeenten, grotendeels verfranst ten gevolge van anderhalve eeuw verknechting - en van een stuk oorlogsbuit van een derde land uit een vervlogen oorlog. Er is geen Belgische realiteit meer waarbinnen een demokratisch funktionerende federale staat mogelijk is. België is niet gestorven omdat de Vlaamse natievorming al eeuwen in de sterren geschreven stond, of omdat de Vlamingen biologisch een apart volk vormen. België is gestorven omdat de kultuurverschillen zo groot zijn geworden en het respekt voor het Nederlands en zijn taalgebied bij de franstaligen zo klein is gebleven. België is gestorven door een gebrek aan reciprociteit - en natuurlijk ook doordat de Vlamingen geweigerd hebben zich te laten verfransen en daarmee kollektief kultureel zelfmoord te plegen. De Vlaamse staatsvorming is onver-mij-delijk geworden, niet omdat de Vlamin-gen over alles hetzelfde denken, maar juist omdat zij een kader willen scheppen waarbinnen zij van mening kunnen verschillen en de demokratie kun-nen laten spelen. Zij is dat niet omdat in Vlaanderen alles beter is, maar omdat wij een kader nodig hebben waarin een demokratische besluitvorming mogelijk is, in plaats van een kontrafederale besluitvorming gebaseerd op kompromissen tussen machtspartijen gesloten in konklaven.

Ik ben de communautaire problemen beu.

Ik wens eindelijk eens in een normaal land te leven - geen ideaal land, dat bestaat niet -, een land dat behoorlijk bestuurd wordt, waar er een voldoende graad van kulturele homogeniteit is zoals vereist als draagvlak voor de demokratie - niet een volstrekte, wel een voldoende - waar het voor de demokratie openbaar leven mogelijk is omdat men, letterlijk of figuurlijk, dezelfde taal spreekt, en waar de verhoudingen tussen de delen gebaseerd zijn op reciprociteit (7).

De lieve vrede wordt maar bewaard wanneer men niet meer verplicht wordt het eens te zijn tegen wil en dank, wanneer elke Gemeenschap zijn eigen weg kan gaan. Het is eerst vanuit de eigen autonomie dat men zinvol gemeenschappelijke zaken kan ondernemen. Dat Vlaanderen zich als staat konstitueert sluit vanzelfsprekend niet uit dat er bijzondere konfederale banden zijn met Wallonië, Nederland en/of andere Europese landen. Het sluit evenmin uit dat in het kader daarvan maatregelen worden genomen en geld wordt geïnvesteerd om de verarming van Wallonië tegen te gaan; bij een arme buurstaat Wallonië hebben wij geen belang. Maar het vereist wel het beëindigen van het zogenaamd federale kader. Stop dus die pleinvrees en heb moed tot vrijheid.

III. ROEPING VOOR BRUSSEL

Is het behoud van het Belgisch federaal kader dan niet de beste dam tegen een groter Frankrijk en het verlies van heel Brussel ? Moeten wij belangrijke federale instellingen en bevoegdheden - d.w.z. bevoegdheden waaraan inherent is dat zij niét in het Vlaamse belang worden uitgeoefend - instandhouden omwille van Brussel ? Moeten wij de enorme geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië instandhouden omwille van Brussel ? Moeten wij een inefficiënt niet behoorlijk te besturen staat instandhouden omwille van Brussel ? Moeten wij ons blijven laten uitschelden omwille van Brussel ?

Sta mij toe daaraan te twijfelen.

1. Brussels armoede en rijkdom

Om een strategie voor Brussel uit te bouwen, kan het geen kwaad eens de toestand van Brussel te bekijken. En Brussel - met Brussel bedoel ik vanaf nu de 19 gemeenten - is een verarmde stad. De leefbaarheid is zwaar aangetast, om over de veiligheid maar te zwijgen, de werkgelegenheid daalt, de welvaartsevolutie is slechter dan in Wallonië. Alle grote steden hebben problemen. Maar Brussel nog meer, en dat was te vermijden. Brussel is mede daarom een arme stad, omdat de franstalige Brusselaars - grotendeels verfranste Vlamingen - zich afkeren van Vlaanderen en het Nederlandstalige. Onder de eerste regering-Picqué was er een verbetering merkbaar, maar sinds de PRL-FDF in de gewestregering zit, is het weer gedaan.

U zal me willen tegenspreken. Natuurlijk is er ook rijkdom te Brussel. Kulturele rijkdom. En werkgelegenheid. Maar die rijkdommen zijn erg labiel.

Ekonomische rijkdom ?

De rijken wonen buiten de stad en betalen hier geen belasting. De Europese ambtenaren betalen dat zelfs niet waar ze wonen. Er werken in Brussel evenzoveel niet-Brusselse Vlamingen als er Brusselaars werken, en als Brussel zich blijft afkeren van Vlaanderen, zullen die Vlamingen verdwijnen en met hen hun arbeidsplaatsen, hun lokaal verbruik, en de vennootschappen waarvoor ze werken. De werkgelegenheid stijgt in Zaventem, niet in Brussel. Brussel ligt geografisch in Vlaan-de-ren. Sociaal-ekonomisch is het zeer sterk verweven met Vlaanderen, vooral met Vlaams-Brabant, waaraan het sterk komplementair is. Ook Vlaanderen als geheel heeft Brussel sociaal-ekonomisch nodig, zij het toch minder dan omgekeerd Brussel Vlaanderen. Brussel haalt ekonomisch nog een hoge omzet omwille van zijn rol als hoofdstad van België en van Vlaanderen. Maar als Brussel niet meer de hoofdstad van Vlaanderen wil zijn, zal die geldstroom verdwijnen, en met die ook elke andere uit Vlaanderen.

Inter-kultureel of monokultuur ?

En die kulturele rijkdom ? Het is een gemeenplaats geworden te spreken van een "multikulturele" stad. Als men daarmee bedoelt dat er meerdere kulturen naast elkaar leven, is dat natuurlijk juist. Op zichzelf garandeert dit nog geen kruisbestuiving en wederzijdse verrijking. Daarom wil ik veeleer vragen of Brussel wel, met een woord van Ludo Abicht, "inter-kultureel" is ?

Welnu, het inter-kulturele in Brussel is omzeggens uitsluitend het werk van de Vlamingen. De franstaligen in Brussel, zoals elders in de wereld, kennen bijna enkel Frans. Als er heden ten dage één kultuur is die zich meer dan andere in zichzelf opsluit, is het de Franse. Daardoor zijn de fransta-ligen in internationale wetenschappelijke, kulturele en andere middens steeds minder aanwezig, zo-als ik telkens weer ervaar in internationale projekten. De veelgeroemde Franse openheid blijkt daarin te bestaan, dat het iedereen vrijstaat om Frans te worden. Met openheid voor andere kulturen en eerbied voor de eigenheid van de andere heeft dit dan ook weinig te maken. Kortom : de franstalige meerderheid brengt Brussel noch multikultuur, noch inter-kulturele verrijking, maar monokultuur. Verder hebben we in Brussel de eurokraten. De meesten leven op zichzelf, in hun eigen milieu, in bijna splendid isolation van de Brusselaars. En de andere bevolkings- en kultuurgroepen ? Ofwel verdwijnen ze in de Franse mainstream, ofwel hebben ze niet de middelen om kultuur uit te dragen. De enige gemeenschap in Brussel die zijn eigen kultuur overstijgt omdat ze daartoe én de middelen én de ingesteldheid heeft, en deze ook ter beschikking stelt voor alle inwoners, is de Vlaamse Gemeenschap. Naarmate de Vlaamse gemeenschap in Brussel verzwakt en de Franse sterker wordt, d.i. naarmate de politieke macht meer en meer in franstalige handen terechtkomt, verdwijnt dan ook het inter-kulturele en krijgen we enkel nog monokultuur. Zonder de Vlamingen verarmt Brussel naast ekonomisch ook kultureel, niet enkel omdat het daardoor de Nederlandse kultuur armer wordt, waardoor het deelheeft aan de Germaanse kulturen, één van de drie grote kultuurgroepen van Eu-ropa, maar ook omdat het precies diegene armer wordt die het meest openstaat voor de wereld en de meeste talen kent.

Brussel verarmt dan ook naarmate het zijn wortels verloochent, zijn Nederlandse wortels en verleden, als hoofdstad - en vooralsnog grootste stad - der Nederlanden.

2. Brussel-Vlaanderen

Het zelfgekozen keurslijf

Brussel zit ook in een keurslijf. Het zit in een keurslijf omdat het zich van Vlaanderen afkeert. Men moet de zaken niet op zijn kop zetten. De in Brussel gecentraliseerde macht heeft geprobeerd om behalve Wallonië ook Vlaanderen te verfransen, en nu dit niet lukt, keert Brussel zich van Vlaanderen af.

Sommige Vlamingen aldaar doen daar trouwens gretig aan mee. Onder het mom van ruim-denkendheid en mondialisme, sluiten zij zich feitelijk op in provincialisme. Onder het mom dat Vlaanderen te klein zou zijn, koesteren zij zich in het nog kleinere Brussel. Zij moeten daarin niet onderdoen voor de franstalige Brusselaars. Niet dat men niet verliefd mag zijn op zijn stad. Ik ben dat ook. Niet dat lokale problemen niet belangrijk zijn. Ze zijn essentieel. Maar men mag het on-der-scheid tussen lokale problemen - de straathoek -, nationale problemen, en europese of wereld-pro-blemen niet uit het oog verliezen. Men moet beseffen dat het "lokale" in Brussel slechts kan worden bestuurd op het niveau van de agglomeratie, en dat de 19 lokale baronieën, waar overigens in de meeste gevallen voor de Vlamingen géén plaats meer is, daartoe moeten verdwijnen. En men moet vooral beseffen dat het Brussels niveau een lokaal niveau is, een stadsgewest, een komplementaire part-ner voor Vlaams-Brabant, en niet de illusie hebben dat Brussel het staatsniveau heeft van Vlaan-de-ren of Wallonië, zoals Antwerpen en Luik evenmin de wereld zijn.

Vlaanderens openheid en toekomst

Keert Vlaanderen zich van Brussel af om zich in zichzelf op te sluiten ? Wie dit zegt, doet de waarheid geweld aan. Geen land is meer open op de wereld dan Vlaanderen. Nooit eerder hebben zoveel Vlamingen in het buitenland gestudeerd. Het niveau van onze universiteiten wordt alom als topniveau erkend.. Er is nauwelijks een land te vinden waar de kennis van vreemde talen groter is. Van geen land is een groter deel van de ekonomie met de buitenwereld verbonden. Enzovoort. Wij hoeven ons op dat vlak niet te schamen. Wij hoeven ons op andere vlakken te schamen : dat men op het einde van de twintigste eeuw nog een heel dorp doet wijken voor de Mammon en onvervangbaar natuurgebied rond Doel opoffert, daarover moeten we ons schamen. Maar niet over een gebrek aan openheid op de wereld.

Maar de ideologie is voor sommigen sterker dan de werkelijkheid. Omdat hun ideologie plaats maakt voor elke identiteit, zolang het maar geen Vlaamse, want nationale is, vergeten ze dat om als partner met anderen inter-kultureel te kunnen uitwisselen, men eerst zelf iets moet te bieden hebben. Of denkt men werkelijk dat iemand erin geïnteresseerd is in Vlaanderen te zoeken wat men overal ter wereld vindt ?

Wanneer de kruisbestuiving tussen Vlaanderen en Wallonië en vooral die tussen Brussel en de rest van Vlaanderen niet loopt zoals het hoort, dan is dat ook en vooral omdat zoiets wederzijds respekt vergt. En wanneer de Vlamingen dat niet ervaren in Wallonië of bij franstalige Brusselaars, zoeken zij het elders: in de Nederlanden, de Angelsaksische wereld, Midden- en Oost-Europa en het Balticum, Zuid-Amerika, de Middellandse Zee. Met vele landen daar en elders in de wereld, zelfs met Frankrijk, is er uitwisseling op voet van gelijkwaardigheid mogelijk, en dus een win-win-situatie. Met Wallonië en franstalig Brussel lijkt dit vooralsnog bijzonder moeilijk (8).

Als de win-win-situatie van het beter op elkaar afstemmen van Vlaanderen en Brussel niet lukt, dan zit het Belgische kader daar voor iets tussen. In plaats van Vlaanderen en Wallonië, Vlaanderen en franstalig Brussel dichter bij elkaar te brengen, vervreemdt de krampachtigheid waarmee sommigen dat kader in stand willen houden hen van elkaar. Maar dat kader verdwijnt toch. Vlaanderen wordt hoe dan ook even onafhankelijk als de andere Europese lidstaten - niet meer, maar ook niet minder - en zal dan de aloude banden met de Noordelijke Nederlanden aanhalen om in Europa te kunnen meepraten met Frankrijk, Engeland en Duitsland. Dit is een onvermijdelijke ontwikkeling en men zou beter de blijde geboorte begunstigen in plaats van krampachtig te pogen ze tegen te houden. En de slechtste politiek die de Vlamingen kunnen voeren is zich door Brussel laten chanteren om de geldstromen naar Walloniê verder te zetten en nieuwe geldstromen zonder return naar Brussel te scheppen. De premier is nu al van plan om Vlaanderen niet meer alleen door Wallonië maar nu ook nog door Brussel te laten uitmelken. Vlaenderen let op uw saeck.

Gelukkig zijn er steeds meer Vlamingen die zich niét meer laten afdreigen om de huidige zogenaamd federale struktuur in stand te houden "omwille van Brussel", om Brussel te behouden. De strategie van het "Belgisch evenwicht" (pariteit in Brussel voor pariteit in de federatie, grite macht voor de federatie om Brussel erin te houden), Brussel te behouden door dat federale kader in stand te houden en melkkoe te blijven spelen, steunt nergens op. De medezeggenschap van de Vlamingen in Brussel is nu reeds grotendeels een illusie : Brussel wordt sedert vele maanden bestuurd zonder meerderheid aan Vlaamse kant. De taalwetgeving wordt voortdurend geschonden. De Vlaamse meerderheid in België is wel opgegeven, de franstalige in Brussel nooit. En als het van de plannen van de federale regering met het kiesrecht afhangt is het vanaf de volgende verkiezingen, minstens die van 2000, helemaal gedaan. En Franstalig Brussel er niets aan heeft dat wij in geld in Wallonië pompen. Waarom in godsnaam zouden zij in ruil daarvoor de macht delen met de Brusselse Vlamingen ?

En vooral, de Walen zowel als de Franstalige Brusselaars weten zeer goed dat wij vooralsnog te laf zijn zowel om aan België een einde te maken als om onze Vlaamse meerderheid te gebruiken om op federaal vlak die beslissingen te nemen die Vlaanderen nodig heeft. Zij zijn zo zeker van onze lafheid - en ze hebben er wellicht alle reden toe - dat één enkele keer gebruik maken van de Vlaamse meerderheid volstaat om Wallonië naar de institutionele atoombom van Moureaux te doen grijpen.

Het is dan ook niet de lafheid die het ons mogelijk zal maken Brussel te behouden.

Toch samenblijven !

Natuurlijk is het ok waar dat Brussel niet echt geliefd is bij de Vlamingen - maar de laatste aan wie men dat kan verwijten is de Vlaamse overheid : zij is integendeel één van de weinige instanties die in Brussel investeert. Zij probeert de banden met Brussel nauwer aan te halen, en laat tevens vele initiatieven bloeien, waarvoor ze meestal slechts stank voor dank krijgt. Vlaanderen zou nog veel meer in Brussel investeren indien het ook echte medezeggenschap kreeg. Intussen is het juist dat de gewone Vlaming stilaan geneigd is om Brussel inderdaad los te laten, de iris in het moeras te laten bloeien ... en weidsere horizonten op te zoeken.

Als Vlaanderen en Brussel elkaar daardoor gaan lossen is dat jammer. Erg jammer.

Het zou jammer zijn voor Vlaanderen. Vlaanderen zou zijn hoofdstad verliezen, en zijn belangrijkste venster op de wereld. Niet dat Vlaanderen zich op zichzelf zou terugtrekken, maar het verlies van Brussel kompenseren zal veel inspanningen en geld kosten, meer dan men nodig heeft om Brussel te overtuigen om samen op stap te gaan.

Het zou nog meer jammer zijn voor de franstalige Brusselaars. Kultureel is het een verarming, sociaal-ekonomisch een ramp. En als men denkt dat een louter franstalig Brussel met Europa alleen wegkan, zonder Vlaanderen, is dat een illusie. Of denkt men werkelijk dat de Fransen, de Engelsen, de Duitsers, echt geld gaan pompen in een buitenlandse stad om ze tot een Europese hoofdstad uit te bouwen, tenzij misschien indien men ze daardoor kan inpalmen ? (en dan nog : zelfs dan zal Parijs het geld in Parijs steken en niet in Brussel). De ervaring met Washington D.C. leert ons eveneens het omgekeerde !

Het zou het meest jammer zijn voor de Vlaamse Brusselaars. Indien sommigen onder hen zich op een Brussels eilandje willen terugtrekken zullen ze op een ochtend bij het ontwaken merken dat er geen Vlaamse kinderen meer zijn in Brussel en dat met het verdwijnen van de Vlaamse kinderen ook de Vlaamse ouders weg zijn en met hen de geldstromen vanuit Vlaanderen. Zij zullen merken dat hun belgitude verschrompeld is tot een Beulemansitude, terwijl Vlaanderen en Nederland zich zonder kompleksen bewegen in de rest van Europa.

3. Brussel en de Nederlanden : de historische opdracht als ruimte van demokratie

Dit is dan ook het alternatief voor Brussel : zijn historische rol als hoofdstad van de Nederlanden, en eerst daardoor van Europa, terug opnemen. Brussel kan maar overleven en zijn roeping waarmaken door de historische vergissing van 1830, zoals Minister Tobback het noemde, ongedaan te maken. De historische rol van de Nederlanden bestaat erin een ruimte te scheppen van demokratie, open op de wereld, maar niet ten prooi, onverfranst, onverduitst, onverengelst, weg van het centralisme van Frankrijk of Engeland, van de imperialistische neigingen van Frankrijk, Engeland en Duitsland. De wortels van de moderne demokratie liggen in de Nederlanden, in het zelfbestuur van onze Vlaamse en Brabantse steden, in het Placcaet van Verlatinghe, dat de Amerikaanse revolutie inspireerde, niet in de Franse revolutie - althans die van 1792 - die integendeel de wieg is van het moderne totalitarisme. Van die Nederlanden, waarin welbegrepen tolerantie gedijt en de verscheidenheid niet in centralisme wordt verstikt, maar waarin er tegelijk een voldoende homogeniteit is om de demo-kra-tie te doen werken, kan Brussel de hoofdstad zijn.

Brussel kan maar overleven indien het zijn Nederlandse wortels terugvindt. Dit wil niet zeggen dat Brussel op taalkundig vlak per se eentalig Nederlands moet worden. Dublin is qua taal niet ver-ierst en in Edinburg spreekt men nauwelijk Scottish Gaelic, maar Dublin bekent zich tot de Ierse kultuur en staat, en is slechts daardoor een kulturele hoofdstad van Europa en geen Engelse provinciestadje, en hetzelfde geldt voor Edinburgh. Geen bestrijding van het Frans vragen wij, wel respekt voor het Nederlands, zoals wij dat voor andere talen hebben.

Door, anders dan Dublin of Edinburgh, zijn Nederlandse verleden te verdonkeremanen en zijn Nederlandstalige inwoners weg te jagen, verloochent Brussel enkel zichzelf. Tot aan de Franse bezetting in 1794 werd Brussel volledig in het Nederlands bestuurd - op de betrekkingen met de buitenlandse heersers na. De historische bewijzen zijn op dit punt overweldigend. Zonder de asoci-ale verfransingsdruk gedurende bijna anderhalve eeuw was Brussel nu niet enkel een "Nederlandse" maar ook een Nederlandstalige stad gebleven. Maar ook los van de taal is Brabant, en Brussel in het bijzonder, slechts groot geworden doordat het de nodige afstand kon bewaren van Frankrijk. Om groot te blijven moet Brussel dan ook politiek afstand nemen van Frankrijk en de politieke struktuur van de "Franse Gemeenschap" en zich opnieuw bekennen tot de Nederlanden.Wallonië doet dit op zijn manier ook : recent onderzoek heeft nogmaals aangetoond dat van alle "identiteitslagen" in Wallonië de Franse de zwakste is.

Indien Brussel zijn Nederlandse wortels niet terugvindt, zal het Vlaanderen verliezen en vervallen tot een Franse provinciestad in de kille Noordelijke schaduw van Parijs. Brussel mag dan wel de naam dragen van hoofdstad van Europa, maar dat waarborgt niets. Ook Straatsburg is dat, en toch een Fran-se provinciestad. En het is juist om die laatste reden dat Straatsburg niet echt tot Europese hoofdstad kan uitgroeien en Brussel wel. Si Bruxelles sera exclusivement latine, elle ne sera pas européenne.

Indien Brussel zich daarentegen tot de Nederlanden bekent - en dat kan het slechts via Vlaanderen - dan kan het uit zijn keurslijf geraken en uit-breiden, niet op een slinkse manier met enkele gemeenten, maar wel tot heel Vlaanderen, en aldus het sterkste deel worden van die Nederlanden, waarvan het de Hoofdstad en het kloppend hart zal zijn.

4. U kan mijn perspektief onrealistisch vinden. En inderdaad, zolang we zo laf blijven te betalen zonder tegenprestatie, is het onrealistisch. Zolang de Franstalige Brusselaars merken dat Vlaanderen zich laat chanteren, hebben zij geen enkele reden om met Vlaanderen samen op stap te gaan, net zomin als de Walen enige reden hebben om België op te doeken zolang Vlaanderen zich laat chanteren, maar niet zullen aarzelen dit van de ene op de andere dag te doen als de Vlaamse geldkraan werkelijk zou dichtgaan.

Maar dankzij de huidige meerderheid geeft Vlaanderen al zijn wapens gratis weg, en maakt het zich sterk dat het, éénmaal ontwapend, na de verkiezingen luid zal bedelen om een paar mandaatjes meer in Brussel. En er zwaar voor zal betalen.

Het gaat niet om enkele mandaatjes. Het gaat om medezeggenschap, en medezeggenschap wil zeggen een dubbele meerderheid. Wij willen dat heel Vlaanderen het Brussels gewest mee bestuurt met een vereiste van dubbele meerderheid. Of dat aan de andere kant de COCOF is of de Franse Gemeenschap, moeten ze daar zelf maar uitmaken. Ik wed dat het de COCOF wordt en ik zal er niet om rouwen.

Om dat te verkrijgen moeten we de wortel en de stok gebruiken.

De wortel zijn investeringen in Brussel. Wij moeten zwaar investeren in Brussel. Vlaanderen kan dat, financielee en qua infrastruktuur. Maar géén frank zonder return. Géén frank in Brussel steken wanneer de Vlaamse positie daardoor niet wordt versterkt, niet met vage beloften, maar boter bij de vis. Geen Nederlands, geen centen. Dat betekent dat we prioritair moeten investeren in unikom-munau-taire instellingen, dit is instellingen waar we het alleen voor het zeggen hebben. Door de kwaliteit van de dienstverlening en de veeltaligheid van de Vlamingen zullen die snel genoeg aan de top staan. De Vlaamse regering heeft in dit perspektief de juiste ideëen - alleen laat de uitvoering ervan meeestal op zich wachten.

We moeten ook de stok behouden. Om Brussel te behouden moeten we tonen dat we zonder kunnen : Vlaanderen moet bv. over een eigen HST-station beschikken in Zaventem, over een spoorwegas die buiten Brussel om gaat. Waar wacht de Vlaamse regering trouwens op om bezwaar aan te tekenen tegen de anti-Vlaamse plannen van de spoorwegen, waaronder de plaatsing van het HST-station dat te Zaventem moet staan in Schaarbeek en het blokkeren van de treinverbinding langs Haren ? Maar de stok betekent ook : geen vreemdelingenstemrecht noch bijkomend geld noch investeringen, ja de geldkraan dicht, zonder daadwerkelijk medebeheer op alle vlakken. Maar dan moeten we stoppen met de strategie van de huidige meerderheid.

IV. VLAANDEREN STAAT IN EUROPA - DE TIJD DRINGT.

1. Er is nog een reden om de strategie van de lafheid te stoppen. En die reden is dat de tijd niet meer in ons voordeel speelt. En ik denk dat er meerdere ontwikkelingen zijn die ons moeten wakker schudden.

Ten eerste is de demografische ontwikkeling katastrofaal. Dit is weliswaar niet het tema van vandaag, maar ik voel me toch verplicht er uw aandacht op te vestigen. Er zijn geen Vlaamse kinderen meer. Het is niet Vlaanderen dat teveel met zichzelf bezig is, maar wel zijn de individuele Vlamingen teveel met zichzelf bezig.

2. Ten tweede is er de Europese ontwikkeling. De Vlaamsgezinden hebben Europa lang als een bevrijding gezien, als een ontwikkeling waardoor België wel vanzelf zou verdwijnen. Maar wat hebben we eraan een België kwijt te spelen dat onze belangen slecht behartigt om het te ruilen voor een Europa dat dat nog veel slechter doet, en waarin we helemaal niet meer meetellen ?

De realiteit is dat Europa een zegen is indien Vlaanderen daarin rechtstreeks medezeggenschap heeft en een bedreiging zolang wij daarin afhankelijk zijn van België, en dus van de blokkering door de franstalige Brusselaars en Walen. Deze laatste hebben zeer goed ingezien dat zij alle terrein dat zij in België verloren hebben via Europa kunnen terugwinnen en ze zijn er volop mee bezig (9). Het eurostemrecht is er alleen op verzoek van Frankrijk en franstalig België gekomen; geen enkel ander land was erin geïnteresseerd - toeval of niet ?

De realiteit is dat een regio of een deelstaat niéts betekent op europees vlak. Het Comité der regio's is een lachertje. De Vlaamse Verdragsbevoegdheid wordt door de Europese Unie op onwettige wijze miskend. Maar ze wordt miskend, omdat Vlaanderen geen lidstaat is, en Europa alleen lidstaten kent.

De realiteit van de internationale en europese verhoudingen is dat enkel staten tellen. Waarom wil men in Europa de Belgische taalwetgeving niet begrijpen ? Omdat, zolang België bestaat, men ervan uitgaat dat het om één tweetalig land gaat en niet om twee ééntalige landen. Dat laatste zal men maar aanvaarden als Vlaanderen zelf staat is. Intussen hanteert men jegens ons maatstaven die men jegens een staat nooit zou aanleggen.

De realiteit is dat de Vlaamse belangen bijzonder slechts worden verdedigd door de zogenaamd federale Belgische strukturen, waar de franstaligen over een blokkeringsrecht beschikken. En dat de Vlamingen in de federale instellingen kortzichtig zijn, wanneer zij Europese regelingen goedkeuren die de Vlaamse integriteit aantasten.

Wij kunnen wel lachend zeggen dat dit alles het ondergaan van België versnelt, maar als het niet nog sneller gaat, dreigen we ernstige schade op te lopen. Doordat België onze belangen in Europa zo slecht verdedigt - wat wil je als het zelfs in eigen land niet anders is - komen er steeds meer Europese beslissingen die de positie van het Nederlands of die van de Vlaamse overheid binnen zijn eigen grondgebied verzwakken. Als Vlaanderen zich niet snel genoeg tot natie, tot staat konstitueert, zal het gereduceerd worden tot louter folklore. Onze kultuur verdwijnt dan uit de publieke sfeer, gereduceerd tot de private sfeer, met hooguit nog wat attributen als basisonderwijs in eigen taal en misschien wat straatnaambordjes. Universitair onderwijs in het Nederlands kunnen we vergeten - dat zijn we nu trouwens zelf reeds versneld aan het afbouwen - en we zullen blij mogen zijn nog de positie te hebben van de Bretoenen, de Friezen, de Sorben en de Reto-Romanen zoals die mijnheer Columberg : een positie van geduld te worden in eigen land, waarvan het beleid steeds meer in het Frans of in het Engels zal worden gevoerd. Binnen Europa worden we van een hartland dan een vazalstaat en zal het verlies aan autonomie en inspraak door een verlies aan welvaart worden gevolgd.

Vlaanderen had eigenlijk reeds moeten kunnen meegaan met de onafhankelijkheidsgolf van het begin van de eeuw, waardoor de Noren, de Polen, de Tsjechen, de Albanezen, de Finnen, alsook de Baltische naties (zij het onderbroken door 50 jaar Russische bezetting) hun vrijheid verkregen. Maar toen was het proces van natievorming nog niet genoeg gevorderd en de intellektuele en vooral ekonomische achterstand nog te groot. Gaan we door onze lafheid nu ook nog de onafhankelijkheidsgolf van het einde van de twintisgste eeuw missen ? De geschiedenis van Europa leert dat er maar twee opties zijn : geassimileerd worden of staat worden.

Ik ben ervan overtuigd dat de tijd is gekomen en dat we de kansen niet meer mogen laten liggen. Geef ons de staatslieden die dit kairos inzien en stuur de anderen volgend jaar naar huis.

Mag ik U tot slot verzekeren : de Vlaamse beweging is niet anti-europees. Ikzelf wijdt sinds jaren vele krachten aan de harmonisatie van het privaatrecht in Europa. Geen land in Europa is gedurende de hele tijd van het Europees projekt zo europees gezind geweest als Vlaanderen. Wanneer de laatste jaren ook in Vlaanderen kritische stemmen opgaan over de Europese konstruktie, dan heeft dat alles te maken met het demokratisch deficit en het niet respekteren door Europese instellingen van zijn eigen beginselen, met name het subsidiariteitsbeginsel. Dan is het omdat Europa meer en meer wordt aangetast door de Belgische ziekte. Dan is het omdat men meer en meer miskent dat men niet kan vragen Europeëer te worden, wanneer dat Europeëer zijn niet slaat op een Europese identiteit, en geen andere inhoud heeft dan de globale eenheidsworst. Dan is het omdat men meer en meer miskent dat die Europese identiteit er precies in bestaat dat enerzijds op voet van gelijkheid ruimte wordt gegeven aan de nationale kulturen en anderzijds Europa zich van niet-Europa onderscheidt door een ten dele gemeenschappelijke kultuur, die van het Grieks-Romeins-Germaans-Kristelijk avondland. Wanneer wij voor Europa zijn, dan is het omdat Europa zichzelf moet blijven in de wereld, en om de europese verworvenheden, waaronder de vrijheid van de liberaaldemokratische rechtsstaat, te verdedi-gen, ook in de botsing met andere beschavingen die deze niet erkennen, in de Clash of civilizations (S. HUNTINGTON). Naar binnen moet Europa nde nationale kulturen bevorderen, naar buiten de Europese waarden verdedigen. Als Europa daar niet toe dient, dient het tot niets. In een dergelijk Europa, dat dus ook de grenzen van de nationale kultuurgebieden eerbiedigt, blijven wij wel geloven.

Maar we moeten niet naïef zijn en tijdig de gevaren van het imperialisme van de grote lidstaten inzien. Vandaag is daar een extra reden toe. Vandaag - 23 september 1998 - is het dag op dag 200 jaar geleden dat de Franse bezetters de dienstplicht bij ons invoerden, de onmiddellijke aanleiding voor de Boerenkrijg. Ook toen waren er vele collaborateurs. Maar er waren Vlamingen die de moed hadden te blijven vechten voor hun vrijheden. Niet voor dé vrijheid, die levenloze abstraktie van de Franse Revolutie, maar voor hun vrijheden. Laten wij dat ook doen.

Dit is de tijd dat van land tot land, de stormwind waait

Die zucht van eeuwen lijden, die zuiv'ren zal

En 't kaf van 't koren scheiden, dat schrijlings op een wolkenrand

Voor nieuw geloof, de nieuwe eng'len rijden : dit is de tijd !

 

Dit is de tijd dat van straat tot straat, de boodschap kruipt

Dat tirannen moeten wijken, dat jonge handen nieuwe maten ijken

Dat morgen als de gongslag slaat, de meters zijn

Voor armen en voor rijken : dit is de tijd !

 

Dit is de tijd dat van huis tot huis, de zekerheid groeit

Dat 't ergste is geelden, de zekerheid dat 't hardste is gestreden

En 't oude spel van 'kat en muis' verleden wordt

Waarover walsen reden : dit is de tijd ! (10)

 

Dit is de roeping van onze tijd.

 

Brussel, 23 september 1998

 

__________________

 

1. A. FINKIELKRAUT, "Eloge des frontières", in Van wereldburger tot bange blanke man.

2. Die laatsten hadden wellicht dan nog meer "historische" rechten dan de franstaligen in Vlaanderen. En mogen we er misschien voor alle duidelijkheid nog even op wijzen dat de franstaligen in Vlaanderen noch uitgemoord noch verjaagd zijn, zoals de Sudetenduitsers door de Tjeschen en de Sileziërs door de Polen. De private kultuur van de franstaligen in Vlaanderen is volledig gerespekteerd (nog los van de faciliteiten die ze in de publieke kultuur al dan niet hebben). Mag ik er ook aan herinneren dat geen enkele Europese staat de etnische zuivering door de Tsjechen en de Polen heeft veroordeeld - daden die buiten alle verhouding staan tot de beweerde "pesterijen" jegens de franstaligen in Vlaanderen.

3. Bv. M. REYNEBEAU, "Niemand wordt met identiteit geboren ", De Standaard 11-7-1997 : "Omwille van haar contingentie is identiteit altijd vluchtig, individueel en contextgebonden". Men kan evenzogoed zeggen dat de mens als individu ook niet bestaat, omdat elke mens bestaat uit een veelheid van organen en elementen, die ook uitwisselbaar zijn, en op uiteenlopende wijze kunnen worden geklasseerd: het is van een bepaalde chemische samenstelling, het is een bepaald orgaan, het maakt deel uit van een bepaalde persoon. Maar het is nonsens te gaan beweren dat omdat mijn maag tegelijk deel uitmaakt van de kategorie magen, waarvan er ook bij alle andere mensen één te vinden is, ik daarom niet zou bestaan als individu. Overigens, als men de stelling van reynebeau konsekwent doordenkt, komt ze neer op de onmogelijkheid van elke politieke gemeenschap.

4. Zie o.a. Christopher LASCH, The revolt of the elites and the betrayal of democracy (1995).

5. Maar het is absurd daaruit te willen afleiden dat de natie slechts het produkt is van een nationalistische ideologie (zoals in sommige geschriften van GELLNER wordt gesteld). Als die ideologie niet in grote mate aan een etno- en/of kultuurhistorische realiteit beantwoordt, ontstaat er geen natie (zie bv. A.D. SMITH, The ethnic origins of nations). Overigens zijn diegenen die Gellner's theorie normatief gebruiken, er al mee in strijd : als de natie het prudkt is van een nationalistische ideologie, dan geldt dat voor elke natie, en dan is er geen enkel kriterium om een bestaande natie te verkiezen boven diegene die door een zgn. nationalistiche ideologie wordt gepredikt.

6. De stelling dat de identiteit van een beschaving of politieke gemeenschap louter imaginair is en niet anders dan imaginair mag zijn (Jos GEYSELS neigt daartoe), is even gevaarlijk als de stelling dat zij louter natuurlijk is en moet zijn. Immers, de eerste stelling hangt samen met de idee van de maakbaarheid van de mens, idee die de wortel is van omzeggens elke totalitarisme, minstens dat van de twintigste eeuw (communisme en nationaal-socialisme). De kulturele identiteit die een politieke gemeenschap konsititueert is noch alleen maar een produkt van de "natuur" (biologie) noch alleen maar een produkt van de verbeelding alleen. Het is een produkt van deze beide naast vele andere, historisch gegroeide faktoren. (NB. Het is overigens merkwaardig is dat het vaak dezelfde personen zijn die ons enerzijds waarschuwen tegen een "natuurlijke" identiteit omdat zij een imaginaire verkiezen, en tegelijkertijd de Vlaamse identiteit verwerpen omdat (deze) identiteit louter imaginair zou zijn ....).

7. Laat U ook niet kulpabilizeren. Waar argumenten ontbreken, komen de verdachtmakingen boven. Laat U niet in de war brengen door beschuldigingen van kollektief egoïsme. Het woord solidariteit wordt dag aan dag misbruikt om echte op reciprociteit gegronde gemeenschapsvorming te verhinderen. Géén solidariteit zonder soevereiniteit, replikeerde onlangs terecht Ludo Abicht. En er is nog niemand in geslaagd mij uit te leggen waarom wij aan de franstaligen in België meer solidariteit verschuldigd zouden zijn dan aan de rest van Europa, en waarom alleen wij voor die solidariteit zouden moeten opdraaien. Zijn we die misschien verschuldigd voor de grote eerbied die zij aan de dag hebben gelegd voor onze taal en onze kultuur, of mogen we misschien eerst eens eisen dat er een einde komt aan de huisvredebreuk in Vlaams-Brabant en de achterstelling van het Nederlands te Brussel ? Hoe lang gaan wij nog geven aan de bedelaar die spuwt en bijt in de hand die geeft ?

8. Le Soir weigerde zopas nog een advertentie met cartoon voor lessen Neder-lands te plaaten (derde in een reeks) omdat de sollicitant erin besefte dat zijn kansen vooral in Vlaanderen liggen. Dit moet hun Brusselse lezers blijkbaar worden ontzegd.

9. A.M. LIZIN heeft dit meermaals verkondigd - niet toevallig de persoon die het eurostemrecht heeft doen inschrijven in het verdrag van Maastricht Vgl. ook CLERFAYT, Beknopt verslag Kamer van volksvertegenwoordigers 14-7-1992 : "faire l'Europe, c'est condamner le nationalisme flamand".

10. Uit "Dit is de tijd" van Bert Broes / Miel Cools.

Vrijtekening : informatie op deze bladzijden is geen officiële KU Leuven informatie en kan geen aanleiding geven tot enige aanspraak jegens de auteur of verstrekker.
Disclaimer: Information provided here does not reflect official KU Leuven viewpoints nor gives rise to any claim against the author or provider