Er is meer

- Matthias E. Storme geïnterviewd door prof. E. Henau

 

Er is meer... Matthias Storme

Ernest Henau - Mijnheer Storme, U is jurist. Was die beroepskeuze vanzelfsprekend vanuit Uw familiale achtergrond?

Matthias Storme - Niet helemaal. Ik ben natuurlijk van thuis uit opgegroeid in een milieu van juristen : mijn vader, mijn beide grootvaders. Ik heb daar het werk en het engagement leren waarderen. Maar anderzijds had ik ook heel graag geschiedenis gestudeerd, of filosofie. En uiteindelijk heb ik dan rechten en filosofie gestudeerd. Je zou kunnen zeggen : rechten als het meer actieve leven, het maatschappelijk engagement. En filosofie meer als vita contemplativa, de contemplatie.

Ernest Henau - Uw vader was hoogleraar rechten aan de universiteit van Gent voor zover ik weet.

Matthias Storme - Mijn vader is emeritus hoogleraar aan de universiteit van Gent. Hij doceerde procesrecht. En mijn grootvader, zijn vader, was ook hoogleraar in Gent, aan de rechtsfaculteit. Mijn andere grootvader, ook jurist, was advocaat, bedrijfsleider en politicus.

Ernest Henau - Dat was August de Schryver?

Matthias Storme - Ja, die was meermaals minister van in de jaren dertig tot 1960 ongeveer.

Ernest Henau - U hebt die nog gekend?

Matthias Storme - Ja, zeer goed.

Ernest Henau - Hij is zeer oud geworden voor zover ik weet.

Matthias Storme - Ja, hij is 93 jaar geworden.

Ernest Henau - En U liep school in het Sint-Barbaracollege, da's een jezuïetenschool. Hebt U daar mooie herinneringen aan, aan die school?

Matthias Storme - Ja. Ik heb inderdaad mijn lagere school en mijn Grieks-Latijnse humaniora, bij de jezuïeten in Gent gevolgd. En ik heb daar zeer goede herinneringen aan. Dat was een zeer degelijke school, die ook, toch zeker in de humaniora, leerde nadenken, kritische zin aankweekte.

Ernest Henau - En U hebt nog jezuïeten als leraar gehad in die school?

Matthias Storme - Ik heb gelukkig nog een reeks paters jezuïeten als leraar gehad, inderdaad. Niet uitsluitend natuurlijk, de meerderheid waren reeds leken. Maar toch een aantal jezuïeten die nog een belangrijke stempel op de opleiding, op het onderwijs hebben gelaten.

Ernest Henau - En zijn er figuren die U bijgebleven zijn, waaraan U nog een herinnering bewaart?

Matthias Storme - Oh, versch illende. Het meest van al toch mijn rhetoricaleraar, pater Daniel Vandenbunder. Dat was een indrukwekkende figuur. Niet alleen door zijn kennis maar ook door zijn karakter en door zijn manier van lesgeven en de manier waarop hij de jongens kon aanpakken. Hij deed merkwaardige uitspraken en provoceerde ook regelmatig om ons te doen nadenken, om ons te verplichten te reageren.

Ernest Henau - Welke vakken gaf hij daar ?

Matthias Storme - Dat was nog één van de paters die nog het grootste deel van de vakken gaf. Dus Latijn, Grieks, nederlands, geschiedenis enzovoort.

Ernest Henau - En zoals nog andere Vlaamse vooraanstaanden bent U ook een product van de jeugdbeweging, bij welke jeugdbeweging was U aangesloten?

Matthias Storme - Bij de scouts, natuurlijk. Wij hadden een collegetroep zoals dat heet, op Sint-Barbara, die nog door mijn grootvader is opgericht. Ik ben begonnen bij de welpen. Met heel veel enthousiasme ben ik zeer actief lid geweest van de scouts, heb ik kampen meegemaakt, internationaal ook, uitwisselingen, ben ik naar de Jamboree geweest. Wij waren ook een beetje een groep die wat in de contestatie stond. Of moet ik zeggen de omgekeerde contestatie, want wij vonden dat de beweging te sterk verwaterde. En dat daar enige reactie tegenover nodig was om ons terug wat meer te bezinnen over de fundamenten en de tradities van de padvinderij.

Ernest Henau - Zou U kunnen zeggen dat dat Uw leven gestempeld heeft, die jeugdbeweging?

Matthias Storme - Ja, zonder enige twijfel. Het is een jeugdbeweging die verantwoordelijkheid geeft aan de jongeren zelf. De ploegwerking was zeer belangrijk, en tegelijkertijd toch ookeen beetje de mededinging, zonder dat dat de overdreven vormen aannam die men in sommige andere domeinen van het leven vandaag ziet.

Ernest Henau - Na Uw humaniora gaat U dan naar Antwerpen. U gaat rechten studeren aan de UFSIA, dat is...

Matthias Storme - de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen.

Ernest Henau - Sint-Ignatius. Dat is weer een school die met de jezuïeten te maken heeft?

Matthias Storme - Ja, daar heb ik mijn kandidaturen gedaan, dus de twee eerste jaren rechten en filosofie op UFSIA, wat een zeer degelijke opleiding was. Filosofisch was die ook zeer sterk en tegelijkertijd was het ook juridisch een hele degelijke opleiding.

Ernest Henau - En waarom koos U tegelijkertijd voor filosofie en rechten?
Want ik begrijp dat U beiden gestudeerd hebt.

Matthias Storme - Ja. Wel, een beetje om de reden die ik daarstraks gaf, twijfelen tussen een meer contemplatieve-wetenschappelijke carrière en een meer actieve als het ware. Uiteindelijk ben ik nog altijd een klein beetje in de twee gebleven door enerzijds als hoogleraar de wetenschap mee te beoefenen en anderzijds toch ook een praktijk als jurist te hebben. Het was toen reeds een keuze om beide aspecten van het leven te cultiveren. En verder ook omdat ik vond dat ik naast de degelijke opleiding filosofie in de kandidiatuur rechten nog wel een supplement aan filosofie kon gebruiken.

Ernest Henau - En hebt U ook daar herinneringen aan bepaalde hoogleraren?

Matthias Storme - Oh, heel veel. Dat waren bijna allemaal uitstekende hoogleraren. Kiezen is zeer moeilijk. Je doet het grootste deel van hen onrecht aan door maar over enkele te praten maar...
Ik denk dat ik de sterkste herinneringen heb overgehouden aan Prof. Jacques Claes, die psychologie doceerde.
Wellicht omwille van zijn zeer enthousiasmerend karakter, zijn enorme creativiteit.

Ernest Henau - Welke vakken doceerde hij binnen de psychologie of was dat...

Matthias Storme - Ja, dat was psychologie en antropologie voor juristen. Dat was sterk filosofisch gekleurd. Dat was helemaal niet technisch. Dat was op bepaalde ogenblikken bijna cultuurgeschiedenis zou je kunnen zeggen.

Ernest Henau - En welke themata behandelden hij dan?

Matthias Storme - Wel, hij behandelde vrij fundamentele vragen over hoe de mens in de wereld staat en hoe de cultuur zich ontwikkelt en zo, dus zaken die je niet koppelt aan een aseptisch begrip van de psychologie zoals sommigen dat misschien hebben. Wij hebben natuurlijk ook een aantal klassieke hoofdstukken uit de psychologie gekregen. Prof. Claes was zelf gepromoveerd bij Jan-Hendrik Van den Berg, de man die de boeken over de metabletica heeft geschreven. En die dus heel sterk de historische cultuurpsychologie, de ontwikkeling van de cultuur en van de manier van denken van de mens in de loop van de geschiedenis heeft uitgewerkt.

Ernest Henau - Hoe zou U dat vertalen, metabletica, dus...?

Matthias Storme - Ja, metabletica is een woord dat Prof Van den Berg zelf heeft uitgevonden. Dat is de leer van de veranderingen in het bewustzijn, letterlijk. Dus hoe de mens in de loop der tijden op een andere manier tegen de wereld aankijkt, met een andere ingesteldheid, en hoe dat verschuift. Welke invloed dat heeft op de meest verscheidene domeinen van het leven.

Ernest Henau - Dat is fascinerend...

Matthias Storme - Dat heeft Jacques Claes gefascineerd en onrechtstreeks heeft ons dat ook gefascineerd, inderdaad, om te leren zien hoe zovele facetten van het leven toch aan elkaar hangen, hoe er in elke cultuurperiode een zekere eenheid is die de verscheidenheid van vele dingen uit het menszijn toch overkoepelt.

Ernest Henau - En na de kandidaturen aan de UFSIA...

Matthias Storme - ben ik naar Leuven gegaan.

Ernest Henau - Waren er geen licenties aan de UFSIA, rechten of...?

Matthias Storme - Voor filosofie waren er geen licenties. Dus voor zover ik filosofie wou bijstuderen moest ik in ieder geval verhuizen. Nu het was op voorhand ook niet de bedoeling geweest om in Antwerpen te blijven. En uiteindelijk ben ik dan naar Leuven gegaan om de wijsbegeerte ook verder te kunnen studeren.

Ernest Henau - U hebt dus opnieuw rechten met wijsbegeerte gecombineerd?

Matthias Storme - Ja.

Ernest Henau - En dan bent U gepromoveerd, of bent U eerst nog...

Matthias Storme - Wel, dus drie jaar heb ik de licenties rechten gevolg en tegelijkertijd filosofie bijgestudeerd. Dus ben ik afgestudeerd in 1981 als licentiaat in de rechten. In filosofie heb ik een jaar nadien in Amerika mijn studie afgewerkt met een M.A., een Magisterdiploma.

Ernest Henau - U bent dus in Amerika geweest. Hebt U daar ook gestudeerd? En waar?

Matthias Storme - Ik heb nog mijn filosofiestudie verdergezet in de Verenigde Staten, aan de universiteit van Yale in New England, in de staat Connecticut. Dat was vanzelfsprekend een indrukwekkende ervaring omdat je, ondanks al het gemeenschappelijke aan onze westerse cultuur, toch in een zeer verschillend land terechtkomt. Met ook toch een verschillend type universiteit.

Ernest Henau - En kan U dat verschil even duidelijk maken, even aangeven?

Matthias Storme - Wel er zijn enorme verschillen. Ik zou zeggen vanuit mijn filosofische, sociale ideeën valt het natuurlijk op dat je terechtkomt in een land dat zeer sterk door het protestantisme is getekend. En dat heeft zijn stempel gedrukt op heel wat facetten van het leven. Nu is Amerika een land met een enorme verscheidenheid. Wij hebben te vaak de indruk dat er één soort Amerika is. Er is een ongelofelijke verscheidenheid. Maar toch is het land zeer sterk getekend door, je zou kunnen zeggen, het calvinisme. Niet in de letterlijke zin van het woord dan maar in de zin van een soort protestantisme. De godsdienst heeft zijn stempel gedrukt op het hele maatschappelijk denken. Simplistisch gezegd : het protestantisme is veel meer gericht op een rechtstreekse verhouding tussen het individu en God., en legt veel minder de nadruk op wat daartussen zit, op de gemeenschap. Als je het karikaturaal wil voorstellen, is voor de protestant het ik en God belangrijk en voor de katholiek alles wat daartussen zit, het intermediaire, dus de kerk, de lokale gemeenschap, de wereldgemeenschap die als het ware bemiddelt tussen beiden. Vandaar ook die meer katholieke traditie dat de tekst, de bijbel, door de gemeenschap, de kerk wordt uitgelegd en vermiddeld, terwijl de protestanten altijd veel meer de nadruk hebben gelegd op de individuele interpretatie.

Ernest Henau - Maar wat mij dus opvalt is dat de godsdienst in Amerika veel nadrukkelijker aanwezig is in het publieke leven dan hier of is dat niet zo?

Matthias Storme - De godsdienst is veel nadrukkelijker aanwezig dan hier, zij het dat Vlaanderen er op dit ogenblik natuurlijk niet zo goed voorstaat. Ook in Europa zijn er een aantal landen waar het beter is; mijn ervaringen in Duitsland bijvoorbeeld waren toch dat de godsdienst in Duitsland eigenlijk publiek veel meer au sérieux wordt genomen dan vandaag de dag in Vlaanderen. Misschien heeft dat ook te maken met de confrontatie tussen meedere christelijke kerken. Dat Duitsland verscheurd is, historisch, tussen katholieke en protestantse landen heeft wellicht het debat ook levendig gehouden. Ook in Amerika heeft die veelheid aan christelijke kerken dat ook meegebracht. De godsdienst is veel meer aanwezig. Tegelijkertijd is ook het antireligieuze nog voor een deel sterker. Doordat de godsdienst bij ons zo sterk naar het privé-leven is teruggedrongen, is natuurlijk ook het antiklerikale afgenomen.

Ernest Henau - Maar u spreekt over Duitsland, hebt u daar ook gestudeerd of gewerkt.

Matthias Storme - Ik heb een jaar in Duitsland gewerkt aan mijn proefschrift. Dat was in Hamburg, aan het Max-Planck Instituut, een schitterende instelling voor wetenschappelijk werk. Je hebt daar een prachtige bibliotheek.

Ernest Henau - U spreekt over uw proefschrift. Bij wie bent u dan gepromoveerd? Waarover ging dat proefschrift?

Matthias Storme - Bij Professor Walter van Gerven; over het beginsel van de goede trouw in het contractenrecht (1), zoals dat vanuit het Romeins recht in de loop der eeuwen is ontwikkeld als een principe dat als het ware corrigeert ten aanzien van de letter van wat in de wet of in het contract staat. Dus het principe dat belang hecht aan het ongeschrevene, aan datgene wat niet letterlijk in de regel of in de tekst staat. Dat heeft ook veel te maken met interpretatie, met hermeneutiek, dus met de wijze waarop je moet omgaan met regels, met teksten. Moet je die letterlijk nemen ? Of moet je om er zin aan te geven vragen : in welke context is die tot stand gekomen? Wat kan je daar mee doen, met teksten? Dat is voor een groot deel het werk van de jurist. Het is ook het werk van de theoloog, het is ook het werk van literaire criticus. Dat is gemeenschappelijk aan die disciplines : leren op een verstandige manier omgaan met teksten en ook met tradities.

Ernest Henau - Met wetteksten.

Matthias Storme - Met wetteksten, met teksten van contracten : enerzijds moet je die au sérieux nemen, maar anderzijds mag je die toch niet te letterlijk nemen, mag je niet uit het oog verliezen dat die tekst een bepaalde functie heeft en dat je moet rekening houden met de maatschappelijke werkelijkheid waarin die moet werken en met de gevolgen die dat heeft.

Ernest Henau - Na uw promotie wordt U docent aan de UFSIA ?

Matthias Storme - In 1989 heb ik mijn eerste leeropdracht gekregen, en dan in de loop der jaren een aantal vakken mer. Ik heb ook drie jaar gedoceerd in Nederland, in Amsterdam, Nederlands Recht. Nu doceer ik voornamelijk in Leuven, ook nog een stuk in Antwerpen. Dat zijn bijna allemaal vakken privaatrecht, dus burgerlijk recht, verhoudingen tussen de mensen onderling regelen, niet zozeer de staatsinstellingen. Ik geef daarbij zowel Belgisch als Europees Recht. En verder ook aan aantal vakken die vooral rechtsvergelijkend zijn, waar het dus vooral de bedoeling is om kennis te maken met met andere rechtstelsels, een vergelijking te maken met bijvoorbeeld het Duitse Recht of het Nederlandse Recht., en dus ook te kunnen oordelen wat misschien beter is, wat voor verbetering vatbaar is.

Ernest Henau - En u bent naast hoogleraar ook advocaat. U maakt deel uit van een advocatenbureau in Brussel. Hebt u dan de bedoeling eigenlijk om theorie en praktijk aan mekaar te koppelen? Of wat is de bedoeling van dit, deze combinatie?

Matthias Storme - Ik probeer dat nog altijd te doen. Maar men maakt het ons altijd maar moeilijker.

Ernest Henau - In welke zin?

Matthias Storme - Wel de reglementering en de wetgeving wordt altijd maar strenger voor het combineren. Men heeft het blijkbaar voor mensen die zich uitsluitend met één ding bezig houden. Ik denk dat het belangrijk is dat die twee elkaar kunnen bevruchten, dat je in de wetenschap - wanneer je publiceert - beseft hoe het recht in werkelijkheid functioneert, en omgekeer dat je in de praktijk niet teveel wordt opgeslorpt door de dagelijkse routine, en nog wat tijd neemt om daarover te reflecteren - om over de zin van de regels na te denken, en te proberen die te verbeteren.

Ernest Henau - Ja. Nu een ander facet van uw persoonlijkheid is uw sociaal engagement. U bent zeer actief in het verenigingsleven. U bent voorzitter van het Verbond der Vlaamse Academici, en zo ook voorzitter geworden van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen. Wat stellen deze twee verbonden of verenigingen voor?

Matthias Storme - Ik kom zoals velen die zich geëngageerd hebben uit de studentenbeweging, ook voor een deel uit de flamingante studentenbewegingen, waaruit zovelen voor mij zijn gekomen. De laatste jaren ben ik inderdaad terug wat actiever in wat men dan de Vlaamse Beweging noemt, specifiek in het Verbond der Vlaamse Academici, dat heette vroeger het Oud-Hoogstudentenverbond. Uit kringen van oud-studenten is dat gegroeid in de negentiende eeuw, als één van de verenigingen die geijverd hebben voor de emancipatie van de Vlaamse bevolking. Nu is het vooral een culturele vereniging maar toch ook nog met de politieke connotatie, om te ijveren voor Vlaamse autonomie en verdere Vlaamse emancipatie.

Ernest Henau - U bent gehuwd en vader van een groot gezin. Wat betekent de familie voor u?

Matthias Storme Ik heb inderdaad vier kinderen. We hebben daar ook voor gekozen, we stellen vast dat veel mensen vandaag daar niet meer voor kiezen, ergens blijkbaar niet meer bereid zijn om het leven door te geven. Dat is nochtans het essentiële, de eerste betekenis van de familie, dat je een schakel bent in de generaties, en dat je het leven gekregen hebt als een geschenk, zeer belangrijk; de dankbaarheid daarvoor en dat je dat ook doorgeeft. Dat kan ook op andere manieren gebeuren dan door zelf kinderen te hebben. Maar het is natuurlijk heel belangrijk, ook uw leven verder te zetten in uw familie en door te geven aan uw kinderen. Essentieel is dat vertrouwen, dat basisvertrouwen in het leven, en uw kinderen daarin te laten opgroeien. Ik denk dat het zeer belangrijk is kinderen niet zozeer een bepaalde wetenschap mee te geven of bepaalde dogma's, maar een basisvertrouwen in het leven. Wat natuurlijk op de eerste plaats komt door de omgeving waarin ze kunnen opgroeien, de kansen die ze daarin krijgen.

Ernest Henau - Probeert u ook in dit kader het geloof door te geven aan uw kinderen?

Matthias Storme - Dat is daar deel van. Als het geloof iets is wat compleet op zichzelf staat en losstaat van al de rest, dan vrees ik dat het geen lang leven beschoren is. Het is ingebed in het leven, het is ingebed in een netwerk van betekenissen. Het geloof kan je niet reduceren tot als het ware dingen die je weet, tot bepaalde waarheden. Dat je gelooft dat die waarheden juist zijn. Het geloof is op de eerste plaats juist het vertrouwen in het leven, dat gepaard gaat met zingeving. Zingeving die dan ook natuurlijk op een operationele manier kan verwoord worden in bepaalde gedachten, in bepaalde uitspraken, in bepaalde teksten. Maar die dus toch moet kaderen in een gehele zingeving die je hebt mee gekregen, waar je als het enigszins mogelijk is mee bent opgegroeid, en die je probeert door te geven. Zo sta je als mens in een wereld staat met zin die ons overstijgt.

Ernest Henau - Het valt mij op uit interviews die ik van U of met U gelezen heb, en ook uit wat u nu zegt, dat u grote waarde hecht aan traditie, het doorgeven van waarden, enzovoort. Dus de traditie is een centraal begrip in uw denken voor zover ik het kan beoordelen.

Matthias Storme - Ja. Traditie, d.i. overlevering is datgene wat U is gegeven. Ook het leven als geschenk en wat je hebt meegekregen, is voor een groot deel geschonken door anderen, te beginnen thuis, je leraars en dergelijke meer. Het leven is erfgoed. Dat je dat ook doorgeeft, dat is één element. Ten tweede is traditie geaccumuleerde wijsheid van eeuwen, van millennia. Dit moet ons waarschuwen, moet ons behoeden voor een te grote hoogmoed bij de hedendaagse mens die denkt dat hij het allemaal zelf wel kan; dat hij de waarheid wel op zijn eentje zal kunnen vinden. In de Middeleeuwen zei men : "Wij zijn als dwergen op de schouders van reuzen. Wij geraken door ons christelijk geloof nog een stukje verder dan de klassieken die dat niet hadden. Maar wij bouwen uiteindelijk toch voort op een enorme wijsheid die ook voordien reeds aanwezig was". Elke generatie moet natuurlijk proberen die wijsheid verder te brengen, maar niet op zichzelf. We moeten bereid te zijn te aanvaarden dat er reeds heel wat kennis voor ons is, en dat al die generaties mensen voor ons misschien allemaal samen toch al iets meer weten dan we op onszelf kunnen bereiken. Dat is een gedachte die voor sommige mensen blijkbaar niet meer te dragen is. Die overdreven idee van de zelfbeschikking, de idee dat we het alleen kunnen, dat de hedendaagse mens zonder de geschiedenis kan, en zonder traditie kan, dat stuit mij tegen de borst.

Ernest Henau - En welke rol de figuur van Jezus in dit geheel?

Matthias Storme - Het is op de eerste plaats een heel grote inspiratiebron. Wij kennen Jezus Christus maar uit de teksten. Dus wij kennen hem op de eerste plaats uit de verhalen en uit de uitspraken.....

Ernest Henau - Maar die teksten zijn dan neerslag van traditie.

Matthias Storme - Jezus Christus is ook niet totaal plotseling nieuw op de wereld gekomen. Het is typisch voor de christelijke godsdienst, dat zij niet pretendeert om origineel te zijn, om van nul begonnen te zijn. Typisch voor het christendom is dat we erkennen dat het een traditie is die reeds voorbouwt op oudere tradities, bijvoorbeeld - maar niet uitsluitend - de joodse traditie. Die erkenning dat er ook voor ons reeds iets was, speelt reeds van bij het begin van het christendom een rol. Er is strijd over geweest bij het begin van het christendom, of men dat erfgoed van het jodendom mee wou opnemen dan wel daar afstand van zou nemen. Ook nu zitten wij voortdurend met die vragen, met strijd tussen mensen die traditie over boord willen gooien, en anderen die dat erfgoed willen opnemen. Christus, voor zover we hem kennen, uit de schrift natuurlijk op de eerste plaats, blijft een belangrijke inspiratiebron; wat mij daarbij het meest treft in het Nieuwe Testament, is waar Jezus zegt : "Gij kleingelovigen", en aan zijn apostelen verwijt dat ze er niet genoeg in geloven..

Ernest Henau - Wat treft u daarin?

Matthias Storme - Dat ze te snel zich neerleggen bij de gang van zaken. Dat ze te snel blijven bij datgene wat zij mogelijk achten. Er is een klassieke definitie van de politiek als "de kunst van het haalbare". Maar er is ook een tegengestelde definitie die precies zegt : "neen, de politiek is juist de kunst om het onmogelijke mogelijk te maken". Wel het geloof is ergens ook de kracht, precies om datgene wat men niet voor mogelijk acht, mogelijk te maken.

Ernest Henau - Welke rol speelt de plaatselijke geloofsgemeenschap in dat geheel?

Matthias Storme - Wel zoals ik daarstraks zei, speelt in de katholieke traditie de gemeenschap van klein naar groot een grote rol. Het is niet toevallig, dat de katholieke kerk vrij sterk de nadruk heeft gelegd op het beginsel van de subsidiariteit.

Ernest Henau - Dat moet u even uitleggen.

Matthias Storme - Subsidiariteit betekent om zaken zoveel mogelijk te behandelen op het niveau van de kleine gemeenschap, dit is zolang die het aankan. Macht en bevoegdheid en dergelijke mag je maar op een hoger niveau leggen wanneer de kleinere gemeenschap het niet aankan. Dat is voor mij ook een heel belangrijk politiek beginsel. Ook algemeen maatschappelijk, in alle maatschappelijke structuren, ook in de religieuze, is het belangrijk dat de gemeenschap van klein naar groot wordt opgebouwd. Het individu staat in een gemeenschap; als mens alleen zijn wij niets. We zouden het nooit overleefd hebben als niet anderen voor ons hadden gezorgd. Ook het geloof is voor mij zeer sterk verbonden met het samenleven. Dat doet geen afbreuk aan mensen die op een andere manier hun geloof beleven; ik zeg niet dat het leven van een kluizenaar een slechte vorm van godsdienst is; maar voor het grootste deel van de mensen is het belangrijk dat het in de gemeenschap wordt ingebed. Dat is allereerst de plaatselijke, territoriale gemeenschap. Wat is de zin van die plaatselijkheid, zal U vragen. Wel, in maatschappij heeft iedereen de neiging om zelf te kiezen wat hij goed en slecht vindt, om in de gemeenschap uit te kiezen wat hem past. Onze maatschappij is één grote self-service geworden, één grote zelfbedieningswinkel. We zullen zelf wel bepalen welke waarden ons interesseren, en welke waarden ons niet interesseren, en we maken daar een cocktail van. De idee van de katholieke kerk is integendeel dat je steeds in een bepaalde gemeenschap leeft. Voor een deel kan je van gemeenschap veranderen, door te verhuizen bijvoorbeeld. Maar je bent toch allereerst opgegroeid in een gemeenschap waarin je geworteld bent. Het benadrukken van de territorialiteit betekent dat je moet leren omgaan met de mensen rondom jou en niet alleen de mensen die je kiest omdat ze je aanstaan.

Ernest Henau - Ja.

Matthias Storme - Zo leef je ook samen als een bepaald volk. Vele mensen zeggen vandaag : ik ben een wereldburger en ik zal zelf wel kiezen met welke mensen ik wil omgaan in de wereld; die gemeenschap waarin ik opgegroeid ben, mijn parochie, mijn dorp, mijn volk, dat interesseert mij niet. Die zijn omhoog gevallen en nemen daarom afstand van hun wortels. Ik heb daar moeite mee.

Ernest Henau - En u bent jurist. Heeft recht iets met rechtvaardigheid te maken?

Matthias Storme - Zeer veel, maar niet uitsluitend. Laat me zeggen : er is een zeer moeilijke verhouding tussen het recht zoals wij dat beoefenen en proberen te beoefenen, en rechtvaardigheid. Vele mensen hebben daar moeite mee. Zij vinden dat wat recht genoemd wordt voor hen onrecht is. Dat heeft in wezen te maken met de beperktheid van ons menszijn. Ik gebruik graag de volgende formule - een parafrase op een woord van Heidegger - : "Het recht is het in het werk zetten van de rechtvaardigheid" (2). Als het recht niet streeft naar rechtvaardigheid is het geen recht meer. Maar als wij omgekeerd denken dat we er zijn, zijn we er niet. Als we denken : nu weten we wat rechtvaardigheid is, dan zijn we gegarandeerd verkeerd. Want ons weten is altijd maar één perspectief, er zijn altijd meer facetten dan wat wij zien, dit als gevolg van onze menselijke begrensdheid. We moeten aanvaarden dat er ook anderen mensen zijn met een andere visie, die ook op een eerlijke manier proberen om de rechtvaardigheid te bereiken, in het werk te zetten. Er is dus altijd een zekere spanning tussen recht en rechtvaardigheid. De verhouding tussen Rechtvaardigheid en recht is een beetje zoals die tussen God en de Wereld. De rechtvaardigheid is niet van deze wereld, zij is transcendent . De rechtvaardigheid is datgene waar wij naar streven in deze wereld. Maar denken dat ze in de wereld bereikt is, is zeer gevaarlijk. Op het ogenblik dat wij denken dat wij de enigen zijn die de waarheid in pacht hebben, worden we zeer gevaarlijk als mensen. Dan gaan we onze visie opleggen aan de anderen. We moeten er altijd van bewust zijn dat onze visie op het recht toch altijd maar een partiële visie is op de rechtvaardigheid, dat ook onze visie op de maatschappij, op de waarheid , altijd maar één perspectief is.

Ernest Henau - Er is de laatste tijd heel wat te doen over het rechtswezen in ons land, over de structuur van het gerecht, enzovoort. Hoe kijkt u daartegen aan vanuit wat u nu komt te zeggen.

Matthias Storme - Het recht is vanzelfsprekend een spiegel van de maatschappij. De fenomenen die je ziet in de juridische wereld weerspiegelen slechts wat er meer algemeen in de maatschappij gebeurt. Dat zien we ook in de politiek. men spreekt van de kloof tussen burger en gerechtn tussen burger en politiek. Maar eigenlijk hebben we meestal de politici die we verdienen. De kwalen van gerecht en politieke zijn algemeen maatschappelijke kwalen.

Ernest Henau - Ook de verdraagzaamheid is een belangrijk element in uw denken, voortgaande op de interviews van u gelezen of met u die ik gelezen heb.

Matthias Storme - Verdraagzaamheid, tolerantie is voor mij allereerst het aanvaarden van verscheidenheid. Het hangt dus samen met de idee dat wij begrensd zijn, dat wij de waarheid niet in pacht hebben, en dat er dus ruimte moet zijn voor pluralisme, voor verschillende manieren van menszijn op allerlei vlakken. Dus moeten wij aanvaarden en waarderen dat er verschillen zijn tussen mensen, op individueel vlak, maar ook op collectief vlak. Zo moeten we waarderen dat er op wereldvlak verschillende culturen zijn. Ik zou zeggen, hoe meer culturen, hoe rijker. Ik moet even denken aan een woord van Hannah Arendt, uit haar boek "The burden of our time" (3), de last van onze tijd. Zij is voor mij een zeer interessante dame, een schitterende filosofe, een joodse leerlinge van Heidegger. In dat boek geeft zij ook kritiek op de moderne mens, en heeft zij het over het nihilisme en over de rancune. Dit sluit een beetje aan bij die begrensdheid waar ik het over had. Waarom zijn zoveel mensen rancuneus? Omdat ze hun grenzen niet kunnen aanvaarden, omdat ze eigenlijk hun eigen schepper zouden willen zijn. Ze kunnen niet aanvaarden dat ze geschapen zijn, dat ze niet meester zijn van zichzelf. En dan schrijft ze een beetje verder; "Het is een zegen voor de aarde dat God de mens heeft geschapen met vermogen tot voortplanting. Of liever dat God niet DE mens heeft geschapen en dat de wereld niet bevolkt is door DE mens maar door vele konkrete mensen". Zij benadrukt het belang van het aanvaarden van verscheidenheid. Ik zou zeggen : verscheidenheid van culturen op de eerste plaats. Omdat elk van die culturen op zijn manier een facet van ons menszijn belicht, ja op zijn manier een zeker licht werpt op eeuwige waarheden. Die kunnen we nooit helemaal kennen en daarom is het zo belangrijk dat er op verschillende manieren naar kan worden gekeken. Die aanvaarding en waardering van pluralisme is zeer belangrijk in de maatschappij. Op individueel vlak, maar ook op collectief vlak.

Ernest Henau - Heeft dat iets te maken met het feit dat u bijvoorbeeld voorzitter bent van het Overlegcentrum ...

Matthias Storme - het Overlegentrum van Vlaamse verenigingen. Wel, ik zal zeker niet ontkennen dat mijn visie op tolerantie en mijn visie op het belang van verscheidenheid van culturen, mee bepalend is voor een engagement in de Vlaamse Beweging. Omdat ik het inderdaad zeer belangrijk vind dat groepen van mensen, op verschillende niveaus, de kans krijgen om zichzelf te ontwikkelen, identiteit te ontwikkelen, vanzelfsprekend met respect voor de anderen. Maar respect verondersteld dat je het anderszijn van de anderen aanvaardt. Respect betekent juist dat je niet wil dat de ander dezelfde is en dat je verschillen aanvaardt, en dat je ruimte geeft. Niet enkel op individueel vlak, ook op collectief vlak. Ook de volkeren moeten een ruimte krijgen. Als u dat nationalisme wilt noemen, dan wil ik daaraan toevoegen : de oorlogen die wij nu meemaken, zoals nog dit jaar in Kosova, zijn niet het gevolg van het beginsel dat elk volk zijn eigen ruimte heeft, maar juist van de miskenning daarvan. De oorlog in Kosovo is niet het gevolg van het erkennen van een natie, maar is juist van het miskennen van het recht van de Albanezen om hun eigen boontjes te doppen in Kosova. De Tweede Wereldoorlog is niet ontstaan door de aanvaarding dat er verschillende naties zijn met elk hun grenzen, maar doordat men dat recht van elke natie heeft ontkend, doordat men die grenzen niet heeft erkend, en geprobeerd heeft andere landen in te palmen (4). Dus het nationalisme moet ons juist behoeden voor imperialisme en voor het gebrek aan respect voor het bestaan van de andere, ook op collectief vlak.

Ernest Henau - Daarnet viel het woordje grenzen. In een radio-interview met Braambos over uw muzikale voorkeur koos u een lied van Schubert op tekst van Goethe. Dat lied draagt als titel "Grenzen van de mensheid". Wat fascineert u eigelijk zo in het begrip grens.

Matthias Storme - Ja, ik vind grens inderdaad een sleutelbegrip. En grens dan in verschillende betekenissen. Het is onze begrensdheid als mens anthropologisch. Het is de grens als principe van maatschappelijke ordening, dus de territoriale grens. Het is ook de ethische grens, de morele grens in de zin van : de mens mag niet alles wat hij kan. Dat stond op het Duitse paviljoen van de expo van '58 : "Der Mensch darf nicht alles was er kann". De Duitsers hadden wel degelijk hun les geleerd. Het is niet omdat je bepaalde dingen technologisch kan doen, dat je het daarom mag doen. Er zijn dus ethische grenzen, er zijn territoriale grenzen, er zijn antropologische grenzen.

Ernest Henau - Ja, wat bedoelt u met antropologische grenzen.

Matthias Storme - Ja, er zijn eigenlijk drie fundamentele grenzen aan de mens, die hij ...

Ernest Henau - Die hij niet overschrijden kan...

Matthias Storme - Die hij niet overschrijden kan. De eerste is: de mens is sterfelijk, dus de dood als grens. De tweede grens is : wij zijn geboren uit onze ouders, dus wij zijn jonger dan onze ouders. Er is dus altijd een niveauverschil tussen ons en onze ouders. Wij kunnen nooit zeggen dat onze ouders uit ons zijn voortgekomen. Het is altijd éénrichtingsverkeer. De moderne mens heeft er moeite mee te aanvaarden dat er iemand voor hem is geweest, van wie hij iets heeft gekregen. Hij zou veel liever als het ware uit het niets geboren zijn. En de derde grens is: dat de mens bestaat uit mannen en vrouwen. En ook dat is een onderscheid dat in onze maatschappij zoveel mogelijk afgestoten wordt, waarbij men niet meer aanvaardt dat daar verschillen zijn. Zoals men ook niet meer aanvaardt dat er een verhouding is tussen ouders en kinderen. Zoals men eigenlijk ook de dood niet meer aanvaardt en probeert weg te steken in onze maatschappij. Het sterven is iets dat moet gebeuren zover mogelijk van de wereld, moet worden verborgen. Dat zijn drie fundamentele anthropologische grenzen die we moeten aanvaarden en die ook, denk ik, maatschappelijke consequenties hebben.

Ernest Henau - Ook op het juridische vlak?

Matthias Storme - Ook op het juridisch vlak. En dat gaat in tegen de heersende ideologie. De heersende ideologie probeert juist die afgrenzing te negeren, van ouders en kinderen bv., of van mannen en vrouwen. Je ziet hetzelfde wat betreft de de territoriale grenzen. Voor de heersende ideologie moet alles "zonder grenzen" zijn. Ik wil daarbij helemaal niet spotten met bv. "Artsen zonder grenzen". Daar gebeuren vanzelfsprekend schitterende dingen. Dus het gaat niet daarover, maar wel over de idee dat er geen grenzen meer mogen zijn, dat alles overal hetzelfde moet zijn. En dat alle grenzen open moeten. Een grens is een bescherming, een grens maakt dat een gemeenschap ergens thuis kan zijn. Als mensen hebben we nood om op alle niveaus grenzen te stellen. Dat begint gewoon in je privé-leven. Rond je tuin zet je een grens omdat je nood hebt aan een ruimte waarin je beschut bent, en die van jou is en niet van je buurman. Je kan maar een goede buur zijn als je dat respecteert. Een buurman waarvan je voortdurend moet vrezen dat hij een stuk van je huis en van je tuin gaat inpalmen is geen goede buurman. Je hebt een grens nodig om respect te hebben voor elkaar, om vertrouwen te geven aan iedereen, om een zekerheid te geven die de mens ook minder agressief maakt. Als je een zekerheid hebt waar je thuis bent, dan kan je veel gemakkelijker met, veel toleranter ten aanzien van andere mensen omgaan. Dat geldt zo in het privé-leven, in het gezin. Dat geldt voor mij ook op het gebied van landen en volkeren. Dus ook daar heb je nood aan grenzen. Lacordaire, één van de voorlopers van de Christen-democratie zei : "Entre le fort et le faible c'est la liberté qui opprime et la loi qui libère". Tussen de sterken en de zwakken is het de vrijheid die onderdrukt en de wet, de regel die bevrijdt. Regels, grenzen, zijn er ter bescherming van de zwakkere. Wanneer er geen grenzen zijn, wanneer alles open is, wanneer alles toegelaten is, is dat altijd de macht van de sterkste.

Ernest Henau - Maar hoe denkt u dan over de ontwikkelingen binnen de Europese context. Waar men toch probeert de grenzen zoveel mogelijk weg te werken.

Matthias Storme - Wel de Europese gemeenschap is van enorm belang voor onze toekomst, onze collectieve toekomst. Omdat er vanzelfsprekend heel wat is dat ons bindt. Men moet niet gelovig zijn, denk ik, om te erkennen dat Europa toch op de eerste plaats het christelijk Europa is, de landen met een christelijke traditie (in de ruime zin van het woord, ongeacht hoe men dat in zijn privé-leven vertaald, hoe men dat tot geloof brengt in de enge zin). Europa is die christelijke traditie, die onze cultuur, onze beschaving vormt en waardoor wij ook verschillen van andere beschavingen. Er is dus vanzelfsprekend heel wat gemeenschappelijk aan de Europese landen. Dat daaraan onder meer ook een politieke structuur beantwoordt vind ik normaal. Maar ook daarbinnen moet er ruimte zijn voor verscheidenheid. Men moet voldoende ruimte laten voor de identiteit van de verschillende naties. Ook als jurist zie ik dat. Ik werk sinds vele jaren mee aan een commissie die probeert om het contractenrecht in Europa te harmoniseren, één te maken. Of althans ik zou zeggen, pogingen te ondernemen om aan te tonen dat het mogelijk is voor een deel tot gemeenschappelijke regels te komen. Ik ben er dus van overtuigd dat wij met Europa nog veel meer moeten doen. Maar anderzijds gaat Europa op bepaalde domeinen nu reeds te ver, en is het te bureaucratisch geworden, is het zich met teveel gaan bemoeien en heeft het te weinig respect voor de lokale verscheidenheid en de lokale noden op sommige vlakken. Als Vlamingen zijn wij daar waarschijnlijk gevoelig aan omdat wij één van de kleinere naties zijn. Het zijn altijd de kleinsten die het eerst de nattigheid voelen. Ik las onlangs het beeld "op de Titanic waren het ook de mensen op het onderdek die eerst de nattigheid voelden" (5). Het zijn de machtigen, de rijken die pas het laatst voelen als er iets mis gaat. Als er in onze maatschappij zaken fout lopen dan zien we dat het, sorry voor de uitdrukking, de gewone mensen zijn die het eerst de nattigheid voelen, en die het eerst niet meer weten waar kijken, en dus ook bijvoorbeeld proteststemmen gaan uiten. Terwijl de mensen die het goed hebben in hun eigen huis, in hun eigen wereld, het nog niet gezien hebben.

Ernest Henau - Is er iemand tussen de vele mensen die u ontmoette, die op u een onuitwisbare indruk heeft gemaakt?

Matthias Storme - Er zijn veel mensen die op mij natuurlijk indruk hebben gemaakt. Ja, in de familie, behalve mijn ouders, zeker mijn grootvader vanzelfsprekend, ook omdat ik de kans gehad heb om hem lang te leren kennen, vermits hij zo oud is geworden. Leermeesters van mij, ik noemde professor Pater Vandenbunder, mijn retoricaleraar. Een aantal professoren die grote indruk op mij hebben gelaten, ik noemde reeds Jacques Claes. Ook mensen die ik in het maatschappelijk leven heb ontmoet.

Ernest Henau - Is er een tekst van iemand die u bijgebleven is, die u een weg gewezen heeft op één of andere manier? Waar u nog vaker aan denkt?

Matthias Storme - Uit mijn jeugdbeweging herinener ik mij een aantal vuistregels en slogans van Baden Powell.

Ernest Henau - De stichter van de scoutsbeweging.

Matthias Storme - De stichter van de scoutsbeweging. De leuze was "Be prepared", " wees bereid", sta klaar. Je kan daar lang over filosoferen. Je moet altijd klaarstaan. In de Bijbel heb je ook een paar mooie teksten die zeggen, sta klaar want er kan onmiddellijk iets gebeuren. Je moet altijd klaar staan. Klaar staan voor de dood, maar ook klaar staan voor een kans die op een bepaald ogenblik komt en niet meer terug komt. Wat men in het Grieks noemde de "kairos", het ogenblik dat van belang is en dat je moet grijpen, een kans die geen tweede keer komt. Het is du zeer belangrijk met open ogen te staan om de kansen te kunnen grijpen die komen en misschien niet meer terugkomen.
Verder zijn er natuurlijk ook veel boeken, die mij bijgebleven zijn. Een boek dat ik vrij recent heb gelezen en dat mij sterk heeft aangegrepen is een boek van Peter Sloterdijk, "In hetzelfde schuitje, essay over de hyper-politiek".

Ernest Henau - Dat is een Duitse filosoof.

Matthias Storme - Ja. "Im selben Boot. Versuch über die Hyper-politik" is de Duitse titel (6). Daar heeft hij het over de evolutie van de mens in een tijdperk van globalisering, waar alles dus globaal moet, waar de grenzen wegvallen, en waar je een wereldeconomie krijgt, en een wereldpolitiek, en een wereldcultuur volgens sommigen. Ik heb daar mijn twijfels bij natuurlijk. Hij beschrijft dat de mens daar niet echt tegen op gewassen is, dat dit veel te veel van ons vraagt. Daardoor krijg je dus ook allerlei reacties. Het is dan ook normaal dat, hoe meer je die evolutie hebt naar een wereldeconomie, een economie die alles gaat beheersen, de mensen veel meer dorst en honger hebben naar zaken die op kleiner niveau gebeuren, naar de kleinere gemeenschap, naar het regionale, naar datgene waar zich in thuisvoelen. Sloterdijk is nogal pessimist en gaat nogal ver. Hij gaat ervan uit dat eigenlijk de mensheid terug zou moeten opgebouwd worden vanuit de hele kleine groep, bijna vanuit het gezin, vanuit de horde. Dat vind je bv. ook bij Richard Hunt. Sloterdijk is zeer pessimistisch, ik denk dat er toch nog enige toekomst is voor onze grotere gemeenschappen die tussenin liggen. Maar het is een aangrijpend boek, en hij beschrijft daar heel sterk wat hij noemt de pathologie van het toebehoren :het feit dat de mens niet meer weet waartoe hij behoort en daaraan lijdt.

Ernest Henau - En wat bedoelt hij dan. Niet meer weet tot welk volk hij hoort of..

Matthias Storme - Zich niet meer kan identificeren, ja.

Ernest Henau - Tot welke beweging hij hoort?

Matthias Storme - Ja. Zich niet meer kan identificeren met traditie in verschillende betekenissen, met een volk, met een gemeenschap, of in ieder geval op zoek gaat naar identificatie.

Ernest Henau - En dat noemt hij pathologisch, dus ziekelijk.

Matthias Storme - Hij zegt dat het pathologisch is omdat, wij daaraan lijden die vanzelfsprekendheid is weggevallen en de mens blijkbaar zijn weg niet terug vindt. Die drang naar toebehoren vind je vandaag beschreven in veel cultuurfilosofische werken. Neem bv. een boek dat de voorbije jaren ophef heeft gemaakt, "The clash of civilisations", vertaald "Botsende beschavingen" van Samuel Huntington. Hij beschrijft die botsingen vooral op het niveau van de grote wereldbeschavingen : Europa, de Indische beschaving, de Chinese en dergelijke meer. Maar je ziet dat ook op kleiner niveau. De mens is op zoek naar datgene waartoe hij behoort. Huntington beschrijft dat dit vooral zo is sinds de val van het Ijzeren Gordijn. De hele twintigste eeuw is zeer sterk ideologisch geweest. De hele twintigste eeuw is de mens zeer sterk bepaald geweest door ideologische keuzes - communisme, nazisme, kapitalisme, links, rechts - en heeft men mensen verplicht om partij te kiezen voor een bepaalde ideologie en dus tegen de anderen. Dan had je dus die ideologische kloof. Dat is sterk verminderd in onze maatschappij, zij het niet verdwenen - het zal nooit verdwijnen. Maar na de val van het IJzeren Gordijn in Midden-Europa en Oost-Europa, maar ook overal ter wereld, stellen de mensen minder de vraag aan welke zijde ze staan, voor wie ze partij kiezen, en gaan ze zich terug meer bezinnen over de vraag waartoe ze eigenlijk behoren. Wat zijn mijn wortels, wat zijn mijn roots, wat is mijn identiteit. Dominant is niet meer naar de ideologische keuze die men maakt, maar de taal, die mijn moedertaal is, de godsdienst waarin ik opgegroeid ben, het volk waartoe ik behoor, de mythen en verhalen die de geschiedenis ervan uitmaken, die zin geeft aan ons leven.
De verhalen waarin we zijn opgegroeid - ongeacht of dat nu mythologie is of echte geschiedenis, de grens is niet altijd even duidelijk, omdat de geschiedenis natuurlijk ook altijd gekleurd is -, die geven zin in ons leven. Ook op individueel vlak zie je dat : de verhalen zijn er reeds voor onze geboorte. Voor je geboren wordt ben je al een voorwerp van verhalen want je ouders spreken over je, die zijn al aan het beslissen op welke kamer je gaat slapen, welke naam je gaat krijgen en dergelijke meer. Dus daar is al een heel netwerk van betekenissen rond een mens alvorens hij geboren wordt. Je vindt dat bv. beschreven in de boeken van Jacques de Visscher (7) en Samuel Ijsseling. Je ziet dat ook op collectief vlak : al die verhalen hebben een belang ook los van de historische waarheid van die details van die verhalen. Zij drukken een zin uit die het feitelijk gebeurde overstijgt (8). De vraag is allereerst : welke boodschap hebben zij voor ons? Daarbij gaat het er zowel om dat zij uitdrukking geven aan zaken met een enorme continuïteit die door de eeuwen heen één waarde blijven behouden, als om de vraag hoe je die boodschap kan vertalen naar onze wereld van vandaag.

Ernest Henau ­ Dat geld dus ook voor godsdiensten.

Matthias Storme ­ Dat geldt ook voor de godsdiensten.

Ernest Henau ­ Daar spelen de verhalen een grote rol voor het bepalen van de identiteit.

Matthias Storme ­ Vanzelfsprekend.

Ernest Henau ­ De bijbelse verhalen die wij als kind gehoord, en gelezen hebben.

Matthias Storme - Dat geldt voor godsdienst, voor de politiek, voor de geschiedenis, voor de literatuur. Daar is een heel netwerk van verhalen. Ook de Bijbel heeft enorm veel lagen, is zeer sterk gelaagd. Die traditie, die zich uitdrukt in verhalen, moet natuurlijk worden hertaald, zij het misschien toch ook niet te snel. Als ik één ding mag verwijten aan mijn opleiding, en ik heb een goede opleiding gehad, dan is het dat daarbij nog te weinig de traditie werd verklaard. Men moet die fundamentele verhalen en begrippen nog meer anthropologisch duiden, zonder ze daartoe te herleiden. Het is belangrijk om bij waarden, deugden, waarheden die men wil doorgeven, enerzijds te zeggen : dit is nooit honderd procent vatbaar, voor een deel moet je aanvaarden dat dat een traditie is die je gegeven is, en die je doorgeeft zonder dat je die honderd procent kan bemeesteren. Anderzijds moet je natuurlijk tot op zekere hoogte proberen die voldoende inzichtelijk te maken opdat men de waarde ervan zou inzien, ook als men het niet helemaal begrijpt. Er zijn heel veel zaken, maatschappelijke tradities die een betekenis hebben, en die te maken hebben met met onze cultuur, of met ons menszijn in het algemeen. De moderne mens is geneigd om te zeggen : we hebben dat niet meer nodig, dat heeft geen betekenis meer, we begrijpen dat niet meer. Nu kan het zijn dat een traditie overleefd is en dat je die anders moet gaan invullen. Maar om die anders te kunnen invullen moet je weten vanuit welke inspiratie, vanuit welke betekenis, vanuit welke functie die er gekomen is. In beperkte mate toch, want helemaal kun je dat niet. Ik geef een voorbeeld. Het is traditie in onze maatschappij dat de kinderen de familienaam krijgen van de vader. Zonder stil te staan bij de vraag waarom dat zo is, noemt men dat discriminatie. Men zegt : waarom is dat niet in de naam van de moeder? Die is ook een ouder. Men zegt : die traditie is discriminatie van de vrouw, en dat is het resultaat van een paternalistische geschiedenis, een mannenmaatschappij die de vrouwen heeft verdrukt en dergelijke meer. Dus moeten we die regel afschaffen. Je moet de ouders de keuze geven tussen de ene of de andere naam, of nog : het moet de naam van de moeder zijn want om dat historisch onrecht recht te zetten we gaan we nu aan positieve discriminatie doen. Volgens mij is de oorsprong van dat gebruik echter een totaal andere. Het zijn namelijk de vrouwen die aan hun kinderen de naam van hun man hebben gegeven. Waarom? Omdat de band met de moeder altijd sterker is, en om de vader te verplichten zijn verantwoordelijkheid te nemen. Om de vader te zeggen : het is ook jouw kind, het draagt jouw naam, je zal het geweten hebben dat het jouw kind is. Om de vader aan het kind en dus ook aan de moeder te binden. Dus anthropologisch is de zaak precies tegenovergesteld aan wat men er vandaag van maakt. Natuurlijk is het niet omdat dit vroeger de betekenis was, dat die regel onveranderlijk moet zijn. Je kan misschien van oordeel dat moeders vandaag de dag evenveel geneigd om hun kinderen te verlaten als vaders. Als je tot die conclusie zou komen, dan is het redelijk om voor te stellen aan de kinderen de naam van de vader én van de moeder te geven.

 

Ernest Henau – Dat is in Spanje gebeurd.

 

Matthias Storme – Ik wil daarmee zeggen : het is niet omdat die regel altijd zo geweest is dat die altijd zo moet blijven. Maar voor je de regel verandert moet je toch proberen in te zien waar die vandaan komt komt en wat de diepere betekenis  ervan is. Eerst dan kan je oordelen of diezin vandaag het best wordt bereikt door diezelfde regel of door een wijziging ervan.

 

Ernest Henau – Mijnheer Storme ik dank u zeer hartelijk voor dat gesprek.

 

Matthias Storme – Dankuwel.

Vrijtekening : informatie op deze bladzijden is geen officiële KU Leuven informatie en kan geen aanleiding geven tot enige aanspraak jegens de auteur of verstrekker.
Disclaimer: Information provided here does not reflect official KU Leuven viewpoints nor gives rise to any claim against the author or provider