BEDENKINGEN BIJ DE DOOR HET HOF VAN CASSATIE
IN HET PRIVAATRECHT GEHANTEERDE
WIJZE VAN RECHTSVINDING EN RECHTSOPVATTING.


TEGELIJK EEN BIJDRAGE TOT DE STUDIE VAN
EEN ONDERSCHATTE RECHTSBRON :

DE TRADITIE

 

door prof. mr. Matthias E. Storme

herwerkte versie van een lezing in de cursus Inleiding tot de cassatieprocedure en -praktijk, Universiteit Gent 29 maart 1995, "Kritische bedenkingen bij de funktie van het Hof van Cassatie", verschenen in TPR (Tijdschrift voor privaatrecht) 1995, 971-1048 =  http://tpr.be/logging/logpdf.php?file=content/1995/1995-971

U kan deze tekst ook als .pdf bestand afladen op https://www.academia.edu/11398244/BEDENKINGEN_BIJ_DE_DOOR_HET_HOF_VAN_CASSATIE_IN_HET_PRIVAATRECHT_GEHANTEERDE_WIJZE_VAN_RECHTSVINDING_EN_RECHTSOPVATTING._TEGELIJK_EEN_BIJDRAGE_TOT_DE_STUDIE_VAN_EEN_ONDERSCHATTE_RECHTSBRON_DE_TRADITIE



INHOUDSTAFEL

Inleiding
1. Opzet van deze bijdrage - 2. Beperkte historische betekenis van art. 6

Deel I. Wandeling vanuit het aan art. 6 vastgeknoopte verbod aan rechterlijke uitspraken een algemene en als regel geldende draagwijdte te geven

A. Draagwijdte van het verbod.
3. Nadere aflijning van het verbod - 4. Mogelijke positieve betekenis - 5. Verantwoordelijkheid voor eigen, niet voor vreemd recht - 6. Twijfel aan deze positieve betekenis - 7. Ritualisme

B. De ideologie achter het verbod : twee begoochelingen ophouden
8. Etres inanimés

C. De werkelijkheid achter deze begoochelingen.
9. Twee verdrongen tema's

1. Een grote mate van onsamenhangendheid.
10. Rechtspluralisme en transplantaties - 11. Regels of beginselen en uitzonderingen - 12. Uiteenlopen in rechtspraak - 13. Uiteenlopende rechtsformanten - 14. Degradatie tot feitenkwestie - 15. Verdringing door het procesrecht en de proceswerkelijkheid.

2. De traditie als primaire bron van recht en de wijze waarop deze zich ontwikkelt.

a) De traditie als primaire bron van recht en de verhouding met de wetgeving.
16. De onvermijdelijke keuzen - 17. Traditie als hermeneutisch beginsel - 18. Juridisch, daarom nog geen politiek konservatisme - 19. Getrouw aan de wet, doch mits beperkende uitleg - 20. Beperkende uitleg simptoom van de voorrang van de traditie - 21. Beperkende uitleg van wetgeving is zelf een eeuwenoude traditie - 22. Vergelijking met het begrip residuaire bevoegdheid.

b) De wijze van ontwikkeling van de traditie in onze rechtspraak.
23. Rechtsontwikkeling niet enkel ontwikkeling van de (uitleg van) wetgeving

1° Mijden van de analogieredenering en dus geen streven naar samenhang.
24. De telefax in het procesrecht - 25. Het uitdrukkelijk ontbindend beding - 26. Gekwalificeerde benadeling - 27. Informatieverplichting beroepsverkoper - 28. Rechtsverwerking en aanvaarding door de koper - 29. Rechtsverwerking en huur - 30. Korte termijn - 31. Verhouding kooprecht - algemeen verbintenissenrecht - 32. Besluiten over de verhouding tussen traditie en wetgeving en tussen algemene en bijzondere regels - 33. Achter "vernieuwende rechtspraak" gaat vaak traditie schuil.

2° Een bewuste en effektieve wijziging van de regels der traditie door de rechtspraak - d.i. overruling - komt zelden voor, en geschiedt bovendien zelfontkennend.
34. Overruling zeldzaam - 35. Deklaratieve werking van overruling - 36. Schizofrene toestanden.

3° De traditie ontwikkelt zich voornamelijk door veeleer onbewuste betekenisverschuivingen.
37. Tekort aan rechtspraakarcheologische studies - 38. Vergelijking met de omgang met common law - 39. Voorbeeld : loon is de tegenprestatie van arbeid - 40. Metonimie in plaats van metafoor - 41. La synecdoque française - 42. Andere voorbeelden - faktuur - 43. Andere voorbeelden : verzuim - 44. Andere voorbeelden : kwade trouw beroepsverkoper - 45. Het gebruik van vermoedens - 46. Het gevaar bij te ruime formules - b.v. de lastgeving van gemeenschappelijk belang -

47. De boom van Porphyrius en de valse logika der rechtsbegrippen - 48. Taxonomie van de overeenkomsten - 49 De pseudo-naturalistische leer van het voorwerp van de overeenkomst en zijn caducité  - 50. Besluiten over de ontwikkeling van de traditie - 51. Een uitzondering : de cassatietechniek zelf.

Deel II: Wandeling vanuit het aan art. 6 vastgeknoopte verbod om feitelijk geachte vragen aan de hand van een algemene en als regel geldende motivering op te lossen.

A. Draagwijdte van het verbod.

52. Aanduiding en aflijning van het verbod - 53. Verschil tussen beoordeling in feite of naar recht -

B. Ideologische achtergrond van het verbod.

54. Het Hof van cassatie bepaalt hoe een vraag moet worden opgelost, in beginsel niet welke vraag er rijst - 55. Ideologische betekenis van het onderscheid tussen recht en feit -

 C. De gevolgen van het verbod : tussen schizofrenie en paranoia ?

56. De terughoudendheid t.a.v. rechtsverfijning- 57. B.v. bij derde-medeplichtigheid - 58. Ruimte voor de rechtsleer - 59. Aandacht voor de omstandigheden van het geval ? - 60. Verdringen van rechtsonzekerheid als feitelijk - 61. Oogkleppen, meer bepaald inzake rechtsmisbruik - 62. De grens aan de mogelijkheid tot regeren met formules - tussen schizofrenie en paranoia - 63. Besluiten.

Slotwoord.