Hofstra-penning voor Frans Vanistendael

prof. dr. Frans Vanistendael

Verslag van de uitreikingsplechtigheid van de Hofstra-penning aan prof. dr. Frans Vanistendael, gehouden op dinsdag 12 juni 2018 te Den Haag.

“Een groot idealist, maar zonder gevaarlijke illusies”2

1 Inleiding

De prof. mr. H.J. Hofstra-penning is in 1984 ingesteld door Kluwer en is voor het eerst uitgereikt in mei 1984 aan prof. dr. Leo Stevens. Aanleiding voor het instellen van deze prijs was het feit dat prof. mr. H.J. Hofstra 50 jaar lang in diverse kwaliteiten als fiscalist werkzaam was geweest. De penning wordt elke twee tot vier jaar toegekend aan “degene die in enig geschrift blijk heeft gegeven van het vermogen fiscale vraagstukken door een scherpzinnige analyse en heldere betoogtrant toegankelijk te maken en op te lossen in een evenwichtige synthese van theoretische grondslagen en praktische toepasbaarheid”.

Op dinsdag 12 juni 2018 vond de uitreiking van de dertiende Hofstra-penning plaats in een volle zaal van het Carlton Ambassador Hotel, fraai gelegen in de chique ambassadebuurt van Den Haag. Prof. dr. Frans Vanistendael ontving die dag de Hofstra-penning vanwege zijn uitzonderlijke bijdrage aan de ontwikkeling van het Europese belastingrecht, met name op het terrein van de directe belastingen en in het bijzonder vanwege de beleidskaders en -perspectieven die hij voor deze nieuwe loot aan de fiscale stam heeft helpen formuleren.

2 Welkomstwoord

Nadat dag- en juryvoorzitter Van Raad3 de bijeenkomst op welbespraakte wijze had geopend, richtte Spanjer4 namens Wolters Kluwer een welkomstwoord tot alle aanwezigen. De Belgische collega’s van Spanjer waren volgens hem zeer verguld met de uitreiking aan de man die steeds opnieuw “zijn kritische visie geeft op de frappantste ontwikkelingen in de fiscale wereld en dit doet vanuit een brede maatschappijvisie”. Gelet op de vele excellente sprekers en jury bevonden de aanwezigen zich volgens Spanjer vandaag op een internationaal top event. Wolters Kluwer ziet het ook als haar taak om professionals dagelijks in contact te brengen met vakinformatie van experts uit de wetenschap, praktijk, politiek of rechtsprekende macht. Dat valt volgens Spanjer niet altijd mee. De beste experts hebben vaak weinig tijd en om kennis goed over de bühne te krijgen is er meer nodig dan een doctorstitel. Het vereist schrijfvaardigheden die ook mee dienen te veranderen met de leesbehoeften van de gebruikers. Het is de rol van Wolters Kluwer om in alle vakontwikkelingen de juiste informatie, op het juiste moment, via de beste experts op de juiste manier aan gebruikers te leveren. Op die manier wil Wolters Kluwer een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de maatschappij, vanuit de overtuiging dat die informatie leidt tot beslissingen die gebruikers met vertrouwen kunnen nemen om hun werk goed te doen en hun wereld steeds iets beter maken. Spanjer stond vervolgens stil bij de immense transitie die Wolters Kluwer sinds 1984 heeft ondergaan. Spanjer noemt 1984 als het jaar waarin voor het eerst een Apple Macintosh gekocht kon worden. Het was ook het jaar van het beroemde grapje van Ronald Reagan, waarin hij voor een open microfoon zei zojuist het bevel gegeven te hebben de Sovjet-Unie te bombarderen. Tevens was dit het jaar waarin Desmond Tutu de Nobelprijs won en de Nederlandse groep Doe Maar ermee ophield. Naast deze opmerkelijke gebeurtenissen was dit het jaar waarin Leo Stevens5 — ook aanwezig — de eerste Hofstra-penning kreeg uitgereikt. In 1984 gaf Kluwer nog losbladige supplementen uit, maar 34 jaar later is Kluwer een online bedrijf geworden. Losbladigen zijn in de fiscaliteit passé. Diensten worden aangeboden op laptop, smartphone en tablet, waaronder de Fiscaal Memo App en de Pocket Belastingwetten online. Spanjer stond vervolgens stil bij de toekomstige ontwikkelingen en technologische vraagstukken die nog op ons afkomen. Daarbij kan gedacht worden aan Artificial Intelligence, de ontwikkelingen omtrent blockchain, drones en de fiscale status van 3D-producties. Fiscaliteit is allesbehalve saai; deze onderwerpen geven stof tot nadenken en ruimte genoeg voor de aanwezigen om over te schrijven.

3 Toespraken

Na het inspirerende welkomstwoord, werd het woord gegeven aan Essers6, die een aantal door hem gekoesterde ervaringen met Vanistendael deelde met de aanwezigen. Essers kent Vanistendael al sinds 1993, toen zij in Tilburg de eerste EUCOTAX Wintercourse7 samen met de universiteiten van Hamburg en Parijs organiseerden. Vanistendael was uitgenodigd om als gast aanwezig te zijn om te bekijken of hij bereid was om ook het Fiscaal Instituut van de KU Leuven bij dit initiatief aan te laten sluiten. Vanistendael was vanaf het begin zeer enthousiast over het idee van de Wintercourse, nu het de mogelijkheid bood om studenten van verschillende landen bij elkaar te brengen en te laten nadenken en discussiëren over fiscale uitdagingen binnen Europa. Vanistendael was in die tijd samen met Albert Rädler van de Universiteit van Hamburg lid van het Ruding Comité8, dat baanbrekend onderzoek deed naar de mogelijkheid van harmonisatie van directe ondernemingsbelastingen. Essers benadrukte dat Vanistendael altijd primair voor de inhoud ging. Politieke, tactische of op prestige gebaseerde beweegredenen waren en zijn hem vreemd. Dit leidde vaak tot nachtelijke onderhandelingsrondes, de meest fanatieke gesprekspartners van het traditionele professors’ dinner waren pas ver na middernacht bereid om tot compromissen te komen. Uit de Wintercourse ontwikkelde zich rond de eeuwwisseling het idee van een joint-venture tussen het FIT en de KU-Leuven om het European Tax College op te richten, met de bedoeling een postmasteropleiding te verzorgen voor internationale studenten. Uit het European Tax College zijn vele andere succesvolle initiatieven voortgekomen, waaronder de masteropleiding International Business Taxation in Tilburg en de Tax Moot Court in Leuven.

Essers benoemde zijn prettige samenwerking met Vanistendael toen deze decaan was van de rechtenfaculteit in Leuven. Naast academic director van het IBFD9 is Vanistendael betrokken geweest bij de executive board van het EATLP10, is hij general reporter geweest en heeft hij vele memorabele lezingen voor zijn rekening genomen. In zijn lezingen en publicaties toont Vanistendael zich steeds een visionair en een idealist. Als Belg die zijn leven lang getuige is geweest van de kwalijke gevolgen van een verdeeld land, is Vanistendael volgens Essers een overtuigd Europeaan. Vanistendael presenteert gepassioneerde vergezichten, die veel verder gaan dan alleen de fiscale perspectieven. Vanistendael liet en laat zich daarbij nooit verleiden tot cynisme; liever een idealist dan een cynicus. Essers besluit Vanistendaels echtgenote Rosa te betrekken in de hulde, nu zij Frans ongetwijfeld vaak heeft moeten missen en ervoor heeft gezorgd dat hij de tijd in de gaten hield, want timemanagement is nooit zo besteed geweest aan Frans. Verder heeft zij ervoor gewaakt dat Frans zijn missie in goede gezondheid heeft kunnen doen en bovenal dat hij zich gesteund voelde vanuit een warm nest. Essers besluit door te vermelden dat Vanistendael ook een begenadigd dichter is. Toen hij 70 werd, heeft hij samen met zijn jongste dochter Doris een prachtig boek samengesteld met allerlei persoonlijke ontboezemingen.

Peeters11 gaf aan dat Van Raad hem als Belgisch hoogleraar fiscaal recht had verzocht om kanten van Vanistendaels academisch profiel te laten zien, die ons in Nederland wellicht minder opvallen. Die opdracht heeft Peeters met genoegen aanvaard. Peeters merkte op dat Frans meer dan elf jaar geleden met emeritaat is gegaan, maar dat hij als geen ander wetenschappelijk productief blijft met het geven van lessen, het spreken op conferenties en het schrijven van wetenschappelijke bijdragen. In Peeters’ oud woordenboek Latijn-Nederlands krijgt het woord emeritus de volgende vertaling: “A. adj. 1. uitgediend; 2. Onbruikbaar B. (-i) m. uitgediend soldaat”. Het was Peeters al eerder duidelijk geworden en zeker als hij Vanistendael aan het werk ziet, dat zijn woordenboek helemaal niet deugt. Het is volgens Peeters niet eenvoudig het profiel te schetsen van iemand met zo een overweldigend wetenschappelijk palmares. Prijzen en leerstoelen zijn naar hem genoemd, zoals de Prof. Frans Vanistendael lectures12 waarvan dit jaar de elfde editie heeft plaats gehad, of de IBFD Frans Vanistendael Award for International Tax Law.13 Bij de meeste emeriti volstaat één liber amicorum, maar bij Frans waren er twee libri nodig om alle vrienden en sympathisanten aan het woord te laten: het Engelstalige boek A vision of taxes within and outside european borders én daarboven op nog het Nederlandstalige Liber amicorum Frans Vanistendael. Vanistendael is in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw meerdere jaren adviseur geweest van de Belgische staatssecretaris voor Financiën, hij is ook twintig jaar lang lid geweest van de Hoge Raad van Financiën in België, waar hij een adviserende rol heeft vervuld voor de Ministers van Financiën en Begroting. In de jaren tachtig is Vanistendael ook lid geweest van de Koninklijke Commissie tot Harmonisering en Vereenvoudiging van de Fiscaliteit (1986) en begin jaren negentig was hij lid van het reeds vermelde Ruding Comité. Tevens is hij adviseur geweest van de OESO en het IMF en lid van de Raadgevende Commissie voor de Belastinghervorming in de Volksrepubliek China. Na de val van de muur heeft Vanistendael zich ook intensief beziggehouden met fiscaal missioneringswerk in verschillende landen van het voormalige Oostblok (o.m. Letland, Hongarije, Slovenië, Turkmenistan) waar de inkomstenbelastingen nog in de kinderschoenen stonden.

Volgens Peeters is duidelijk dat Vanistendael zich in zijn publicaties nooit heeft laten leiden of zelfs misleiden door een louter rechtspositivistisch discours waarin het bestuderen van het recht wordt gezien als een waardevrije, wetenschappelijke activiteit. Meer in de traditie van Aristoteles en Thomas van Aquino is het recht in het algemeen, en het fiscaal recht in het bijzonder, gericht op de realisatie van het bonum commune (algemeen welzijn). Het bepalen van wat tot het bonum commune behoort, komt evenwel de gehele gemeenschap toe of minstens degenen aan wie de zorg voor de gemeenschap is toevertrouwd. In de tijd van Aristoteles was dit de Polis (stadstaat) en bij Thomas van Aquino de Staat, door hem omschreven als de volmaakte gemeenschap. Vandaag de dag is deze “gemeenschap” volgens Peeters niet meer zo éénduidig als ten tijde van Thomas van Aquino, maar heeft deze “communitas” of “gemeenschap” als gevolg van een toenemende internationalisering, europeanisering en regionalisering die in vele landen plaatsvindt, steeds meer de vorm aangenomen van een meergelaagde structuur. Deze insteek verklaart Vanistendaels uitgesproken fascinatie voor het internationaal en het Europees fiscaal recht, maar ook voor de Belgische staatshervorming. Vanistendael is ook jarenlang een actief lid geweest van de Coudenberggroep14. Een ander voorbeeld is de centrale vraagstelling van Vanistendaels toespraak ter gelegenheid van zijn ‘Farewell Colloquium’ op 15 december 2007. Het had de titel: “Is our future national or European?”.15 Nog een voorbeeld is de opmerkelijke Manfred Mössner slotlezing die Vanistendael in 2010 heeft gehouden ter afsluiting van het EATLP-congres in 2010 met de sprekende titel: “The crisis: a window of necessity for EU taxation”. In deze bijdrage formuleert Vanistendael zeer concrete voorstellen om in het licht van de toenmalige financiële crisis die was uitgegroeid tot een eurolandencrisis, de structuren van de Europese Unie aan te passen. Vanistendael houdt daarin ook een vurig pleidooi om de Europese besluitvormingsstructuren binnen de eurozone te verdiepen, rekening houdende met het drieluik: legaliteit, legitimiteit en effectiviteit van het recht.16 Wie deze bijdrage uit 2010 leest en bekijkt wat nadien beleidsmatig is gerealiseerd binnen de Europese Unie (o.m. het stabiliteitsverdrag, de implementatie van BEPS via de ATAD-richtlijnen) beseft volgens Peeters hoe profetisch deze lezing was.

Ook in andere publicaties valt volgens Peeters op hoe Vanistendael het fiscaal recht in al zijn dimensies en in al zijn onderdelen heeft bestudeerd als een maatschappelijk bewogen academicus, die zich persoonlijk laat leiden door een diepgewortelde doch niet opdringerige christelijke levenshouding. Als hoogleraar beseft Vanistendael zeer goed dat een jurist die zijn vak als wetenschap beoefent, het recht kan vinden, maar niet uitvinden. Het is in feite nooit een spectaculaire bezigheid. Vanuit die achtergrond en met een rustige gedrevenheid is Vanistendael volgens Peeters ook een fervent pleitbezorger voor het gedachtegoed van de fundamentele rechten en vrijheden, niet als een zelfgenoegzame discipline, maar als zuurdesem van elke beschaafde rechtsorde. Peeters besluit door te memoreren aan de meer dan 30 jaar durende boeiende en aangename interuniversitaire samenwerking waaraan hij tot op vandaag met heel veel dankbaarheid terugdenkt. Peeters heeft Vanistendael over deze lange periode ook leren kennen als een uitermate veelzijdig man, met zeer uiteenlopende interesses en talenten ook buiten het fiscaal recht, zoals het bespelen van het kerkorgel, het schrijven van mooie gedichten die de emoties van genegenheid of verdriet verwoorden bij de verschillende kantelmomenten in het leven. Ingetogen gedichten, die veel meer zijn dan “pretentieloze” verzen, zoals Vanistendael ze zelf kwalificeert. Vanistendael is ook erg geëngageerd in de geloofsgemeenschap waartoe hij behoort en waarvoor hij talrijke preken heeft geschreven, bestemd voor alle spoorzoekenden in het leven. Wat Vanistendael volgens Peeters vooral kenmerkt, is dat hij niet is verdronken in deze veelheid van belangstellingen en gaven, maar anderen daarin rijkelijk laat delen.

Van Weeghel17 memoreert aan zijn fijne samenwerking met Vanistendael bij de IBFD chair of trustees en de IFA18. Waar de IBFD in 1938 nog vier medewerkers had, hebben ze er nu meer dan 200, bestaande uit maar liefst 35 nationaliteiten. Van Weeghel houdt de aanwezigen voor dat de IBFD ooit bijna failliet is gegaan; wetenschappers zijn niet altijd de meest economisch gerichte bestuurders. Dit heeft de splitsing in een zogenoemde academic chairman en een commercial chairman als gevolg gehad. Van Weeghel vervolgt met een terugblik op zijn ervaringen tijdens de jaren dat zij werkten aan het World Tax Journal, het G.T.T.C.19, het doctoral research-programma en het opzetten van een onderzoekscentrum in Amsterdam waar promotieonderzoek wordt verricht. Vanistendael is volgens Van Weeghel een bescheiden en bijna introvert persoon, die soms geen zin meer had om zijn stem te laten horen als de discussie een bepaalde kant op ging die hem niet zinde. Zijn kracht zat hem in het feit dat hij pas aan het eind van zo’n discussie alsnog opmerkte dat hij het toch echt anders zag, en vervolgens wist te bereiken dat de discussie toch nog een andere wending nam. Wattel20 memoreert aan de fijne herinneringen die hij koestert aan de keer dat hij en Vanistendael beiden piano hebben gespeeld op een congres — en er daarna overigens nooit meer voor zijn gevraagd. Dat Wattel en Vanistendael er nogal uiteenlopende standpunten op nahouden, zal geen geheim zijn. Zo refereerde Wattel aan het verschil van inzicht dat zij hebben als het gaat om het territorialiteitsbeginsel, een vraagstuk in de sfeer van het Europese recht. En over de mate waarin de rechtspraak van het Hof van Justitie coherent kan worden genoemd, is Vanistendael positiever dan Wattel. Vanistendael is volgens Wattel een echte Europeaan, maar heeft zich als gevolg van een belofte aan zijn echtgenote Rosa nooit actief in de politiek gemengd, hetgeen als een huwelijkse voorwaarde kan worden beschouwd.

4 Paneldiscussie “EU, OECD/G20, VN: de internationale fiscale beleidsmakers: verschuivingen in de pikorde”

Met behulp van enkele met een beamer geprojecteerde stellingen werd door Van Raad de paneldiscussie tussen de sprekers ingeleid. Met betrekking tot de stelling “De EU kan met de euro en het staatssteuninstrument de mondiale concurrentiestrijd op het gebied van het IBR met vertrouwen tegemoetzien”, merkte Essers op dat de VS — van oudsher een partner — nu haar eigen lijn trekt. De VS voert een machtspolitiek, ook in het kader van BEPS en FATCA, maar de euro is volgens hem een sterk wapen dat wij moeten koesteren. Met betrekking tot de stelling “Zolang de VS niets structureels doen aan hun deferral regime (in wezen hetzelfde als door de WTO meermalen verboden foreign sales corporation, maardan in de vorm van kapitaalexportsubsidie), is het BEPS project van de OECD een wassen neus”, merkte Wattel op dat de VS al twee keer is veroordeeld door de WTO wegens hun foreign sales systeem; onbelaste winsten blijven drijven op de oceaan. Van Weeghel merkte op dat de OESO als organisatie een kleine staf heeft en weinig geld. De Wereldbank en IMF verrichten ook slechts beperkte werkzaamheden, maar kunnen landen wel helpen met het opzetten van belastingstelsels (capacity building). Met betrekking tot de stelling “Alle goede bedoelingen ten spijt is een fiscaal concurrerende Europese Unie verder weg dan ooit”, is de centrale vraag in deze tijd van “America First” of we willen behoren tot het rijtje Nederland-Luxemburg-Ierland of in het gezelschap Duitsland-Frankrijk. Vanistendael merkte met betrekking tot de stelling “De fundamentele tweedeling tussenwoonplaatsstaten/bronstaten zal blijven bestaan, maar de verhouding in de verdeling van de inkomsten is fundamenteel aan heronderhandeling toe” op dat er staten zijn die kapitaal im- en exporterend zijn, en dat harmonisatie op het gebied van vennootschapsbelasting daarom niet mogelijk zal zijn. Op de vraag of academici de meest geschikte personen zijn om te beslissen over deze kwesties, antwoordde Vanistendael dat academici de meest aangewezen personen zijn om onbevangen en objectief onderzoek te doen. Academici spelen geen tactische of strategische spelletjes. Van Weeghel verwijst naar de digitale economie die de laatste tien jaar is opgekomen en alle nieuwe regelgeving die door de Europese Commissie wordt opgezet.21 De commissie probeert digitale bedrijven zoals Google te belasten, die geen fysieke aanwezigheid meer nodig hebben om een markt te penetreren. Het uitgangspunt zal zijn dat wordt geheven daar waar waarde wordt gecreëerd. Van Raad besluit de discussie met een vermakelijke anekdote uit het verre verleden over Amsterdamse banken die vroeger geen aangiften deden omdat zij naar eigen zeggen alleen kosten en geen winst maakten, en dus in de veronderstelling verkeerden dat zij ook geen belastingaangifte moesten doen.

5 Juryrapport, uitreiking en dankwoord

De jury22 geeft in haar juryrapport te kennen dat Vanistendael als één van de meest actieve pleitbezorgers deel uitmaakt van een generatie prominente fiscalisten, die het Europese belastingrecht inhoud en richting hebben gegeven en door hun stimulerende en inspirerende gedachten deze nieuwe tak van de fiscale wetenschap op een hoger plan hebben gebracht. De omstandigheid dat Vanistendael inmiddels ruim tien jaar geleden met emeritaat is gegaan, is voor hem geen enkele belemmering geweest aan het Europese fiscale gedachtegoed opmerkelijke bijdragen te blijven leveren met scherpzinnige analyses en heldere betogen. De jury vertrouwt erop dat de omstandigheid dat hij zich officieel in de Ruhestand heet te bevinden, geen belemmering is ook de komende tijd anderen van zijn beleidsmatige inzichten deelgenoot te blijven maken.

Na Vanistendaels omarming van het Europese belastingrecht ruim 30 jaar geleden heeft hij volgens de jury een opmerkelijke inhoud gegeven aan de slotfase van een lang en uiterst arbeidzaam professioneel leven. Een leven dat zijn aanvang nam in de zomer van 1965 toen Vanistendael zijn rechtenstudie in Leuven afrondde, nadat hij een aantal jaren eerder “magna cum laude” zijn baccalaureaatsexamen filosofie had afgelegd en enkele jaren later in 1967 het licentiaat in de notariële wetenschappen behaalde. Kort daarna vertrok hij naar Yale om daar in 1969 zijn LL.M te behalen. Na zijn terugkeer in België stapte hij na een korte periode in de adviespraktijk definitief over naar de wetenschap. Nadat hij eerder als onderzoeker werkzaam was geweest bij het toenmalige NFWO23 en bij het Interuniversitair Centrum voor Rechtsvergelijking, werd hij in 1972 in Leuven benoemd tot docent en een aantal jaren later tot gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Rechten, waar hij als wetenschapper uitgroeide tot een van de spraakmakers binnen die faculteit en waarvan hij gedurende de laatste zes jaar van zijn hoogleraarschap tevens decaan was. Naast zijn professoraat vervulde Vanistendael diverse prominente functies. Het meest in het oog springende zijn het lidmaatschap van het Ruding Comité, zijn rol als voorzitter en oprichter van de European Law Faculties Association, zijn functie als Editor-in-Chief van EC Tax Review en zijn functie als docent verbonden aan de leergang Europese Fiscale Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam, zijn rol als founding member van de eerdergenoemde EATLP en zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht van het Max Planck Institute voor Tax Law & Public Finance in München. Ook speelde Vanistendael een sleutelrol bij de totstandkoming van het European Tax College in samenwerking met Tilburg University en was hij een van de oprichters van het Tax Moot Court dat nog steeds elk jaar in Leuven wordt gehouden. Ten slotte rondde hij zijn bijdrage aan de publieke zaak enkele jaren geleden af bij het IBFD in Amsterdam waar hij gedurende zeven jaren de Academic Chairman was en er onder meer de World Tax Journal oprichtte. Tegen deze achtergrond, en met zijn grote aantal zeer opmerkelijke publicaties, voordrachten en discussiebijdragen heeft Vanistendael naar het oordeel van de jury op royale en overtuigende wijze voldaan aan de criteria die gelden voor toekenning van de prof. mr. H.J. Hofstra-penning.

Na uitreiking van de oorkonde werd door Van Raad vervolgens de Hofstra-penning overhandigd, waarbij werd opgemerkt dat op de fraaie in brons gegoten beeltenis van Hofstra twee memorabele citaten van hem staan:

Ik verafschuw het gelddenken” en “Je mag de achterblijvers niet in de steek laten”.24

Eenmaal op het podium werd de laureaat de gelegenheid gegeven tot een dankwoord. Vanistendael verwees naar het ongeluksgetal 13, en een klein onderzoek dat hij voorafgaand aan de bijeenkomst heeft verricht naar het Nederlandse fiscale prijzenlandschap. Er zijn maar liefst 13 fiscale prijzen te winnen, waarbij hij opmerkt de Vanistendaelprijs niet te zijn tegengekomen.

Vanistendael heeft zelf geen bijgelovige angst voor het getal 13, hij is zelf immers ook op vrijdag 13 mei geboren. Deze 13e Hofstra-penning is hem dierbaar, gelet op het soort fiscalist dat Hofstra was. Hofstra was een hoogleraar in Leiden die van alle markten thuis was; Kamerlid, minister, adviseur, zakenman, die duidelijk ethisch handelde.

Vanistendael was in zijn jeugd al een talentvol pianist en heeft eerst een baccalaureaat in de filosofie behaald. Het besef dat beide talenten hem geen beroep zouden opleveren waarmee je een gezin financieel overeind kunt houden, hebben hem doen besluiten in de fiscaliteit verder te gaan. Geen verkeerde keuze, getuige deze prestigieuze onderscheiding die hem ten deel is gevallen. Vanistendael besloot met het danken van de jury, de organisatie en alle aanwezigen, waarna het tijd was voor een welverdiende borrel.

 

Voetnoten

1.

Advocaat en verbonden aan Hertoghs advocaten.

2.

Aldus Belgisch oud-premier Mark Eyskens over prof. dr. Frans Vanistendael.

3.

Prof. mr. Kees van Raad is emeritus-hoogleraar Internationaal Belastingrecht en directeur International Tax Center in Leiden.

4.

Rimco Spanjer is Content Director bij Wolters Kluwer Nederland B.V.

5.

Prof. dr. L.G.M. (Leo) Stevens is fiscaal econoom, emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad.

6.

Prof. dr. Peter Essers is hoogleraar belastingrecht, Tilburg University.

7.

EUCOTAX Wintercourse is een samenwerkingsverband tussen veertien Europese universiteiten en één US-universiteit, Georgetown University, dat dient om een stimulans te geven aan grensoverschrijdend onderzoek.

8.

Expertcommissie van de Europese Commissie voor de harmonisering van de vennootschapsbelasting.

9.

International Bureau for Fiscal Documentation.

10.

European Association of Tax Law Professors.

11.

Prof. dr. Bruno Peeters is hoogleraar fiscaal recht, Universiteit Antwerpen en assessor afdeling wetgeving Raad van State.

12.

Jaarlijkse lezing van de Institute of Tax Law van de KU Leuven.

13.

Zie: www.ibfd.org/Academic/IBFD-Frans-Vanistendael-Award-International-Tax-Law.

14.

De Coudenberggroep was een onafhankelijke denktank, genoemd naar de naam van zijn vergaderplaats, de Coudenberg, één van de zeven heuvels waarop het centrum van Brussel is gebouwd, en die tijdens de laatste twee decennia van vorige eeuw zich sterk heeft beziggehouden met de organisatie van de unitaire instellingen en het federale België.

15.

Nog afgezien van het hem kenmerkende feit dat hij deze toespraak in vier talen heeft gehouden (Frans, Nederlands, Duits en Engels) viel volgens Peeters op dat Vanistendael bijna tien jaar voor het referendum in de UK, de bui van een mogelijke Brexit al zag hangen: in zijn pleidooi voor een verdieping van de Europese Unie, niet enkel op economisch en sociaal vlak, maar ook op politiek vlak, wees hij op de uitzonderlijke positie van de UK.

16.

Vanistendael besloot deze lezing als volgt: “In the real world the members of Euro-land need to take very quickly a number of important decisions on how to rearrange taxing and spending powers between the EU and the Member States, a decision which the Member States have been constantly pushing ahead since the introduction of the Euro in 1999.”

17.

Prof. dr. Stef van Weeghel is hoogleraar internationaal belastingrecht UvA en Tax partner bij PwC.

18.

International Fiscal Association.

19.

IBFD Global Tax Treaty Commentaries.

20.

Prof. mr. Peter Wattel is hoogleraar Europees belastingrecht UvA en Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.

21.

Zie voor meer over dit voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe Europese digitax die moet verzekeren dat digitale bedrijven hun “fair share” betalen binnen de Unie: www.hertoghsadvocaten.nl/nl/nieuws/hertoghs-beschouwt/is-de-nieuwe-europese-digitax-een-geoorloofde-omzetbelasting/ en www.hertoghsadvocaten.nl/nl/nieuws/hertoghsbeschouwt/is-de-nieuwe-europese-digitax-een-geoorloofdeomzetbelasting-een-update/.

22.

De jury 2018 bestaat uit: mr. Jaap van den Berge (Hoge Raad), prof. dr. Stef van Weeghel (hoogleraar internationaal belastingrecht UvA, Tax partner PwC), prof. dr. Leo Stevens (fiscaal econoom), prof. mr. Kees van Raad (International Tax Center Leiden, voorzitter), prof. dr. Peter Essers (hoogleraar belastingrecht, Tilburg University).

23.

Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek.

24.

Prof. mr. H.J. Hofstra stond als Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en Minister van Financiën in het derde kabinet-Drees (1956-1958) aan de wieg van de verzorgingsstaat. Zie voor de citaten het interview in NRC 7 maart 1992, www.nrc.nl/nieuws/1992/03/07/prof-mr-hj-hofstra-over-de-idee-van-de-verzorgingsstaat-7135627-a1080320.​