verenigingsvrijheid

Home Up stichtingen-1988 Reglement 250 Reglement 251 Reglement 252 schenkingen-1999

smileyProf.gif (276 bytes)

ENKELE AANTEKENINGEN

De economische hervormingen sinds 1978 hebben het levenspeil van de Chinese bevolking verhoogd, maar ook een reeks maatschappelijke problemen meegebracht, die partij noch regering op hun eentje kunnen oplossen. Onderwijs en gezondheidszorg zijn niet meer gratis, bejaardenzorg geeft problemen door de één-kind-politiek en en er heerst werkloosheid op grote schaal. De landhervorming met het contractensysteem dat grote en middelgrote landbouwbedrijven deed ontstaan, zorgde voor overbodigheid van arbeidskrachten en dientengevolge een trek van tientallen miljoenen migranten naar de grote steden op zoek naar werk in de bouw, als straatventer, keukenmeid of bordeeldame. In de jaren negentig zorgde de sluiting of ‘herstructurering’ van onrendabele industriële complexen eveneens voor tientallen miljoenen werklozen met gebroken ‘ijzeren pot’, geen loon, geen pensioen, soms een minimini-toelage, en dus ook op trektocht. Partij en regering werken wel aan de bouw van een sociaal zekerheidsstelsel, maar de uitvoering is gedecentraliseerd. De inwoners van de grote steden profiteren daarvan. De lagere administratieve niveaus hebben grotere problemen, maar minder financiële armslag, want het gemiddeld inkomen is er lager en de belastinginkomsten dus ook.

De oplossing moest van het volk zelf komen. China kent vanouds eigen vormen van onderlinge hulp zoals onderlinge kredietverlening en clan-scholen, naast een reeks buitenlandse vormen van hulp als scholen, universiteiten, ziekenhuizen, verpleegsters- en lerarenopleidingen. Ook allerlei politieke organisaties, ambachtsgilden en religieuze organisaties, en niet te vergeten geheime genootschappen, waren actief in het maatschappelijk veld. In de Chinese tijd van de Kuomintang (1911-1949) werden door de regering veel wetenschappelijke, commerciële en professionele zowel als filantropische organisaties opgericht. De meeste Chinese private organisaties waren ‘kamers van koophandel’, de meeste buitenlandse organisaties waren religieuze en welzijnsorganisaties van protestantse en katholieke missies. Wetgeving kwam pas laat op gang. De zieltogende Qing verleende in 1908 bij keizerlijk bevel in het ‘programma voor een grondwet’ haar onderdanen (chenmin) vrijheid van meningsuiting, pers, uitgeverij, vergadering en vereniging binnen de grenzen van de wet(1). De ‘voorlopige, tijdelijke grondwet van de Republiek China’ van 1912(2) kende het volk (renmin) dezelfde rechten toe, maar zonder de beperking ‘binnen de grenzen van de wet’(3). Die beperking keert in 1914(4) terug in de ‘voorlopige grondwet van de Republiek China’(5), de ‘grondwet van de Republiek China’(6) van 1923(7), en de ‘voorlopige grondwet van de Republiek China voor de periode van politieke beperkingen’(8) van 1931(9), maar verdwijnt weer in de ‘grondwet van de Republiek China’(10) van 1946. Na de nederlaag tegen de communisten gaat de grondwet van 1946 met Chiang Kai-shek naar Taiwan, waar de vrijheden pas in 1978 werkelijkheid worden onder zijn zoon en opvolger Chiang Ching-kuo.

In China schafte de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk in 1949, juist voor de uitroeping van de Volksrepubliek China, alle wetgeving af die onder de Guomindang tot stand was gekomen, en stelde nieuwe wetgeving in het vooruitzicht(11). Artikel 87 van de Grondwet van 1954 verleent de burgers (gongmin) vrijheid van meningsuiting, pers, vergadering, vereniging, optocht en betoging, zonder beperking. Maar dat is schijn. De verenigingen(12) waren al in 1950 aan banden gelegd in de ‘voorlopige regeling voor de registratie van maatschappelijke verenigingen’(13), waarin alle zgn. contra-revolutionaire verenigingen van registratie werden uitgesloten. Bovendien werden grote groepen van zgn. reactionaire elementen, feodale landeigenaren en bureaucratische kapitalisten de politieke rechten ontnomen, zodat zij geen verenigingen konden oprichten of laten registreren.

De ‘regeling’ van 1950 is werkzaam gebleven tot de Grote Proletarische Culturele Revolutie, de tijd van totale wettenloosheid. Toen in 1978 Deng Xiaoping vaste grond onder de voeten kreeg, maar in juni 1989 een kleine aardbeving onderging, werd besloten ook de verenigingen weer aan banden te leggen door een ‘reglement voor de registratie en administratie van maatschappelijke verenigingen’(14).  Daarin wordt gesteld dat alle organisaties voor zij enige activiteit ondernemen registratie moeten aanvragen bij het Ministerie van Burgerlijke Zaken of de locale bureaus van burgerlijke zaken, en tijdens hun werking onder toezicht staan van de registratiebureaus en professioneel bevoegde instanties. Alle organisaties moeten de grondwet naleven, en zijn dus onderworpen aan de vier fundamentele beginselen: leiding door de CCP(15), aanhangen van het marxisme-leninisme-maoïsme, aanvaarding van de democratische dictatuur en het volgen van de socialistische weg(16). Maar het uitvaardigen van reglementen valt in China (zoals in België) niet per definitie samen met het naleven ervan. Het aantal ongeregistreerde verenigingen nam explosief toe, wat pas echt tot de authoriteiten doordrong na de manifestatie van de Falun Gong. In 1998 werden drie nieuwe registratiereglementen uitgevaardigd, resp. voor verenigingen (shehui tuanti), private instellingen (minban feiqiye danwei) en [parastatale] instellingen (shiye danwei). Alleen de parastatale instellingen worden door de overheid bekostigd, verenigingen en private instellingen zijn afhankelijk van donaties. Het bijeenbrengen van fondsen gebeurt door stichtingen, waarvoor in 1988 een reglement werd uitgevaardigd waarin de stichting als een soort vereniging wordt gedefinieerd. De schenking als zodanig is in 1999 bij wet geregeld.

De verenigingen en private instellingen worden veelal aangeduid als NGO, maar ook dat is maar schijn. De overheid heeft twee vingers in de pap: het registratiebureau en de professioneel bevoegde instantie. En de partij heeft middels de vier fundamentele beginselen van de Grondwet en haar partijcellen eveneens twee dikke vingers in de pap. Dat beperkt de mogelijkheden van verenigingen en private instellingen om naar eigen voorkeur activiteiten te ontplooien. Behalve de beperkingen opgelegd door de verplichte registratie en de gehoorzaamheid aan de grondwet, zijn er nog enkele belangrijke beperkingen voorzien. Zo moet een vereniging ten minste 50 individuele leden of 30 groepsleden hebben. Ook mogen verenigingen en private instellingen niet actief zijn buiten het administratieve gebied waar zij zijn geregistreerd, en geen andere dan de statutaire activiteiten ontplooien. Als in het betrokken gebied reeds een vereniging of private instelling bestaat met hetzelfde doel, wordt de registratie geweigerd. Afgezien daarvan, als verenigingen en private instellingen in de politieke pas lopen en projecten ontwikkelen voor zaken die partij en regering aan het hart liggen, zoals milieubeheer, armenzorg, ziekenzorg, gehandicaptenzorg, geboortenbeperking, onderwijs en werkgelegenheid, dan kunnen zij volop actief zijn ondanks formaliteiten, toezicht en controle.

En trouwens, China is groot en de keizer ver weg, dus – neem ik aan – zullen er ook massa’s ongeregistreerde verenigingen en private instellingen bestaan die in eigen kring op voornoemde gebieden actief zijn, of die besloten discussiegroepen vormen, babbelboxen organiseren op het internet, of ondergrondse religieuze organisaties opzetten.

barpotlood.gif (3040 bytes)

1) “Chenmin yu falü fanwei nei, suoyou yanlun zhuzuo chuban ji jihui jieshe deng shi, jun zhun ziyou.” in: Zhong-wai xianfa xuanbian, Beijing, Renmin chubanshe, 1982, 61-62; Engelse vertaling in: WILLIAM L.TUNG, The political institutions of modern China, The Hague, Martinus Nijhoff, 1964, blz.318-319
2) periode Sun Yat-sen
3) “Renmin you yanlun zhuzuo kanxing ji jihui jieshi zhi ziyou.” In: Zhong-wai, o.c., 65-70;
TUNG, o.c., 322-325
4) periode Yuan Shih-k’ai
5) Zhong-wai, o.c., 82-89;
TUNG, o.c., 326-331
6) Zhong-wai, o.c., 90-105;
TUNG, o.c., 332-343
7) periode Sun Yat-sen
8) “Zhonghua Minguo xunzheng shiji yuefa”, in: Zhong-wai, o.c., 106-113;
TUNG, o.c., 344-349
9)
periode Chiang Kai-shek
10)
in: Zuixin Zonghe Liu Fa, Quanshu, Taipei, Sanmin shuju yinxing, 1983,1-12; Engelse vertalingen in: A compilation of the laws of the Republic of China, vol.1, Taipei, 1971, blz.3-41, TUNG, o.c., 350-366
11) art.17 Gemeenschappelijk Programma van de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk (zie in Staatsrecht-grondwetten)
12) ik beperk me nu tot de vrijheid van vereniging, maar mutatis mutandis ondergingen de andere vrijheden hetzelfde lot
13) Shehui tuanti dengji zanxing banfa, aangenomen 29 september 1950, in werking getreden 19 october 1950
14) 5 october 1989 uitgevaardigd en in werking getreden
15) die in elke organisatie een partijcel heeft
16) Dit zijn de 'vier fundamentele beginselen' die door Deng Xiaoping op 30 maart 1979 uitvoerig aan de orde stelde op een forum inzake de beginselen voor het theoretische partijwerk, en in direct verband bracht met de 'vier moderniseringen', zie: 'Uphold the four cardinal principles', in: Selected works of Deng Xiaoping (1975-1982), blz.166-195. Tijdens de Zesde Voltallige Zitting van het Centrale Comité van het Elfde Nationale Partijcongres juni 1981 werden deze beginselen als officiële partijlijn aanvaard.
Zie: 'Sur quelques questions de l'histoire du P.C.C. (adoptée le 27 juin 1981 à la 6
e session plénière du Comité central issu du 11e congrès du P.C.C.)' in: Beijing Information 6 juillet 1981, blz.10-43. De beginselen zijn zeer belangrijk omdat ze alle gedragingen overheersen, ook de uitoefening van de burgerlijke rechten zoals vrijheid van vergadering en vereniging die de grondwet toekent, moet gebeuren met inachtneming van deze beginselen. [sinds de grondwetswijzing van 1999 is ook het aanhangen van de theorie van Deng verplicht]

vuist.gif (1285 bytes)vuist.gif (1285 bytes)vuist.gif (1285 bytes)

wpe4.jpg (846 bytes) Voor meer info, o.a. over verschillende typen verenigingen:
http://www.icnl.org/journal/vol3iss3/ar_guangyao.htm
http://www.humanrights-china.org/organs/menu.htm
http://www.humanrights-china.org/organs/menu_n.htm
http://www.humanrights-china.org/course/Surve2001108101024.htm
http://www.cydf.org/gb/english/index.htm
http://www.cdpf.org.cn/english/index.htm
http://chinasite.com/Organizations/Chinaorg.html
http://www.chinagate.com.cn/english/1667.htm
http://www.ngorc.net.cn
http://www.asiafoundation.org/
http://www.asianphilanthropy.org/countries/index.cfm

BD14768_.GIF (423 bytes)