U bent hier: verbintenissenrecht Onderzoek

Onderzoek

1. Onderzoekslijnen

Het onderzoek van het Instituut heeft betrekking op het algemeen verbintenissenrecht (met een bijzondere focus voor het contractenrecht en het algemene regime van de verbintenis) en het consumentenrecht. Het onderzoek situeert zich rond de volgende onderzoekslijnen:

-          de sanctionering van onrechtmatige bedingen (o.a. nietigverklaring);

-          de remedies bij niet-nakoming van de overeenkomst en de beëindiging van de overeenkomst ( schadebedingen, prijsvermindering, ontbinding, ontbindende voorwaarde, opzegging, …) en de bedingen die remedies organiseren;

-          de vertegenwoordigingsfiguur in de meest ruime zin;

-          het contractueel evenwicht en de contractuele technieken van consumentenbescherming;

-          meerpartijenovereenkomsten en samenhangende overeenkomsten;

-          de invloed van Europa op het verbintenissenrecht en de toekomstige hervorming en modernisering van het verbintenissenrecht, geïnspireerd door de Franse hervormingsplannen en de initiatieven tot eenmaking van het Europees privaatrecht;

-          de vertrouwensleer in alle fases van het contract;

-          de leer van het verbod op rechtsmisbruik en de goede trouw;

-          het adagium fraus omnia corrumpit;

-          de raakvlakken tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid (o.a. bij derdenwerking van contracten (bv. derdemedeplichtigheid) en samenloop).

 

2. Onderzoeksnetwerken

Study Group on a European Civil Code. De ‘Study Group on a European Civil Code’ is een netwerk van academici uit de Europese lidstaten die rechtsvergelijkend onderzoek doen betreffende Europees Privaatrecht. In 2004 werd de ‘Study Group’, samen met de Acquis-Group, erkend door de Europese Commissie om een Europees ‘Common frame of reference’ uit te schrijven. Sophie Stijns was van 1998 tot 2008 lid en zetelde in de Coordinating Group. Ilse Samoy werd in 2005 aangesteld als nationale verslaggever voor België binnen het ‘Services team’ voor het uitwerken van een ontwerpregeling inzake overeenkomsten die vertegenwoordiging en bemiddeling genereren.


Séminaire franco-belge en droit des obligations. Het Séminaire franco-belge en droit des obligations is een internationale en interuniversitaire (Centres de droit des obligations van de UCL en Paris I) onderzoeksgroep, die besloten seminaries organiseert met uitsluitend academische experten uit verschillende landen, met het oog op de internationale publicatie van een boek. Na een eerste samenwerking van Sophie Stijns in 1998-2000 aan het thema les sanctions de l’inexécution des obligations contractuelles, werkte het Instituut tussen 2007 en 2009 mee aan het laatste thema la prescription extinctive (o.l.v. Prof. Dr. P. Wéry, UCL en Prof. Dr. P. Jourdain, Paris I) en zal tevens actief deelnemen aan het volgende project over la réparation du dommage.


Onderzoeksgroep voor Verbintenissenrecht/Groupe de recherche en droit des obligations K.U.L. en U.C.L. De ‘Onderzoeksgroep voor Verbintenissenrecht K.U.L. en U.C.L.’ bestaat sinds 2004 en wordt geleid door de professoren Sophie Stijns en Patrick Wéry. Daarbinnen zijn – naast de leden van het eigen Instituut – de professoren Bernard Dubuisson, Annick De Boeck, Denis Philippe en Isabelle Durant en talrijke (post-)doctorandi actief. Deze onderzoeksgroep heeft tot doel ontmoetingen en samenwerkingen te organiseren tussen de beide gemeenschappen met experten inzake nationaal, Europees en rechtsvergelijkend verbintenissenrecht. Dit geschiedt concreet via besloten en open seminaries en nationale tweetalige colloquia, waarvan de rapporten gepubliceerd worden in een reeks. Er zijn reeds drie rapporten gepubliceerd (Antidiscriminatiewet en contracten, Bronnen van niet-contractuele verbintenissen, Raakvlakken tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid).


Onderzoeksschool Ius Commune. Het Instituut neemt sinds de oprichting van de Onderzoeksschool Ius Commune actief deel aan het Deelprogramma Algemeen Verbintenissen- en contractenrecht, waar de nadruk ligt op het onderzoek naar een Europees Privaat- en Contractenrecht, en is mede-organisator van de workshop contract law tijdens het jaarlijks Ius Commune-congres. Hieruit vloeit ook jaarlijks een bundel voort. Het Instituut sleepte reeds twee maal de Ius Commune-prijs in de wacht: in 2004 door Ilse Samoy en in 2010 door Annekatrien Lenaerts. Ilse Samoy verzorgde de key note-voordracht tijdens de afsluitende plenaire sessie van het Ius Commune-congres te Edinburgh (1-2 december 2005), waar zij naast Prof. Dr. Vogenauer van de Universiteit van Oxford mocht spreken over de resultaten van haar doctoraatsonderzoek. Sinds april 2008 is Ilse Samoy coördinator van het programma Algemeen verbintenissen- en contractenrecht.

 

3. Doctoraten

3.1 Lopende doctoraten


Annekatrien Lenaerts verricht als aspirant FWO-Vlaanderen doctoraal onderzoek over “Fraus omnia corrumpit: autonome rechtsfiguur of miskend correctiemechanisme?”. Dit project wil de draagwijdte en functie van het ruim toegepaste algemeen rechtsbeginsel Fraus omnia corrumpit bepalen, volgens hetwelk men zich nooit op zijn bedrog kan beroepen om de toepassing van een rechtsregel in zijn voordeel te rechtvaardigen. Het toepassingsgebied, de toepassingsvoorwaarden en de gevolgen hiervan zullen eenduidig worden vastgelegd, vermits zij voorwerp zijn van controverse.


Sanne Jansen bereidt een doctoraat voor over: "Prijsvermindering: een remedie tot bijsturing van contracten". Prijsvermindering wordt in het Belgische recht op het eerste gezicht niet beschouwd als een remedie bij gedeeltelijk (niet-)toerekenbare tekortkoming van contracten. Toch is prijsvermindering bekend in andere systemen als een remedie: bv. in artikel 50 van het Weens Koopverdrag, het Nederlandse recht, de Europese initiatieven tot harmonisatie van het Europese privaatrecht, ... Ook in het Belgische recht vindt men specifieke toepassingen van de prijsvermindering terug in het bijzondere overeenkomstenrecht bij zowel toerekenbare als bij niet-toerekenbare tekortkoming. Aan de hand van deze specifieke toepassingen zal er onderzocht worden of het mogelijk is een juridisch regime af te leiden of voor te stellen voor de 'prijsvermindering' in de Belgische context. In een concluderend gedeelte zal het geheel van de onderzoeksresultaten kritisch doorgelicht worden aan de hand van de vraag of de prijsvermindering als bijsturende remedie verenigbaar is met de in de materie van remedies relevante beginselen van het privaatrecht.

 

Tâm Dang-Vu bereidt een doctoraat voor dat tot doel heeft vorm te geven aan het concept ‘multilaterale wederkerigheid’. Daarbij wordt onderzocht of de principes en rechtsfiguren (bv. de ontbinding, de risicoleer, de enac en het verval) die destijds zijn ontwikkeld voor een situatie van pluraliteit van verbintenissen binnen één enkel contract met twee partijen (bilaterale wederkerigheid) bij analogie kunnen worden toegepast op een situatie van pluraliteit van verbintenissen binnen meerdere samenhangende contracten met meer dan twee partijen (multilaterale wederkerigheid). Er wordt nagegaan of dit begrip een rol kan spelen in het creëren van lotsverbondenheid tussen samenhangende contracten.

 

Sander Van Loock verricht een doctoraatsonderzoek naar de leidende bank in gesyndiceerde kredieten. Gesyndiceerde kredieten (syndicated loans) of consortiumkredieten zijn kredieten waarbij twee of meer banken samen een krediet verstrekken aan een kredietnemer op basis van één kredietovereenkomst. Om die meerpartijenovereenkomst te coördineren wordt een leidende bank (agent bank en/of security agent/trustee) aangeduid die onder meer het betalingsverkeer regelt en de zekerheden beheert. In tegenstelling tot het Engelse recht, kennen de nationale rechtssystemen op het Europese continent geen algemene toepassing van de trust figuur. Daarom heeft men zich in de praktijk gewend tot verbintenisrechtelijke constructies waarvan de geldigheid onzeker is en die geen afdoende bescherming voor de banken bieden ingeval van insolventie van die leidende bank. Het onderzoek zal na een kritische evaluatie van de huidige constructies op zoek gaan naar een meer efficiënte en rechtszekere manier om vorm te geven aan de figuur van de leidende bank. Daarnaast zal onderzocht worden in hoeverre die onderzoeksresultaten extrapoleerbaar zijn naar andere meerpartijenovereenkomsten waar een leidende partij optreedt (obligatie-emissies, securitisering, patent pools, medeverzekering, …).

 

3.2 Verdedigde doctoraten

Flavie Vermander verdedigde haar doctoraatsonderzoek inzake de figuur van de eenzijdige opzegging. De centrale probleemstelling van het proefschrift bestaat erin na te gaan wanneer en onder welke voorwaarden een partij een overeenkomst eenzijdig kan opzeggen en welke rol van de rechter bij de eenzijdige opzegging van een overeenkomst kan en dient te zijn. Het resultaat leidt ondermeer tot het uitwerken van een algemeen regime van de opzegging naar Belgisch recht.

Elke Swaenepoel (promotor: Sophie Stijns) verdedigde in november 2010 met brio haar doctoraal proefschrift “De rechterlijke toetsing van het evenwicht tussen de contractuele hoofdprestaties in het consumentenrecht, onderbouwd vanuit het verbintenissenrecht”. De kiem van dit onderzoek situeert zich in de vaststelling dat, omwille van de ontoetsbaarheid van kernbedingen, het evenwicht tussen de contractuele hoofdprestaties in de onrechtmatige bedingenleer van de wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (WMC; oude WHPC) niet kan worden gecontroleerd door de rechter. Het contrast tussen, enerzijds, deze (op het eerste gezicht resolute) afkeer voor de rechterlijke toetsing van het evenwicht tussen de contractuele hoofdprestaties in het consumentencontractenrecht en, anderzijds, de gemeenrechtelijke instrumenten die wel een dergelijke toetsing met zich meebrengen (benadeling en gekwalificeerde benadeling), vormde de centrale probleemstelling van het onderzoek.

 

Ilse Samoy (promotor: Sophie Stijns) verdedigde in mei 2005 haar proefschrift “Middellijke vertegenwoordiging”. Er is sprake van middellijke vertegenwoordiging, wanneer een vertegenwoordiger een rechtshandeling verricht met een derde voor rekening van de vertegenwoordigde, doch in eigen naam. Het doel van het onderzoeksproject bestond erin om vanuit een grondige studie van de rechtsfiguren die aan deze beschrijving beantwoorden te komen tot een eenheidsbenadering van de middellijke vertegenwoordigingsfiguur. Deze doelstelling werd nagestreefd vanuit een centrale onderzoeksvraag: in welke mate en onder welke voorwaarden kunnen de middellijk vertegenwoordigde en de derde elkaar rechtstreeks aanspreken tot nakoming van de verbintenissen die voortvloeien uit de rechtshandeling die de middellijke vertegenwoordiger met de derde heeft verricht, voor rekening van de vertegenwoordigde, doch in eigen naam?

 

4. Onderzoeksprojecten

4.1 Lopende onderzoeksprojecten

In het kader van de Séminaire franco-belge en droit des obligations :

            Herstel van schade (2010-2012)

 

In het kader van de Onderzoeksgroep voor Verbintenissenrecht K.U.L. en U.C.L.:

            Meerpartijenovereenkomsten (2010-2012)

 

In het kader van Onderzoeksschool Ius Commune/workshop contract law:

-          samenhangende overeenkomsten (2010-2011);

-          het optioneel instrument en de richtlijn consumentenrechten (2011-2012).

 

Facultair onderzoeksproject: de invloed van het Europese recht op het Belgische privaatrecht, geïnitieerd door Ilse Samoy, samen met de collega’s Evelyne Terryn en Vincent Sagaert (2010-2012).

 

Consortium agreements for research projects (2010-2011).

 

4.2 Afgesloten onderzoeksprojecten

In het kader van de Séminaire franco-belge en droit des obligations

De bevrijdende verjaring (2008-2010).

 

In het kader van de Onderzoeksgroep voor Verbintenissenrecht K.U.L. en U.C.L.:

-          De raakvlakken tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid (2010);

-          De bronnen van niet-contractuele verbintenissen (2008);

-          De antidiscriminatiewet en contracten (2006).

 

In het kader van Onderzoeksschool Ius Commune/workshop contract law:

-          De evolutie van de basisbeginselen van het contractenrecht (2009-2010);

-          Derden in het contractenrecht (2008-2009);

-          Inhoud en werking van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht (2004-2005).

 

Belgisch rapporteurschap voor de Académie Internationale de Droit comparé:

-          Cost and fee allocation in civil procedure (Ilse Samoy, samen met Vincent Sagaert, onder algemene rapporteur Prof. Dr. M. Reimann, 2010);

-          De vertrouwensleer (Sophie Stijns en Ilse Samoy, onder algemene rapporteur Prof. Dr. B. Fauvarque-Cosson, 2006).

 

5. Publicaties

 

 

 

 

 

 

In de kijker

* Themis verbintenissenrecht en aansprakelijkheidsrecht (link

Recente publicaties
  • I. SAMOY en D. LEROY, "De sanctionering van de laattijdige mededeling van een blanco bodemattest bij de verkoop van een onroerend goed: niet het Hof van Cassatie in zijn arrest van 24 juni 2010 maar de Vlaamse decreetgever moet "saneren"!", in D. D'HOOGHE, K. DEKETELAERE en A.M. DRAYE (eds.), Liber Amicorum Marc Boes, Brugge, die Keure, 2011, 163-176
  • I. SAMOY en T. DANG VU, "Belgium" in J. HERBOTS (ed.), International Encyclopaedia of Laws: Contracts, Kluwer Law International, Alphen aan den Rijn, 2011, 186p.
  • S. VAN LOOCK, "De feitelijke bekwaamheid en de handelingsbekwaamheid van een lasthebber", (noot onder Cass. 7 januari 2010), R.W. 2011-12, 1594-1597