U bent hier: onderwijs Studentenportaal Curriculum Facultatieve praktijkcolleges Vakfiches facultatieve praktijkcolleges PR10-PR18

Vakfiches facultatieve praktijkcolleges PR10-PR18

PR10 - Fiscale aspecten van fusies en overnames - H. Verstraete

Doelstellingen

De bedrijfswereld verandert steeds. Bedrijven smelten samen, stoten activiteiten af, sluiten joint-ventures, veranderen van eigenaar. Herstructureringen zullen in dit college van naderbij worden bekeken. Op de eerste plaats vanuit een economisch perspectief. Vervolgens vanuit een juridisch perspectief, met de nadruk op het fiscaal recht.

Aan de hand van “levensechte” voorbeelden zal worden nagegaan wat de fiscale behandeling is van diverse herstructureringen. De nadruk wordt gelegd op het zoeken naar de meest fiscaal efficiënte wijze van herstructurering.

Inhoud

  • binnenlandse en grensoverschrijdende inbrengen en overdrachten van activa en bedrijfstakken
  • binnenlandse en grensoverschrijdende fusies, splitsingen, en partiële splitsingen
  • de anti-misbruikbepalingen en de rechtspraak van het Hof van Cassatie en het Hof van Justitie
  • de emigratie en immigratie van (beursgenoteerde) vennootschappen
  • het optimaal gebruik van verliezen
  • de invloed van reorganisaties op fiscaal efficiënte verloningstechnieken zoals stockopties, warranten etc.
  • het beleid van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken

Methode

Na een korte inleiding, worden de topics behandeld aan de hand van praktische cases. De cases, alsook begeleidende informatie, worden in principe op voorhand aan de studenten bezorgd.

Data

  • Donderdag 17 november 2011 van 18h-20h15
  • Donderdag 24 november 2011 van 18h-20h15
  • Donderdag 08 december 2011 van 18h-20h15
  • Donderdag 15 december 2011 van 18h-20h15
  • Donderdag 22 december 2011 van 18h-20h00
  • Donderdag 16 februari 2012 van 18h-20h00
  • Donderdag 01 maart 2012 van 18h-20h00

Bijkomende informatie en vragen

Henk Verstraete
Advocaat-Vennoot Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick

Top

PR11 - Optimaliseren van loon - K. Magerman

Doelstellingen

Juristen komen dikwijls in aanraking met de notie van loonoptimalisatie, hetzij als advocaat, consultent, bedrijfsjurist of leidinggevende. Maar als werknemer heeft iedereen er mee te maken, want alle bedrijven passen loonoptimalisaties toe, in meerdere of mindere mate.

Het doel van het college is een inzicht te geven in de uitgangspunten en technieken van de loonoptimalisatie en het onderscheid met sociale fraude duidelijk te maken. Loonoptimalisatie is vnl. een aspect van de sociale zekerheid en meer specifiek van de berekening en inning van de sociale zekerheidsbijdragen. De fiscus volgt op dat vlak in overwegende mate de ontwikkelingen van de sociale zekerheid.

Inhoud en werkwijze

Er zit een heel grote spanning tussen het nettoloon van de werknemer en wat dat loon aan de werkgever uiteindelijk kost (de zgn. loonkost). Vanaf een brutoloon van 2000€ per maand bedraagt die spanning tussen het netto voor de werknemer en de loonkost voor de werkgever al bijna 100% … Dit is het gevolg van de combineerde toepassing van de fiscale reglementering en de socialezekerheidsreglementering. In het praktijkcollege concentreren we ons op de impact van de sociale zekerheidsreglementering op het loon en de loonkost. De sociaalrechtelijke kwalificatie van het loonbegrip is hierbij een sleutelbegrip. Indien een werkgever aan een werknemer betalingen zou kunnen doen, die buiten het sociaalrechtelijk loonbegrip vallen, dan zouden die de loonkost voor de werkgever sterk reduceren. Juridisch is dat een grote kunst. Het woord ‘optimaliseren’ is dan ook een beetje een eufemisme.

Sinds het ontstaan van de sociale zekerheid zijn werknemers en werkgevers op zoek naar steeds nieuwe technieken om minder of geen loonlasten te moeten dragen. Dat is zeker geen illegale activiteit, want veel optimalisaties worden door de overheid zelf, of de sociale partners, op een wettelijke wijze georganiseerd. In eerste instantie komt dus dat loonbegrip aan bod. Waarna we het accent leggen op de wettelijke uitzonderingen en dus de wettelijke optimalisaties. Die wettelijke uitzonderingen hebben veelal betrekking op voordelen in natura of op zeer specifieke loonvormen.

Naast deze legale uitzonderingen zijn er de illegale praktijken waar we aandacht aan besteden. Deze illegale hebben te maken met ‘schijn’. Het wekken van de schijn dat een bepaalde betaling het karakter heeft van een wettelijke uitzondering, terwijl dat in de realiteit niet zo is. Een belangrijke plaats wordt hier ingenomen door het fenomeen van de ‘schijnzelfstandige’. Waarbij een werknemer de schijn aanneemt van een zelfstandige om alle betalingen (facturatie) buiten het loonbegrip te plaatsen.

Deze materie is voortdurend in beweging en de belangrijkste actoren zijn de RSZ en de rechtspraak. In dit college geef ik daar dan ook ruim aandacht aan.

Data en plaats

Op de maandagen van 6, 13, 20, 27 februari en 5, 12, 19 maart 2012  – van 16 u tot 18 u.

Bijkomende info en vragen

Koen Magerman
Senior juridisch expert Juridisch Kenniscentrum, SD Worx
Raadsheer in sociale zaken, Arbeidshof te Antwerpen

Top

PR12 - Internationale fiscale planning en optimalisatie - O. Van Ermengem

Wat kan/ ken je na het volgen van de praktijkseminarie

Uitgangspunt van het praktijkcollege is de situatie van een multinationale onderneming.  De doelstelling van iedere ondernemer is een zo hoog mogelijk rendement op aandelen (“return on equity”) te realiseren. Een belangrijke factor daartoe in een winstgevende onderneming is de effectieve belastingdruk die zo laag mogelijk moet worden gehouden.

Wij bespreken de technieken die bestaan om op volkomen legale wijze de effectieve belastingdruk te verlagen.  Bij dergelijke analyse moeten ook de verdedigingstechnieken van de fiscale overheden worden geanalyseerd.

Tevens zal één sessie besteed worden aan de technieken voor fiscale optimalisatie van vergoeding voor de kaderleden.

Inhoud

Aan bod zullen komen :

  • Het begrip "effctif tax rate" in een internationale context
  • het gebruik van verschillende entiteiten bij fiscale planning: vennootschappen, bijkantoren, partnerships, trusts, stichtingen en fondsen
  • de fiscale factoren voor de keuze van een holding-, financiering- en IP venootschap
  • fiscale optimalisatie van geldstromen: dividenden, interesten en royalties
  • fiscale planning bij grensoverschrijdende acquisities
  • fiscale optimalisatie van productie en distributie binnen een multinationale onderneming; transfer pricing
  • optimalisatie in de personenbelasting via aandelenopties en gespreide belastingsheffing

Werkwijze

Ieder thema zal voorafgegaan worden door een uiteenzetting van de principes gevolgd door praktische cases die de studenten zullen moeten voorbereiden en die dan gezamenlijk worden besproken.

Data en plaats

Dinsdag 15 november 2010 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 29 november 2010 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 13 december 2010 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 14 februari 2011 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 28 februari 2011 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 13 maart 2011 van 18u30 tot 20u30
Dinsdag 27 maart 2011 van 18u30 tot 20u30

Bijkomende info en vragen

Olivier van Ermengem
Advocaat-vennoot Linklaters te Brussel

Top

PR13 - Markpraktijken en consumentenbescherming - H. De Bauw

Wat kan/ ken je na het volgen van de praktijkseminarie

Vorig jaar trad de wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming in werking.  Deze wet is één van de belangrijkste wetten die de relaties tussen ondernemingen en consumenten, en tussen ondernemingen onderling, regelt.  Zij beoogt de rechtmatige economische belangen van alle marktdeelnemers en de eerlijkheid in het handelsverkeer te verzekeren.

Het praktijkcollege laat de student kennis maken met diverse praktijken waarmee consumenten en ondernemingen in het dagelijkse leven worden geconfronteerd, deze te analyseren en te beoordelen in het licht van de geldende regels.

Inhoud

Een selectie uit de praktijken die door de wet marktpraktijken worden gereglementeerd, zoals misleidende en afbrekende reclame, vergelijkende reclame, informatie van de consument, bepaalde verkoopmethodes (internetverkoop, verkoop ten huize van de consument,…), verkooppromoties (koppelverkoop, solden, aankondigingen van prijsvermindering, uitverkoop, …), de sperperiode, onrechtmatige bedingen in consumentenovereenkomsten en het verbod van oneerlijke concurrentie.  Aandacht zal ook worden besteed aan de sanctionering van overtredingen.

Werkwijze

De studenten krijgen eerst een overzicht van de gereglementeerde praktijken en worden vervolgens geconfronteerd met feiten die in de praktijk aanleiding hebben gegeven tot geschillen.  Deze worden samen besproken, beoordeeld en getoetst aan de gerechtelijke uitspraak waartoe zij aanleiding hebben gegeven.  Een bezoek aan een zitting van een rechtbank of hof van beroep waarop dergelijke geschillen worden gepleit, behoort tot de mogelijkheden.

Data en plaats

Maandag 14-11-2011 16u-19u
Maandag 21-11-2011 16u-19u
Maandag 28-11-2011 16u-19u
Maandag 05-12-2011 16u-19u
Maandag 12-12-2011 16u-18u

Bijkomende info en vragen

Herman de Bauw, advocaat aan de balie te Brussel, vennoot Eubelius.
herman.debauw@eubelius.com
www.eubelius.com

Top

PR14 - Strafbeleid - T. Van Parys

Doelstellingen

In de politieke besluitvorming is er de laatste jaren heel wat aandacht gegaan naar justitie in het algemeen en het strafbeleid in het bijzonder als reactie op vele dysfuncties en naar aanleiding van schokkende gebeurtenissen waarvan helaas mensen slachtoffer waren. Onder meer parlementaire onderzoekscommissies over de Bende van Nijvel en het dossier Dutroux hebben de werking van politie en justitie grondig doorgelicht. Hun aanbevelingen lagen aan de basis van het Pinksterplan van 1990 en van het Octopusakkoord van 1998. Fundamentele hervormingen werden gerealiseerd. Aanbevelingen bleven in de fase van de aankondiging steken.

Inmiddels liggen nieuwe hervormingsplannen van het gerechtelijk landschap voor die politiek geblokkeerd blijven (de werkzaamheden van de zogenaamde Octopus-werkgroep). De Minister van Justitie dient in het Parlement voorstellen in via “brieven” over het nieuwe tuchtrecht voor magistraten, het moderniseren van informatica, de aanpak van de gerechtskosten en de opvang van geïnterneerden. Tijdens de mercuriales uitgesproken bij het begin van het gerechtelijk jaar uitten vooraanstaande magistraten openlijk kritiek op de politieke besluitvorming. In het Fortis-dossier werd de onafhankelijkheid van magistraten in vraag gesteld. In de meia heeft men het over de straffeloosheid, (jonge) criminelen die vrijuit gaan, de gerechtelijke achterstand die opnieuw toeneemt… De kwaliteit van de wetgeving wordt op de korrel genomen (assisenprocedures, Salduz-wet, minnelijke schikking bij fraude).

Justitie was en is in crisis.

Over dit alles gaan we in debat. We laten je kijken achter de schermen van de uitvoerende macht, de wetgevende macht en de rechterlijke macht.

Inhoud en werkwijze

We analyseren de hervormingsvoorstellen van justitie en onderzoeken waarom die nog steeds niet werden gerealiseerd. Is de kritiek van de magistratuur op de politici terecht en hoe komen we tot een efficiënte en mensvriendelijke justitie.

  • Wat is de rol van de verschillende actoren? Speelt de Hoge Raad voor de Justitie haar rol? Wat met de talloze adviesorganen?
  • We nemen de strafuitvoering onder de loep. Is er straffeloosheid? Wat zijn de oplossingen? Hoe is de situatie in onze gevangenissen? Wat met de zinvolle invulling van de straf? Hoe zit het nu met de rechtspositie van de gedetineerden? Quid met de geïnterneerden?
  • We duiden hoe het strafbeleid en de wetgeving in de concrete praktijk tot stand komt. Wie bepaalt het beleid: de Minister van Justitie, het Parlement, het College van Procureurs-Generaal, de Europese instellingen?
  • Waar faalt onze wetgeving en waarom? Aan de hand van recente wetgeving analyseren we hoe en waarom slechte wetten tot stand zijn kunnen komen.
  • We onderzoeken de rol van de parlementaire onderzoekscommissie. Wat zijn de kansen en de valkuilen? Hoe werken ze in de concrete praktijk?
  • We nodigen één van de actoren van justitie uit en gaan ermee in debat en we organiseren een plaatsbezoek ter confrontatie met de realiteit van de werking van justitie.

U maakt kennis met de praktijk en de realiteit van de besluitvorming rond het strafbeleid op basis van concrete dossiers en documenten. We maken veel ruimte voor discussie.

Werkwijze

De studenten krijgen eerst een overzicht van de gereglementeerde praktijken en worden vervolgens geconfronteerd met feiten die in de praktijk aanleiding hebben gegeven tot geschillen.  Deze worden samen besproken, beoordeeld en getoetst aan de gerechtelijke uitspraak waartoe zij aanleiding hebben gegeven.  Een bezoek aan een zitting van een rechtbank of hof van beroep waarop dergelijke geschillen worden gepleit, behoort tot de mogelijkheden.

Data en plaats

Dinsdag 15 november van 14.00 u tot 17.00 u
Dinsdag 20 december van 14.00 u tot 17.00 u
Dinsdag 14 februari van 14.00 u tot 17.00 u
Dinsdag 6 maart van 14.00 u tot 17.00 u
Dinsdag 3 april van 14.00 u tot 17.00 u

Bijkomende info en vragen

Tony Van Parys

  • Advocaat aan de balie van Gent
  • Lid van de commissie van toezicht van de gevangenis van Gent
  • Minister van Justitie van mei 1998 tot juli 1999
  • Parlementslid en lid van de commissie voor de justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, respectievelijk de senaat, van november 1985 tot juni 2010
  • Lid van de parlementaire onderzoekscommissie “Bende van Nijvel” van 1988 tot 1990 en “Dutroux” van juni 1996 tot april 1998

Top

PR15 - Internacties tussen partijen in het strafproces - P. Lenaerts

Doelstellingen

Het praktijkcollege wil de studenten inzicht verschaffen in de dagdagelijkse concrete werking van de diverse actoren in de strafrechtsketen van opsporing tot strafuitvoering zowel wat betreft opdrachten en bevoegdheden als wat betreft beleid en organisatie.

Inhoud

  1. Eerste kennismaking met de werking van een parket alsook met de opbouw van een dossier aan de hand van een concreet strafdossier.
  2. Bespreking van de belangrijkste stappen in een informatieonderzoek en een gerechtelijk onderzoek.
  3. Enkele specifieke onderzoeksdaden: de voorlopige hechtenis, de huiszoeking, de afstapping, de BOM-wetgeving, het telefoononderzoek.
  4. Het beleid van het openbaar ministerie en de invloed van externe factoren (politiek, media) op dat beleid.
  5. De praktijk van de terechtzitting: voorbereiding, zitting, beraadslaging, vonnis, straftoemeting.
  6. Het Justitiehuis: dader- en slachtofferzorg in het strafproces en de strafuitvoering.

Werkwijze

De verschillende collegeonderwerpen zullen zo veel mogelijk worden besproken aan de hand van concrete dossiers en actuele items uit de media. De hierboven opgegeven inhoud komt dan ook doorheen deze dossiers gevarieerd (en niet achtereenvolgens) aan bod. Aan de studenten kan vooraf via e-mail gevraagd worden om bepaalde documenten of wetteksten door te nemen ter voorbereiding van het college. Op interactieve wijze wordt met de studenten gezocht naar de passende richting, die aan een dossier dient gegeven, en wordt tevens kritisch gereflecteerd over de strafprocesgang in België.

Data en plaats

  • Dinsdag 15 november 2011 van 14.00 tot 17.00 uur
  • Dinsdag 29 november 2011 van 14.00 tot 17.00 uur
  • Dinsdag 13 december 2011 van 14.00 tot 17.00 uur
  • Dinsdag 14 februari 2012 van 14.00 tot 17.00 uur
  • Dinsdag 28 februari 2012 van 14.00 tot 17.00 uur

Bijkomende info en vragen

Paul Lenaerts
Eerste substituut-procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen

Top

PR16 - Psychosociale hulpverlening in Justitiële contexten - K. Decraemer

Wat kan/ ken je na het volgen van de praktijkseminarie

Er zijn veel werkcontexten om aan de slag te gaan met mensen in de daderpositie en/of slachtofferpositie: justitiehuizen, gevangenissen, forensische diensten, Justitiële welzijnsdiensten, (gesloten) jeugdinstellingen, centra voor slachtofferhulp, vluchthuizen, bemiddelingsdiensten,… De wijze van tussenkomen kan erg divers zijn: dossieropvolging, trajectbegeleiding, vormingswerk, bemiddeling, psycho - sociale begeleiding, therapie. We kunnen met jongeren en/of volwassenen aan de slag gaan. De gemeenschappelijke bekommernis bestaat er in een bijdrage te leveren aan het proces van verwerken, van verantwoordelijkheid opnemen, van herstel en van preventie van nieuwe feiten.

In dit praktijkcollege maken de studenten grondig kennis met de aparte uitdagingen in het werken met daders en slachtoffers: de confrontatie met pijnlijke verhalen, met heftige gevoelens en leed bij slachtoffers, de confrontatie met een minimaliserende of ontkennende houding bij daders, de onzekerheid over “de waarheid”. Gezien het justitiële kader van werken komt er ook druk op een bemiddelaar , hulpverlener of trajectbegeleider om “de waarheid” te vinden, te (ver)oordelen, in de bres te springen, te beveiligen, te controleren, te veranderen. Het kleurt op unieke wijze het hulpverleningsproces. We maken kennis met verschillende methodieken en basishoudingen die hierbij een houvast bieden. We schetsen ook de verschillende mogelijkheden en begrenzingen van elke werkcontext.

Doorheen de bijeenkomsten kunnen studenten onderzoeken waar hun eigen voorkeuren en affiniteiten liggen: eerder bij het werken met slachtoffers of met daders? Eerder bij korte afgebakende opvolgingstrajecten of bij bemiddeling, vormingswerk, hulpverlening?

Inhoud

We zoemen in op de verbinding tussen dadergedrag en slachtoffereffecten . We reiken een kader aan om de kloof te begrijpen tussen het perspectief van de dader, het slachtoffer en velen daaromheen. We belichten de vele cultuurspecifieke, maatschappelijke en concrete netwerkinvloeden op het individuele proces van verwerken en verantwoordelijkheid opnemen. Waarom blijven slachtoffers soms hangen in hun leed en benadeling? Waarom blijven daders soms ontkennen en minimaliseren?

Wat betekent het om in contact te komen met justitie, zowel langs de daderkant als de slachtofferkant? Welke onbekende wereld komt er vaak op mensen af? Hoe kan je dat hanteerbaarder maken?

We belichten diverse werkvormen: wat bestaat er? Hoe wordt er gewerkt? Wat verwachten cliënten van juristen, criminologen, hulpverleners? Waar lopen ze tegen aan?

We oefenen enkele vaardigheden in om aan te sluiten op beladen verhalen, om meerzijdig partijdig te kunnen blijven, om een breedhoeklens open te houden op het individu en de vele invloeden eromheen, om rechtstreeks hetzij onrechtstreeks te werken aan herstel en toekomst.

Werkwijze

Theoretische kapstokken worden afgewisseld met reflecties, praktijkillustraties en beeldmateriaal. Via kleine methodiekoefeningen kunnen studenten proeven van het verschil in werkvormen. Een actieve inbreng en eigen vragen maken het geheel des te boeiender.

Data en plaats

Donderdag van 17uur-20uur: 10 november, 17 november, 24 november, 1 december, 15 december 2011

Bijkomende info en vragen

  • Kris.decraemer@iaac.eu
  • Kris Decraemer is staflid, trainer, therapeut, bemiddelaar aan de Interactie -Academie te Antwerpen : www.interactie-academie.be
  • Geeft volgende opleidingen: “ Opleiding Daderhulp”, “ Opleiding complexe verwerkingsprocessen en traumahulp”, “Opleiding bemiddelaar en familiale bemiddeling”. Als therapeute werkzaam met mensen langs de daderkant en slachtofferkant. Werkzaam als bemiddelaar.
  • Voorheen ervaring jongerenhulpverlening (Jongeren advies Centrum (JAC – Leuven) en Doorstromingshuis adolescente meisjes ( De Dam), Crisisopvang met o.a. ex-gedetineerden ( K O C Oikonde), Justitiële hulpverlening ( J.W.L.) en praktijkonderzoeker Criminologie (K.U.Leuven).

Top

PR18 - Basisprincipes van management in justitie - I. Carmen

Doelstellingen

Dit praktijkcollege wil de student de kans geven zich goed te leren organiseren in zijn toekomstige beroepsfunctie, en hem alzo beslagen in het beroepsterrein van Justitie te brengen.

Magistraat en advocaat, politiechef en openbaar bestuurder willen inhoudelijk degelijk werk verrichten, met andere woorden: ze willen “kwaliteit” afleveren. Om daarin te slagen, moet men zich organiseren en zich inschrijven in een integraal kwaliteitsmanagement, waarbij ketengericht en met overleg wordt gewerkt. De actoren van Justitie hebben – alleen – zulks te veel nagelaten en botsen nu van de wederomstuit op de grenzen en de noodzakelijke hervorming van hun werkwijze

Inhoud

  • Visie en Missie. De kunst van een beleid te voeren en de kunde van een organisatie te beheren. Waar ligt het verschil en waarin sluiten ze bij mekaar aan? Het opstellen van een “mission statement”.
  • Redactie van een beleidsplan. Praktische oefening in het uitzetten van een strategie, het uittekenen van tactieken en het doorvoeren van actiepunten.
  • Beginselen van Integrale Kwaliteitszorg (IKZ) en praktische invulling van een IKZ-model op een organisatie zoals een parket. Belang van een cultuur van permanente verbetering.
  • Het is verkieselijk organisatiegericht en niet langer zaakgericht te werken. Wat betekent dat? Welke voordelen haalt men hieruit?
  • Wordt hetgeen gepland was, ook werkelijk uitgevoerd? Methodes van opvolging en borging.
  • Praktische toepassingen van ketengerichte samenwerking tussen parket / zetel / balie / politie / openbaar bestuur (burgemeester, gouverneur…).
  • Communicatie is een belangrijk instrument voor de performante werking van uw organisatie (parket of advocatenassociatie of politiekorps…). Ze wordt echter te weinig (goed) gebruikt, vaak misbruikt. Communicatie is vaak de kunst om terug te koppelen naar wie nog achterop loopt, nog niet volgt, niet begrijpt… Hoe een website aanleggen en doelmatig gebruiken?
  • Werkt onze Justitie performant? Praktische oefeningen. Waarom is de gerechtelijke hervorming dringend geworden?

Werkwijze

De praktijklector beoogt telkens om, vanuit een juridisch-maatschappelijke visie, de studenten te stimuleren om zich op dit alles zo efficient en praktisch mogelijk te organiseren, met het oog op het behalen van een maximaal resultaat.

Daartoe zullen studenten en praktijklector samen naar oplossingen zoeken, op een interactieve wijze.

Worden gepland: lerende en participerende werkbezoeken aan het parket te Leuven, aan een internationaal advocatenkantoor te Brussel en aan een grote politiezone.

Data en plaats

De volgende dinsdagen, telkens van 14 tot 16 uur: 8, 15, 22 en 29 november en 6, 13 en 20 december 2011.

Bijkomende info en vragen

Ivo Carmen

  • Procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven

Top

PR18 - Jeugdzorg in de praktijk - H. Geudens

Doelstellingen

De Vlaamse overheid heeft heel wat voorzieningen in het leven geroepen om te trachten te voorkomen dat kinderen en jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg terecht komen. Zo zijn er de opvoedingswinkels en de Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG’s), de Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK’s), pleegzorg en adoptie. Ondanks dit gediversifieerd aanbod komen toch nog vele kinderen en jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg (BJB) terecht. Het betreft zowel jongeren die delicten plegen als kinderen/adolescenten in een zgn. ‘problematische opvoedingssituatie’. Maar ook de jeugdpsychiatrie en het Algemeen Welzijnswerk trachten een aanbod op maat uit te werken.

In het praktijkcollege laten we de studenten proeven van deze grote diversiteit aan hulpvormen. Daarnaast zullen we trachten samen antwoorden te zoeken op vragen als: Waarom plegen bepaalde jongeren (zware) feiten? Waarom kunnen bepaalde ouders onvoldoende zorgen voor hun kroost en moet de overheid het (tijdelijk) overnemen? Hoe kunnen we hierop dan best reageren zodat deze gezinnen na verloop van tijd opnieuw zelf op weg kunnen? Ondermeer het contextuele gedachtegoed van Nagy reikt ons antwoorden aan.

Maar ook justitie speelt een belangrijke rol. Hoe reageert zij op jongeren die over de schreef gaan? Waarom is bijvoorbeeld dader-slachtofferbemiddeling vaak zo helend en mag een plaatsing niet te snel overwogen worden? Ook de residentiële (gesloten) instellingen en de jeugdgevangenis worden onder onze (kritische) loep gelegd.

Inhoud

  • Kennismaking met diverse werkvormen binnen het preventieve voortraject, de BJB en de jeugdpsychiatrie.
  • Kennismaking met enkele theoretische kaders die trachten antwoorden te bieden op de vraag hoe het komt dat jongeren/gezinnen in de ‘problemen’ geraken.
  • Kennismaking met enkele methodieken waarmee binnen de jeugdzorg wordt gewerkt.

Werkwijze

De colleges worden maximaal praktisch ingevuld. Er zal gewerkt worden met beeldmateriaal en gastsprekers en mogelijks ook met huiswerk. Hebben de studenten zelf bepaalde vragen of interesses, dan mag dit zeker worden ingebracht en zal bekeken worden of dit kan worden toegevoegd.

We trachten de reeks af te ronden met een bezoek, bijvoorbeeld aan de jeugdgevangenis De Grubbe (Everberg).

Data en plaats

5 lesbeurten, telkens op dinsdag van 16 tot 19u: 15, 22, 29 november en 6, 13 december

Bijkomende info en vragen

Hilde Geudens

  • Teamverantwoordelijke dagcentrum Het Vlot – Jette / Beleidsmedewerker vzw Tonuso
  • Therapeute contextuele hulpverlening
  • Werkervaring in het Algemeen Welzijnswerk, Jeugdpsychiatrie en Bijzondere Jeugdzorg