U bent hier: LINC In memoriam em. prof. dr. Lode Van Outrive (1932-2009)

In memoriam em. prof. dr. Lode Van Outrive (1932-2009)

 

IN MEMORIAM Em. prof. dr. Lode Van Outrive (1932-2009)


Bron: www.deredactie.be - 22 augustus 2009
Lode Van Outrive was doctor in de politieke en sociale wetenschapppen en doctor in de rechten. Aan de K.U.Leuven maakte hij naam aan de afdeling criminologie, voornamelijk op de domeinen strafrecht en strafvordering. Hij was ook een tijdlang voorzitter van de Liga voor Mensenrechten. Van Outrive nam gedurende zes jaar deel aan een onderzoek in de Centrale Gevangenis te Leuven en deed onderzoek naar het functioneren van het politiewezen in België.

Van Outrive zetelde van 1989 tot 1994 voor de toenmalige SP in het Europees Parlement. Daar hij regelmatig in botsing kwam met de toenmalige top van de SP, die volgens hem te veel naar het centrum was verschoven, trok hij zich voor lange tijd terug uit de actieve politiek.

Lode Van Outrive overleed op 22 augustus 2009 te Herent, thuis, aan een slepende ziekte en werd begraven op 28 augustus 2009.

 

Afscheidsrede Lode Van Outrive (door em. prof. dr. Luc Huyse)

 

Lieve Ria en familie, beste vrienden van Lode,

Bijna dag op dag veertig jaar geleden verdedigde Lode zijn doctoraal proefschrift. Hij had toen al, samen met Ward Leemans, de sociologie van arbeid en tewerkstelling in België op de kaart gezet. Drie jaar later migreerde hij, op vraag van professor Zegher Van Hee, naar de juridische faculteit. Het was een gelukkige beslissing –en hier spreek ik uitdrukkelijk in naam van de faculteit rechten – het was een gelukkige beslissing voor het land van aankomst, de rechtenfaculteit, en voor Lode zelf. Hij bloeide helemaal open. Lode speelde een cruciale rol in de modernisering van het onderwijs en de research in de criminologie. Hij leidde vele assistenten op, waarvan sommige in binnen en buitenland academisch aanzien verwierven. Zelf richtte hij zijn onderzoek eerst op het gevangeniswezen. Wat hij toen publiceerde heeft vandaag nog niets van zijn relevantie verloren. Hij liet toen ook al duidelijk zien hoe wetenschappelijke studie er volgens hem moet uitzien. Hij deed aan action research avant-la-lettre. En onderzoek was voor hem veldonderzoek. Hij stapte, in de termen van het parket, zo veel mogelijk ter plaatse af. Dat leidde wel eens tot hilarische misverstanden. Hoe vaak gebeurde het niet dat iemand Lode thuis opbelde en van een van zijn kinderen te horen kreeg dat de vader, spijtig genoeg, in de gevangenis zat. Dan kwam de studie van de politiediensten, opnieuw een maatschappelijk en politiek geladen thematiek. Dat onderzoek betekende voor hem de definitieve doorbraak in het buitenland: gastcolleges, redactielid van eminente vaktijdschriften, internationale researchprojecten. Zijn politiestudies openden ook de deur naar de grote politiek.

Maar laat me nog even teruggaan naar zijn doctoraal proefschrift. De titel: sociologie en vakbond, onderzoek naar de vakbondsparticipatie. Vakbond, gevangeniswezen, politiediensten. Grote organisaties, maar altijd bekeken vanuit het standpunt van de man en de vrouw op de werkvloer. Het is een perspectief dat Lodes academisch werk altijd heeft gevoed.

De politiek dan. De berichten in de pers van de voorbije dagen hebben een vertekend beeld gegeven van Lode als homo politicus. Het licht viel op de gebeurtenissen van de laatste vijftien, twintig jaar. Maar zijn politieke betekenis reikt veel verder in de tijd. In 1971 schreef hij samen met Jean-Luc Dehaene en een collega ‘Machtsgroepen in de samenleving’. De publicatie, 20.000 verkochte exemplaren, confronteerde het ingedutte Vlaanderen met een realistische, relativerende kijk op de politiek. Met de drie auteurs en het boek is heel Vlaanderen rondgereisd, van Assenede tot Zichem. In het zelfde 1971 was Lode mede-oprichter van De Nieuwe Maand, tijdschrift voor politieke vernieuwing. Hij zou meer dan twintig jaar lang lid van de redactie blijven. In de jaren dat Lode nog politiek dakloos was, vormde hij in de redactie het bindteken tussen de jonge leeuwen van de christen-democratie en de jonge turken van de socialistische beweging. Het was zijn onmiskenbare bijdrage aan de vernieuwing van de politiek in Vlaanderen.   

Universiteit en politiek. Twee werelden die een enkele keer verstrengeld geraakten. Zoals in oktober 1982. Tijdens de opening van het nieuwe academiejaar deelde het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond pamfletten uit waarin het ontslag van Lode werd gevraagd. Hij had, samen met een collega, meegebouwd aan een brede socialistische lijst in Leuven. Enkele leden van de academische raad en van de inrichtende macht gingen achter het KVHV staan. Maar rector De Somer zei dat er geen sprake kon zijn van ontslag. Dat incident en zijn gelukkige afloop zetten de poort open naar een waarachtig pluralisme aan deze universiteit.
Universiteit en politiek. In beide werelden toonde Lode wat hem het meest tekende: zijn gedrevenheid. Gedrevenheid, het is een woord dat gemakkelijk in de mond ligt. Maar bij Lode was het een hardnekkige realiteit. Het zat al in zijn doctoraal proefschrift: geen enkele relevante theorie bleef onaangeroerd en de conclusies waren –ongewoon voor een proefschrift—ondersteund door ettelijke uitroepingstekens. Gedrevenheid, ook in de politiek. Voor hem, bij elke stap, geen afweging van persoonlijke kosten en baten. Als een beslissing maar in de lijn lag van wat hij zelf voorstond in zijn gevecht tegen sociale ongelijkheid. Het heeft hem trouwe vrienden, maar ook heel veel onbegrip opgeleverd. Maar, schreef Umberto Eco enkele dagen geleden in een Vlaamse krant, ik citeer, het is soms hard nodig om nee te zeggen tegen de goegemeente, ook al weet je dat het weinig opbrengt. Ooit zullen de mensen immers weten dat je toen het nodig was nee hebt gezegd.
Laten we ons Lode zo herinneren.

Luc Huyse

 

Afscheidsrede Lode Van Outrive (door Paul Pataer, voorzitter van de Liga voor de Mensenrechten)

 

Dag Ria, beste famlieleden en vrienden van Lode,

De rode professor. Zo werd Lode deze week omschreven in een krantekop. Te recht natuurlijk voor allen die Lode de jongste dertig jaar aandachtig op de voet hebben gevolgd, als medestander of als tegenstander. Maar ook ten onrechte, voor iedereen die met nog iets meer aandacht het engagement van Lode probeert samen te vatten. Een fervente en hardnekkige promotor van bundeling van alle krachtenn in de samenleving die ijveren voor meer gelijkheid en solidariteit, zou men met even veel recht en reden een groene professor kunnen noemen. Zonder medewerking uit groene hoek, zowel in de christelijk-travaillistische als in ecologische zin, heeft me dunkt de doorbraak van een rode dageraad in Vlaanderen weinig kans op slagen. Het compromis ligt dus voor de hand: Lode was een rood-groene activist en dan nog wel van de eerste orde en vanop de eerste rij. Een bijna professoraal citaat van Frank Vandenbroucke mag hier niet ontbreken. Het staat afgedrukt in Nieuw Links, het toenmalige blad ven de rood-groene beweging binnen de SP, van februari '88. "Consequent roden moeten ook groen zijn en consequent groenen ook rood." Lode belichaamde die omschrijving ten volle.

Dit blijkt overvloedig uit de manier waarop hij zijn lidmaatschap van het Europees Parlement gestalte gaf van '89 tot '94. Telkens opnieuw probeerde hij, met wisselend succes, tot samenwerking te komen met radikaal-linkse en groene parlementsleden. Telkens opnieuw was hij verbaasd en ontgoocheld omdat een potentiële progressieve meerderheid in het Europees parlement onmogelijk werd gemaakt door een feitelijk monsterverbond van de grote sociaal-demokratsche en conservatief-christelijke fracties.

Maar Lode liet het niet aan zijn hart komen. Al heel vlug vond hij in het E.P een, voor en door socialistische politici, quasi onontgonnen terrein: dat van politie, justitie, vreemdelingenrecht en veiligheid, getoetst aan de mensenrechten. Lode was heel graag Europees parlemementslid en hij onderstreepte ooit dat hij het recht had iets graag te doen (Nieuw Links, juli '90).Graag en gretig. Hij dook meteen in zijn geliefde materie vanuit zijn academische kennis en ervaring, maar minstens even sterk vanuit ziijn jarenlang engagement in de Liga voor Mensenrechten.

In en buiten de wandelgangen van het E.P. werd Lode heel vlug bekend als mr. Schengen. Het Schengen-verdrag was een akkoord tussen de kernlanden van de EU om tot betere politionele en gerechtelijke samenwerking te komen, maar was in feite een nauwelijks verdoken poging om de buitengrenzen van het fort Europa waterdicht te maken voor de, talrijk geachte, ongewenste vreemdelingen en om de politie van de lidstaten een nauwelijks gecontroleerde macht te geven. Lode trok daartegen fel van leer en was het trekpaard van alle rode en groene parlementsleden om dat akkoord, zo goed als het kon, bij te sturen. Een gekende boutade van Lode was dat hij niet zozeer vertegenwoordiger was of wou zijn van burgers uit een Europese lidstaat, maar van alle inwoners van de Europese Unie, ongeacht hun afkomst of nationaliteit.

Het regulariseren van het verblijfsrecht van ingeburgerde zogenoemde "illegalen" was een door hem regelmatig bereden stokpaardje. We kunnen ons indenken dat het debat dat daarover in ons land de voorbije maanden werd gevoerd, aan Lode een "déjà vu" of een "déjà entendu" - gevoel moet gegeven hebben. Een rode lijn in het parlementair en buitenparlementair streven van Lode was ongetwijfeld zijn voortdurende bekommernis om de grenzeloze uitvoerende macht van regeringen, commissies en duistere werkgroepen aan banden te leggen en onder stevige controle te brengen van door het volk verkozen parlementen. Diezelfde zorg om doorzichtigheid in de besluitvorming en om eerbiediging van de rechststaat speelde ook mee wanneer hij erop hamerde dat bij opsporing van misdrijven politie en parketten permanent rekenschap moeten geven aan de rechterlijke macht en uiteindelijk ook aan de wetgever.

Lode en de Liga voor Mensenrechten. Het is een huwelijk van lange datum. In 1982 werd de Belgische Liga voor de Verdediging van de Rechten van de Mens communautair opgesplitst en werd de Vlaamse Liga voor Mensenrechten boven de doopvont gehouden. Lode stond mede aan haar wieg en werd de allereerste voorzitter.

Vergis u niet, Lode werd geen voorzitter van de Vlaamse Liga in een opstoot van flamingantische koorts. De splitsing kwam er om vrij pragmatische redenen van organisatorische aard. Lode zelf was trouwens een overtuigd voorstander van nauwe samenwerking tussen de Liga en haar Franstalige tegenhanger, de Ligue des Doits de l'Homme. Tot voor kort vertegenwoordigde hij trouwens de Liga in de raad van bestuur van de Ligue.  Ook in de eindfase van zijn vruchtbaar leven bleef Lode intens het reilen en zeilen van de Liga van nabij volgen. De Liga lag hem nauw aan het hart. Zijn inzet voor de Liga was groot. Toen de Liga enkele jaren geleden heel even in financiële moeilijkheden verkeerde, aarzelde hij niet de Liga discreet en doortastend uit de penarie te helpen.

In menige publicatie van de Liga vindt men de neerslag van zijn scherpe pen over zijn vertrouwde thema's. In een brochure van 1986 over gevangeniswezen.schrijft Lode : "het Belgisch strafrecht is geblokkeerd" en verder "een rechter moet volkomen betrouwbaar zijn" en nog verder "het gebruik van voorlopige hechtenis moet drastisch worden beperkt"... Tja..Wie durfde hem toen tegenspreken en wie durft dat vandaag.

De stempel van Lode op de werking van de Liga is onuitwisbaar. Onze herinnering aan hem in onze geest en in ons hart is dat evenzeer.

Paul Pataer

 

Afscheidsrede Lode Van Outrive (door Philippe Robert, Directeur de recherches émérite au CNRS)

Deze tekst zal worden gepubliceerd in 'Déviance et Société'

Lode Van Outrive est mort chez lui à Winksele le 22 août 2009. Il a été un sociologue venu à l’étude de la police, puis plus largement du crime, fort de l’expérience d’un tout autre domaine d’enseignement et de recherche. De 1950 à 1957, il a poursuivi à Leuven des études de philosophie et de sciences politiques & sociales, complétées par un cursus en droit. A la suggestion d’Edward Leemans, il a d’abord travaillé dans le cadre de la chaire de Pierre de Bie –élève de Jacques Leclercq – qui avait Maurice Chaumont comme chef de travaux. Quand Lode Van Outrive a commencé à enseigner, en 1961, c’est d’abord la sociologie générale pour les étudiants de psychologie et pédagogie, mais surtout la sociologie industrielle qui est devenue pour une décennie sa spécialité. Ses recherches ont porté alors sur les motivations des travailleurs et il a soutenu en 1969 une thèse sur la participation syndicale. Le changement d’orientation a commencé à se dessiner, un peu par hasard, quand son recteur l’a invité à assurer un cours de sociologie criminelle. Peu à peu, sa nouvelle spécialité est devenue de plus en plus prenante et il lui a fallu abandonner la sociologie industrielle et passer en faculté de droit. En 1975, il est devenu président du département Strafrecht, Strafvordering en Criminologie.

 

De cette trajectoire bigarrée, écrivait-on lors de son passage à l’éméritat, il lui restera toujours une remarquable capacité à ne pas se laisser phagocyter par son objet d’étude, à résister aux ravages du fétichisme, à chercher à replacer le crime dans un contexte social et politique.
Il a été l’un des membres fondateurs de Déviance & Société.

Il a surtout été, entre 1976 et 1993, le premier président du Comité éditorial. Ce ne fut pas toujours une sinécure : malgré les liens d’amitié qui existent entre nous, les points de vue se sont souvent affrontés avec fougue ; maintes fois, il a fallu que Lode combine autorité et persuasion pour maintenir l’attelage sur la route. Son rôle dans le développement de la revue a été tellement essentiel que le comité lui a dédié en signe de gratitude un débat sur les fraudes communautaires et le droit pénal européen. L’introduction à ce débat témoignait de l’importance du rôle de Lode Van Outrive : Cette présidence presque cachée joue un grand rôle dans le fonctionnement du comité et dans celui de la revue : elle soude les liens d’amitié, apaise les divergences, assure la mémoire du groupe et sa continuité, gère l’intégration des nouveaux membres. Elle est son ambassadrice, entre autres auprès de l’éditeur. Bref, c’est au président de veiller, avec discrétion mais aussi avec autorité, au bon fonctionnement de l’institution.

 

Après la fin de sa présidence, Lode a continué de longues années à participer activement et assidument aux réunions et au travail éditorial. Nous pouvons témoigner de l’attachement qu’il avait pour ce groupe et de la peine qu’il a eue quand son état de santé ne lui a plus permis d’être aussi régulièrement présent aux réunions.

 

Lode Van Outrive a aussi pris une part active au contenu de la revue, principalement sur deux registres. D’une part, il aimait participer aux débats théoriques comme le montre par exemple son premier article sur interactionnisme et néo-marxisme ou sa contribution au dialogue instauré entre Christian Debuyst, Alvaro Pires, Philippe Robert et lui à partir d’un texte de Pires. D’autre part, la police constituait le champ d’étude privilégié dans lequel il déployait sa compétence de sociologue du travail et des professions : il avait le souci de ponctuer et de stimuler le développement des recherches sur ce thème par d’amples synthèses sur l’état des connaissances. Sa compétence polyglotte, son œil de sociologue, son vaste réseau de relations dans le monde scientifique ont fait de ses actualités bibliographiques sur la police un outil modèle pour l’enseignement et la recherche. C’est d’ailleurs sur ce thème qu’il était en train de travailler ces derniers mois à un ouvrage dont la sortie est imminente. Outre ses deux registres principaux, ses contributions à Déviance & Société ont abordé des thèmes aussi variés que le travail au noir ou le blanchiment de l’argent sale.

 

Lode a également été un des membres fondateurs du GERN, le Groupe européen de recherches sur les normativités et, jusqu’à sa retraite, il a participé activement à ses instances dirigeantes. A ce titre, il a été au premier rang de tous les combats qu’il a fallu livrer pour permettre à ce réseau scientifique européen de vivre et de se développer.

 

Par la suite, il a continué à se rendre aussi longtemps qu’il l’a pu aux différents Interlabos. Depuis le début, il en avait d’ailleurs lui-même organisé plusieurs à son Université, à Leuven, et nous gardons notamment le souvenir de celui qui avait célébré son passage à l’éméritat et la remise de l’ouvrage d’hommages que nous avions préparé pour lui : Politique, police et justice au bord du futur ; mélanges avec et pour Lode Van Outrive

 

Le volet le plus marquant de son activité au sein du GERN a probablement été la direction de séminaires successifs qui ont fait le point, tout au long des décennies 1980 et 1990, sur le développement des recherches sur le crime et la justice en Europe. Les actes de ces séminaires ont constitué de précieux bilans qui ont été traduits en plusieurs langues et que l’on trouve souvent cités. On peut témoigner de la somme de travail que Lode a investi dans la préparation de ces séminaires, dans l’animation des séances, dans la préparation des publications. Il a également dirigé avec Joanna Shapland un important séminaire européen consacré aux interactions entre police publique et sécurité privée.

 

Le rôle considérable qu’a tenu Lode dans la vie et le développement de notre groupe tient à sa capacité à combiner une grande puissance de travail, une forte ténacité dans ses entreprises, un enthousiasme réel pour les tâches de la vie scientifique mais en même temps une simplicité modeste, enfin une empathie dans les relations avec ses collègues, favorisés par ses vastes compétences linguistiques. Il n’est que juste de mentionner encore son constant souci des jeunes scientifiques : nombreux sont ceux qui ont été ses élèves, nombreux sont ceux qu’il a aidés à démarrer dans leur carrière universitaire.

 

Européen convaincu – comme on l’a vu par ailleurs lors de son mandat de député au Parlement européen (1989-1994) – il était à l’aise dans le développement d’un réseau scientifique européen ; il appréciait aussi de voir ce réseau étendre des ramifications outre-Atlantique en direction de collègues de Montréal et surtout d’Ottawa avec lesquels il avait noué, de longue date, des relations de travail et d’amitié.

Quand certains d’entre nous sont venus le voir, il y a quelques mois à peine, quand nous lui téléphonions depuis septembre dernier, nous le voyions déployer dans son dernier combat, sa lutte pied à pied avec la maladie, le même courage tranquille qu’il avait toujours montré dans la vie académique.

Pour beaucoup d’entre nous, Lode était non seulement un collègue estimé et écouté, mais aussi un ami.

C’est dire toute la part que nous prenons à la peine de Ria, de leurs enfants et de leurs petits-enfants.

 

Philippe Robert

 

 

 

Bibliographie

 

  • CARTUYVELS Y., DIGNEFFE F., PIRES A., ROBERT PH., DIR., Politique, police et justice au bord du futur. Mélanges pour et avec Lode Van Outrive, Paris, L’Harmattan, 1998.
  • DE LAET C., VAN OUTRIVE L., Recherche sur la police, 1978-1982, Déviance & Société, 1984, 8,3, 267-294 et 1984, 8, 4, 377-414.
  • DECORTE T., VAAN LAETHEM W., VAN OUTRIVE L., La police grise en Belgique: résultats d’une recherche, Déviance & Société, 1997, 21, 4, 365-382.
  • FIJNAUT C., VAN OUTRIVE L., Recherches sur la police, Déviance & Société, 1978, 2, 2, 215-228.
  • RENAULT G., VANDERBORGHT J., VAN OUTRIVE L., La collaboration policière internationale en Europe, Déviance & Société, 1996, 20, 2, 173-192.
  • ROBERT PH., CARTUYVELS Y., DIGNEFFE F., PIRES A., Organiser un dialogue autour de et avec Lode Van Outrive, in CARTUYVELS Y., DIGNEFFE F., PIRES A., ROBERT PH., DIR., Politique, police et justice au bord du futur. Mélanges pour et avec Lode Van Outrive, Paris, L’Harmattan, 1998, 11-16.
  • ROBERT PH., VAN OUTRIVE L., DIR., Crime et Justice en Europe; État des recherches, évaluations et recommandations, Paris, L’Harmattan, 1993a.
  • ROBERT PH., VAN OUTRIVE L., DIR., Recerca, Delinqüencia I Justicia a Europa : Avaluacio I recomanacions, Barcelona, Centre d’Estudis Juridics, 1993b.
  • ROBERT PH., VAN OUTRIVE L., COLL. JEFFERSON T., SHAPLAND J., EDS., Research, Crime and Justice in Europe: An Assessment and some Recommendations, Sheffield, Centre for Criminological and Legal Research, 1995.
  • SHAPLAND J., VAN OUTRIVE L., EDS., Police et sécurité ; Policing and Security. Contrôle social et interaction public/privé ; social control and the public/private divide, Paris, L’Harmattan, 1999.
  • VAN OUTRIVE L., Interactionnisme et néo-marxisme, une analyse critique, Déviance & Société, 1977, 1, 3, 253-289.
  • VAN OUTRIVE L., Questions cruciales, in Débat : Le contrôle de la protection de la vie privée, Déviance & Société, 1984, 8, 3, 297-301.
  • VAN OUTRIVE L., Une réglementation belge du secteur du gardiennage et de sécurité : question de (dé)légitimation, in Débat : les enjeux d’un contrôle étatique sur la secteur de la sécurité privée, Déviance & Société, 1988, 12, 4, 401-408.
  • VAN OUTRIVE L., La collaboration policière internationale en Europe, in Débat : la collaboration policière internationale, Déviance & Société, 1992, 16, 2, 203-208.
  • VAN OUTRIVE L., La fraude communautaire, une approche équivoque, in Débat en l’honneur de Lode Van Outrive : Fraudes communautaires et droit pénal européen, Déviance & Société, 1994, 18, 2 211-214.
  • VAN OUTRIVE L., La criminologie et ses objets paradoxaux : la nouveauté doit se trouver ailleurs, in Débat : discussions autour d’une théorie du crime, Déviance & Société, 1995, 19, 3, 279-289.
  • VAN OUTRIVE L., Un emplâtre sur une jambe de bois, in Débat : La lutte contre le blanchiment de l’argent ?, Déviance & Société, 1995,19, 4, 371-377.
  • VAN OUTRIVE L., La nouvelle police belge : désorganisation et improvisation, Bruxelles, Bruylant, 2005.
  • VAN OUTRIVE L., CARTUYVELS Y., PONSAERS P., Les polices en Belgique, Histoire socio-politique du système policier de 1794 à nos jours, Bruxelles, Editions Vie Ouvrière, 1991.
  • VAN OUTRIVE L., CUYPERS J., Travail au noir et position socio-économique, Déviance & Société, 1989, 13, 4, 281-300.
  • VAN OUTRIVE L., ROBERT PH., DIR., Crime et Justice en Europe depuis 1990 : état des recherches, evaluations et recommandations, Paris, L’Harmattan, 1999a.
  • VAN OUTRIVE L., ROBERT PH., DIR., La investigacion sobre la delincuencia y el sistemo de justicia criminal en Europé (1990-1998), Revista catalana de seguritat publica, 1999b, 5, 11-344.

 

 

Recente Publicaties

Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)
Editors: Stefaan Pleysier et al.


Samen werken tegen kindermishandeling. Het Protocol van moed en de grenzen van het beroepsgeheim
Auteurs: Hanne Op de Beeck, Johan Put, Stefaan Pleysier, et al.


Justice for Victims. Perspectives on rights, transition and reconciliation
Editors: Inge Vanfraechem et al.


Perceptions of Criminal Justice
Auteur: Vicky De Mesmaecker


Jongeren in cijfers en letters. Bevindingen uit de JOP-monitor 3 en de JOP-schoolmonitor 2013
Auteurs: Stefaan Pleysier, Johan Put et al.


Voorstel voor een constructief jeugdsanctierecht. Werkgroep Jeugdsanctierecht
Auteurs: Sabien Hespel en Johan Put


Genocide, Risk and Resilience. An Interdisciplinary Approach
Editors: Stephan Parmentier et al.


Themanummer Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten. Evidence-based beleid en praktijk in de non-profitsector
Auteurs: Stefaan Pleysier et al.


NEW JOURNAL: Restorative Justice. An International Journal
Editors: Ivo Aertsen, Stephan Parmentier, Inge Vanfraechem, Lode Walgrave en Estelle Zinsstag


Conferencing and Restorative Justice. International Practices and Perspectives
Editors: Estelle Zinsstag en Inge Vanfraechem


Handboek Forensisch Welzijnswerk. Ontwikkeling, beleid, organisatie & praktijk
Auteurs: Ivo Aertsen, Leo Van Garsse et al.


Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk
Editors: Joris Casselman, Ivo Aertsen en Stephan Parmentier


Zoeken

Zoeken in LINC