U bent hier: LINC Eredoctoraat voor professor John Braithwaite

Eredoctoraat voor professor John Braithwaite

 

Eredoctoraat voor professor John Braithwaite


John BraithwaiteBekijk het programma (4 - 7 februari)

De Katholieke Universiteit Leuven kent ieder jaar het eredoctoraat toe aan personen met bijzondere verdiensten op wetenschappelijk, maatschappelijk of cultureel vlak. Voor 2008 heeft de Academische raad gekozen voor het thema ‘Milieu, milieubeleid en duurzame ontwikkeling’.

Op het Patroonsfeest van 4 februari 2008 zullen de volgende kandidaat-eredoctores worden onderscheiden: de Australische criminoloog professor John Braithwaite, de Nederlandse epidemioloog professor Bert Brunekreef en de Franse visbioloog professor Daniël Pauly.

Professor John Braithwaite is geboren te Ipswich (Australië) in 1951. Hij is als Research Council Federation Fellow verbonden aan de Australian National University. In 2001 richtte professor Braithwaite Regnet op (Regulatory Institutions Network). Dat is een wereldwijd netwerk van instellingen, praktijkmensen en academici die betrokken zijn in onderzoek in de sleuteldomeinen van regulering met het oog op mensenrechten, gerechtigheid en duurzame milieubeleid. Professor Braithwaite wordt algemeen beschouwd als één van de meest gerenommeerde hedendaagse criminologen, onder meer omwille van zijn beslissende rol in de ontwikkeling van het herstelrecht. Als sociale wetenschapper behoort hij tot de absolute wereldtop. Vooral zijn theoretische kracht en visie vallen op. Hij stelt zijn wetenschappelijk engagement ten dienste van een ethische visie op mens en maatschappij, gericht op sociale rechtvaardigheid, participatieve democratie, duurzame ontwikkeling en wereldvrede.

 


John Braithwaite wordt algemeen gezien als "the most renowned criminologist of our times" en de inspirator van een "vigorous global social movement… on its way far beyond the borders of criminology" (Karstedt 2005). Als sociale wetenschapper behoort hij tot de absolute wereldtop. Wat hem kenmerkt is dat hij zijn wetenschappelijk engagement ten dienste stelt van een ethische visie op mens en maatschappij, gericht op sociale rechtvaardigheid, participatieve democratie, duurzame ontwikkeling en wereldvrede.

John Braithwaite werd geboren te Ipswich (Australia) in 1951 en behaalde zijn Ph.D. in Sociology aan de University of Queensland in 1977. Hij is thans Research Council Federation Fellow en oprichter van het Regulatory Institutions Network, Research School of Social Sciences, Australian National University. John Braithwaite heeft zowat alle denkbare prijzen, onderscheidingen en awards behaald waarvoor hij in aanmerking kan komen. Zijn CV vermeldt er 28, toegekend in Australie, Europa, de Verenigde Saten en bij internationale organisaties. Bijzonder vermeldenswaard zijn in 2004 de "Grawemeyer Award for Ideas Improving World Order" ($ 200.000) (samen met P. Drahos); in 2005, de "Prix Emile Durkheim", de belangrijkste (vierjaarlijkse) prijs van de International Society for Criminology; in 2006, de "Stockholm Prize in Criminology". De laatste is ingesteld in samenwerking tussen de International Society for Criminology, de American Society for Criminology en de Zweedse regering, en wordt uitdrukkelijk gezien als een afgeleide van de Nobelprijs (Sherman & Lee 2007). Braithwaite was, samen met Lösel, de eerste die de prijs kreeg, wat aantoont hoe hoog de internationale waardering voor zijn werk reikt. Een studie, gepubliceerd in Journal of Criminal Justice (1999), concludeert dat Braithwaite in de jaren negentig "the most cited scholar" is in internationale criminologie tijdschriften. De Journal of Contemporary Criminal Justice (2001) vond hem de meest geciteerde auteur op het vlak van white-collar crime.

Braithwaite's "publicatieloopbaan" begint in 1975. Meteen blijkt zijn brede belangstelling voor alle aspecten van criminaliteit, en voor een ethisch gestuurd beleid ertegenover. Internationaal begint hij naam te maken met publicaties over corporate crime, corruptie en business regulation. De grote doorbraak van Braithwaite komt met Crime, Shame and Reintegration (1989, Cambridge University Press). Reintegrative shaming wordt voorgesteld als een uiterst krachtig mechanisme in socialisering, criminaliteitspreventie én in de respons op gepleegde criminaliteit. Disintegrative shaming, integendeel, leidt tot stigmatisering en verdere deviantie. De kracht van de theorie is dat het bestaande patrimonium van criminologische theorieën aangevuld wordt met de emotionele en morele dimensies van criminaliteit en criminaliteitsbestrijding. Een jubelende boekbespreking noemde Braithwaite toen "the new Durkheim" (Scheff 1990). Crime, Shame and Reintegration heeft de criminologie zeer diepgaand beïnvloed. Sedert het verschijnen is het overvloedig geciteerd, becommentarieerd en gebruikt, en reintegrative shaming oriënteert nu nog steeds een groot deel van het criminologische onderzoek.

In 1990 publiceerde John Braithwaite, samen met Philip Pettit, Not Just Deserts. A Republican Theory of Criminal Justice (Clarendon Press). In dat werk wordt vanuit een coherente politieke visie gepleit voor een strafrecht dat meer participatief is, het apriorisme van de straf verlaat en gericht is op het bewaken van het dominion. Het dominion concept kan worden beschouwd als de omzetting van het communautarisme in een politieke theorie. Het bevat het ‘objectieve’ element van de rechten en vrijheden, maar ook het subjectieve element van de zekerheid dat de anderen en de overheid de rechten en vrijheden zullen respecteren. Anders dan in een liberale visie, is de vrijheid in dominion een gemeenschappelijk goed, omdat we van elkaar afhankelijk zijn om de rechten en vrijheden uit te oefenen en uit te breiden. Het zeer gote belang van Not Just Deserts is dat het een inspirerende nieuwe strafrechtstheorie biedt, gekaderd in een republican society.

Beide voormelde werken hebben op een beslissende wijze bijgedragen tot de ontwikkeling van het herstelrecht. In de afgelopen tien tot twintig jaar is deze visie op recht doen uitgegroeid tot één van de meest vernieuwende domeinen van onderzoek en experimentering in de criminologie. Oorspronkelijk was reintegrative shaming de belangrijkste theoretische inspiratiebron voor de uitbouw van restoratieve praktijken over de hele wereld. Thans is de centrale plaats van de shaming wat gerelativeerd, maar de moreel-emotionele benadering van de afhandeling van misdrijven blijft cruciaal. De republican theory of criminal justice is één van de fundamenten in het zoeken naar een adequate juridische en gerechtelijke inkadering van de herstelrechtelijke praktijk.

Een derde mijlpaal-publicatie kwam in 2002 met Restorative Justice and Responsive Regulation (Oxford University Press). Braithwaite toont de veelvuldige gelaagdheid aan van herstelrecht, gaande van een moreel-emotioneel microsociaal gebeuren tot een staatstheorie op macroniveau, en hij onderzoekt de mogelijkheden om de principes van herstelrecht en van responsive regulation in te zetten op een veel breder domein dan enkel de reactie op misdrijven. Het werk markeerde een nieuwe wending die al een tijdje aan de gang was bij John Braithwaite.

Geleidelijk aan trad Braithwaite buiten de oevers van de criminologie. Hij keerde terug tot zijn bredere uitgangspunten, en ging zijn aandacht steeds meer richten op alle vormen van regulation, met het oog op een sociaal rechtvaardiger, meer participatorische en meer duurzaam ontwikkelende samenleving. Het veel gelauwerde Global Business Regulation (2000, Cambridge University Press, samen met P. Drahos) onderzoekt welke "weapons of the weak" beschikbaar zijn om meer ecologische en sociale duurzame ontwikkeling te realiseren. Het boek Information Feudalism (2002, Earthscan, samen met P. Drahos) toont aan dat het ongebreidelde kapitalisme de essentiële bedreiging vormt voor duurzame en vredevolle ontwikkeling. Markets in Vice, Markets in Virtue (2005, Oxford University Press) tast de mogelijkheden af om via het belastingssysteem rijken en multinationals een billijke bijdrage te laten leveren tot de economieën in de ontwikkelingslanden. Zijn visies worden nu toegepast in Indonesië en in Timor.

Drie bijzondere intiatieven trekken de aandacht

  • In 2001 richtte Braithwaite Regnet op (Regulatory Institutions Network), een wereldwijd netwerk van instellingen, praktijkmensen en academici die betrokken zijn in onderzoek in de sleuteldomeinen van regulatie. De bedoeling is "Research at the highest international standards on regulation that also makes local contributions to good governance"..."to undertake regulatory research that promotes social justice, fairness, human rights and freedoms, and efficient, ecologically sustainable development…" (http://regnet.anu.edu.au/program/aboutus). In 2004 omschreef een internationale visitatie Regnet als "the most dynamic and productive group of sociolegal scholars in the world today… The collection of researchers is unparalleled, as is the high quality of scholarship".
  • Het grootse project Peacebuilding and Responsive Governance van Braithwaite met drie andere co-promotoren heeft tot doel inzicht te verwerven in de governance of peacebuilding in samenlevingen die te maken hebben met gewapende conflicten. De theorie van herstelrecht en responsive regulation dient als uitgangspunt voor een gerichte verzameling van data over de wijze waarop gewapende conflicten tot een einde werden gebracht, al dan niet met de steun van de Verenigde Naties. Het zeer ambitieuse project voorziet in 48 gevalsstudies van peacebuilding over de hele wereld en is gespreid over 20 jaar. Voor het ogenblik is financiering verzekerd voor de eerste vijf jaar. Het veldwerk is begonnen vanaf 2006, in Indonesië en de Pacific. Het werk in Europa (vooral de Balkan) is gepland voor 2010 en 2011.
  • Vanaf maart 2007 verschijnt een nieuw internationaal wetenschappelijk tijdschrift Regulation and Governance, waarvan John Braithwaite co-editor is.

De criminologie zonder John Braithwaite zou er helemaal anders hebben uitgezien, maar zijn uitstraling reikt veel verder dan dat. Braithwaite is voor het ogenblik één van de sterkste leidersfiguren in het engageren van de sociale wetenschappen in een beweging voor een sociaal duurzame ontwikkeling door meer participatieve democratie, meer sociale rechtvaardigheid, meer veiligheid en vrede. Hij koppelt wetenschappelijke topkwaliteit aan sociaal-ethische bewogenheid, en weet daar gestalte aan te geven door inspirerend leiderschap. Zijn zeer hoge ambities, zoals die blijken uit zijn geschriften en uit bv. het project "Peacebuilding and Responsive Governance", worden gedragen door een bescheiden en minzame persoonlijkheid, met grote openheid voor de dagdagelijkse beslommeringen en beperkingen.