K.U.Leuven
28/06/06 -blz

Case Identification

Date of Decision: 2006-06-28

Tribunal: Rechtbank van Koophandel te HasseltCommercial Court Hasselt

Case Number: A.R.06/1347

Parties: Drukkerij Moderna NV / IVA Groep BV

Seller’s Country: Belgium

Buyer’s Country: The Netherlands

Goods involved: leaflets

Judges: Vanhelmont, Vanstraelen and Nulens

Status:  unpublished

Classification of issues present

Application of CISG: yes

CISG Provisions applied:  art.3, 35 and 74

BRUSSELS I REGULATION: art. 24

PRODUCTION OF GOODS – APPLICABILITY OF THE CISG

CONFORMITY

English summary

The agreement of the parties that Belgian law is applicable leads to the application of the CISG.

 

A contract involving the printing of leaflets falls under the scope of the CISG, unless the party who orders the printing undertakes to supply a substantial part of the materials necessary for the printing of the leaflets (art. 3 CISG).

 

Although the court established that there was minor damage to the goods, it deems the goods to be fit for the purposes for which the goods of the same description would ordinarily be used (art. 35 CISG).

Text of the decision

 

De rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer, heeft het volgende vonnis uitgesproken:


in zake:


A.R.06/1347 - <DRUKKERIJ MODERNA NV.>, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3583 BER1NGEN(PAAL), […], met ondernemingsnummer […];
aanleggende partij, die verschijnt door meester L. Savelkoul, advocaat te 3583 Beringen(Paal), […], die gepleit heeft in het Nederlands;


tegen:


<IVA GROEP BV.>, vennootschap naar Nederlands recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3011 XJ ROTTERDAM (Nederland), […];
verwerende partij, die verschijnt door meester K.
De Cort, advocaat te 2020 Antwerpen, […], die een conclusie heeft genomen en gepleit in het Nederlands;


volgt het vonnis.


Bij inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder L. Roppe te Beringen van 7 februari 06 liet Drukkerij Moderna NV. dagvaarding uitreiken aan IVA Groep BV. teneinde deze te horen veroordelen tot betaling van € 7.139,21, meer de gerechtelijke interesten aan de conventionele rentevoet op het bedrag van € 6.350,00 en meer de gerechtelijke interesten aan de wettelijke interestvoet op € 63 5,00 tot de dag van volledige betaling en de kosten.


Ter zitting van 21 juni 06 is Mr. L. Savelkoul verschenen voor Drukkerij Moderna NV. en Mr. K. De Cort voor IVA Groep BV.; zij hebben gepleit, Mr. K. De Cort heeft de eerder neergelegde conclusie gehandhaafd; beide partijen hebben stukken neergelegd. Zij gaan uitdrukkelijk akkoord dat het Belgisch recht ter zake van toepassing is.


IN FEITE:


Drukkerij Moderna NV. (hiema: Moderna) had tot grote tevredenheid van IVA Groep BV. (hierna IVA) een folder gedrukt in 2004 en vroeg in 2005 dezelfde licht aangepaste folder te drukken op 13.000 exemplaren.


Op 29 september 05 heeft Moderna daarvoor een factuur opgesteld ad € 4.600,00.


Op 3 oktober 05 heeft IVA de brochures bij haar klant afgeleverd en zou te horen hebben gekregen dat de kwaliteit absoluut niet voldeed; zij mailde Moderna:
-verpakking deugt niet en heeft brochures beschadigd;
-groot kleurverloop in brochures onderling;
-vlekken in drukwerk;
-grote spanjolen in het drukwerk;
-veel exemplaren niet goed gehecht, waardoor de voorzijde deels op de achterzijde te zien is.


Een afgevaardigde van Moderna bood zich aan bij IVA op 5 oktober 06 en deze afgevaardigde zou volgens IVA gezegd hebben dat de kwaliteit van 2004 niet kon gehaald worden omdat een andere drukpers in gebruik was genomen; zij zou ook gezegd hebben dat de drukker had moeten stoppen. Moderna heeft de volgende dag de brochures bij IVA opgehaald. IVA had ondertussen uit de totale voorraad 4.000 brochures uitgehaald, die mm of meer redelijk waren, vermits de klant die dringend nodig had.


Moderna reageerde op 11 oktober 05 dat zij niet zou overgaan tot herdrukken:
-de verpakking is conform de door IVA goedgekeurde offerte (handzame pakken op paletten zonder koordjes);
-Moderna geeft toe dat er enig kleurverloop is, maar niet van die aard om het hele drukwerk af te keuren;
-Moderna vindt geen vlekken;
-spanjolen: dit is normaal in het drukproces en in een oplage van 13.000 exemplaren is het onvermijdbaar dat er hier en daar een exemplaar zit met kleine spanjooltjes;
-bij de hechting zijn inderdaad schommelingen. Deze zijn te wijten aan het feit dat er machinaal gevouwen wordt. In de sector is een tolerantie van 1 mm. Er is helemaal niet schuin gehecht.


IVA reageerde in een mail van dezelfde dag teleurgesteld. In de mail gebruikte Moderna andere taal dan op 5 oktober. IVA ging akkoord dat Moderna een factuur zou overmaken van 4.000 exemplaren, die door de klant waren aanvaard onder tijdsdruk. IVA legde uitdrukkelijk verbod op aan Moderna om met haar klant contact te nemen.


De volgende dag reageerde Moderna: zij stelde niet op prijs dat haar woorden worden verdraaid. Zij ging akkoord om de brochures te laten herstellen omwille van de strepen op pag. 4, maar stelde vast dat deze strepen zich in het door IVA aangeleverd document bevonden. Zij kon geen aangeleverde partijen wegtoveren en zou de extra-kosten, die gemaakt werden, doorrekenen. Daarvoor werd een factuur opgesteld op 18 oktober ad 1.750,00.


Daarop antwoordde IVA: de strepen waren slechts een klein onderdeel van de klacht; er weren de vlekken aan de onderzijde van pag. 4 omslag, de beschadigde exemplaren door koordjes en de voorplatten die op de rug terugkomen. Zij stelde een ultimatum tot 14 h en zou dan de order elders onderbrengen.


De facturen worden door Iva op 3 november 05 geretourneerd.


Op 21 december 05 stelde de raadsman van Moderna in gebreke.


Moderna beroept zich op art. 18 derde lid van de Febelgravoorwaarden dat stelt dat, indien de opdrachtgever een deel van de waar gebruikt of aan derden laat verzenden, dat inhoudt dat hij de gehele oplage aanvaard heeft.


IVA stelt dat het feit dat 4.000 stuks werden aanvaard onder protest van het overige inhoudt dat dit onderdeel van de algemene voorwaarden niet kan worden toegepast. IVA stelt dat Moderna aan haar middelenverbintenis is tekortgekomen en dat bijlange de kwaliteit van het vorig jaar niet werd gehaald. Zij stelt nog steeds bereid te zijn te betalen voor 4.000 exemplaren onder afhouding van haar kosten, hetzij € 600.


BEOORDELING:


Verweerster is verschenen zonder de internationale rechtsmacht van de Belgische rechtbanken in vraag te stellen. Overeenkomstig art. 24 EEX-Vo hebben de Belgische rechtbanken internationale rechtsmacht.


Het feit dat partijen akkoord gingen ter zitting dat Belgisch recht van toepassing is, betekent hier dat het in feite het Weens Koopverdrag van toepassing is. Overeenkomstig art. 1l0 is het Verdrag van toepassing op koopovereenkomsten betreffende roerende zaken tussen partijen, die in verschillende Staten gevestigd zijn, wanneer de Staten verdragsluitende Staten zijn. Dat is hier het geval nu België en Nederland verdragsluitende Staten zijn. In België is het verdrag in werking getreden op 1 november 1997 en in Nederland op 1 januari 1992.


Volgens het Weens Koopverdrag staat met koopovereenkomst gelijk overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen roerende zaken tenzij de partij, die de zaken bestelt, een wezenlijk deel van de voor de vervaardiging of voortbrenging benodigde grondstoffen moet verschaffen. Dat laatste is hier niet het geval; drukwerk valt dus onder het Weens Koopverdrag (Kh. Hasselt, 14 september
05, niet gepubliceerd inzake Drukkerij Baillien en Mans t. Hunterskil Howard BV.; Kh. Hasselt, 3 december 03, niet gepubliceerd inzake Drukkerij Baillien en Mans NV. t. B2Plus; Erauw J., “De eenzijdige fax en de internationale bevoegdheid inzake aanneming van werk” noot onder Kh. Turnhout, 11 oktober 93, T.B.H., 1994, 737).


Met het bovenstaande is niet tegenstrijdig dat de partijen ter zitting overeenkwamen dat Belgisch recht van toepassing is, omdat het Belgisch recht inzake internationale koop het Weens Koopverdrag is (Erauw J. “Wanneer is het Weens Koopverdrag van toepassing?” in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P. (red.), Het Weens Koopverdrag, Intersentia, Antwerpen, 1997, 48 randnummer 1.60).


Nu verweerster de waren slechts gedeeltelijk heeft aanvaard onder protest, is de rechtbank van oordeel dat art. 18 derde lid van de voorwaarden van Modema hier geen toepassing kunnen vinden.


Overeenkomstig art. 35 Weens Koopverdrag moet de verkoper de zaken af leveren waarvan de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen. Tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen, beantwoorden de zaken slechts dan aan de overeenkomst, indien zij geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt en indien zij de hoedanigheden bezitten van zaken die de verkoper als monster of model aan de koper heeft aangeboden.


De rechtbank is van oordeel dat het drukwerk wel degelijk voldoet aan de in de overeenkomst gestelde eisen. Zij is van oordeel dat het geleverde geschikt is voor de doeleinden, waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt.


De beschadiging door de bandjes is minimaal; door het in de hand nemen en het wat ruw openen van een dergelijk drukwerk kunnen dergelijke vouwtjes ontstaan, het drukwerk bevat geen lelijke vlekken; de spanjolen zijn geen mm2 groot en de hechting, die het mogelijk maakt dat een fractie van nog geen mm. van de voorzijde op de achterzijde zichtbaar wordt, ervaart de rechtbank evenmin als gebrekkig. Nu verweerster niet tegenspreekt dat de zogenaamde lelijke strepen afkomstig zijn van het door haar aangeleverd materiaal kan dit zogenaamd euvel de drukker niet aangerekend worden.


Verweerster wil de prijs verlagen. Die sanctie voorziet art.
50 Weens Koopverdrag in het geval de zaken niet beantwoorden aan de overeenkomst. De rechtbank is hiervoor tot de bevinding gekomen dat dat niet het geval is. De sanctie kan niet worden toegepast.

De eis tot betaling van de factuur van 29 september 06 kan worden toegekend.


Overeenkomstig art. 74 Weens Koopverdrag heeft de verkoper ook recht op schadevergoeding. Door aan te dringen op herdrukken omwille van een gebrek dat in het geleverd materiaal van de koper was, heeft de verkoper schade geleden. In die omstandigheden kan ook de factuur van 18 oktober 05 worden toegekend. Wel is er geen reden om op de schadevergoeding nog eens een 10 % als schadebeding toe te kennen.


De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.


OM DEZE REDENEN,
beslist
de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak:


verklaart de eis toelaatbaar en grotendeels gegrond,
veroordeelt verwerende partij tot betaling aan eisende partij van € 6.964,21, meer
gerechtelijke interesten aan 9 % op € 6.350,00 en aan de gewone wettelijke interestvoet op € 460,00 en de kosten, vastgesteld in hoofde van eiseres op € 622,58, meer de kosten van betekening in het buitenland, zijnde € 150,00 en in hoofde van verweerster op € 364,40.

Aldus gevonnist in openbare zitting van de eerste kamer van de rechtbank van
koophandel te Hasselt van de
28ste juni tweeduizendenzes, alwaar zitting hielden:
P. Vanhelmont, voorzitter van de rechtbank
M. Vanstraelen en R. Nulens, rechters in handelszaken;
K. Vanhacht, afgevaardigde adjunct-griffier.

 

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be