|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 2006-04-19 Tribunal: Rechtbank van Koophandel Hasselt –
Commercial Court Hasselt Case Number: A.R. 05/4177 Parties: Bruggen Deuren BVBA / Top
Deuren VOF Seller’s Country: Buyer’s Country: Goods involved: doors Judges: Vanhelmont, Vanstraelen and Nulens Status: unpublished – in the same case, see Kh. Hasselt 2006-02-15 Classification
of issues present
CISG – art. 35 Remedies
of the buyer – error Conformity
– special purpose – sample - specialist English
summary
Unlike ‘national’ Belgian law, the CISG
provides only one remedy for the buyer in case of non-conformity. The system of the CISG would be disturbed if
the buyer could claim the invalidity of the contract on grounds of error. The buyer must prove that the delivered goods
are non-conforming to the sample. The fact that the buyer is a specialist, is
taken into account. Text of the
decision
De
rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer, heeft het volgende vonnis
uitgesproken: in zake: A.R.06/4177-<BRUGGEN DEUREN
BVBA.>, waarvan
de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3590 DIEPENBEEK, Industrielaan,
2, met ondernemingsnummer 0455 008 885; tegen: <TOP DEUREN VOF>,
waarvan de
maatschappelijke zetel gevestigd is te 3771 RZ BARNEVELD (Nederland)
Voltastraat, 36; volgt het vonnis. Bij
inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder G. Gemis te Genk van 24
oktober 05 liet Bruggen Deuren BVBA. dagvaarding uitreiken aan Top Deuren V.O.F. teneinde deze te horen veroordelen tot betaling van
€ 7.775,27 meer de conventionele interesten aan 10 % op het factuurbedrag €
7.016,00 sedert 1 november 2005 tot de datum der
algehele betaling, meer gerechtelijke interesten op bet schadebeding van €
701,6 aan de gewone wettelijke interestvoet vanaf de datum van dagvaarding tot
de datum van betaling en alle kosten. Het
bedrag van € 7.775,27 is samengesteld, als volgt: €
7.775,27 Op
6 december 05 heeft TOP Deuren VOF een geschreven stuk neergelegd waarbij zij
een tegeneis heeft ingesteld ad € 10.000,00. Bij
vonnis op tegenspraak van 15 februari 06 heeft de rechtbank gezegd voor recht
dat de Belgische rechtbanken internationale rechtsmacht hebben voor dit geschil
en ambtshalve de debatten heropend in verband met het toepasselijk
recht. Ter
zitting van 5 april 2006 is Mr. E. Govarts
verschenen voor eiseres en de heer G. Van Den Top voor verweerster; Mr. E. Govarts heeft gepleit, zijn vroeger neergelegde conclusies
gehandhaafd en stukken neergelegd. Ook TOP Deuren heeft verwezen naar haar
geschreven stukken en stukken neergelegd. IN FEITE: De
rechtbank verwijst voor wat de feiten betreft naar het tussenvonnis. Top
Deuren heeft op 24 februari 06 een geschreven conclusie neergelegd waarbij zij
zich beroept op het Weens Koopverdrag, in het
bijzonder art. 35 lid 2 sub c. Bruggen
Deuren gaat akkoord dat bet Weens Koopverdrag van
toepassing is. In
verband met de toepassing van art. 35 lid 2 van het Weens Koopverdrag laat Bruggen Deuren gelden dat zij uit de
bestelling van Top Deuren onmogelijk kon afleiden dat zij geen kleurverschillen
wilde: de deuren konden perfect zonder behandeling blijven. Bruggen
Deuren houdt voor dat “... de verkoper verplicht is de goederen te leveren
die volledig in overeenstemming zijn met de beschrijving die partijen er
uitdrukkelijk of impliciet aan hebben gegeven in de overeenkomst. Indien niets
uitdrukkelijk werd bepaald, zijn de goederen enkel conform indien zij geschikt
zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk
worden gebruikt (Antwerpen, 16 december 2002 inzake
2001/AR/1737, http:/www.law.kuleuven.be/ipr/eng/cases:2002- 12-16 .html)”.
Bruggen Deuren houdt vervolgens voor dat zij aan haar informatieplicht heeft
voldaan; “. . .de informatieplicht tegenover een
specialist in het vak is uiteraard veel minder stringent dan de
informatieplicht tegenover een leek..., . . . het
was aan de koper BEOORDELING: In
ons intern recht kan het gebrek aan conformiteit van de koopwaar op
verscheidene grondslagen gesanctioneerd worden. De koper kan een
nietigheidsvordering instellen op grond van dwaling, hetzij een vordering op
grond van onrechtmatige daad voor schending door de verkoper van zijn
precontractuele informatieplicht, hetzij een vordering tot ontbinding van het
contract, of een contractuele vordering wegens niet nakoming van de leveringsplicht,
hetzij nog de redhibitoire of estimatoire
vordering voorzien door art. 1644 BW. Het Weens
Koopverdrag voorziet slechts in één enkel verhaal van de koper in geval van
gebrek aan conformiteit van de geleverde koopwaar (Herbots J.H.,
“Verplichtingen van de verkoper” in Van Houtte H., Erauw
J. en Wautelet (eds.), Het Weens
Koopverdrag, Intersentia, 1997, P. 119 nr. 4.31). Verweerster
stelt in haar brief na het tussenvonnis zich te baseren op art. 35 lid 2 sub c
van het Weens Koopverdrag. Zij vordert de
nietigverklaring van de overeenkomst omwille van dwaling niet. De
nietigverklaring zou overeenkomstig art. 4 a van bet Weens Koopverdrag moeten beoordeeld worden aan de hand van
de lex contractus.
Bepaalde
rechtsleer houdt overigens voor dat het systeem van bet verdrag zou verstoord
worden indien de koper de nietigheid van het contract zou kunnen vorderen op
grond van een dwaling over de substantiële kwaliteit van de zaak (Herbots J.H., “Verplichtingen van de verkoper” in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet (eds.), Het Weens Koopverdrag, Intersentia,
1997, p. 121 nr. 4.33 en Wautelet P., “Verplichtingen van de koper” in
hetzelfde werk, p. 185 nr. 5.66). Het
geleverde is geschikt om als deur te worden gebruikt (art. 35 2 a Weens Koopverdrag). Het
geleverde is geschikt voor het bijzonder doel dat
uitdrukkelijk of stilzwijgend aan de verkoper ter kennis is gebracht op het
tijdstip van de koop. De koper gaat hier uit van het axioma dat deuren in de
houtsoort Tulip niet geschikt zijn als “blank
blijvend onbehandeld”. Bruggen schreef in een fiche (die nooit aan Top deuren
werd overhandigd) weliswaar dat de deuren van de houtsoort Tulip
“in de regel” niet als dusdanig worden gebruikt, maar gekleurd dienen te
worden, maar Top Deuren heeft Bruggen niet tegengesproken waar zij op 15
september 05 stelde “Dus hebben wij ze
geleverd zoals U ze besteld heeft. Uit uw telefonisch bericht van vandaag,
blijkt dat u geen kleurverschillen in het hout wilde. Dit kunnen wij helaas
niet afleiden uit uw bestelling. Bovendien kennen wij de voorkeur niet van uw
klant. De ene persoon ziet graag kleurverschillen , de andere egaal “(De
rechtbank heeft onderstreept). De rechtbank gaat ervan uit dat het niet
bewezen is dat deuren in de houtsoort Tulip niet
geschikt zijn om ongeverfd gehangen te worden en gaat ervan uit dat dit
volledig afhangt van de smaak van de uiteindelijke koper. De rechtbank stelt
overigens vast dat Top Deuren de deuren bij haar klant minstens deels had
geplaatst (zie het schrijven van 15 september 05: “1’Vj hebben...een claim
gekregen met betrekking tot het afhangen ...“) hetgeen
toch verwonderlijk is, indien dgl. deuren ongeschikt
waren voor het bijzonder doe! dat aan de verkoper ter kennis zou zijn gebracht.
De levering beantwoordt aan art. 35 2 b Weens
Koopverdrag. Het
is aan de koper om het bewijs te leveren dat het geleverde niet beantwoordt aan
het monster (zie Antwerpen 26 april 04, Limb. Rechtsl., 2004, 249 noot A.
Stevens). De rechtbank is van oordeel dat de koper niet slaagt in de bewijslast
dat het geleverde niet beschikt over de hoedanigheden van zaken, die de
verkoper als monster of model aan de koper heeft aangeboden. Een monster, zoals
hier werd medegedeeld, is te klein opdat de koper daaruit zou gerechtigd zijn
af te leiden dat er in de uiteindelijke levering geen kleurverschil zal zijn.
Van de verkoper kan niet verwacht worden dat hij een totale deur als monster mededeelt. Ten
slotte neemt de rechtbank bij de beoordeling van het geval het feit in rekening
dat de koper als specialist dient beschouwd te worden (“de grootste
deurenspeciaalzaak van midden Nederland”). De
hoofdeis is gegrond. De tegeneis is ongegrond. De
voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik
der talen in gerechtszaken werden nageleefd. OM DEZE REDENEN, het vonnis van 15 februari 06 verder uitwerkend, Aldus
gevonnist in openbare zitting van de eerste kamer van de rechtbank van | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 16-05-2012 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |