Case
Identification
Date of Decision: 2005-09-14
Tribunal: Rechtbank van Koophandel te Hasselt – Commercial Court Hasselt
Case Number: A.R.05/2945
Parties: Drukkerij Baillien en Maris NV – Hunterskil Howard BV
Seller’s Country: Belgium
Buyer’s Country: Netherlands
Goods involved: printed media
Judges: Vanhelmont, Driesen and Claes
Status:
unpublished
Classification
of issues present
Application
of CISG: yes
CISG
Provisions applied: art. 3, 26, 35, 45 and 49
BRUSSELS I REGULATION: art. 24
APPLICABILITY
OF THE CISG
MODEL –
CONFORMITY – FUNDAMENTAL BREACH – AVOIDANCE
English
summary
Parties made Dutch law applicable to their
contract. As a consequence the CISG needs to be applied.
The CISG is applicable to a printing contract
(art. 3 CISG). For a similar case: Rechtbank van Koophandel te Hasselt,
2006-06-28
The court applied art. 35 (2c) CISG: “goods do not conform with the contract unless
they possess the qualities of the goods which the seller has held out to the
buyer as a sample or a model”. In the case at hand, the buyer provided a model
document to the seller/printer and ordered printed media in conformity with
this model. The court is of the opinion that this conformity has to be judged reasonably.
Minor color differences and some small lines do not constitute a fundamental
breach (art. 49 CISG). The buyer who unilaterally declares the contract avoided,
does this at its own risk and subject to a posteriori supervision by a judge. The
letters of the buyer fulfill the requirements of art. 26
CISG.
Text of the decision
De
rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer, heeft bet volgende vonnis uitgesproken:
in zake:
A.R.05/2945 - <DRUKKERIJ BAILLIEN EN MARIS NV>, waarvan
de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3620 LANAKEN,
[…] en met
uitbatingszetel te 3500 HASSELT, […] met ondernemingsnummer
[…];
aanleggende partij, die verschijnt door meester I. Grauls, advocaat te 3512 STEVOORT-HASSELT,
[…] die gepleit heeft in het Nederlands;
tegen:
<HUNTERSKIL HOWARD BV.>, vennootschap naar
Nederlands recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te NL-561 1DD
EINDHOVEN, […];
verwerende partij, die verschijnt ter zitting door de heer R. Martens, […] (Nederland),
Production Director van verweerster, die gehoord werd
in zijn uitleg in het Nederlands;
volgt het vonnis.
Bij inleidend exploot van het ambt van D. Palet, plaatsvervanger van
gerechtsdeurwaarder G. Mona te Sint-Truiden
van 15 juni 05 liet Drukkerij Baillien en Maris dagvaarding uitreiken aan Hunterskil
Howard BV. teneinde deze te horen veroordelen tot betaling van € 2.992,00 meer
de conventionele verwijlinteresten op € 2.720,00 vanaf 20 september 04 tot de
dag der algehele betaling, de gerechtelijke interesten
op € 272,00 en alle kosten.
Ter zitting van 7 september 05 is Mr. I. Grauls
verschenen voor eiseres en de heer R. Martens voor
verweerster; de heer R. Martens is niet ingegaan op
de suggestie van de rechtbank zich te voorzien van een raadsman en wenste de
zaak op de zitting van 7 september 05 behandeld te zien. Mr. I. Grauls heeft gepleit; de heer R. Martens
werd gehoord in zijn uitleg in het Nederlands; hij heeft aanspraak gemaakt op €
1.100,00 voor verlet omwille van de zitting.
IN FEITE:
Vooraf: de
rechtbank verstaat de stukken in de Engelse taal, waarvan verweerster geen
vertaling bijbrengt, zoals hierna blijkt.
Op 7 juli 04 gaf Hunterskil Howard BV. (hierna: de koper) schriftelijk
opdracht aan Drukkerij Baillien en Maris NV. (hierna: de drukker) om 1000 stuks te drukken van
de Franse versie van het jaarrapport 2003 van Adecco volgens aangeleverd
voorbeeld.
Indien de rechtbank partijen goed begrepen had was de originele order tevoren
uitgevoerd door een Poolse drukkerij, maar diende de koper 3 weken te wachten
voor een eventuele bijbestelling in Polen en deed zij daarom een beroep op de
Belgische drukker, die de bijkomende order in een week
kon klaren. De Belgische drukkerij was volgens de koper in het bezit van enige
exemplaren van het Poolse druksel, waaraan de raadsman van eiseres twijfelde
bij de behandeling ter zitting van 07 september 05.
De order van de koper was vergezeld van algemene voorwaarden van de koper in de
Engelse taal, waarin bepaald werd dat alle aspecten van de betrekking tussen
partijen beheerst zouden worden door het Nederlands
recht. Deze algemene voorwaarden zijn voorzien van de handtekening en de
stempel van de Belgische drukker.
De koper heeft het gedrukte geweigerd. De koper brengt een interne e-mail bij
waaruit blijkt dat de Art Director van de koper niet gelukkig was met de fletse
kleuren en afbeeldingen, en omdat er krassen waren (beschadigde drukplaat) op
de omslag.
Op 16 juli 05 schreef de raadsman van de drukker naar de koper dat hij het
drukwerk niet kon afkeuren omwille van twee minuscule streepjes op de
voorpagina en dat hij ten onrechte weigerde in te gaan op het voorstel tot
afname mits toepassing van een korting. De raadsman stelde dat de houding van
de koper geenszins kon worden aanvaard en stelde in gebreke
het door de koper verschuldigde te voldoen voor 25 juli 05.
De koper reageerde op 22 juli 05:
“...Het drukwerk is niet geaccepteerd omdat de drukkerij Baillien
Maris in gebreke is gebleven en we! om onderstaande redenen, feiten:
-er staan 2 meteen in het oog vallende krassen (plaatbeschadigingen,) op de
cover. Dit op alle bestelde en gedrukte versies. Dit is een
proces/kwaliteitsfout van Baillien Maris waarop Hunterskil Howard
geen invloed kan uitoefenen.
-niet gedrukt volgens kleurmodel (gedrukte versie op gelkwaardig papier) aangeleverd door Hunterskil
Howard. Btj opdracht is er een eis gesteld dat de
kleur hetzelfde moest zUn en geaccepteerd door Baillien Maris.
Bij aanlevering drukwerk op 7 juli 04 zijn de fouten geconstateerd door de heer
Ad van der Pol, planner bij Hunterskil Howard en
direct gecommuniceerd naar de heer Hans Exelmans, sales & support drukkerij Baillien
Maris en drukwerk niet geaccepteerd. Heer Exelmans heeft dit ter plaatse beaamd en heeft het drukwerk
retour genomen.
Na telefonisch overleg tussen ondergetekende en de
heer Exelmans op 8-07-04 heb ik samen met hem
besloten het drukwerk elders onder te brengen omdat de
heer Exelmans mij geen garantie kon geven op een
nieuwe levering die wel aan onze eisen konden voldoen. Dit om een tweede
weigering te voorkomen.
Het aangeboden voorstel door Baillien Maris van korting is mijn inziens geen oplossing maar een
bevestiging van het probleem. Vandaar dat ik daar niet op in ben gegaan.
Wij Hunterskil Howard kunnen het drukwerk niet uitleveren aan onze klant door dat
het niet voldoet.
Kortom, Baillien Maris is
in gebreke gebleven, heeft niet kunnen leveren wat overeengekomen is en heeft
niet de juiste oplossing kunnen aandragen om het probleem te verhelpen en tot
een acceptabel product te komen. U begrijpt dat ik niet kan ingaan op uw
verzoek om over te gaan tot enige vorm van betaling aan drukkerij Baillien Man...”
Op 24 augustus 04
antwoordde de raadsman van de drukker:
“In tegenstrijd tot hetgeen U meent voor te
houden... stelt cliënte dat wel degelijk goed drukwerk afgeleverd werd doch ten
onrechte door U werd afgekeurd. Op uw verzoek tot herdruk werd, en dit in
weerwil van de thans in Uw schrijven voorgehouden beweringen, geenszins door cliënte ingegaan.
In de mate dat, zoals U meent te moeten voorhouden, niet gedrukt zou zijn
geworden volgens aangeleverd kleurmodel, zal U ons wel hiervan enig bewijs
willen laten geworden daar waar cliënte stelt uitdrukkelijk conform de gegeven
opdracht het drukwerk te hebben uitgevoerd.
De aanwezigheid van twee zeer minuscule streepjes kan geenszins
de weigering tot ontvangst en voldoening van het verschuldigde verrechtvaardigen.
U zal ons tevens wel het bewijs willen laten geworden
van de toekenning van het drukwerk aan een derde alsmede een exemplaar van deze
beweerde herdruk...”
Op 7 september 04
maakte de koper aan de raadsman van de drukker over: een model van het niet
geaccepteerd drukwerk, kleurmodel verstrekt aan Baillien
Maris als referentie, kopie ozalith
(origineel op te vragen) overhandigd aan Hunterskil Howard als drukreferentie en kopie e-mail inteme klacht en observatie drukwerk. “Bij navraag aan
derden (geen grafische specialisten) blijkt duidelijk zichtbaar dat er een
groot kleurverschil aanwezig is. Baillien Maris drukwerk is NIET helder maar flets en onacceptabel.
De krassen zijn duidelijk zichtbaar en een technische fout van de drukker. Op ozalith geaccodeerd door mij
staan de krassen niet. Graag verneem ik uw reactie en verwerip uw argumenten en stel mijzelf als gelijke...”
Op 20 september 04
maakte de drukker een factuur over voor het drukwerk ad € 2.720,00.
Die werd door de koper geprotesteerd op 1 oktober 04: “Zoals u wellicht weet uit onze
correspondentie zijn wij niet bereid deze factuur te accepteren en te betalen. Zonder
tegenbericht
binnen de 14 dagen ga 1k ervan uit dat u hiermee
akkoord gaat..”
Op 7 oktober 04
antwoordt de drukker: “Volgens ons is deze factuur terecht daar
wij goed drukwerk
geleverd hebben. De Heer Grauls zal verder deze zaak voor ons
opvolgen.”
De vordering strekt
er toe betaling te bekomen van de factuur van 20
september 04. Het verweer is dat Nederlands recht van toepassing is, dat het
drukwerk niet voldeed en werd geweigerd en dat de koper niets verschuldigd is,
maar integendeel dat de drukker € 1.100 dient te betalen aan de koper omwille
van tijdverlies van haar medewerker op de zitting van 7 september 05.
BEOORDELING:
Voorafgaand aan de
vraag naar haar bevoegdheid dient de rechtbank na te gaan of zij internationale
rechtsmacht heeft, rekeninghoudend met het onderwerp, de hoedanigheid van de
partijen en de geografische plaats van de betwisting (zie Born
H., Fallon M. en Van Boxstael
J.-L., Droit judiciaire
international, Chronique de jurisprudence,
1991-98, Larcier, Brussel, 2001, p. 54). Die vraag
staat los van bet recht dat op de overeenkomst van toepassing is.
De vraag naar de internationale rechtsmacht dient hier
beoordeeld te worden op grond van de Verordening (EG) 44/200 1 van 22 december
00 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de
tenuitvoerlegging van de beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L, 16
januari 2001, afi. L. 12,1 hierna: EEX-Vo) vermits verwerende partij
woonachtig is in een staat, waar de EEX-Vo van
toepassing is. De koper is verschenen zonder de bevoegdheid van de rechtbank te
betwisten. Het gerecht van een lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt is volgens art. 24 EEX-Vo
bevoegd behoudens indien de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te
betwisten. Nu dit niet gebeurde, hebben de Belgische rechtbanken internationale
rechtsmacht. Naar intern recht is deze rechtbank bevoegd.
Hoewel de
partijen het daarover niet gehad hebben, is de rechtbank van oordeel dat ter zake het Weens Koopverdrag van
toepassing is. Overeenkomstig art. 110 is het Verdrag
van toepassing op koopovereenkomsten betreffende roerende zaken tussen
partijen, die in verschillende Staten gevestigd zijn, wanneer de Staten
verdragsluitende Staten zijn. Dat is hier het geval nu Belgie
en Nederland verdragsluitende Staten zijn. In België is het verdrag in werking
getreden op 1 november 1997 en in Nederland op 1 januari 1992.
Volgens het Weens Koopverdrag staat met
koopovereenkomst gelijk overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of
voort te brengen roerende zaken tenzij de partij, die de zaken bestelt, een
wezenlijk deel van de voor de vervaardiging of voortbrenging benodigde
grondstoffen moet verschaffen. Dat laatste is bier niet het geval. Drukwerk
valt dus onder het Weens Koopverdrag (Kb. Hasselt 3 december 03, niet gepubliceerd inzake Drukkerij Baillien en Maris NV. t. B2Plus; Erauw J.,
“De eenzijdige fax en de internationale bevoegdheid inzake
aanneming van werk” foot onder Kh.
Turnhout, 11 oktober 93, TBH., 1994, 737).
Met het bovenstaande is niet tegenstrijdig dat de partijen bedongen dat
Nederlands recht van toepassing is, omdat bet Nederlands recht inzake internationale koop het Weens
Koopverdrag is (Erauw J. “Wanneer is het Weens Koopverdrag van toepassing?” in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P. (red.), Het Weens
Koopverdrag, Intersentia, Antwerpen, 1997, 48
randnummer 1.60).
Overeenkomstig art. 35 Weens
Koopverdrag moet de verkoper de zaken af leveren waarvan de kwaliteit en de
omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen. Tenzij in de
overeenkomst anders is overeengekomen, beantwoorden de zaken slechts dan aan de
overeenkomst indien zij geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van
dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt en indien zij de
hoedanigheden bezitten van zaken die de verkoper als monster of model aan de
koper beeft aangeboden.
In tegenstelling met wat de drukker voorhoudt, is de rechtbank van oordeel dat
de koper wel degelijk een monster aan hem heeft aangeboden: de laatste zin van
de verkooporder luidt immers “Kleur: volgens voorbeeld GB versie aangeleverd.”
De rechtbank is van oordeel dat de kleur van de omslag (over de binnenzijde van
het rapport zijn er geen klachten geformuleerd ter zitting) van de door de
Belgische drukker gemaakte versie inderdaad afwijkt van deze van het door de
koper neergelegd model. De kleur van het model is heviger dan deze van bet
gedrukte. De achtergrond van bet model is oranje en dat van bet gedrukte gelig.
Bovendien bevat de omslag twee fijne streepjes (met bet uitzicht van
fijne potloodstreepjes) bet ene van 3 a 4 mm bet andere van 5 a 6 mm op de
gelige achtergrond.
De koper kan overeenkomstig art. 49 van het Weens Koopverdrag de overeenkomst ontbonden verklaren
indien de tekortkoming in de nakoming door de verkoper van de krachtens de overeenkomst of het verdrag rustende
verplichtingen een wezenlijke tekortkoming vormt.
De houding van de koper kan niet anders worden uitgelegd dan dat hij de verkoop
eenzijdig heeft ontbonden. De kennisgeving van de ontbinding is aan geen enkele
voorwaarde onderworpen (Stijns S. en Van Ransbeeck, “De Rechtsmiddelen (Algemeen)”
in Van Houtte H., Erauw J.
en Wautelet P. (red.), Het Weens
Koopverdrag, Intersentia, Antwerpen, 1997, 223
randnummer 6.35). Het feit de waar te weigeren samen met de brief van 22 juli
05 kan beantwoorden aan art. 26 van het Weens
Koopverdrag.
De koper, die van de mogelijkheid van het Verdrag gebruik maakt, doet dat op eigen
risico en onder de controle van de rechtbank a posteriori
(Stijns S. en Van Ransbeeck,
“De Rechtsmiddelen (Algemeen)” in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P. (red.), op.cit., 221
randnummer 6.34).
De verkoper heeft niet aannemelijk gemaakt dat partijen overeen kwamen dat de
kleur van de omslag precies dezelfde moest zijn. Hoewel bij verkoop op grond
van een model de verkoper de koopwaar moet leveren die er strikt mee
overeenkomt, is de rechtbank van oordeel dat dit met redelijkheid moet worden
beoordeeld. Het drukwerk is netjes en de rechtbank kan zich moeilijk
voorstellen dat Adecco de rapporten zou hebben geweigerd omwille van het
kleurverschil en de kleine streepjes. (zie en vergelijk OLG Frankfurt a.M., 18 januari 1994, aangehaald door Herbots J.,
“Verplichtingen van de Verkoper” in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P. (red.), op.cit., 141 randnummer 4.57). De verkoper is tekort
geschoten, maar beging geen wezenlijk tekortkoming. De
koper is ten onrechte niet ingegaan op het voorstel van de verkoper tot
prijsherleiding.
Verweerder heeft omwille van de gebreken recht op schadevergoeding. De
rechtbank is van oordeel dat deze te moeten begroten op € 720 overeenkomstig 45- 1)b Weens
Koopgedrag. Zij is van oordeel dat eiseres geen recht heeft op de conventionele
schadevergoeding. Wel worden conventionele verwijlinteresten toegekend van 20
september 05. Eiseres heeft slechts recht op de helft van de kosten.
De verweerder die in zijn eigen verdediging voorziet heeft daarvoor naar
Belgisch recht geen recht op vergoeding.
De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het
gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.
OM DEZE REDENEN,
beslist de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak:
verklaart de eis toelaatbaar en slechts deels
gegrond,
veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van € 2.000,00 meer de
verwijlinteresten aan de conventionele rentevoet van 10 % van 20 september 04
tot de datum van dagvaarding,
van dan af gerechtelijke interesten aan 10 % op € 2.000,00 tot de datum van
betaling
en de helft van de kosten, vastgesteld in hoofde van eiseres in haar geheel op
€ 402,42, meer de kosten van betekening in het buitenland zijnde € 85,60.
Aldus gevonnist in openbare zitting van de eerste kamer van de rechtbank
van koophandel te Hasselt van de14de september tweeduizendenvijf,
alwaar zitting hielden:
P. Vanhelmont, voorzitter van de rechtbank
P. Driesen en L. Claes, rechters in handelszaken
K. Vanhacht, afgevaardigde adjunct-griffier.