Case
Identification
Date of Decision: 2005-01-31
Tribunal: Rechtbank van Koophandel te Hasselt – Commercial Court Hasselt
Case Number: A.R.98/02598
Parties: BV WOLVEGA
PANELEN / NV FAL
Seller’s Country: The Netherlands
Buyer’s Country: Belgium
Goods involved: building material
Judges: Haumont, Eraly, and Kindermans
Status:
unpublished, appealed by Hof van Beroep, Antwerpen, 2006-06-19
Classification
of issues present
Application
of CISG: yes
CISG
Provisions applied: art. 33, 35, 38
CONFORMITY
– EXAMINATION – INTERESTS
English
summary
The CISG does not
require a formal notice (“ingebrekestelling”), which
means that the legal interests start running on the date the price can be
claimed.
The buyer is obliged
to pay the invoiced sum, because the invoices were not protested in time.
The court doubts
whether the buyer fulfilled its duty to examine the goods, because it expressed
its complaints only after the installation of the materials.
Text of the decision
De rechtbank van koophandel te
Hasselt,
derde kamer, heeft het volgende
vonnis uitgesproken:
in zake:
A.R.98/02598 BV WOLVEGA PANELEN, vennootschap naar Nederlands recht, ingeschreven in het handelsregister
van […] (Nederland), […],
Aanleggende
partij, vertegenwoordigd door meester Luc Raeymaeckers,
advocaat te […], besluitende en pleitende in het Nederlands.
tegen:
NV FAL, met
maatschappelijke zetel gevestigd te […],
verwerende partij, vertegenwoordigd door meester Van
der Heyden loco meester Patrick Verachtert, advocaat
te […], besluitende en pleitende in het
Nederlands.
volgt het vonnis.
Gezien de inleidende dagvaarding betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder
B. Heines ter standplaats Hasselt dd. 17 september
1998;
Gehoord
partijen in hun middelen en besluiten;
VOORGAANDEN
De BV
MOURIK BOUW vertrouwde de bouw van haar nieuw industrieel complex in de Botlek
te Rotterdam aan de NV FAL toe.
Op 21
oktober 1997 sloot de NV FAL vervolgens een internationale koop betreffende
roerende zaken, meer in het bijzonder brand- en geluidswerende sandwichpanelen,
met de BV WOLVEGA PANELEN af.
Dit contract voorzag o.m. dat de buitenplaten in de kleur RAL
9006 zouden vervaardigd worden, de verbinding van het type S zou zijn, circa
1.200 m2 panelen zouden afgenomen worden en de levering in week 03/1998 zou
plaatsvinden.
Tenslotte gaf de NV FAL de montage van deze bouwmaterialen
in onderaanneming aan de BV STAMON DAK-EN
GEVELBEPLAT1NG door.
In tegenstelling tot hetgeen in de koopovereenkomst
bepaald was vertoonden een aantal conrockpanelen aan
de buitenzijde kleurverschillen, werden op vraag van de NV FAL in werkelijkheid
paneelaansluitingen van het type W (36) verstrekt en 1.473,42 m2 in plaats van
ongeveer 1.200 m2 goederen geproduceerd, dewelke op 17 februari 1998, 20
februari 1998, 24 februari 1998, 10 maart 1998, 16 maart 1998 en 2 april 1998
werden afgeleverd.
Thans vordert de BV WOLVEGA PANELEN nog de betaling van:
- hoofdsom: 3.000.773 BEF
- voldaan: -1.568.236 BEF
1.432.537 BEF
- een
schadebeding van 15 %: 250.957 BEF
- verwijlsintresten aan 7 % tot 10.09.98: 53.936 BEF
1.737.462
BEF
te vermeerderen met de verwijlsintresten
aan 7 % op 1.432.537 BEF, de gerechtelijke intresten en de kosten (voor een
meer gedetailleerde afrekening verwijst de rechtbank naar het inleidend
exploot).
Daarnaast streeft de BV WOLVEGA PANELEN de betaling na van haar factuur nr.
992191 dd. 4 oktober 1999 ad 18.228,80 NLG, meer de gerechtelijke intresten vanaf 15 februari
2005.
Ingevolge laattijdige en niet-conforme leveringen
vraagt de NV FAL bij tegeneis een schadevergoeding van:
- 80 % inhouding bouwheer: 32.000,00 NLG
- meerwerken: 32.828,50
NLG
- laattijdige levering: 7.000,00
NLG
- foutieve hoeveelheid materiaal: 14.020,00
NLG
85.848,50
NLG
of omgezet 38.956,35 €, meer de gerechtelijke intresten.
Ondergeschikt dit bedrag te compenseren met de hoofdeis, zodat de BV WOLVEGA
PANELEN haar nog een bedrag van 2.794,95 € verschuldigd is.
Indien de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de tegeneis onvoldoende bewezen
is een gerechtsdeskundige aan te stellen met de opdracht zoals omschreven in
het dispositief van haar besluiten.
BESPREKING
In syntheseconclusies stelde de NV FAL dat het Weens
Koopverdrag de overeenkomst tussen partij en beheerst.
Ter zitting van 17 januari 2005 verklaarde de raadsman van de BV WOLVEGA
PANELEN zich akkoord met de toepasselijkheid van het CISG.
De verbintenissen van de verkoper waaronder de verplichting tot aflevering van
de roerende zaken en de verplichting tot conforme levering worden in het Weens Koopverdrag opgesomd in de artikelen 30 en volgende.
Overeenkomstig het CISG moet de koper van zijn kant
vooreerst de goederen in ontvangst nemen, na de aflevering de goederen keuren
en ook de koopprijs betalen.
De vraag is dan of beide contractspartijen hun verplichtingen in dit dossier
behoorlijk nakwamen.
Wat de betalingverplichting in hoofde van de NV FAL betreft merkt de rechtbank
op dat de facturen uitgeschreven door de BV WOLVEGA PANELEN op zich nooit het
voorwerp van enig tijdig laat staan terecht protest uitmaakten.
In de gegeven omstandigheden dient de NV FAL de openstaande factuurbedragen
zonder meer aan de BV WOLVEGA PANELEN te vereffenen.
Het bedrag van 43.783,53 € (1.432.537 BEF of 35.511,66 € en 18.228,80 NLG of 8.27
1,87 €) kan echter niet met het geëiste schadebeding en de conventionele intresten
verhoogd worden daar de leverings- en
betalingsvoorwaarden van de BV WOLVEGA PANELEN de NV FAL niet tegenwerpbaar
zijn.
Van de NV FAL kan inderdaad niet verwacht worden dat zij zich naar Leeuwarden
zou begeven om van deze voorwaarden kennis te nemen.
De hoofdsom kan daarentegen wel vermeerderd worden met
de wettelijke intresten vanaf de opeisbaarheid van de prijs.
Het CISG vergt immers geen voorafgaande ingebrekestelling.
Gelet op het voorgaande komt de hoofdeis de rechtbank ontvankelijk en partieel gegrond voor.
In verband met de leveringsplicht binnen de bedongen termijnen lastens de BV WOLVEGA PANELEN constateert de rechtbank dat
de BV WOLVEGA PANELEN in haar fax van 4 februari 1998 erkende dat zij de eerste
sandwichpanelen omwille van productiemoeilijkheden met haar nieuwe
profileermachine niet tijdig kon bezorgen.
De NV FAL beweert dat zij daardoor haar monteurs minimum een week stand-by
moest houden en voor dit oponthoud gerechtigd is 7.000 NLG in rekening te
brengen.
De rechtbank deelt deze visie niet.
Primo besteedde de NV FAL de plaatsing van de gevelpanelen in onderaanneming
aan de BV STAMON DAK- EN GEVELBEPLATLNG uit.
Secundo staaft de NV FAL niet dat zij haar personeel
niet elders kon inzetten.
Vevolgens gaf de BV WOLVEGA PANELEN nadien in haar
fax van 13 februari 1998 toe dat er vertraging was opgetreden, doch weet de
termijnoverschrijding aan het gebrek aan goedkeuring op de definitieve
maatvoering en wijziging van de verbinding type S in type W 36 alsmede later aan bijbestellingen, factoren dewelke in se nooit door de NV FAL weerlegd werden.
Enige boete of schadevergoeding wegens tardiviteit is
derhalve geenszins verschuldigd.
Rest te beslissen over de conformiteit van de leveringen en meer precies over de
kleurverschillen in de buitenplaten.
Ten eerste stelt de rechtbank op dit vlak vast dat de panelen
en paletten getransporteerd werden en de keuring door de NV FAL bijgevolg pas
op de werf kon geschiedden.
De rechtbank twijfelt er nochtans aan of de NV FAL de nodige steekproeven nam,
aangezien de klachten kennelijk slechts na montage geuit werden.
Wat er ook van zij staat het vast dat de
sandwichpanelen kwalitatief zeker in orde en tegen diverse weersinvloeden
bestand waren.
Bijkomend kan de rechtbank zich niet van de indruk ontdoen dat omtrent de kleur enkel RAL 9006 gestipuleerd werd, dewelke
ook geleverd werd.
Dat de BV WOLVEGA PANELEN de NV FAL zou gegarandeerd hebben dat alle platen uit
één en dezelfde coil gemaakt zouden worden en dit
voor de NV FAL van essentieel belang was blijkt niet uit de voorhanden zijnde
documenten.
Evenmin toont de NV FAL voldoende naar recht aan dat de tintverschillen
onaanvaardbaar waren en buiten de normale tolerantiegrenzen vielen.
Het feit dat de BV WOLVEGA PANELEN bereid was een deel platen uit commerciële
overwegingen te vervangen (zie haar fax dd. 3 maart
1998) doet daar uiteraard geen afbreuk aan.
Idem dito het feit dat de BV MOURIK BOUW de gevelbeplating weigerde.
Tenslotte en voor zoveel als nodig beklemtoonde de rechtbank dat de NV FAL ,..- volstrekt niet bewijst dat zij enige schadevergoeding
aan de BV MOUR1K BOUW en de BV STAMON DAK- EN GEVELBEPLATING uitkeerde.
De rechtbank treft niet het minste betalingsbewijs tussen overtuigingsstukken
van de NV FAL aan.
Om te eindigen acht de rechtbank een onderzoeksmaatregel terzake
niet meer opportuun rekening houdende met externe factoren sedert
de plaatsing ( UV stralen,...) en de demontage en montage van sommige
sandwichpanelen.
Nuttige vaststellingen zijn m.a.w. niet meer mogelijk.
De NV FAL had de BV WOLVEGA PANELEN destijds onmiddellijk in kortgeding moeten
dagvaarden teneinde zekerheid over de overschrijding
van de tolerantiegrenzen te hebben, quod non.
De tegeneis wordt aldus verworpen.
De voorschriften van art. 2-30 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van
de talen in gerechtszaken werden nageleefd.
OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK : uitspraak doende op
tegenspraak.
Verklaart
de hoofdeis ontvankelijk en deels gegrond.
Verklaart
de tegeneis ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt
de NV FAL om aan de BV WOLVEGA PANELEN te betalen de som van 43.783,53 €, meer
de wettelijke intresten op 35.511,66 € vanaf 3 mei 1998 en op 8.27 1,87 € vanaf
4 november 1998 tot datum algehele aanzuivering en de
kosten van het geding langs de zijde van de BV WOLVEGA PANELEN becijferd zijnde
op:
- dagvaarding: 280,34
€
- rechtsplegingsvergoeding: 349,53 €
Aldus
gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de derde kamer van de
Rechtbank van Koophandel zetelend te Hasselt op 31 januari 2005 waar aanwezig
waren en zetelden:
Mevr. HAUMONT , Voorzitter van de Kamer,
Dhr. Eraly, plvv. rechter
in handelszaken en dhr. Kindermans, rechter in handelszaken,
Mevr. COX, afg.adj.-griffier;