K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 8 December 2004

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt

Case Number: AR 03/3326

Parties: Drukkerij Baillien en Maris NV v. C.P.F. Landgraaf

Seller’s Country: Belgium (Plaintiff)

Buyer’s Country: Netherlands (Defendant)

Goods involved: printed materials

Judges: P. Vanhelmont, M. Vanstraelen, L. Claes

Status: Unpublished

 

 

Classification of issues

 

Application of CISG: Yes

CISG Provisions Applied: Arts. 1(1)(a) & 3

Goods to be produced – CISG applicable

Brussels I Regulation: Arts. 5 & 26

Jurisdiction tested of own motion

Service Regulation: Arts. 4, 6 & 14

Service by post – accepted in Netherlands

Service via receiving agency

 

 

Text of the Decision

 

in zake:

<DRUKKERIJ BAILLIEN EN MARIS NV>, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3621 REKEM…;

aanleggende partij, die verschijnt door meester T. Geukens loco meester 1.Grauls, advocaat te 3512 STEVOORT-HASSELT…;

tegen:

<C.P.F. LANDGRAAF>. die woont te (NEDERLAND) LANDGRAAF…;

verwerende partij, die niet verschenen is ter zitting van 1 december 04 en tegen wie een vonnis bij verstek is gevorderd dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen.

 

Volgt het vonnis.

Bij inleidend exploot van het ambt van D. Palet, plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder G. Moria te Sint-Truiden van 14 augustus 03 liet eisende partij dagvaarding uitreiken aan verweerder teneinde deze te doen veroordelen in betaling van € 5.805,95 te vermeerderen met de conventionele interesten aan 10% op € 1.161,52vanaf 30 maart 03 tot 25 mei 03, op € 1.484,63vanaf 25 mei 03 tot 30 mei 03, op € 2.564,63 vanaf 30 mei 03 tot 19juni 03, op € 5.158,14 vanaf 19 juni 03 tot 26juni 03 en op € 5.278,14 vanaf 26januari 03 tot de dag van algehele betaling en de gerechtelijke interesten op € 527,81 en de kosten.

Het bedrag van € 5.805,95 is volgens de dagvaarding samengesteld, als volgt:

Faktuur nr 300269 dd. 28.02.03                                                          € 1.161,52

Faktuur nr 300573 dd. 25.04.03                                                          €    323,11

Faktuur nr 300701 dd. 30.04.03                                                          € 1.080,00

Faktuur nr 300740 dd. 20.05.03                                                          € 2.593,51

Faktuur nr 300809 dd. 27.05.03                                                          €    120,00

Conventioneel schadebeding 10%                                                         €    527,81

Totaal                                                                                                 € 5.805,95

 

Eiseres heeft de zaak laten vaststellen overeenkomstig art. 751 Ger. W. bij gerechtsbrief van 31 augustus 04, die aan verweerder werd ter hand gesteld door de Nederlandse postdiensten op 2 september 04.

Verweerder heeft binnen de twee maanden geen conclusies neergelegd.

Ter zitting van 1 december 04 is Mr. T. Geukens loco I. Grauls verschenen voor eisende partij; verweerder is niet verschenen, noch iemand voor hem, Mr. T. Geukens heeft een vonnis bij verstek gevorderd, dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen bij toepassing van art. 751 Ger. W.; de rechtbank heeft verstek verleend.

IN FEITE:

De eis heeft betrekking op de niet betaalde prijs van drukwerken uitgevoerd door een Belgische drukker voor een Nederlandse opdrachtgever. Eiseres houdt voor dat de goederen door de koper werden afgehaald.

BEOORDELING:

Voorafgaand aan de vraag naar haar bevoegdheid dient de rechtbank na te gaan of zij internationale rechtsmacht heeft, rekeninghoudend met het onderwerp, de hoedanigheid van de partijen en de geografische plaats van de betwisting (zie Born H., Fallon M. en Van Boxstael J.-L., Droit judiciaire international, Chronique de jurisprudence, 1991-98, Larcier, Brussel, 2001, p. 54).

Ter zake is sinds 1 maart 02 de EEX-Vo van toepassing vermits verwerende partij woonachtig is in Nederland, waar de EEX-Vo van toepassing is. Overeenkomstig art. 26.1 EEX-Vo dient de rechter zich onbevoegd te verklaren wanneer de verwerende partij met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat voor een gerecht van een andere lidstaat wordt opgeroepen en niet verschijnt, indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van de verordening.

Eisende partij beroept zich niet op een overeenkomst over de internationale rechtsmacht, maar op het feit dat de verbintenis waarover het geschil gaat in België dient uitgevoerd te worden overeenkomstig art. 5.1. EEX-Vo.

De EEX-Vo heeft het art. 5.1. EEX gewijzigd. Dat luidt thans, als volgt:

"Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een Lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen:

a) ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;

b) voor de toepassing van deze bepaling en tenzij anders is overeengekomen is de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt:

-voor de koop en verkoop van lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden ..."

Dit heeft tot gevolg dat voor alle vorderingen inzake koop de rechtbank van de plaats van de effectieve plaats van levering bevoegd is.

Overeenkomstig art. 3.1 van het Weens Koopverdrag is de vervaardiging van drukwerk koop en de zaak moet in internationaal verband worden bekeken (zie Erauw J., "De eenzijdige fax en de internationale bevoegdheid inzake aanmaning van werk", noot onder Kh. Turnhout, 11 oktober 93, T.B.H., 1994, 736). Overeenkomstig art. 1.1. van het Weens Koopverdrag is dit rechtstreeks van toepassing nu zowel België als Nederland verdragsluitende staten zijn bij het Weens Koopverdrag.

Vermits de goederen in België werden afgehaald, zijn de Belgische rechtbanken bevoegd voor de vordering tot betaling.

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding betekend werd overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken (hierna: Betekening-Vo). Bij toepassing van art. 4 van deze Verordening heeft D. Palet plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder voor G. Moria gerechtsdeurwaarder te Sint-Truiden op 14 augustus 2003 twee afschriften van het exploot van dagvaarding, een aanvraagformulier van ontvangstbevestiging, en een certificaat van betekening of niet-betekening, alle opgesteld in de Nederlandse taal, aangetekend verzonden aan de "ontvangende instantie" zijnde gerechtsdeurwaarder F. Van der Meyde te 's Gravenhage met het verzoek om binnen de zeven dagen de bij art. 6,1° lid van de Verordening opgelegde ontvangstbevestiging te geven door het gebruik van het formulier van ontvangstbevestiging en om zo spoedig mogelijk over te gaan tot betekening van één afschrift overeenkomstig het Nederlands recht en teruggave te doen van het tweede toegezonden afschrift samen met het certificaat van deze handeling.

Gerechtsdeurwaarder F. Van der Meyde heeft blijkbaar de stukken overgemaakt aan zijn confrater J. A. Schunken te Heerlen. Art. 14 van de Betekening-V0 laat de bevoegdheid onverlet om de betekening aan zich in Nederland bevindende personen rechtstreeks per post te doen. Nederland heeft uitdrukkelijk verklaard de betekening per ter post aangetekend schrijven van stukken opgesteld in de Nederlandse taal te aanvaarden. Rekening gehouden daarmee heeft de gerechtsdeurwaarder, bij toepassing van art. 40, eerste lid van het Belgisch gerechtelijk wetboek, eveneens op 14 augustus 2003, een afschrift van de dagvaarding bij ter post aangetekend schrijven verzonden aan de verwerende partij in Nederland.

De dagvaarding werd met exploot van 20 augustus 2003 van gerechtsdeurwaarder J.A. Schunken te Heerlen betekend aan verwerende partij op haar adres volgens het Nederlands recht sprekende met zekere R. Franssen aldaar werkzaam. Dezelfde gerechtsdeurwaarder bevestigde dit in het certificaat van betekening dat aan het origineel van de dagvaarding is gehecht.

De betekening per post gebeurde op 19augustus 03 en werd afgetekend.

De dagvaarding werd bijgevolg rechtsgeldig betekend en is zo tijdig geschied dat verweerder gelegenheid gehad heeft verweer te voeren tegen de inleidende zitting van 17 september 03 waar verstek werd gelaten.

De eis is bij gebrek aan verweer gegrond.

De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

OM DEZE REDENEN,

beslist de rechtbank, na beraadslaging, bij vonnis bij verstek dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen overeenkomstig art. 751 Ger. W.:

verklaart de eis toelaatbaar en gegrond, veroordeelt verwerende partij tot betaling aan eisende partij van € 5.805,95 te vermeerderen met de nalatigheidsinteresten aan de conventionele rentevoet van 10% op € 1.161,52 vanaf 30 maart 03 tot 25 mei 03, op € 1.484,63vanaf 25 mei 03 tot 30 mei 03, op € 2.564,63 vanaf 30 mei 03 tot 19juni 03, op € 5.158,14 vanaf 19juni 03 tot 26 juni 03 en op € 5.278,14 vanaf 26 januari 03 tot de datum van dagvaarding en van dan af de gerechtelijke interesten aan 10% op € 5.805,95 en aan de gewone wettelijke interestvoet van 7% op € 527,81 tot de datum van betaling en de kosten, vereffend in hoofde van eiseres op € 612,69 meer de kosten van betekening in het buitenland zijnde € 68,20 en niet vereffend in hoofde van verweerder bij gebrek aan afgifte van omstandige staat aan de rechtbank, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad ondanks verhaal en zonder borgstelling.

(…)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be