|
|
|
Case
Identification
Tribunal:
Rechtbank van Koophandel, Gent Case
Number: A/01/01446 Parties:
A v. B Seller’s
Country: Belgium Buyer’s
Country: France Goods
Involved: paint Judges:
J. Woestyn, F. Colle, H. Vanhoutte Status:
Unpublished
Classification
of issues
CISG
Provisions Applied: Arts 1(1)(a), 57 Application of CISG – both
Belgium and France Contracting States Jurisdiction – place of
performance at issue – payment –Belgium – Belgian court has jurisdiction Agent- same State as buyer –
seller in different State – international sale Text of the Decision
tegen: B verweerster
op verzet; *
* * Melding
makende dat de artikelen 2 en 30 tot 42 der taalwet van 15 juni 1935 werden
nageleefd; Gelet
op het proces-verbaal vrijwillige verschijning d.d. 6 april2001, de conclusies
van partijen en de overige stukken; Verweerster
op verzet werd gehoord in haar middelen ter openbare terechtzitting van dinsdag
9 november 2004; Eiser
op verzet qq. behoorlijk in kennis gesteld van de beschikking verleend in
toepassing van art. 750 § 2 Ger.W. d.d. 6 september 2004 m.b.t. de pleitdatum,
is niet verschenen noch iemand voor hem; *
* * 1. Bij
proces verbaal van vrijwillige verschijning van zes april 2001 heeft de verzet
aangetekend tegen het vonnis van deze rechtbank, eerste kamer, dd. 9.02.2001, AR 478.01,
waarbij de opposante veroordeeld werd tot betaling aan de geopposeerde van de
som van 53.137,30 FRF. Bij
voormeld verzet werd onder meer de rechtsmacht van de rechtbank betwist op grond
van territoriale onbevoegdheid. 2. Het
verstekvonnis werd niet betekend, zodat het verzet tijdig werd ingesteld; voor
het overige komt de akte van verzet regelmatig voor, zodat het verzet
ontvankelijk moet worden verkl.aard. 3. Uit
de stukken blijkt dat X die aangeduid wordt als handelsagent, bestellingen voor
de verweerster geplaatst heeft bij eiseres. Verder
blijkt uit de verzendnota's (29 maart 2000, 20 april 2000 en 22 mei 2000) dat de
goederen geleverd werden "franco cliënt", hetgeen betekent dat deze
door de verweerster op verzet werden verzonden naar Frankrijk. De
facturen werden niet geprotesteerd, evenmin overigens als de leveringen (hiervan
ligt ten minste geen bewijs voor). 4. De
eiseres op verzet werd thans ontbonden. De vennootschap wordt thans
vertegenwoordigd door haar vereffenaar. De
koop kwam tot stand door bemiddeling van een in Frankrijk gevestigde
onderneming, die optrad als tussenpersoon. Deze sloot de overeenkomst evenwel in
naam en voor rekening van een Belgische leverancier, zodat de koop een
internationaal karakter vertoonde. Wat
Frankrijk betreft trad het Weens koopverdrag in werking op 1 januari 1988, en
wat België betreft op 1 november 1997. Mitsdien is dit verdrag toepasselijk op
de overeenkomst. Overeenkomstig
artikel 57 van dat verdrag is de plaats, waar moet betaald worden, bij gebreke
aan voldoende duidelijke vermeldingen in de overeenkomst, de woonplaats van de
leverancier. Nu
het bevoegdheidsbeding louter voorkomt in de factuur, en daaruit niet blijkt dat
deze een bevestiging vormt van een eerder mondeling overeengekomen
bevoegdheidsbeding, dient de bevoegdheid bepaald te worden overeenkomstig de
plaats waar de verbintenis, waarover het geschil loopt, moet uitgevoerd worden. Mitsdien
is de rechtbank van koophandel te Gent bevoegd, nu de betaling alhier dient te
gebeuren, en de factuurvoorwaarden geen afwijkende regel voorzien. Wat
verder de grond van de zaak betreft voert de eiseres op verzet aan dat zij
rechtstreeks contracteerde met Y. De bestellingen werden doorgefaxt aan deze
onderneming, zelf een "agence commerciale" derhalve een agent, die de
levering overmaakte aan verweerster op verzet. Er mag worden van uitgegaan dat
verweerster op verzet vooraf deze gang van zaken kende, nu het merk van de verf
of vulmiddelen niet eens werd vermeld, doch louter "hoeveelheden verf,
conditioner, plastolit,Acrylon vezel, en verf. De leveringen facturatie
gebeurden van verweerster op verzet aan eiseres op verzet,en werden niet
geprotesteerd binnen korte termijn. Deze
afwezigheid van protest toont de rechtsband afdoende aan. De vordering van
verweerster op verzet was derhalve gegrond, en het verstekvonnis dient
gehandhaafd te worden. OM
DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Rechtdoende
op tegenspraak; Alle
strijdige en meer omvattende conclusies verwerpend; Verklaart
het verzet ontvankelijk, doch wijst dit af als ongegrond, en handhaaft het
verstekvonnis. Veroordeelt
de eiseres op verzet tot de kosten van de verzetprocedure. Begroot
de kosten tot op heden aan de zijde van eiseres op verzet op 81,80 EUR
kosten rolstelling, en aan de zijde van verweerster op verzet op 58,25 EUR
als aanvullende rechtsplegingvergoeding, registratie- en expeditierechten niet
inbegrepen. Verklaart
onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande ieder verhaal en
zonder borgstelling. (...) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |