|
|
|
Case
Identification Date
of Decision: 26 May 2004 Jurisdiction:
Belgium Tribunal:
Rechtbank van Koophandel, Kortrijk Case
Number: AR 4143/2003 Parties:
NV Garage Ma Campagne v. Riverside Vehicle Rental
Ltd. Seller’s
Country: Belgium (Plaintiff) Buyer’s
Country: United Kingdom Goods
Involved: cars Judges:
L. Vandenbroucke, J. Dejaegher, J. Bral Status:
Unpublished Classification
of issues present
Application
of CISG: Yes Application
of CISG – accepted by both parties Time
of delivery – determined in contract – not achieved because of attitude of
buyer Mitigating
loss – seller resold cars to third party – cannot lead to avoidance of
contract Damages
– to be reduced by amount received from reselling cars
Text
of the Decision In
de zaak nr. 4143/2003 der algemene rol. De
NV GARAGE MA CAMPAGNE, met vennootschapszetel te 8870 Izegem... en met
ondernemingsnummer..., Eiseres
op hoofdeis, Verweerster
op tegeneis, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Piet Lombaerts, advocaat te
Harelbeke, TEGEN
: De
vennootschap naar Engels recht RIVERSIDE VEHICLE RENTAL LIMITED, met
vennootschapszetel in het Verenigd Koninkrijk... Kent..., Verweerster
op hoofdeis, Eiseres
op tegeneis, hebbende als raadslieden Mters. Pieter, Nicolaas en Maarten
Vinckier, advocaten te Roeselare, pleitend Mter. Pieter Vinckier. De
rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 14 april 2004
en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing wakend
van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het
gebruik van talen in gerechtszaken. De
vorderingen. Met
dagvaarding betekend op 4 augustus 2003 vorderde de NV Garage Ma
Campagne, in het overwegend gedeelte van het vonnis de NV Ma Campagne genaamd,
de veroordeling van de vennootschap naar Engels recht Riverside Vehicle Rental
Limited, in het overwegend gedeelte van het vonnis de R.V.R Ltd. genaamd, tot
betaling van € 143.769,74, te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot
de dag van de betaling en tot betaling van de kosten van het geding. Met
besluiten, ter griffie neergelegd op 10 december 2003 verhoogde de NV
Ma Campagne haar vordering met bijkomende rente en het forfaitaire schadebeding
van 10% op het factuurbedrag en vorderde veroordeling van de R.V.R Ltd. tot
betaling van € 159.721,76, te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot
de datum van de betaling. Met
besluiten, ter griffie neergelegd op 10 november 2003 vorderde de
R.V.R lid., bij tegeneis, te zeggen voor recht dat de NV Ma Campagne een
contractuele tekortkoming beging, de verkoop van de resterende 52 auto's te
ontbinden en de NV Ma Campagne te veroordelen tot betaling van € 96.116,32
schadevergoeding, te vermeerderen met een interest van 4% per jaar vanaf 28 januari 2003
tot aan het tussen te komen vonnis en vanaf dan tot aan de uiteindelijke
betaling met de gerechtelijke intrest op het geheel. Beoordeling. 1. De
R.V.R Ltd. zet uiteen dat zij in feite een trader is die zich toelegde op de
aankoop van auto's op het vasteland om deze zo goed als onmiddellijk, maar toch
als tweedehands auto's door te verkopen aan Engelse cliënten. De
R.V.R Ltd. zou zich laten betalen door haar Britse klant, om dan met deze gelden
haar leverancier op het vasteland te betalen. Eenmaal de Britse klant gevonden
zou de R.V.R Ltd. om de levering van de auto's verzoeken en natuurlijk voorzien
in de betaling van de prijs. In
dat licht bestelde de R.V.R Ltd. op 7 en 26 augustus 2002 bij de
NV Ma Campagne 80 personenauto's. Volgens
de voorgelegde bestelbons was de periode van levering geraamd eind september -
begin oktober of eind oktober. Voor
elke auto werd er door de R.V.R Ltd. een voorschot betaald van 5%. Op de
bestelbons is voorzien dat de saldi vereffend zouden worden bij de afhaling. De
NV Ma Campagne bestelde die auto's bij Ford en na ontvangst ervan, factureerde
de NV Ma Campagne die auto's door aan de R.V.R Ltd., met aan die facturen
gehecht de gelijkvormigheidattesten van de verkochte auto's. Al
die voor de R.V.R Ltd. bestemde auto's werden zo door de NV Ma Campagne
gefactureerd in de maand oktober 2002. Er
is geen betwisting tussen partijen dat de bepalingen van het Weens Koopverdrag
(CISG) van toepassing zijn op de door partijen gesloten overeenkomsten. 2, Bij
e-mail van 24 oktober 2002 vroeg de NV Ma Campagne aan de R.V.R Ltd.
de bevestiging van betaling en van afhaling van de auto's. Zij meldde daarbij
dat zij teveel auto's in stock had. Bij
e-mail van 28 oktober 2002 bevestigde de R.V.R Ltd. dat ze die dag
betaling uitvoerde voor zes auto's en vroeg zij de NV Ma Campagne om na de
ontvangst van de betaling haar te verwittigen zodat zij de auto's kon ophalen
via een door haar aangestelde transporteur. Zij liet daarbij weten dat zij
binnenkort nog meer geld verwachtte. Bij
e-mail van 1 november 2002 liet de R.V.R Ltd. weten dat zij overging
tot betaling van 10 auto's en verontschuldigde zij zich dat het zeer traag ging,
wat te wijten was aan het feit dat in Engeland alles tot stilstand was gekomen. Op
13 november 2003 informeerde de NV Ma Campagne naar bijkomende
betaling en afhaling. Op
15 november werd door de R.V.R Ltd. betaling van nog eens 5 auto's
aangekondigd. Op
20 november 2002 liet de NV Ma Campagne weten dat zij kosten zou
aanrekenen voor de niet betaalde auto's: intrest aan 9,5% en € 3,00 per
dag stallingkosten. Op
22 november 2002 antwoordde de R.V.R Ltd. op de brief over
stallingkosten en rente op de verkochte maar onbetaald en overgehaald gebleven
auto's. Zij stelde dat er geen tijdschema was overeengekomen, zij nog een aantal
onverkochte auto's in haar bezit had en zij de aangekondigde kosten betwistte.
Zij beloofde haar uiterste best te doen om de problemen op te lossen. Bij
e-mail 2 december 2002 vroeg de NV Ma Campagne de bevestiging van de
chassisnummers voor de volgende afhaling. De R.V.R Ltd. repliceerde dezelfde dag
dat zij wachtte op gelden die zouden binnenkomen. Op
18 december 2002 wees de NV Ma Campagne er op dat er nog 61 onbetaalde
auto’s in stock waren. De lijst ervan was bijgevoegd. Op 2 januari 2003
stuurde de NV Ma Campagne de R.V.R Ltd. een lijst toe van de op dat moment 58
auto's in stock. Op
6 januari 2003 liet de NV Ma Campagne aan de R.V.R Ltd. weten dat zij
één van de auto's zou doorverkopen aan een derde, waarmee de R.V.R Ltd.
akkoord ging. Op
27 januari 2003 liet de NV Ma Campagne een lijst overmaken aan de
R.V.R Ltd. met daarop vermelding van de 52 voertuigen nog steeds in stock. Naar
de NV Ma Campagne uiteen zet heeft zij in de loop van de maand januari aan de
R.V.R Ltd. laten weten dat zij nog een bijkomende korting wenste te geven op de
resterende voertuigen, zodat de verkoop misschien wat zou vlotten. Op de lijst
overgemaakt op 27 januari 2003 werden die gereduceerde verkoopprijzen
opgenomen. De
R.V.R Ltd. betwist dit. Zij houdt voor dat de nieuwe prijzen haar pas op 27 januari 2003
werden overgemaakt. Bij
e-mail van 28 januari 2003, om 15.37 u., liet de R.V.R Ltd. aan de NV
Ma Campagne weten dat er wat meer belangstelling was, gezien de nieuwe prijzen.
Geen betaling of afhaling van auto's werd aangekondigd. Bij
e-mail van dezelfde dag, om 15.44 u., liet de NV Ma Campagne weten dat alle
Mondeo's verkocht waren. Bij
e-mail van 28 januari 2003, om 16.47 u. bevestigde de R.V.R Ltd.
zonder meer dat zij de gelijkvormigheidattesten zou terugsturen, wat naderhand
effectief werd uitgevoerd. 3. Overeenkomstig
art. 33 CISG moet de verkoper de zaken afleveren: a)
indien er een datum is bepaald of bepaald kan worden op grond van de
overeenkomst, op die datum; b)
indien er een termijn is bepaald in of bepaald kan worden op grond van de
overeenkomst, op enig tijdstip binnen de termijn, tenzij uit de omstandigheden
blijkt dat de koper een datum moet kiezen; of c)
in alle andere gevallen, binnen een redelijke termijn na het sluiten van de
overeenkomst. Op
de bestelbons is over de leveringstermijn bepaald: "Geraamde
leveringstermijn eind september- begin oktober" OF ''eind oktober''. Er
is geen betwisting dat daarmee de maand september of oktober 2002 bedoeld
wordt. Ten
onrechte houdt de R.V.R Ltd. voor dat uit die omschrijving op de bestelbons niet
zou blijken dat de voertuigen binnen een bepaalde termijn dienden geleverd te
worden, maar dat de levering van de auto's diende te gebeuren op haar afroep,
wat zou blijken uit de uitvoering van de overeenkomst. Vooreerst
is de tekst van de bestelbons duidelijk, in die mate dat er wel degelijk een
termijn wordt bepaald: op de ene bestelbon is bepaald ''eind september - begin
oktober''. Op de andere bestelbon is als termijn gesteld ''eind oktober''. Bij
de facturatie van de auto's in de maand oktober 2002 en het overmaken van de
facturen, samen met de gelijkvormigheidattesten, geeft de NV Ma Campagne de
documenten af met betrekking tot de te leveren zaken en wel op een tijdstip,
binnen de termijn voorzien voor de levering, dit is in de maand oktober 2002
(art. 34 CISG). Daarmee geeft de NV Ma Campagne aan de R.V.R Ltd. te kennen
dat de goederen, voorwerp van de overeenkomst, door Ford te haren beschikking
zijn gesteld, en bij haar klaar staan voor de levering op de manier door
partijen uitgewerkt, namelijk door afgifte van de voertuigen aan de
vervoermaatschappij daartoe gelast door de R.V.R lid., en mits het gelijk
oversteken van de betaling van de saldi voor de voertuigen. De kennisgeving dat
er kon overgegaan worden tot levering en inontvangstneming van de goederen
gebeurde op een tijdstip binnen de termijnen voor de levering bepaald in de
overeenkomst: oktober 2002. Overeenkomstig art. 60 CISG diende de R.V.R
Ltd. op dat moment alles in het werk te stellen wat redelijkerwijs van haar kon
verwacht worden om de NV Ma Campagne tot levering in staat te stellen: betalen
van het saldo en transport voorzien om de auto's op te laden. Het
is verder niet, omdat de R.V.R Ltd. er niet in slaagde de bij de NV Ma Campagne
aangekochte auto's tegen eind oktober 2002 reeds door te verkopen aan
klanten in het Verenigd Koninkrijk en slechts overging tot afname van de enkele
auto's die doorverkocht waren, na veelvuldig aandringen vanwege de NV Ma
Campagne, dat er sprake zou zijn van levering van het aangekochte op haar
afroep. Partijen
waren overeengekomen dat bij de levering, waarvan de termijn waarbinnen die
diende door te gaan in de overeenkomst was vastgelegd, de aankoopprijs voor de
auto’s integraal betaald werd. Het is nu niet omdat de NV Ma Campagne het
nodige geduld aan de dag legde en akkoord ging met gedeeltelijke betaling van
het aangekochte en het laten tot zich nemen door de R.V.R Ltd. van de enkele
betaalde auto's, dat daarmee aangetoond wordt dat er overeengekomen werd te
leveren op afroep. Dat
er niet diende geleverd te worden op afroep wordt ook genoegzaam bewezen aan de
hand van de hiervoor aangehaalde briefwisseling. Telkens dringt de NV Ma
Campagne aan op de afname van de auto's. De R.V.R Ltd. roept geen auto's af.
Telkens nadat de R.V.R Ltd. aangemaand werd tot afdamt, liet zij enkel weten dat
zij nog enkele voertuigen heeft verkocht, wat gelden kon innen en dat deze
gelden zullen aangewend worden om de aankoopprijs te vereffenen, zodat er tot
het inleggen van vervoer en tot levering van enkele auto's kan worden
overgegaan. Wanneer
de NV Ma Campagne op 24 oktober 2002, nadat zij de facturen en de
gelijkvormigheidattesten van de auto's overmaakte, die eind januari 2003
nog steeds niet waren afgenomen, de R.V.R Ltd. verzocht betaling te bevestigen
en de afhaling van de auto's, daaraan toevoeging dat zij al te veel auto's in
stock had, dan gold dit ongetwijfeld als aanmaning tot inontvangstneming van de
zaken, waartoe echter niet werd overgegaan, voor wat betreft de bewuste 52
auto's, die op dat moment volgens de overeenkomst door de R.V.R Ltd. tot zich
dienden te worden genomen. De
Rechtbank wijdt er overigens op dat, zelfs al zou er moeten ingenomen worden dat
er op afroep geleverd werd, de levering niet doorging binnen een redelijke
termijn na het sluiten van de overeenkomst, en dit uitsluitend te wijten was aan
de houding van de R.V.R Ltd. die als koper haar verplichting tot
inontvangstneming niet nakwam. In
haar e-mail van 1 november 2002 verontschuldigde de R.V.R Lid. zich er
reeds voor dat alles zo tergend traag verliep, wat maar kan duiden op de
ongewone trage gang van zaken. Die verontschuldiging werd door de R.V.R Ltd.
herhaald in haar e-mail van 22 november 2002, waar zij er op wees dat
zij haar uiterste best zou doen om het probleem op te lossen en zij de NV Ma
Campagne vroeg om zich neer te leggen bij de moeilijke marktsituatie. Wanneer
eind januari 2003 nog steeds 52 auto's niet werden afgenomen en er zich
zelfs toen geen onmiddellijke inontvangstneming door de R.V.R Ltd. aankondigde,
kan de Rechtbank dit slechts beschouwen als het niet uitvoeren van de
inontvangstneming van de zaken binnen een redelijke termijn na het sluiten van
de overeenkomst. Het is overigens geen plicht van de verkoper om zich te moeten
schikken naar de marktsituatie en het risico van die marktsituatie waarin haar
koper is verzeild geraakt. 4. In
beide hypotheses, hiervoor ontwikkeld, dringt het oordeel zich op dat de R.V.R
Ltd. te kort kwam aan haar verplichting tot de inontvangstneming van het
voorwerp van de overeenkomst, zodat de NV Ma Campagne, naar haar keuze,
schadevergoeding, nakoming Of ontbinding van de overeenkomst kan vorderen, op
grond dus van de onrechtmatige weigering de auto's af te nemen binnen de
voorziene leveringstermijn of binnen een redelijke termijn na het sluiten van de
overeenkomst. In
casu vordert de NV Ma Campagne vergoeding van haar schade. Ten
einde te voldoen aan het voorschrift van art. 77 CISG, de plicht tot het
treden van redelijke maatregelen tot beperking van de uit de tekortkoming van de
R.V.R Ltd. voortvloeiende schade, heeft de NV Ma Campagne de teruggave van de
gelijkvormigheidattesten aan de R.V.R Ltd. gevraagd en is zij overgegaan tot de
verkoop van de resterende auto's aan een derde. De
R.V.R Ltd. heeft zonder enig voorbehoud die gelijkvormigheidattesten, zelfs al
blijken dit aan haar overgemaakte duplicaten te zijn, terugbezorgd aan de NV Ma
Campagne, wat ongetwijfeld haar akkoord impliceerde dat zij niet verlangde dat
de overeenkomst verder werd uitgevoerd en zij er akkoord mee ging dat de
overeenkomst voor het saldo ontbonden werd en de NV Ma Campagne overging tot een
dekkingsverkoop. Volgens het Weens Koopverdrag is het belangrijk dat de partijen
door de ontbinding zich bevrijd weten van hun verdere verplichtingen (Van Houtte
H., ''Het Weens Koopverdrag in het Belgische rechter, T.B.H., 1998, blz. 344 en
vlg. Vooral blz. 354,nr. 39 in fine). In casu ging de R.V.R lid. akkoord met het
feit dat de NV Ma Campagne bevrijd was van haar verdere verplichting, te weten
haar leveringsplicht. Zij stuurde de voor de uitvoering noodzakelijk
gelijkvormigheidattesten zonder meer terug. Zij ging zonder meer akkoord met de
ontbinding. Gezien
wat voorafgaan houdt de R.V.R Ltd. dan ook hic et nunc ten onrechte voor dat de
NV Ma Campagne een contractuele tekortkoming beging door de auto's niet verder
in stock te houden en dat om die redenen de ontbinding van de overeenkomst zich
opdringt rasters de NV Ma Campagne met schadevergoeding te haren voordeel. De
NV Ma Campagne hield zich met het akkoord van de R.V.R lid., gezien de
voorbehoudloze terugzending van de gelijkvormigheidattesten door deze laatste,
enkel aan de voorschriften van art. 77 CISG. Het
nemen van schadebeperkende maatregelen overeenkomstig art. 77 CISG, onder
de vorm van doorverkoop van het restant van de goederen door de verkoper met het
onbetwistbare akkoord van de koper, na onrechtmatige weigering tot
inontvangstneming van dat restant door de koper, zelfs bij gebreke aan een
voorafgaande formele ontbindingverklaring van de overeenkomst op die gronden
vanwege de verkoper, rechtvaardigt geenszins de ontbinding van de overeenkomst
lastens de verkoper. Dit
impliceert meteen dat de door de R.V.R Ltd. gestelde tegeneis als ongegrond moet
worden afgewezen. 5. Bij
de begroting van de schadevergoeding dient de benadeelde partij zo veel als
mogelijk te worden geplaatst in de situatie waarin zij zich zou hebben bevonden
indien de overeenkomst correct was nageleefd. -
Bij
de begroting van het winstverlies in hoofde van de NV Ma Campagne te wijten aan
de doorverkoop van de resterende auto's aan een lagere prijs dan contractueel
voorzien, dient rekening gehouden te worden, zoals de R.V.R Ltd. terecht
opmerkt, met de prijsaanpassingen die de NV Ma Campagne ook ten opzichte van de
R.V.R Ltd. had doorgevoerd in de maand januari 2003. Mits correcte
uitvoering van de overeenkomst had de NV Ma Campagne uiteraard ook slechts die
lagere prijs voor de auto's vanwege de R.V.R Ltd. ontvangen. Als prijsverschil
tussen wat de NV Ma Campagne via derden ontving en wat zij had ontvangen van de
R.V.R Ltd. mits correcte uitvoering van de overeenkomst, kan dan ook slechts een
som van € 109.534,70 weerhouden worden, bedrag cijfermatig door de NV Ma
Campagne niet betwist. -
Met
de R.V.R Ltd. neemt de Rechtbank verder aan dat de NV Ma Campagne niet bewijst
dat zij kosten voor het stockeren van de auto's heeft moeten betalen. Zij legt
wel een prijslijst voor over dergelijke kosten, maar dat haar daadwerkelijk
dergelijk kosten werden aangerekend, wordt niet bewezen. -
Wat
de conventionele rente en het conventioneel verhogingstekens betreft, wijst de
R.V.R Ltd. er terecht op dat de eisuitbreiding niet toelaatbaar is voor het
verhogingstekens en dat er over die factuuraanhorigheden bij het sluiten van de
overeenkomst niets werd overeengekomen. Het komt de verkoper verder niet toe
naderhand, na de uitvoering van zijn leveringsplicht, dergelijke voorwaarden
eenzijdig aan de koper op te dringen bij het opstellen van zijn facturen. Evenmin kan de NV Ma Campagne
terugvallen op de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding
van de betalingsachterstand bij handelstransacties. De NV Ma Campagne vordert immers geen
betaling van achterstallige facturen, te vermeerderen met aanhorigheden
verschuldigd wegens laattijdige betaling van de facturen. De NV Ma Campagne vordert
schadevergoeding wegens niet uitvoering van het saldo van een koop-overeenkomst.
Welnu, voormelde wet is matrone waterige niet van toepassing op
schadevergoedingen (Sagaert V. en Samoy I., ''De wet van 2 augustus 2002
betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.
Een verwittigd wanbetaler is er twee waard ... '', R.W. 2002-2003, 324, nr. 8). Dit onderdeel van de vordering van de
NV Ma Campagne is, zoals in casu dus gesteld, ongegrond. De NV Ma Campagne vordert verder geen
vergoeding voor de nutteloze financiering van goederen waaromtrent de ontbinding
van de verkoop werd aanvaard, noch voor de bijstand van een raadsman om
schadevergoeding te bekomen, zodat de Rechtbank niet gevat is daar uitspraak
over te doen. De
schadevergoeding wordt door de Rechtbank dan ook vastgesteld op € 109.534,70,
bedrag te verminderen met de voor de auto's ontvangen voorschotten of minus €
47.343,12. De
vordering van de NV Ma Campagne wordt derhalve gegrond verklaard voor € 62.191,58. *
* * Bij
gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft,
waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten
uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot
kantonnement door de Rechtbank niet ingegaan. OM
DEZE REDENEN DE
RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak; alle
anders luidende en/of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart
de hoofdeis ontvankelijk en in volgende mate gegrond; Veroordeelt
de vennootschap naar Engels recht Riverside Vehicle Rental Limited tot betaling
aan de NV Garage Ma Campagne van € 62.191,58 (tweeënzestig duizend
honderd eenennegentig euro en achtenvijftig cent), te vermeerderen met de
gerechtelijke rente aan 7% vanaf de dag van de dagvaarding, 4 augustus 2003,
tot de dag der betaling; Wijst
het bij hoofdeis meergevorderde af als ongegrond; Verklaart
de tegeneis ontvankelijk, doch wijst die af als ongegrond; Verwijst
de vennootschap naar Engels recht Riverside Vehicle Rental Limited tot al de
kosten van het geding en stelt deze aan de kant van de NV Garage Ma Campagne tot
op heden vast op € 520,60 kosten van dagvaarding en rolstelling en op €
342,09 rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd
de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart
dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder
borgstelling; (...) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |