K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 24 March 2004

Tribunal: Hof van Beroep, Gent

Case Number: 2000/AR/1753

Case History: Appeal from Rechtbank van Koophandel, Gent, 4 August 2000

Parties: NV Segers-Van Ingelgem v. NV Axima Contracting, NV ECA, BVBA Gebroeders Veys and Arfa Röhrenwerke AG

Seller’s Country: Switzerland (Co-defendant, Respondent on Appeal)

Buyer’s Country: Belgium (Co-defendant, Appellant)

Goods Involved: sprinkler installation

Judge: D. Floren

Status: Unpublished

 

 

Classification of issues

 

Application of CISG: Yes

CISG Provisions Applied: Arts. 39 and 40

Unclear whether buyer knew or should have known defects – expert investigation, as ordered by first judge, should continue

Case referred back to first judge

 

 

Text of the Decision

 

in de zaak van:

N.V. SEGERS-VAN INGELGEM, met maatschappelijke zetel te 3001 Heverlee-Leuven... en ingeschreven in het handelsregister te Leuven...,

appellante, hebbende als raadsman mr. Jan Hamels, advocaat te 3000 Leuven...,

tegen

l. N.V. AXIMA CONTRACTING, (voorheen N.V. FABRICOM AIR CONDITIONING-BIOTIM) met maatschappelijke zetel te 1190 Brussel-Vorst... en ingeschreven in het handelsregister te Brussel...,

eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Henry Van Burm, advocaat te 9000 Gent...,

2. N.V. ECA, met maatschappelijke zetel te 9960 Assenede...en ingeschreven in het handelsregister te Gent...,

tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Emile Torck, advocaat te 9900 Eeklo...,

3. B.V.B.A. GEBROEDERS VEYS, met maatschappelijke zetel te 8520 Kuurne... en ingeschreven in het handelsregister te Gent...,

derde geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Gaston Moentjens, advocaat te 9000 Gent...,

4. ARFA RÖHRENWERKE A.G., vennootschap naar Zwitsers recht, met maatschappelijke zetel in Zwitserland te 4002 Basel...,

vierde geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Pierre-Paul Wittamer, advocaat te 1050 Brussel...,

en mede inzake:

N.V. AGF BELGIUM INSURANCE, verzekeringsmaatschappij met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel... en ingeschreven in het handelsregister te Brussel...,

oorspronkelijk vrijwillig tussenkomende partij, hebbende als raadsman mr. Roland De Meyer, advocaat te 9000 Gent...,

velt het Hof volgend arrest:

Het Hof heeft in openbare terechtzitting de partijen in hun middelen en conclusies gehoord, alsmede de door Segers en Arfa Röhrenwerke neergelegde stukken ingezien.

Het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, vakantiekamer, van 4 augustus 2000, werd ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 30 augustus 2000. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een exploot van betekening ligt niet voor.

I. Voorwaarden.

1. Begin 1996 liet N.V. Eca (oorspronkelijke eiseres) in haar gebouwen een sprinklerinstallatie leveren en plaatsen door N.V. Sulzer Infra, rechtsvoorgangster van N.V. Fabricom Air Conditioning-Biotim, thans Axima Contracting, hierna genoemd Fabricom.

Nadat in 1999 gebreken waren vastgesteld aan de buizen, ging Eca op 7 april 2000 over tot dagvaarding van Fabricom, met het oog op de aanstelling van een deskundige en haar veroordeling tot een schadevergoeding, voorlopig begroot op 2.000.0000 frank (= € 495.787,05).

Fabricom ging op haar beurt over tot dagvaarding van N.V. Segers-Van Ingelgem (hierna genoemd Segers), die de buizen had geleverd, B.V.B.A. Gebroeders Veys (hierna genoemd Veys), die de installatie had geplaatst in onderaanneming voor Fabricom, en Arfa Röhrenwerke AG, de Zwitserse leverancier van de buizen. Haar vordering strekt tot de geldigverklaring van het door Eca gevraagde deskundigenonderzoek en volledige vrijwaring voor elke lastens haar uitgesproken veroordeling.

Tenslotte kwam ook N.V. AGF Belgium Insurance, verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid van Veys, vrijwillig in het geding tussen.

2. De eerste rechter stelt vast dat in de door Arfa Röhrenwerke voorgelegde bestelbons (daterende van 8 en 18 januari en 1 februari 1996) betreffende de bestelling van de buizen door Segers, wordt verwezen naar algemene verkoopsvoorwaarden, die onder meer voorzien dat het Zwitsers recht van toepassing is, en dat voor verborgen gebreken een garantie van 6 maanden wordt gegeven.

Verder wordt overwogen dat het Weens Koopverdrag van toepassing is op de rechtsvervolging tussen Segers en Arfa Röhrenwerke, en wordt meer bepaald gewezen op artikel 39 van dit Verdrag, krachtens hetwelk de koper het recht verliest om zich te beroepen op verborgen gebreken, indien hij de verkoper niet uiterlijk binnen een termijn van 2 jaar na levering van de goederen in kennis heeft gesteld van enig verborgen gebrek.

Aldus besluit de eerste rechter dat de vordering ten aanzien van Arfa Röhrenwerke laattijdig werd ingesteld, en dus niet ontvankelijk is, zowel op grond van de overeenkomst tussen partijen, als op grond van het Weens Koopverdrag.

Ten aanzien van de overige partijen wordt de heer Jacques Defrancq belast met een onderzoek van de kwestieuze sprinklerinstallatie.

3. Het door Segers ingesteld hoger beroep is beperkt tot de buitenzakestelling van Arfa Röhrenwerke.

Zij verwijt de eerste rechter dat hij de vordering ten aanzien van Arfa Röhrenwerke heeft afgewezen, nog voor er iets bekend is over de oorzaak van de lekken in de buizen. Meer bepaald zou in de gegeven omstandigheden geen uitspraak kunnen gedaan worden omtrent de mogelijke toepassing van artikel 40 van het Weens Koopverdrag, zijnde het geval waarin de verkoper zich niet kan beroepen op de artikelen 38 en 39, omdat hij de gebreken kende of had moeten kennen.

Op deze gronden vraagt Segers dat het deskundigenonderzoek ten aanzien van alle in het geding betrokken partijen zou gelden.

4. Arfa Röhrenwerke besluit tot de afwijzing van het hoger beroep en de volledige bevestiging van het bestreden vonnis.

5. Fabricom, thans Axima Contracting, Eca, Veys en AGF Belgium Insurance stellen vast dat het hoger beroep niet tegen hen is gericht en vorderen de verwijzing van Segers in de aan hun zijde gevallen kosten.

 

II. Bespreking.

1. De eerste rechter heeft terecht de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag weerhouden op de rechtsvervolging tussen Segers en Arfa Röhrenwerke.

Overeenkomstig artikel 39.2 verliest de koper het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij de verkoper niet uiterlijk binnen een termijn van twee jaar na de datum waarop de zaken feitelijk aan de koper werden afgegeven, hiervan in kennis stelt, tenzij deze termijn niet overeenstemt met een in de overeenkomst opgenomen garantiebewijs.

Artikel 40 bepaalt evenwel dat de verkoper zich niet kan beroepen op het bepaalde in artikel 39, indien het niet-beantwoorden van de zaken aan de overeenkomst betrekking heeft op feiten die hij kende of waarvan hij niet onkundig had kunnen zijn en die hij niet aan de koper heeft bekend gemaakt.

Met andere woorden, zowel de termijn van twee jaar als een eventuele contractueel bepaalde garantiebewijs, kunnen in dit geval buiten werking worden gesteld.

In het kader van het Weens Koopverdrag is er geen sprake van een vermoeden van kennis van verborgen gebreken in hoofde van de professionele verkoper.

De bewijslast, dat de verkoper de gebreken kende of had moeten kennen, rust op de koper.

Op grond van de thans voorhanden zijnde gegevens omtrent de aard van de gebreken aan de door Arfa Röhzenwerke geleverde buizen, kan niet met zekerheid worden uitgesloten dat het gaat om gebreken, die zij kende of diende te kennen. Het is precies een deskundigenonderzoek, dat de oorzaak van de corrosie van de buizen aan het licht moet brengen, dat duidelijkheid zal moeten brengen en dat zal moeten aantonen of Segers al dan niet het vereiste bewijs kan leveren. De beoordeling van de ontvankelijkheid van de tegen Arfa Röhrenwerke gestelde vordering was dan ook voorbarig.

De expertise dient te worden uitgevoerd in aanwezigheid van Arfa Röhrenwerke. De reeds verrichte expertisewerkzaamheden dienen eventueel te worden hernomen, in de mate de eerbiediging van de rechten van Arfa Röhrenwerke zulks zou vereisen.

2. Fabricom, thans Axima Contracting, Eca, Veys en AGF Belgium Insurance werden ten onrechte in de beroepsprocedure betrokken. Segers dient in te staan voor de aan hun zijde gevallen kosten.

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

Melding makelde van de toepassing van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.

Verklaart het hoger beroep toelaatbaar en gegrond, in de mate als gericht tegen Arfa Röhrenwerke AG.

Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzigde.

Vooraleer te oordelen over de ontvankelijkheid van de vorderingen, ook ten aanzien van Arfa Röhrenwerke AG, beveelt een deskundigenonderzoek, uit te voeren door de heer Jacques Defrancq, overeenkomstig de opdracht, zoals omschreven in het disposities van het vonnis van 4 augustus 2000.

Verklaart de expertise en de reeds uitgevoerde expertiseverrichtingen gemeen en tegenstelbaar aan Arfa Röhrenwerke AG, met dien verstarde dat de deskundige de reeds uitgevoerde expertiseverrichtingen eventueel zal hernemen, in de mate de eerbiediging van de rechten van Arfa Röhrenwerke AG dit vereist.

Verwijst de zaak terug naar de eerste rechter voor verdere afhandeling.

Verwijst Arfa Röhrenwerke in de kosten van de beroepsinstantie, aan de zijde van Segers vereffend op € 185,92 rolrecht, € 57,02 uitgavenvergoeding verzoekschrift en € 228,06 rechtsplegingsvergoeding.

Stelt vast dat het hoger beroep ten aanzien van N.V. Axima Contracting, N.V.

Eca, B.V.B.A. Gebroeders Veys en N.V. AGF Belgium Insurance, zonder voorwerp is.

Verwijst N.V. Segers-Van Ingelgem in de kosten, gevallen de zijde van deze partijen, vereffend op ieder de rechtsplegingsvergoeding ten bedaagd van € 228,06.

(...)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be