K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 4 February 2004

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt

Case Number: AR 04/267

Parties: N SPA v. S NV

Seller’s Country: Italy (Plaintiff)

Buyer’s Country: Belgium (Defendant)

Goods Involved: Furniture

Judges: P. Vanhelmont, P. Driesen, M. Vanstraelen

Status: Unpublished

 

 

Classification of issues present

 

Application of CISG: Yes

CISG Provisions Applied: Arts. 3(2), 38 and 39

Notice of non-conformity – too late

Notice of non-conformity – may be given by telephone, but buyer has to prove

If part of contract services – CISG still applicable if largest part is sale of goods

On services part of contract – rules on notice also applicable

 

Text of the Decision

 

 in zake:

A.R. 04/267-< NATUZZI S.P.A.>, vennootschap naar Italiaans recht, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te I 70029 (Italië)...; 

aanleggende partij, die verschenen is door meester Vanderkerckhove loco meester D. Blommaert, advocaat te 1170 Brussel... ;

tegen :

<S NV>, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3520 ZONHOVEN... met ondememingsnummer...;

verwerende partij, die verschenen is door haar gedelegeerd-bestuurder, de heer BYNENS Ludovicus, Marcellus, Honnerikstraat, 9 te Zonhoven...,

Volgt het vonnis.

Bij inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder D. Vandormael te Hasselt van 14 januari 04 liet eisende partij dagvaarding uitreiken aan verwerende partij teneinde deze te horen veroordelen tot betaling van € 4.957,87 in hoofdsom, te verhogen met de wettelijke interesten aan het tarief van 7% per jaar vanaf 1 maart 2003 tot de datum van de algehele betaling, en tot € 379,38 zijnde de westelijke interesten aan het tarief van 7% vanaf de eerste ingebrekestelling tot 28 februari 2003 en de kosten. 

Ter zitting van 28 januari 04 is Mr. Vanderkerckhove verschenen loco Mr. D. Blommaert voor eisende partij; verweerster is verschenen door haar gedelegeerd-bestuurder;

Mr. Vanderkerckhove heeft gepleit en de Heer L. Bynens werd gehoord in zijn uitleg. Mr. Vanderkerckhove heeft stukken neergelegd; de heer L. Bynens heeft een noot neergelegd.

IN FEITE

Eiseres vordert betaling van het saldo, € 4.957,87 in hoofdsom, van een factuur van 13 september 99, die in haar geheel beliep op € 16.902,67. Die had betrekking op meubelen, die op 16 september 99 bij verweerster werden geleverd.

Verweerster ontkent niet dat het bestelde aan haar geleverd werd, dat zij het vrachtbewijs heeft afgetekend en de factuur heeft ontvangen. 

Eiseres houdt voor dat verweerster verscheidene keren in gebreke werd gesteld om het saldo te betalen.

Uit de door eiseres bijgebrachte stukken (verweerster brengt geen enkel stuk bij) blijkt dat haar kredietverzekeraar Euler op 25 januari 02 aan verweerster schreef dat zij vaststelde dat haar tussenkomst om op minnelijke wijze betaling te bekomen niet gelukt was en dat de schuldvordering bijgevolg langs gerechtelijke weg zou vervolgd worden.

Op 11 juni 02 schreef verweerster aan Euler:

“Voor wat het achterhouden betreft van een gedeelte van de vervallen factuur, hebben wij U in een vorig schrijven reeds medegedeeld. Begin 1999 werd ons voorgesteld van N, om een ruimte ter beschikking te stellen voor de verkoop van hun producten. Indien wij alle door hen voorgestelde modellen aankochten, zouden zij volledig instaan voor het inrichten en verkoopsklaar maken van deze ruimte (+/-350meter.) Zij zouden zorgen voor de plannen voor de inrichting Zij beloofde te zorgen voor de publiciteit, het verdelen van de bolders, het klaarmaken van een levenstaken muur, voor opstellen van video apparatuur, voor de ondersteuning van de verkoop, opleiding van personeel, en nog veel meer. Het zou iets groots worden. Het zou een voorbeeld verkoopsmodel worden voor N in België. Wij stelden vast dat wel snel alles geleverd werd, maar dat van enige ondersteuning plannen of samenwerking geen spraak was. Na tientallen telefoons was nog steeds niemand van N bereid om ook maar eens contact op te nemen met ons of een vertegenwoordiger te sturen om de gemaakte afspraken na te komen. Dit heeft voor ons een  zeer groot verlies met zich meegebracht. Verschillende van de geleverde modellen zijn onverkoopbaar gebleken en kunnen terug afgehaald worden. Wij hebben alles wel onmiddellijk betaald en 200.000 bef (4957,8 €) achtergehouden om de firma aan te zetten om de gemaakte afspraken na te komen, maar tot vandaag heeft niemand nog iets van zich laten horen. Wij zijn bereid een deel te betalen maar wij verwachten een aanvaardbaar tegenvoorstel van C om in de geleden schade, door het niet naleven van hun afspraken, tussen te komenden Het vorig schrijven van verweerster, waarvan sprake in de brief van 11 juni 02, wordt niet medegedeeld.

Op 26 februari 03 stelde de raadsman van eiseres in gebreke en vermeldde: “Uit uw brieven van 10/01/02, 11/06/02 en 23/11:02 blijkt dat u weigert het saldo te betalen, omdat u beweerdelijk niet de vereiste ondersteuning van mijn cliënte zou hebben gekregen. Mijn cliënt ontkent echter met klem dat zij de commerciële afspraken niet zou hebben nageleefd. U vindt in bijlage een pro forma factuur waaruit blijkt dat videomateriaal, stalen, publiciteitsmateriaal en ander materiaal ter ondersteuning van de verkoop gratis aan u werd geleverd. Bovendien werd de leveringsbon door u voor ontvangst ondertekend.”

S herhaalt als verweer wat zij reeds aan de kredietverzekeraar schreef en voegt eraan toe dat N in het begin aan de telefoon nog hoop gaf dat het allemaal in orde zou komen, maar na enkele tijd, en na de zoveelste keer contact genomen te hebben, zou haar koudweg gezegd zijn dat N niet verantwoordelijk was voor wat de vertegenwoordiger met S had afgesproken en dat die vertegenwoordiger niet meer voor haar werkte. Zij zou door de houding van N een zeer groot verlies en achterstand om de zaak op te starten hebben opgelopen. Meer dan eerbaar zou zij de verkoopruimte, die door N gevraagd was, hebben moeten laten weerstaan en enkel kunnen gebruiken als stockruimte voor de door hen geleverde goederen. Haar indruk was dat men de kans zag bij N om van een oude stock af te geraken en dat de gemakkelijkste weg was die bij een beginnende kleine zelfstandige, die er toch niets van kende, te verkopen.

BEOORDELING :

Ter zake is het Weens Koopverdrag van toepassing. 

S NV. erkent dat zij bij N meubelen heeft aangekocht. Blijkbaar pas op 11 juni 02 heeft zij aan de kredietverzekeraar laten weten dat verschillende van de geleverde modellen onderkoopt zijn gebleken en terug kunnen afgehaald worden. Thans houdt men voor dat een oude stock werd geleverd, dat zij een aantal onverkiesbaar gebleken meubelen met verlies heeft verkocht, dat er een aantal nog steeds in stock staan en onverkoopbaar blijken.

Het is niet duidelijk of het bovenstaande verweer bedoelt dat het geleverde niet beantwoordt aan de kwaliteit en de omschrijving van de in de overeenkomst gestelde eisen. Geen der partijen brengt de overeenkomst bij. Maar art. 38 van het Weens Koopverdrag legt de koper de verplichting op om de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn te keuren of te doen keuren. Art. 39 van het Weens Koopverdrag stelt dan weer dat de koper het recht verliest om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn, nadat hij dit heeft ontdek of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stalt, onder opgave van de aard van de tekortkoming. Verder zegt art. 39 Weens Koopverdrag dat de koper in ieder geval het recht verliest om zich te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij de verkoper niet uiterlijk binnen een termijn van twee jaar na de datum waarop de zaken feitelijk aan de koper werden afgegeven, hiervan in kennis stelt, tenzij deze termijn niet overeenstemt met een in de overeenkomst opgenomen garantietermijn. Er is alleen een bewijs van protest op 11 juni 02, hetzij meer dan twee jaar na de levering. Art. 39 sluit niet uit dat ook telefonisch kan worden geprotesteerd, maar dat dient de koper te bewijzen; van zo een telefonisch onderhoud wordt geen bewijs bijgebracht. 

Het verweer houdt verder in dat de verkoper op zich zou genomen hebben de verkoopsruimte van de koper volledig in te richten en verkoopsklaar te maken en dat de verkoper zou zorgen voor de publiciteit, het verdelen van de bolders, het klaarmaken van een levenstaken muur, voor opstellen van video apparatuur, voor de ondersteuning van de verkoop, opleiding van personeel, en nog veel meer en dus dat de koper dat niet zou nagekomen zijn. Volgens de koper zou er overeengekomen zijn dat naast de verkoop de verkoper ook nog diensten zou leveren. Art. 3.2 van het Weens Koopverdrag is nog steeds van toepassing is, wanneer het belangrijkste deel niet het werk en diensten zijn. Dat lijkt hier het geval. Maar indien zou aangetoond zijn dat de verkoper deze bijkomende prestaties op zich zou hebben genomen -quod non- dan geldt dezelfde redenering omtrent de artikelen 38 en 39 van het Weens Koopverdrag. Met het verweer kan aldus geen rekening worden gehouden.

De eis is dan ook gerond.

De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

OM DEZE REDENEN,

beslist de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak:

verklaart de eis toelaatbaar en gegrond, veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van € 4.957,87 meer de nalatigheidsinteresten aan de wettelijke interestvoet van 25 januari 02 tot de datum van dagvaarding, van dan af de gerechtelijke interesten op € 4.957,87 en de kosten, vereffend in hoofde van eiseres op € 566,19 en niet vereffend in hoofde van verweerster bij gebrek aan afgifte van omstandige staat aan de rechtbank, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ondanks alle verhaal en zonder borgstelling.

(...)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 16-05-2012 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be