K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

Date of Decision: 26 May 2003

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt

Case Number: A.R. 00/1924

Parties: BV Europa-Koyo v. NV Tenneco Automotive Europe

Seller’s Country: Netherlands

Buyer’s Country: Belgium

Goods Involved: Steel

Judges: B. Haumont, R. Eraly, K. Swartelé

 

Classification of issues

Application of CISG: Yes

CISG Provisions Applied: Art. 3, 8

Contract for goods to be manufactured ‑ sales contract; not services

Interpretation of the intention of the parties – consideration of the conduct of parties

 

Text of the Decision

INZAKE : A.R. 00/ 1924 -

B.V. EUROPA-KOYO, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in Nederland…;

aanlegster, verschillende door meester L.Puts loco meester Vander Schueren,

advocaat te 1050 Brussel

Tegen :

N.V. TENNECO AUTOMOTIVE EUROPE, waarvan de maatschappelijke zetel

- gevestigd is te 3800 Sint-Truiden…;

verweerster, verschijnende door meester M.Declercq en meester E. Janssen, advocaten te 1050 Brussel…;

volgt het vonnis.

Gezien het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 10 juli 2000;

Gezien het deskundig verslag van bedrijfsrevisor J. FRANCOIS neergelegd ter griffie van deze rechtbank d.d. 16 juli 2002; Gehoord partijen in hun middelen en besluiten; ANTECEDENTEN

De feiten, die aan onderhavig geschil ten grondslag liggen, kwamen reeds aan bod in het tussenvonnis voornoemd, zodat de rechtbank er naar verwijst.

EXPERTISE

De gerechtsdeskundige besloot zijn eindverslag als volgt:

Aangaande de stelling van partij Europa-Koyo

Met betrekking tot de voorraden strutlagers en onderdelen van strutlagers

De verkoopwaarde van de aanwezige voorraden kan als volgt worden gesteld:

Stockhoeveelheid         Verkoopwaarde DEM              Totaal DEM

Raceways                     365.912                       0,55565                                   203.319

Cover A                       182.752                       0,232598                                 42.508

Cover B                       190:587                       0,193834                                 36.942

Ballen                           1.257.492                    0,006788                                 8.535

Gereed product            24.000                         1.721                                       41.304

Omgezet aan de euro koers 170.059,77                                                           € 332.608

De kosten van stockage en vernietiging van de voorraden

De gevorderde bedragen voor demontage en vernietiging worden als redelijk beschouwd.

Cost of removal/disposal                                                                       DEM 1.790

Cost of demounting 40 u x 50 NLG                                                      DEM 1.790

DEM 3.580

Omgezet aan de euro koers: 1.830,42 €

De kostprijs van de niet-recupereerbare machines en uitrustingsgoederen, inclusief verpakkingsmaterialen die werden aangekocht voor de realisatie van het project

Rekening houdend met de gemaakte opmerkingen en stukken worden de volgende items weerhouden :

Injectiemachine                                                                                     DEM    58.230

2 inspectiemachines                                                                                          143.594

Bijkomende kosten Roemenië                                                               22.846

Bijkomende kosten Nederland                                                             10.000

Verpakkingsmateriaal (850 stuks PVC buizen)                                     14.600

Verpakkingsmateriaal standaard voor buizenverpakking                                    1.000

DEM    250.270

Omgezet aan de euro koers : 127.96 1,02 €

Wat betreft de injectiemachine en de inspectiemachines werd uitgegaan van een volledige onbruikbaarheid voor andere toepassingen zodat de restwaarde werd beperkt tot 5% van de waarde van de machines. Indien uit technisch onderzoek enige verbuigbaarheid zou blijken dient de restwaarde hieraan te worden aangepast.

Begroting van alle kosten. inclusief invoerheffingen, ter uitvoering van de realisatie van het project

Rekening houdend met de gemaakte opmerkingen en stukken worden de volgende items weerhouden :

Training personeel                                                                                 DEM    5.000

Aanpassingen installatie productiemachines en inrichten

speciale productieruimte                                                                                    13.971

Tooling kosten Japan (productie mal)                                                    p.m.

DEM    18.971

Omgezet aan de euro koers : 9.699,72 €

De malkosten werden onvoldoende aangetoond aan de hand van de bijgebrachte stukken. Tevens dient te worden vermeld dat de hierna weerhouden vergoeding voor winstderving minstens in gedeeltelijke mate een vergoeding voor deze kosten inhoudt gezien een in de weerhouden verkoopprijs opgenomen aanpassing vanwege deze kosten.

De redelijke winst die eiseres had kunnen realiseren gedurende een leveringsperiode van drie jaar

Uitgaande van de gehanteerde schattingswijze wordt de geraamde bruto winst na afschrijvingen op 51.616 DEM geraamd of 26.390,84 € uitgaande van de euro koers.

Hierbij dient aangehaald dat indien er een vergoeding voor de productie mal te Japan verschuldigd is er bij de gemaakte inscherping eveneens rekening zal moeten gehouden worden met de afschrijvingsbank van deze mal waardoor de gederfde winst verder beperkt dient te worden.

Stelling partij Tenneco

Indien de aanwezige onderdelen niet dienen te worden weerhouden bij gebrek aan leveringen tijdens de maanden juli en augustus 1999 blijkt de committed value zoals gedefinieerd door partij Tenneco beperkt tot 61.540 DEM of aan de euro koers 31.464,90 €.

Indien ook met de onderdelen rekening mag worden gehouden bedraagt de committed value zoals gedefinieerd door partij Tenneco 121.136 DEM of aan de euro koers 61.935,85 €.

VORDERING

Thans vordert aanlegster een schadevergoeding van 341.080,76 € en 7.600.000 Y, beide bedragen te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 24 juni 1999, de gerechtelijke intresten vanaf de dagvaarding en de kosten van het geding met inbegrip van de kosten van de gerechtsdeskundige.

Verweerster vraagt de vordering voor alles wat meer dan 31.464,90 € in hoofdsom bedraagt af te wijzen.

Te noteren valt dat verweerster tot op heden nog altijd niets betaalde zelfs het niet- betwiste gedeelte.

TOEPASSELIJK RECHT

Beide partijen zijn het erover eens dat het Belgisch recht op dit conflict van toepassing is, ofschoon aanlegster hiertoe besluit door naar artikel 4.2 EVO te verwijzen, terwijl verweerster zich baseert op artikel 11 van haar algemene voorwaarden.

De rechtbank merkt hier bovendien op dat sedert 1 november 1997 het Weens Koopverdrag in België van kracht is.

KWALIFICATIE OVEREENKOMST

Volgens aanlegster dient de overeenkomst in casu als een aanneming bestempeld te worden, omdat zij belast werd met de ontwikkeling, de vervaardiging en de levering op afroep van speciaal op maat en conform de technische specificaties en veiligheidsvoorschriften van verweerster gefabriceerde strutlagers dewelke bestemd waren om in de Volvo V40 en S40 geassimileerd te worden.

Verweerster meent daarentegen dat de overeenkomst een loutere koop van standaard strutlagers betreft.

De rechtbank signaleert dat het Weens Koopverdrag het begrip koop ruim interpreteert en ook voor een overeenkomst die in België als een aanneming beschouwd wordt geldt.

Artikel 3 lid 1 van het Weens Koopverdrag stipuleert immers:

Met koopovereenkomsten staan gelijk overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen roerende zaken, tenzij de partij die de zaken bestelt een wezenlijk deel van de voor de vervaardiging of voortbrenging benodigde grondstoffen moet verschaffen.

en het staat stuiten kuif dat verweerster geenszins voor de levering van grondstoffen instond.

Aanlegster tracht dan nog aan de vigeur van het Weens Koopverdrag te ontsnappen overeenkomstig artikel 3 lid 2, hetwelk luidt als volgt:

Dit verdrag is niet van toepassing op overeenkomsten waarin het belangrijkste deel van de verplichtingen van de partij die de roerende zaken levert, bestaat in de verstrekking van arbeidskracht of de verlening van andere diensten.

doch tevergeefs, daar de voorbereidingsfase van het auto-onderdeel ongetwijfeld ondergeschikt was aan de productiefase.

Ter zake kan de overeenkomst dus als een internationale koop betreffende roerende lichamelijke zaken in de betekenis van het Weens Koopverdrag gekwalificeerd worden.

NALEVING OVEREENKOMST

Er bestaat geen discussie over het feit dat verweerster eenzijdig een einde aan de samenwerking maakte.

SCHADE

Kernvraag in dit dossier is echter of aanlegster recht heeft op een integrale of partiële schadeloosstelling.

Aanlegster verdedigt de stelling dat verweerster haar volledig moet vergoeden, aangezien de algemene voorwaarden van verweerster en de stijlclausule op de afroeporders terzijde werden geschoven.

Zij leidt zulks enerzijds af uit het feit dat in de prijsaanvraag, de intentieverklaring, de landing en de opdracht tot productiestart nergens gewag gemaakt wordt van de algemene voorwaarden en de stijlclausule in kwestie en anderzijds uit het feit dat zij onmogelijk slechts een maand afgewerkt product kon stockeren, aangezien de kwaliteit van de strutlagers in gemeen overleg verbeterd werd, waardoor de productie op een andere locatie moest gebeuren en de planning gewijzigd werd.

Verweerster beweert op haar beurt dat artikel 17 van haar algemene voorwaarden, dat een schadebeperkingsbeding bevat, de contractuele relatie tussen partijen blijft beheersen, omdat deze overeenkomst kaderde in de bestaande handelsbetrekkingen (zie vermelding "item toegevoegd"), deze voorwaarden afgedrukt staan op de aankoop orders van 14 augustus 1998 en 17 november 1998, die voor akkoord ondertekend werden en niet op elk document moesten herhaald worden en de productieverplaatsing naar Japan een interne aangelegenheid betrof.

Quid?

Het Weens Koopverdrag geeft een aantal vuistregels aan ter interpretatie van de wil van partijen.

Alzo bepaalt artikel 8 dat :

l) Voor de toepassing van dit verdrag dienen verklaringen afgelegd door en andere gedragingen van een partij te worden uitgelegd in overeenstemming met haar bedoeling, wanneer de andere partij die bedoeling kende of daarvan niet onkundig kon zijn.

2) Indien het voorgaande lid niet van toepassing is, dienen verklaringen afgelegd door, dan wel andere gedragingen van een partij te worden uitgelegd overeenkomstig de zin die een redelijk persoon van gelijke hoedanigheid als de andere in dezelfde omstandigheden hieraan zou hebben toegekend.

3) Bij het bepalen van de bedoeling van een partij of de zin die een redelijk persoon daaraan zou hebben toegekend, dient naar behoren rekening te worden gehouden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de onderhandelingen, eventuele handelswijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn, gewoonten en alle latere gedragingen van partijen.

Dat partijen te dezen ongetwijfeld de gemeenschappelijke intentie hadden de clausule opgenomen in artikel 17 van de algemene voorwaarden van verweerster te laten varen, volgt impliciet maar zeker uit de houding van verweerster na de abrupte stopzetting van de overeenkomst.

Door aanlegster een gedetailleerd overzicht van haar werkelijke kosten van de verschillende onderdelen en de complete units op de verschillende productielocaties, kosten machines, uitrusting e.d. en overige kosten op te vragen zonder artikel 17 in de periode van 26 juni 1999 tot begin mei 2000 ooit aan te halen (zie stukken 93-103 aanlegster), tenzij voor het eerst na consultatie van een raadsman in diens schrijven d.d. 3 mei 2000, gaf verweerster manifest te kennen dat aanlegster aanspraak op een globale schadevergoeding kon maken.

Haar gedraging strookte absoluut niet met artikel 17 van haar algemene voorwaarden en was de uiting van een stilzwijgende contractwijziging.

Achteraf veranderde verweerster het geweer van schouder toen zij de omvang van het verlies geleden door aanlegster besefte, doch dit verandert niets aan voornoemd principe.

CIJFERS

Aanlegster heeft kritiek op het deskundig verslag, waarin de post resin verworpen werd en de matrijskosten pro memorie omgegeven werden.

Verweerster betwist haast elk schadeonderdeel.

Beide partijen reiken nochtans geen nieuwe afdoende argumenten of bewijsmateriaal aan, die een andersluidende beslissing zouden verantwoorden.

De rechtbank blijft m.a.w. bij het grondig gemotiveerd en technisch goed onderbouwd besluit geformuleerd door bedrijfsrevisor FRANCOIS.

Tot slot lopen de intresten uiteraard slechts vanaf ingebrekestelling. hetzij 8 maart 2000, en niet vanaf de annulering van de overeenkomst per 24 maart 1999.

De voorschriften van de art. 2, 30-37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK : uitspraak doende op tegenspraak Verklaart de vordering ontvankelijk en grotendeels gefundeerd.

Veroordeelt verweerster om aan aanlegster te betalen de som van 335.941,77 €, meer de moratoire intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 8 maart 2000, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding langs de zijde van aanlegster vereffend zijnde op :

- dagvaarding                                                                                       245,86 €

- rechtsplegingsvergoeding                                                                    334,66 €

- expertise                                                                                            10.415,86 €

- aanvullende rechtsplegingsvergoeding                                      55,78 €

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten belope van 31.464,90 €, te vermeerderen met de rente sinds 8 maart 2000, niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling.

(…)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be