|
|
|
Case
Identification Date
of Decision: 13 May 2003 Jurisdiction:
Belgium Tribunal:
Rechtbank van Koophandel, Hasselt Case
Number: AR 02/02330 Case
History: default judgment on 29 May 2002;
this is application to set aside Parties:
Vandenbrand
v. BVBA Textura Trading Company Seller’s
Country: Belgium (Plaintiff; respondent in current proceedings) Buyer’s
Country: Netherlands, also has office in Belgium (Defendant; applicant to set
aside default judgment against him) Goods
Involved: clothing Judges:
C. Beerten, H. Leroi, R. Geerts Status:
Unpublished Classification
of issues present
Application
of CISG: No Application
of CISG – only if parties are resident in different Contracting States – not
entirely so in this case – nationality of parties irrelevant Text
of the Decision in zake : A.R. 02/02330 <VANDENBRAND Martinus>, handel
drijvende onder de benaming PROSIGN INTERNATIONAL, handelaar, wonende te Helmond
(Nederland)..., en met uitbatingszetel te 3930 Hamont-Achel..., ingeschreven in
het handelsregister te Hasselt onder het nummer..., aanleggende partij, vertegenwoordigd
door meester Stijn Thijs, advocaat te 3930 Hamont-Achel... tegen : <BVBA TEXTURA TRADING COMPAN >,
met maatschappelijke zetel te 3900 Overpelt..., ingeschreven in het
handelsregister te Hasselt onder het nummer..., verwerende partij, vertegenwoordigd
door meester Salaets K. loco meester Salaets G., advocaat te 3910 Neerpelt... Volgt het vonnis: Gelet het exploot dd 10 juli 2002
waarbij Vandenbrand verzet aantekent tegen een vonnis van 25 mei 2002
waarbij hij bij verstek veroordeeld werd om aan de BVBA Textura Trading Company
een bedrag te betalen van 3 615,13 euro, meer de gerechtelijke interesten
op 3 381,87 euro en de kosten; Gelet op de door partijen genomen
besluiten en neergelegde stukken; Gehoord de raadslieden van partijen in
hun mondelinge pleidooien ter zitting van 29 april 2003; 1. De BVBA Textura Trading Company
(TTC) leverde aan Vandenbrand kledij. TTC reikte hiervoor facturen 2011275,
2011303 en 2011441 voor de respectievelijke bedragen van 1 058,83 euro,
550,03 euro en 1 465,57 euro uit. Daar betaling van de facturen uitbleef
werd Vandenbrand bij brieven van 14 juli, 6 augustus, 11 augustus
en 4 oktober 2001 aangemaand om tot vereffening over te gaan. Bij brief van 23 oktober 2001
liet Vandenbrand, onder verwijzing naar een eerder geuite klacht, weten dat hij
niet bereid was factuur 2011441 tbv 1 465,57 euro te vereffenen daar de
geleverde goederen kleurverschillen zouden hebben vertoond. In dezelfde brief
wees Vandenbrand erop dat zijn klant had geweigerd de factuur, omwille van de
gebreken, te betalen. Bij exploot dd 3 mei 2002
dagvaardde TTC Vandenbrand in betaling van de drie facturen, meer een
schadevergoeding gelijk aan 10% van het nog verschuldigde bedrag, meer
interesten aan een rentevoet van 10%. Bij vonnis dd 29 mei 2002
werd de eis, bij verstek ten aanzien van Vandenbrand, gegrond verklaard. Bij exploot dd 10 juli 2002
tekende Vandenbrand verzet aan tegen het vonnis van 29 mei 2002. 2. Vandenbrand is van oordeel dat hij
factuur 2011441 niet dient te betalen daar de geleverde goederen gebreken
vertoonden en TTC hiervan onmiddellijk van op de hoogte werd gebracht. TTC stelt dat Vandenbrand voor het
eerst klachten heeft geuit bij brief van 23 oktober 2001. Volgens TTC
is de klacht laattijdig zodat de facturen als aanvaard dienen te worden
beschouwd en Vandenbrand derhalve gehouden is de facturen te vereffenen. 3. De vraag dient te worden gesteld of
de overeenkomst een internationaal karakter heeft nu het om een verkoop gaat
door een Belgische vennootschap aan een Nederlander met een vestiging in België. Het Weens Koopverdrag lijkt niet van
toepassing te zijn, vermits dit uitgaat van verkopen tussen partijen die in
verschillende staten ''gevestigd'' zijn, hetgeen te delen niet het geval is
(Erauw J. Wanneer is het Weens Koopverdrag van toepassing? in Van Houtte H.,
Erauw J. en Wautelet P (eds), Het Weens Koopverdrag, Interventie, ontwerpen,
1997, p 30, randnr 1.21). Verschillende nationaliteit is niet
relevant bij de beoordeling of het Weens Koopverdrag al dan niet toepasselijk is
(Van Houtte H., Het Weens Koopverdrag in het Belgisch recht, TBH, 1998, 345). Aldus zijn de Belgische rechtsregels,
met uitsluiting van de bepalingen van het Weens koopverdrag, van toepassing. 4. De factuur die, volgens Vandenbrand,
niet dient vereffend te worden, dateert van 4 juli 2001. Een eerste schriftelijk protest dateert
van 23 oktober 2001. Vandenbrand houdt voor dat hij van meet
af aan heeft geprotesteerd. Dit zou, volgens Vandenbrand, bewezen zijn doordat
TTC de inhoud van zijn brief van 23 oktober 2001, waarin wordt
verwezen naar dit (eerder) protest, nooit heeft weerlegd. Een loutere verwijzing naar een eerder
geuit protest geeft geen aanwijzingen omtrent het precieze tijdstip waarop dit
protest werd geuit alsook omtrent de inhoud van het protest. Nu Vandenband niet aantoont op welk
tijdstip hij voor het eerst enig protest heeft geuit en dus niet bewijst dat hij
de factuur van TTC tijdig heeft geprotesteerd dient, conform art 25 W Kh,
te worden aangenomen dat hij de factuur van TTC heeft aanvaard. De aanvaarding van de factuur
impliceert dat de geadresseerde erkent dat de in deze factuur vermelde
prestaties of leveringen conform de tussen partijen bestaande afspraken werden
uitgevoerd en aangerekend en dat de aangerekende bedragen verschuldigd zijn. Het
komt aan de geadresseerde toe te bewijzen dat bovenbedoeld vermoeden niet
gerechtvaardigd is en dat de factuur niet verschuldigd is (Antwerpen, 23.6.98,
onuitgeg., inzake 1995/AR/1928; ontwerpen, 29.6.98,onuitgeg., inzake
1995/AR/884). Vandenbrand weerlegt voornoemd
vermoeden niet. Vandenbrand is dan ook gehouden tot
betaling van de facturen, ook deze van 4 juli 2001. 4. Naast de eigenlijke factuurbedragen
vordert TTC, op grond van haar niet geprotesteerde factuurvoorwaarden, de
betaling van een schadevergoeding, gelijk aan 10% van het nog te betalen bedrag,
alsook verwijlinteresten aan een rentevoet van 10%. De factuurvoorwaarden maken deel uit
van de tussen partijen afgesloten overeenkomst wanneer deze factuurvoorwaarden
nooit werden geprotesteerd en dus werden aanvaard. Vandenbrand heeft de factuurvoorwaarden
nooit geprotesteerd zodat zij, behoudens tegenbewijs dat echter niet wordt
geleverd, geacht worden deel uit maken van de tussen partijen afgesloten
overeenkomst. TTC kan zich dan ook op haar
factuurvoorwaarden, nu deze aan Vandenbrand tegenstelbaar zijn, beroepen zodat
zij aanspraak kan maken op een vergoeding, herleid tot 10% van het nog het nog
verschuldigde bedrag of 307,44 euro. TTC kan eveneens aanspraak maken op
verwijlinteresten aan een tot 10% herleide rentevoet. Volgens de factuurvoorwaarden is er
geen ingebrekestelling vereist opdat de interesten zouden lopen zodat interesten
kunnen worden toegekend vanaf de respectievelijke factuurdata en dus het bedrag
van 233,26 euro kan worden toegekend. De voorschriften van art. 2-30 van de
wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken
werden nageleefd. OM DEZE REDENEN: de rechtbank, rechtdoende op
tegenspraak: Verklaart het verzet ontvankelijk, doch
ongegrond; Veroordeelt eiser in verzet tot de
kosten van de verzetsprocedure, deze in hoofde van verweerster in verzet begroot
op 55,78 euro; (...) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |