K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 16 December 2002

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Hof van Beroep, Antwerpen

Case Number: 2001 AR 1737

Case History: Appeal from Rechtbank van Koophandel, Hasselt, 10 April 2001

Parties: B.V. A. v. N.V. C.

Seller’s Country: Belgium (Plaintiff; Respondent on appeal)

Buyer’s Country: Netherlands (Defendant; Appellant)

Goods Involved: steel plates

Judges: P. Adriaensen

Status: Unpublished

 

 

Classification of issues present

 

Application of CISG: Yes

Provisions of the CISG applied: Arts. 8, 35, 38, 39 and 46

To determine quality – agreement and normal use of goods

Non-conformity of goods – must be proved by buyer that existed at moment of delivery - not proved – to ask expert to investigate – not possible at this stage to determine when problem was caused

 

 

English Summary

A Dutch buyer bought steel plates from a Belgian seller. The seller sued the buyer for payment of the price in the Rechtbank van Koophandel (Commercial Court) of Hasselt and the buyer instituted a counter-claim for damages caused by the non-conformity of the goods. That Court, in a judgment of 10 April 2001, ordered the buyer to pay the price and rejected the counter-claim. The buyer appealed to the Hof van Beroep (Court of Appeal) of Antwerp. The applicability of the CISG was not disputed. The goods only fulfilled the requirement of conformity if they were fit for the purpose they were bought for. It can be presumed that the seller knew that the steel plates only fulfilled that requirement if they were thick enough for further processing. The buyer had not proved that the shortcoming existed at the tine of the delivery – it was only discovered when the steel plates were processed.

 

Text of the Decision

 

Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN,

VIERDE BIS KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen:

Inzake: 2001 AR l 737

- B.V A., met zetel te Nederland 1511 BE OOSTZAAN…,

APPELLANTE;

- tegen een vonnis van de rechtbank van koophandel te Hasselt de dato 10 april 2001;

- vetegenwoordigd door Mr. Fr. Mens loco Mr. I. Vermeersch, advocaat te 3500 Hasselt…,

tegen

- N.V. C., met zetel te 3550 Heusden-zolder…, H.R. Hasselt…;

GEINTIMEERDE;

- vetegenwoordigd door Mr. B. Windey loco Mr. L. Panis, advocaat te 3600 Genk…;

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, op 10 april 2001 op tegenspraak tussen de partijen uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Hasselt, waarvan geen betekening voorligt en waartegen tijdig en geldig naar de vorm hoger beroep werd ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 3 juli 2001;

Gelet op de beschikking van dit Hof van 15 april 2002 in toepassing van art. 747 §2 Ger. W. tot regeling van conclusietermijnen;

Overwegende dat de oorspronkelijke vordering uitging van geïntimeerde en strekte ertoe appellante te doen veroordelen tot het betalen van de tegenwaarde in Belgische franken van de som van 17.800,30 NFL, de gerechtelijke interesten en de kosten; dat appellante in besluiten een terugvordering instelde tot het betalen van en vergoeding van 7.907,60 NFL, om te zetten in Belgische franken, meer de interesten;

Overwegende dat de eerste rechter de vordering ontvankelijk en gegrond verklaarde en appellante veroordeelde tot het betalen van het bedrag van 17.196,30 NFL, om te zetten naar Belgische franken, meer de verwijlinteresten aan een rentevoet van 10% per jaar op 15.633,30 NFL van 4 november 1999 tot 21 maart 2000, vermeerderd met de gerechtelijke interesten op 17.196,30 NFL aan de wettelijke rentevoet vanaf de dag der betekening van de inleidende dagvaarding tot de dag der volledige betaling en de kosten; dat de terugvordering als ongegrond afgewezen werd;

Overwegende dat het hoger beroep strekt tot de vernietiging van dit vonnis en de afwijzing van de vordering, minstens tot aanstelling van een deskundige; dat appellante tevens haar terugvordering herhaalt strekkende tot het bekomen van de som van 7.906,6 NFL ten titel van vergoeding van de kosten ter vervanging van de defecte staalplaten, meer de interesten aan 10% sedert 14 februari 2001 tot de dag der betaling;

Overwegende dat appellante als grieven laat gelden, dat:

-         De geleverde platen behept waren met een verborgen gebrek, dat door een professioneel niet bij een eerste onderzoek kon worden ontdekt en waaruit de niet conforme levering blijkt

-         Er tijdig gereageerd werd tegen de gebrekkige levering en er nog zowel bewerkte als niet bewerkte platen in voorraad zijn, zodat een tegensprekelijk onderzoek van de platen uitsluitsel kan geven

-         Er minstens een begin van bewijs is dat de levering behept was met verborgen gebreken, dat een deskundigenonderzoek rechtvaardigt.

Overwegende dat geïntimeerde de bevestiging nastreeft van het bestreden vonnis;

Aan de hand van de uiteenzetting der partijen en de neergelegde stukken overweegt het Hof als volgt:

1. De doelstellingen van de door partijen ingestelde vorderingen en de toedracht van de feiten, die er aan ten grondslag liggen, alsmede de respectieve stellingen van partijen die te delen in het bestreden vonnis nauwkeurig werden toegelicht, zodat het Hof ernaar verwijst en insgelijks de door de eerste rechter opgestelde oordeelkundige motieven, niet weerlegd in besluiten in hoger beroep, aanvaardt en als de fijne beschouwt.

2. De staalplaten werden uiteindelijk geleverd volgens verzendnota op datum van 5 november 1999 (week 44/99). Aangezien de ponsmachine reeds benomen was, kon met de bewerking van de platen slechts gestart worden op 22 november 1999. Tijdens deze bewerking bleek de ponsmachine te blokkeren, volgens appellante te wijten aan de slechte kwaliteit van de staalplaten, waarvan beklag gemaakt bij facsimile van 2 december 1999,

3. De conformiteit van de levering wordt betwist. Appellante houdt voor dat door de zeer slechte vlakheid van de platen er grote schade ontstaan is tijdens de bewerking en aangezien zij tijdig geprotesteerd heeft het geïntimeerde toekomt het tegendeel te bewijzen.

4. De toepasbaarheid van het Weens Koopverdrag van 11 april 1980 (CISG) wordt niet betwist. Artikel 46, lid 3 CISG schrijft voor dat de koper, indien de zaken niet beantwoorden aan de overeenkomst, herstel van de verkoper kan eisen, tenzij zulks, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk is. De koper verliest enkel dit recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis gesteld heeft, onder opgave van de tekortkoming. Bijgevolg behield appellante dit recht om zich erop te beroepen zelfs na in bezitneming van de zaak,

5. De beslissing van de eerste rechter als dat de houding van geïntimeerde te kennen heeft gegeven de klacht niet als laattijdig te beschouwen, zodat het niet respecteren van de in art. 38 en 39 CISG bedoelde korte termijn niet meer kan worden ingeroepen, maakt geen voorwerp uit van enig rechtsmiddel.

6. Derhalve dient het Hof te onderzoeken of de staalplaten die afgeleverd werden, wel aan de kwaliteit en de omschrijving voldoen van de in de overeenkomst gestelde eisen en de platen geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt (ad. 35 CISG).

7. De verkoper is immers verplicht de goederen te leveren die volledig in overeenstemming zijn met de beschrijving die partijen er uitdrukkelijk of impliciet aan gegeven hebben in de overeenkomst.

Indien niets uitdrukkelijk werd bepaald, zijn de goederen enkel conform indien zij geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt.

8. In deze zaak werd een bestelling geplaatst van staalplaten met het kenmerk: 'RVS plaat AISI316TI + attest'. Een bijzonder doel of gebruik van de staalplaten werd echter niet gemeld. Volgens appellante vertoonden de staalplaten oneffenheden wanneer zij door de ponsmachine werden gestuurd. De houding van geïntimeerde om samen met de producent het euvel ter plaatse te gaan vaststellen doet evenwel vermoeden dat zij op hoogte was van het feit dat de vlakheid van de platen essentieel was voor het verder productieproces.

9. Krachtens art. 8, lid 3 CISG dient bij het bepalen van de bedoeling van partijen terdege rekening gehouden te worden met alle ter zake dienende omstandigheden van het geval, waaronder begrepen, de onderhandelingen, eventuele handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn, gewoonten en alle latere gedragingen van partijen, Aangenomen mag worden dat de goederen aan zekere basiskwaliteitsnormen moet voldoen,

10. Het bewijs van het bestaan van het gebrek op het tijdstip van de levering rust op de koper. Dit bewijs wordt niet geleverd.

Geïntimeerde ontkent met klem het bestaan van de beweerde gebreken. Zij ontkende na plaatsgebrek alle bekrompenheid nu vastgesteld werd de platen reeds verwerkt waren. Appellante spreekt dit niet tegen, doch stelde dat twee staalplaten waarin enkel gaten werden 'gestansd' wel toelieten vast te stellen dat er voor het sponsen spanning in de platen zat.

11. Aldus moet de eerste rechter gevolgd worden in zijn vaststelling dat er geen bewijs voorligt van een gebrekkige conformiteit van de platen. Een onderzoeksmaatregel kan in elke stand van het geding gevraagd worden. Doch in de huidige stand van de procedure is het onmogelijk nog vast te stellen wanneer het gebrek ontstaan is, zodat de aanstelling van een deskundige niet diegene is. Terecht benadrukt geïntimeerde dat de omstandigheden waarin deze platen bewaard werden niet gekend zijn en een invloed kunnen gehad op de uiterlijke staat ervan.

OM DIE REDENEN:

HET HOF,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Recht doende op tegenspraak;

Verklaart het hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen;

Verwijst appellante in de kosten van het hoger beroep, deze volgens opgave in conclusie begroot aan de zijde van geïntimeerde op 436,29 euro rechtsplegingsvergoeding.

(…)

 

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be