K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 6 March 2002

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt

Case Number: A.R. 01/2671

Parties: Z.M. SL v. S.B. B.V.B.A.

Seller’s Country: Spain (Plaintiff)

Buyer’s Country: Belgium (Defendant)

Goods Involved: Shoes  

Judges: P. Vanhelmont, H. eraly, P. Driesen

Status: Unpublished

  

Classification of issues present

 

CISG applicable

Arts. 27, 38 & 39 CISG

Non-conformity – notice – reasonable period – end of season not reasonable

  

Text of the Decision

 

De rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer, heeft het volgende vonnis uitgesproken:

 

in zake:

 

A.R.01/2671 - <Z.M. SL>, vennootschap naar Spaans recht, waarvan de zetel gevestigd is to E. 03206 ELCHE (ESPANA) (...);

eiseres, die verschenen is door meester E. Natens loco P. Noelmans, advocaat te 3700 Tongeren (...);

 

tegen:

 

<S.B. B.V.B.A.>, waarvan de zetel gevestigd is te 3520 ZONHOVEN (...) en die ingeschreven is in het handelsregister te Hasselt (...);

verwerende partij, die verschenen is door meester T. Bielen, advocaat te 3500 Hasselt (...);

 

Volgt het vonnis.

 

Bij inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder L. Roppe te Beringen van 18 september 01 liet eiseres dagvaarding uitreiken aan verweerster tot betaling van E 3.429,75, meer de nalatigheidsinteresten aan de wettelijke interestvoet vanaf 26 september 01 op €3.413,75 tot de datum van dagvaarding, van dan af de gerechtelijke interesten en de kosten.

 

Het bedrag van E 3.429,75 is samengesteld, als volgt:

 

Factuur 347 van 1 augustus 00:                                                                                    € 3.413,75

Verwijlinteresten aan de wettelijke interestvoet van 31 /8/00 tot 25/09/01:                           16,00

                                                                                                                                    € 3.429,75

 

Ter zitting van 27 februari 2002 is Mr. E. Natens verschenen voor eiseres loco P. Noelmans en Mr. T. Bielen voor verweerster; zij hebben gepleit, hun vroeger neergelegde conclusies gehandhaafd en een dossier neergelegd.

 

IN FEITE:

 

Verweerster heeft bij bestelbon van 12 maart 00 168 paar schoenen bij eiseres besteld. De bestelbon vermeldt als leverdatum 15 juli 00.

Op 16 mei 00 laat eiseres rechtstreeks (per fax?) in het Spaans weten aan verweerster dat zij genoteerd heeft dat de bestelling van 48 paar werd geannuleerd en dat zij tegen 15 juli 00 de resterende 120 paar zal leveren.

Op 1 augustus 00 redigeert eiseres een factuur voor 568.000 pesetas of € 3.413. Er is, zoals overigens ook op de bestelbon, een betalingstermijn van 30 dagen overeengekomen. Er ligt geen protest voor.

Op 2 oktober 00 laat eiseres een rekeninguittreksel in het Engels toekomen. Een zelfde rekeninguittreksel wordt gestuurd op 30 oktober 00. Er ligt geen protest voor.

Op 14 februari 01 stuurt verweerster rechtstreeks per fax een in het Engels gesteld schrijven aan eiseres waarbij zij zich beklaagt over een slechte pasvorm van de schoenen met referte nummer 111 (88 paar) "zoals zij vroeger reeds heeft medegedeeld". Zij meent dat de kopers er zelfs niet kunnen mee stappen. Zij stelt dat zij ze in de solden heeft trachten te verkopen maar dat lukte amper. Zij stelt dan ook voor, wat er is over gebleven van de zending, terug te sturen, tenzij eiseres een ander voorstel heeft.

Op 22 maart 01 stuurt eiseres een nieuw betalingsverzoek en houdt voor haar verzekeraar opdracht te hebben gegeven om een procedure in te stellen.

Op 11 april 01 stuurt verweerster een nieuwe fax. Zij refereert aan de fax van eiseres van 22 maart 01 maar stelt eerst een antwoord te willen op haar fax van 14 januari 01 (14 februari 01 ?).

Op 24 april 01 antwoordt eiseres, in antwoord op de fax in verband met het probleem met haar schoenen, dat zij geen klacht (meer) kan aanvaarden in verband met schoenen, die in augustus 00 werden verkocht. Zij verwijst naar de schoenen met referte 8452 (waarover geen klacht) en die evenmin betaald werden.

 

STANDPUNT VAN DE PARTIJEN:

Partijen gaan akkoord dat het Weens Koopverdrag van toepassing is op hun relatie. Verweerster verwijst ook naar het Spaans recht dat van toepassing zou kunnen zijn ingevolge de factuurvoorwaarden. Eiseres houdt nochtans voor dat zij geen factuurvoorwaarden inroept.

Eiseres beroept zich op art. 38 § 1 en 39 § 1 van het Weens Koopverdrag. Indien de gebreken zich inderdaad voordeden dan waren zij onmiddellijk zichtbaar en konden zij onmiddellijk bij keuring worden vastgesteld. Zelfs indien zij heeft gewacht tot klanten, die schoenen hadden willen passen, opmerkingen maakten, dan had dit gebrek in het winterseizoen te voorschijn moeten komen en had verweerster onmiddellijk dienen te protesteren en niet wachten tot 14 februari 02.

In haar pleidooi heeft verweerster het over de tussenkomst van een agent of vertegenwoordiger van verweerster aan wie reeds geruime tijd de klacht zou zijn overgemaakt. Zij wijst er ook op dat de fax van 14 februari 02 het heeft over het feit dat de klacht reeds vroeger werd overgemaakt.

Zij meent dat gelet op het mondeling en naderhand schriftelijk protest het aan eiseres behoort om de conformiteit van de levering aan te tonen, het geen eiseres nalaat.

Ten slotte stelt eiseres dat er een aanzienlijk deel van de levering werd verkocht en dat er sprake is van terugzending, van wat er over is van de levering, zodat zij van oordeel is dat de eis moet worden toegekend.

 

BEOORDELING:

De rechtbank merkt voorafgaandelijk op dat zij de door partijen neergelegde stukken in een vreemde taal, die niet voorzien waren van een vertaling, heeft menen te begrijpen, zoals hierna blijkt/ en dat zij tevens geen rekening heeft kunnen houden met het citaat in een vreemde taal in de conclusies van verweerster.

Art. 38, 1 van het Weens Koopverdrag voorziet dat de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden, zo kort mogelijke termijn moet keuren of doen keuren. Art. 39,1 voorziet dat de koper het recht verliest om er zich op te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn, nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming.

De termijn, waarbinnen de koper de zaken moet keuren, vangt aan bij de levering, te dezen, naar het oordeel van de rechtbank, alleszins op 1 augustus 00. Wanneer de goederen geleverd worden op de plaats waar de koper de goederen zelf distribueert (en zij niet moeten worden doorgezonden) is er geen reden om de keuring uit te stellen totdat de potentiële klanten het geleverde monsteren. Rechtspraak heeft reeds beslist dat het feit dat de koper slechts protesteert nadat zijn eigen koper hem op de hoogte bracht van een afwijking, een aanwijzing is dat de koper nalatig is geweest (Pretura di Locarno‑Campagna, 27 april 1992, ongepubliceerd, besproken in Bundesambt fur Justiz, "Rechtssprechung zum Wiener Kaufrecht", S.Z.I.E.R., 1993, 665 aangehaald door P. Wautelet, "De verplichtingen van de koper" in Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P., Het Weens Koopverdrag, Intersentia, 1997, randnummer 5.42 voetnoot 1 13). De tijd nodig voor het keuren was gelet op de aard van het gebrek, waarop men zich gewag maakt en het zichtbaar karakter ervan, bijzonder kort en naar het oordeel van de rechtbank alleszins binnen een paar weken na levering mogelijk.

Over het algemeen is de rechtspraak streng over de redelijke termijn binnen de welke het protest dient uitgebracht (P. Wautelet, "De verplichtingen van de koper" in op. cit., randnummer 5.51). De rechtbank acht in casu het protest van 14 'februari 01 wegens slechte pasvorm van schoenen, die alleszins op 1 augustus 00 geleverd werden, in principe laattijdig.

De vraag is of een vroeger protest bewezen is door de enkele vermelding in het protest van 14 februari 01 dat van de klacht vroeger reeds melding was gemaakt (volgens de pleidooien aan een agent of vertegenwoordiger). Verweerder blijft hier vaag over de precieze persoon (identiteit), wijze (mondeling, telefonisch?) en ogenblik waarop die klacht eerder zou zijn geformuleerd. Hoewel de kennisgeving onder art. 39 aan geen bijzondere vormvereisten is onderworpen wordt van de koper verwacht dat hij het bewijs levert van zijn tijdige kennisgeving (Wautelet P., op. cit., randnummer 5.58). Een vage verwijzing, zoals in casu, naar een vroegere klacht kan dan ook niet volstaan. De rechtbank verwijst overigens volledigheidshalve naar de zienswijze van LG Kassel (15 februari 1996, N.M., 1996, 1146-1147, aangehaald door Wautelet P., op. cit., randnummer 5.60) dat de koper, die telefonisch zijn bezwaren over de gebrekkige levering aan een onafhankelijke derde mededeelt, niet aan de vereiste van art. 27 van het Weens Koopverdrag voldoet, zelfs niet indien die derde bemiddelde bij de totstandkoming van de verkoop. Vermits de koper de verkoper wel degelijk rechtstreeks per fax kon bereiken op 14 februari 01 en gelet op de rechtstreekse facturen en ingebrekestellingen, kan in casu een op een niet nader genoemd ogenblik overigens niet-eens-bewezen klacht bij een tussenpersoon niet aanvaard worden.

Art. 39 van het Weens Koopverdrag vindt dan ook ter zake toepassing en de cis wordt toegekend.

De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

 

OM DEZE REDENEN,

beslist de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak:

verklaart de eis toelaatbaar en gegrond, veroordeelt verweerster tot betaling van € 3.429,75, meer de nalatigheidsinteresten aan de wettelijke interestvoet vanaf 26 september 01 op € 3.413,75 tot de datum van dagvaarding, van dan of de gerechtelijke interesten op € 3.413,75 en de kosten, vereffend in hoofde van eiseres op € 531,09 en vereffend in hoofde van verweerster op € 327,22,

verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ondanks alle verhaal en zonder borgstelling.

(…)

 

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 16-05-2012 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be