|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 2002-02-26 Tribunal: Rechtbank van Koophandel Case Number: A.R.
00/02255 Parties: Fagard Winand / BVBA HVA Koeling HVA Koeling BVBA / Besseling Agri-Technic BV and NV De Vaderlandsehe Seller’s Country: Buyer’s Country: Goods involved: cooling installation – sensors Judges: Beerten, Leroi and Geerts Status: unpublished – appealed Antwerp
2004-04-14 Classification
of issues present
CISG – arts. 1 – 39 Applicability Non-conformity – notice – reasonable period - duty of
information Extra-contractual liability Examination by seller English
summary
The CISG is part of Dutch internal law and thus
applicable if Dutch law is applicable. A period of 12 months is not ‘reasonable’ to
give notice of non-conformity.
The alleged breach of the duty of information does not change this. A party can only be held liable on an
extra-contractual basis if the fault is a breach, not of a contractual
obligation, but of a general duty of care and the fault has caused other damage
than that caused by a defective performance of the contract. A breach of the
duty of information is a contractual breach. The seller is liable if he delivered a good
that is not fit for the purpose for which it would be used. If the seller has to examine the functioning,
the buyer may assume that the seller has taken appropriate measures, and if the
seller doesn’t, that this was not necessary (e.g. because the defect was not so
serious that it could damage other goods). Text of the decisionDe rechtbank van koophandel te Hasselt, vierde
kamer, heeft bet volgende vonnis uitgesproken: inzake: A.R.00102255 -< FAGARD WINAND >, fruitkweker,
ingeschreven in het handelsregister te Tongeren onder nummer …
wonende te 3700 Tongeren, … aanleggende partij, vertegenwoordigd door
meester Geelen Koen, advocaat te 3500 Hasselt, …,
besluitende en pleitende in het Nederlands; tegen: <BVBA H.V.A.
KOELING >,
ingeschreven in het
handelsregister te Hasselt onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd
te 3590 Diepenbeek, … verwerende partij, vertegenwoordigd door
meester Daenen loco meester Vanderputte,
advocaat te 3630 Maasmechelen, …, besluitende en
pleitende in het Nederlands; en in zake: <BYBA H.V.A:
KOELING>, ingeschreven
in het handelsregister te Hasselt onder nummer…, met maatschappelijke zetel
gevestigd te 3590 Diepenbeek, … aanleggende partij in tussenkomst en
vrijwaring, vertegenwoordigd door meester Daenen loco
meester Vanderputte, advocaat te 3630 Maasmechelen, ….besluitende en pleitende in het Nederlands;
tegen: < 1. BESSELING AGRI-TECHNIC
B.V. >, vennootschap naar Nederlands Recht, ingeschreven in
het commercieel register, Kamer van Koophandel te
Hoorn onder het nummer…, met maatschappelijke zetel gevestigd te …(NEDERLAND),
De Compagnie 38,
< 2. NV DE VADERLANDSCHE>, verzekeringsmaatschappij,
ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nummer…, met
maatschappelijke zetel gevestigd te 2018 Antwerpen, …,
volgt het vonnis. Gelet de inleidende dagvaarding dd 28 augustus 2000 waarbij aanlegger de betaling vordert
van verweerster van een bedrag van 13 585, 66 euro meer de vergoedende
interesten vanaf de datum van het schadegeval, meer de gerechtelijke interesten
vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot de dag der algehele
betaling en de kosten; Gelet het exploot dd
4 april 2001 waarbij verweerster de BV Besseling Agritec en de NV De Vaderlandsche
in tussenkomst en vrijwaring dagvaardt; Gelet op de door partijen genomen besluiten en
neergelegde stukken; Gehoord partijen in hun mondelinge
pleidooien ter zitting van 12 februari 2002; 1. Verweerster plaatste in augustus 1997, in
opdracht van aanlegger, een koelinstallatie bestaande uit 3 koelcellen. In deze
koelcellen zouden appelen worden bewaard. De koelinstallatie werd uitgerust met een van Besseling afkomstige zirconiumzuurstofsensor,
bedoeld om de 02 waarden op te meten. In december 1997 werd vastgesteld dat de sensor
het 02 gehalte onjuist weergaf (de koelcellen bevatten een hoger 02 gehalte dan
door de sensor aangegeven, wat een goede bewaring van het fruit in het gedrang
bracht) De sensor werd door verweerster vervangen. Korte tijd nadien manifesteerden zich dezelfde
problemen waarop verweerster besliste de sensor opnieuw te ijken. Op 17 december 1998 werd opnieuw een afwijking
in de meetwaarden vastgesteld. Hierop lichtte verweerster Besseling in van de problematiek en verving zij de zirconiumzuurstofsensor door een chemische zuurstofsensor. Vanaf dat ogenblik werden geen verschillen meer
in de meetwaarden vastgesteld. Bij het openen echter van een koelcel op
27.4.99 bleek dat 64 400 kg appelen ingevolge anaërobe
gisting, veroorzaakt door een te hoge 02 concentratie, waren gealcoholiseerd. Aanlegger vorderde voor de door haar geleden
schade een bedrag van 64 400 kg x 0,36 euro = 23 164,26 euro te verminderen met
4 789,30 euro bespaarde verpakkings- en sorteerkosten
en te verminderen met 4 789,30 euro verkoopwaarde beschadigde appelen, hetzij
13 585, 66 euro. Daar verweerster de eis van aanlegger niet
voldeed, ging deze laatste tot dagvaarding over. Op haar beurt dagvaardde verweerster de
leverancier van de zirconiumzuurstofsensor alsook haar
eigen verzekeraar BA, in tussenkomst en vrijwaring. 2. Besseling houdt
voor dat de vordering in vrijwaring van verweerster, op grond van de bepalingen
van het Weens Koopverdrag, niet ontvankelijk is,
minstens dat zij overeenkomstig het Nederlandse recht
is verjaard. Verweerster meent dat zij Besseling
tijdig heeft op de hoogte gebracht van de problematiek nu deze
eind 1998 is ontstaan. Voorts houdt verweerster voor dat de vordering
niet is verjaard daar Besseling haar
verantwoordelijkheid zou hebben erkend. Tot slot stelt verweerster dat haar vordering
niet alleen is gesteund op een non conformiteit van de zaak maar ook op een
gebrek aan informatie door Besseling (een zirconiumsensor zou niet geschikt zijn om te worden
gebruikt in koelcellen die met kalk gescrubd worden)
waarvoor deze zowel contractueel als buitencontractueel aansprakelijk is 3. De tussen verweerster en Besseling
gedane verkoop van een zirconiumsensor heeft een
internationaal karakter waarop de bepalingen van het Weens Koopverdrag van toepassing zijn wanneer de koper en
de verkoper, op bet ogenblik van het sluiten van de koop, gevestigd zijn in
verdragsstaten. Dit houdt in dat voor overeenkomsten,
afgesloten na 1 november 1997, het Weens Koopverdrag
van toepassing is (H. Van Houtte, Het Weens
Koopverdrag in het Belgisch recht, TBH,
1998, 345) Dat echter te dezen ook voor de overeenkomsten
afgesloten voor 1 november 1997 bet Weens Koopverdrag
van toepassing is. Krachtens art 2 lid 1 van het Verdrag van Den
Haag van 15 juni 1955 wordt een internationale koopovereenkomst beheerst door
de interne wet van de door het .contracterende
partijen aangewezen land. Bij gebreke aan rechtskeuze — zoals in casu het geval is — wordt de overeenkomst beheerst door de
interne wet van het land waar de verkoper zijn gewoon verblijf heeft op het
ogenblik dat hij het order ontvangt, d.i. Nederland. Aldus is de Nederlandse wetgeving van
toepassing op de tussen partijen bestaande rechtsverhouding. In Nederland is bet Weens
Koopverdrag sedert 1 januari Zulks betekent in casu dat
ook voor verkopen, afgesloten voor 1 november 1997, het Weens
Koopverdrag van toepassing is (H. Van Houtte, oc,
346—347) 4. Verweerster heeft Besseling
in december 1998 ingelicht over de ontstane problemen terwijl zij hiervan reeds in december 1997 op de hoogte was (zowel voor wat de
oorspronkelijk geleverde sensor betrof als deze die in vervanging van de eerste
werd geplaatst en die uiteindelijk de schade heeft veroorzaakt) Art 39.1 CISG bepaalt dat de koper het recht
verliest om zich erop te beroepen dat de zaken niet beantwoorden aan de
overeenkomst, indien hij niet binnen een redelijke termijn, nadat hij dit heeft
ontdekt of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt onder
opgave van de tekortkoming. Het gaat om een - met in achtneming van de
omstandigheden heel korte termijn (0. Van der Zee, Het nieuwe recht van de
internationale koop-verkoop, Maklu,
1993, 33), om een zo kort mogelijke termijn Verweerster heeft, nadat zij kennis had van bet
gebrek, 12 maanden gewacht alvorens de verkoper hiervan op de hoogte te
brengen. Verweerster heeft niet binnen een redelijke
termijn, zoals -voorgeschreven door art 39.1 CtSG, de
verkoper in kennis gesteld van de gebreken, zodat zij zich hierop niet (meer)
kan beroepen om een vordering in vrijwaring ten aanzien van Besseling
in te stellen. De omstandigheid dat verweerster Besseling een gebrek aan informatie verwijt, doet geen
afbreuk aan de vaststelling dat verweerster laattijdig de verkoper in kennis
heeft gesteld van de problematiek. Art 39.1 CISG kan worden toegepast ook wanneer
de ongeschiktheid van de zaak voor het gebruik waartoe zij was bestemd, het
gevolg is van een gebrekkige informatie. 5. Verweerster acht Besseling,
op grond van art 1382 BW, aansprakelijk voor de door haar geleden schade (die
erin bestaat dat zij de schade van aanlegster dient te vergoeden) wegens het
niet verstrekken van voldoende informatie. Verweerster verstrekt hieromtrent
geen nadere toelichting en duidt niet aan op welke wijze Besseling
buitencontractueel aansprakelijk zou kunnen worden gesteld. In elk geval dient erop gewezen te worden dat
een contractspartij, wegens een bij de uitvoering van een overeenkomst begane
fout, slechts dan extra— contractueel aansprakelijk kan worden gesteld, indien
de haar ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt, niet aan de
contractuele verbintenis, doch aan de algemene zorgvuldigheidsplicht en indien
die fout andere dan aan de slechte uitvoering van de Verweerster bewijst niet dat de schade die zij
zou lijden, andere schade is dan deze die het gevolg zou zijn van een slechte
uitvoering van de overeenkomst. 6. De tussenvordering van aanlegster dient om
dezelfde redenen als deze aangehaald mbt de afwijzing
van de vordering van verweerster ten aanzien van Besseling,
ongegrond te worden verklaard. 7. Dat de schade werd veroorzaakt door een
slechte werking van de sensor (hetzij ingevolge een
gebrek aan de sensor, hetzij omdat de geïnstalleerde sensor niet geschikt was
voor het type koelinstallatie) wordt niet door verweerster betwist. 8. Verweerster meent dat een deel van de
verantwoordelijkheid lastens aanlegster dient te
worden gelegd omdat deze, na de ontdekking van het gebrek, heeft nagelaten het
fruit te controleren (indien zulks zou zijn gebeurd
hadden er nog maatregelen kunnen getroffen worden cm de schade te voorkomen) In haar dagvaarding in tussenkomst en
vrijwaring geeft verweerster zelf toe dat zij in de fout ging door niet
onmiddellijk op het ogenblik van het defect de lading in de koelcellen te
controleren. M.a.w. verweerster erkent dat het haar taak was
het fruit te controleren. Aanlegster draagt dan ook geen enkele
verantwoordelijkheid. 9. De Vaderlandsche
is van oordeel dat zij geen tussenkomst dient te verlenen. Zij
beroept zich hiervoor op de bepaling van art 21,3e van de polis die stelt dat
niet is gewaarborgd, de schade die louter voortvloeit uit het feit dat de
geleverde goederen of werken niet aan het doel beantwoorden waarvoor ze bestemd
waren en o.m. niet voldoen aan de specificaties op het vlak van rendement,
efficiëntie, geschiktheid, duurzaamheid of kwaliteit. Volgens de verzekeraar was de oorspronkelijk
geplaatste sensor niet geschikt om gebruikt te worden in koelinstallaties met kalkscrubbing zodat het schadegeval onder de uitsluitingsgronden voorzien in art 21,3e valt. Indien De Vaderlandsche
voorhoudt bevrijd te zijn van haar verbintenis tot het verlenen van dekking
dient zij, overeenkomstig art 1315,2e lid BW, zulks te
De Vaderlandsche
dient derhalve aan te tonen dat de geplaatste zirkoniumzuurstofsensor niet geschikt was om te worden
gebruikt in koelinstallaties met kalkscrubbing. Uit de voorhanden zijnde gegevens kan niet met
zekerheid worden gesteld dat de aanvankelijk geplaatste sensor niet was
geschikt voor het bewuste type koelinstallatie. Het is niet uitgesloten dat de sensor zelf met
enig gebrek was behept. Nu het niet vaststaat dat de sensor
niet was geschikt cm te worden aangewend in koelinstallaties met kalkscrubbing, kan De Vaderlandsche
zich hierop niet beroepen om haar tussenkomst te weigeren. De vordering in vrijwaring van verweerster is
dan ook gegrond. 10. Gelet op het rechtsreeks recht waarover
aanlegger beschikt kan diens tussenvordering ten aanzien van De Vaderlandsche worden toegekend 11. Verweerster betwist de omvang van de schade
zoals vastgelegd in de nota van 5 mei 1999 uitgaande van de veiling Haspengouw. Aanlegger beweert dat er een akkoord bestond omtrent de schadecij fers. Verweerster betwist niet dat 64 400 kg appelen
verloren gingen. Verweerster betwist echter wel dat het ging om
appelen van 1e kwaliteit. Volgens verweerster was slechts 25% van 1e
kwaliteit, 25% van 2e kwaliteit, 25% van 3e kwaliteit en 25% goed om als rebut te worden verkocht. Verweerster meent dan ook dat de waarde van de
verloren gegane appelen slechts 14 180,33 euro
bedraagt ipv het door aanlegger vooropgestelde bedrag
van 23 164,26 euro. Het expertisebureau Gab
Robins, aangesteld door en handelend in opdracht van
De Vaderlandsche, heeft zich akkoord verklaard met
een schadebedrag van 13 585, 66 euro zoals blijkt uit het door haar opgestelde
expertiserapport alsook uit haar brief van 24 augustus 1999 gericht aan de BV Besseling Agritechnic. Evenmin kan de door verweerster gevoerde
betwisting worden weerhouden nu zij niet aantoont dat de door haar geuite
kritiek correct is en de schadebegroting foutief zou zijn. Bovendien biedt het feit dat de schadecijfers
door de door De Vaderlandsche aangestelde expert
werden goedgekeurd, gelet op de tussen aanlegger en De Vaderlandsche
bestaande tegengestelde belangen, de nodige garanties omtrent
de correctheid van de vooropgestelde bedragen. 12. De polis, afgesloten tussen verweerster en
De Vaderlandsche voorziet in een vrijstelling van 10%
met een minimum 123, 95 euro en een maximum van 619,73 euro. Gelet op de omvang van de schade, beperkt de
vrijstelling zich tot het maximum of 619,73 euro. De voorschriften van art. 2—30 van de wet van
15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken werden nageleefd. OM DEZE REDENEN: de rechtbank, rechtdoende op tegenspraak: Verklaart de eis en tusseneis van aanlegger ten
aanzien van respectievelijk verweerster en de NV De Verklaart de tusseneis van aanlegster ten
aanzien van de BV Besseling Agritec
ontvankelijk, doch ongegrond; Verklaart de eis in tussenkomst en vrijwaring
van Veroordeelt verweerster en de NV De Vaderlandsche in solidum om aan
aanlegger een bedrag te betalen van 12 965, 93 euro meer de vergoedende
interesten aan de wettelijke rentevoet van 27 april 1999. tot
28 augustus 2000, meer de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet
vanaf 28 augustus 2000 tot de dag der volledige betaling en de kosten, deze
laatste in hoofde van aanlegger begroot op 553, 67 euro; Veroordeelt verweerster bovendien om aan
aanlegger een bedrag te betalen van 619,73 euro, rneer
de vergoedende interesten aan de wettelijke rentevoet van 27 april 1999 tot 28
augustus 2000 meer de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet van
28 augustus 2000 tot de dag der volledige betaling; Veroordeelt de NV De Vaderlandsche
om verweerster te vrijwaren tot beloop van 12 965, 93 euro meer de vergoedende
interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 27 april 1999 tot 28 augustus
2000, meer de gerechtelijke interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 28
augustus 2000 tot de dag der volledige Veroordeelt de NV De Vaderlandsche
tot de kosten van de procedure in vrijwaring, deze in hoofde van verweerster
begroot op 553, 67 euro; Veroordeelt verweerster ten aanzien van de BV Besseling Agritec tot de kosten
van de procedure in tussenkomst en vrijwaring, in hoofde van laatst genoemde
partij begroot op 327,22 euro; Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
zonder borgtocht en niettegenstaande alle verhaal; Aldus gevonnist in de openbare zitting van de
vierde kamer van de rechtbank van koophandel te Hasselt op
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 16-05-2012 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |