|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 14 February 2002 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Hof van Beroep, Antwerpen Case Number: 2001/AR/551 Case History: Appeal from Rechtbank van Koophandel, Turnhout, 18
January 2001 Parties: N.V. C. v. I. Ltd. Seller’s Country: Hong Kong (Plaintiff and Respondent on appeal) Buyer’s Country: Belgium (Defendant and Appellant) Goods Involved: Pokemon games Judges: E. Hulpiau; E. Lemmens and J. Embrechts Status: Unpublished Classification
of issues present Application of CISG: Yes Provisions of the CISG applied: Arts. 38 and 39 Non-conformity – some gems were broken, others half and in some bags too
many gems. Expert appointed to examine non-conformity and what buyer could have done.
English SummaryA Hong Kong seller sold Pokemon games, including playing cards and gems, to a Belgian buyer. The seller sued the buyer in the Rechtbank van Koophandel (Commercial Court) of Turnhout for payment of the price. The buyer stated that the gems were defective and requested the court to annul the contract and claimed return of the part of the price already paid, credit notes for the amount claimed and damages. In a judgment of 18 January 2001 that court found that the buyer did not give notice of the non-conformity within a reasonable period according to article 39 CISG and awarded the sum claimed by the seller. The buyer appealed to the Hof van Beroep (Court of Appeal) of Antwerp. That court found that the buyer had inspected the goods and had given notice within a reasonable time. The court ordered an expert investigation on the amount and quality of the gems as well as the measures that the buyer should have taken and what those measures would have cost.
Text of the
Decision
Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN rechtdoend
in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen: Inzake: N.V. C., met maatschappelijke zetel te 2300 Turnhout…,
ingeschreven in het handelsregister te Turnhout…; APPELLANT tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te
Turnhout dd. 18 januari 2001, vertegenwoordigd door Mr. Luc Schuermans,
advocaat te 2300 Turnhout…; TEGEN : I. LTD., vennootschap naar het recht van Hong Kong, met
maatschappelijke zetel te Hong Kong…, ingeschreven in het handelsregister
te Hong Kong…, met woonstkeuze op het kantoor van haar raadsman Mr. Paus
De Scheemaecker… te 1150 Brussel; geïntimeerde vertegenwoordigd door Mrs. Paul en Caroline De
Scheemaecker, advocaten te Brussel; 1.
De antecedenten en de vorderingen 1.1.
N.V. C. kreeg van WOTC (…) de opdracht tot het leveren van een
grote hoeveelheid Pokemonspelletjes, bestaande uit een geheel van
speelkaarten en glazen kiezeltjes, genaamd “gems”. N.V. C. bestelde deze
“gems” bij I. Ltd. (die deze gems leverde in volgens opdracht
samengestelde sets, in plastic pakjes voorverpakt) en vertrouwde het vullen
van de kartonnen pakjes (die de kaarten en de sets “gems” moesten
bevatten) toe aan het Koningin Fabioladorp nr. 1 te Ohain. 1.2.
I. Ltd. heeft op 13.03.2000 N.V. C. doen dagvaarden om te verschijnen
voor de rechtbank van koophandel te Turnhout. Zij riep in dat N.V. C. haar
een bedrag van 43.874,34 USD verschuldigd was uit hoofde van de facturen die
waren uitgeschreven voor de levering van deze “gems”. Bij op 17.05.2000 neergelegde conclusie riep N.V. C. in dat
de kiezeltjes gebrekkig waren. Zij stelde een eis tot “nietigheid cq.
ontbinding lastens I. Ltd. van hun overeenkomst in toepassing van
respectievelijk artikel 1648 B.W. en artikel 1184 B.W. en vorderde (1) de
terugbetaling van de reeds betaalde bedragen, in totaal 42.131,65 USD, (2)
de afgifte van creditnota’s m.b.t. de facturen die het voorwerp van de
hoofdzin uitmaken, (3) vergoeding van de door haar geleden schade, door haar
begroot op 11.873,46 EUR en 6.941,02 EUR (4) vergoeding van alle externe
schade, begroot op 74.497,36 EUR en vergoeding voor opslagkosten, belopend
557,76 EUR, 743,68 EUR en een bedrag van 446,21 EUR per maand. In
ondergeschikte orde vroeg zij een getuigenverhoor en een
deskundigenonderzoek. 1.3.
In het bestreden vonnis dd. 18.01.2001 heeft de eerste rechter
vastgesteld dat toepassing diende gemaakt van het Weens Koopverdrag (hierna
genoemd CISG). Hij oordeelde dat N.V. C. haar protest niet binnen de in art.
39 CISG bepaalde redelijke termijn had geformuleerd en besloot op die grond
tot de toekenning van de vordering van I. Ltd. en de onafhankelijkheid van
de vordering van N.V. C. 1.4.
N.V. C. heeft op 23.02.2001 hoger beroep ingesteld. Zij bepleit tot de ontoegankelijkheid, minstens
ongegrondheid van de vordering van I. Ltd. en de toekenning van haar voor de
eerste rechter gestelde eis. I. Ltd. besluit tot de ongegrondheid van het
hoger beroep. 2.
Beoordeling Het doel en de grondslag van de vorderingen werden, zo in
feite als in rechte, in de hieraan voorafgaande procedurestukken
uiteengezet. Het hof verwijst ernaar. 2.1
. DE TOELAATBAARHEID VAN DE VORDERING VAN I. LTD. Ter zitting verklaarde N.V. C. de toelaatbaarheid van de
vordering van I. Ltd. niet langer te betwisten. 2.2.
De TOELAATBAARHEID VAN DE VORDERING VAN N.V. C. EN VAN HAAR VERWEER 2.2.1. Art.
38 1) CISG legt de koper op de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden
zo kort mogelijke, termijn te keuren of te doen keuren. Krachtens art. 39 1)
CISG verliest de koper, die naliet binnen een redelijke termijn nadat hij
ontdekt dat de goederen niet aan de overeenkomst beantwoorden of dit had
behoren te ontdekken, de verkoper daarvan in kennis te stellen met opgave
van de aard van de tekortkoming, het recht zich daarop te beroepen. 2.2.2. Uit
de stukken 4 en 6 van N.V. C. blijkt dat I. Ltd. op vrijdag 29.10.1999 werd
ingelicht over de vaststelling van gebroken kiezels. Deze kennisgeving ging
weliswaar uit van WOTC, maar dient met een van N.V. C. uitgaande
kennisgeving te worden gelijkgesteld vermits, nu WOTC aan I. Ltd. vroeg te
voorzien in een kwaliteitscontrole en dit op eigen kosten van I. Ltd., de
kennisgeving duidelijk een klacht inhield betreffende de levering van I.
Ltd. aan N.V. C. I. Ltd. heeft deze kennisgevingen overigens als dusdanig
aanvaard, nu zij op 31.10.1999 een aantal vragen stelde over de gebreken en
zij zich vervolgens op 04.11.1999 tot bij N.V. C. begaf om aldaar de gemelde
gebreken te onderzoeken. Vermits het pas op 04.11.1999 was dat aan I. Ltd. een
volledig overzicht van de klachten kon worden geboden (de klacht was immers
opvallender dan het feit dat er gebroken “gems” waren en sloeg ook op
het leveren van halve “gems” en het foutief vullen van de plastic
zakjes), beschouwt het hof deze datum als diegene waarop N.V. C. I. Ltd. in
kennis stelde onder opgave van de aard van de tekortkoming. 2.2.3. Er liggen geen van derden uitgaande stukken voor,
waaruit blijkt op welke datum de goederen aan N.V. C. werden geleverd. Zelf
geeft N.V. C. als data resp. 02.10.1999, 19.10.1999, 20.10.1999 en
09.11.1999 als leveringsdata op. I. Ltd. bewijst geen andere leveringsdata,
en de opgave van N.V. C. strookt met de inhoud van het verslag dat zij
opstelde naar aanleiding van haar bezoek dd. 19.10.1999 aan de werkplaats te
Ohain “opstart verpakken van Pokémon” en waarin wordt vermeld “Er
zaten zowat mensen te wachten op de “gems” die niet ter plaatje waren om
de lijnen op te kunnen starten. De zending werd verwacht vanuit de
luchthaven op Zaventem en moest worden vrijgegeven door de Douanen.
Omstreeks 10.30 waren de gems in het atelier. Naderhand bleken er toch 3.000
“gems bags” (6 dozen à 500 stuks) in het magazijn te staan, geleverd
vanuit C. Turnhout, met de andere componenten”. Zo niet blijkt dat N.V. C. de op 02.10.1999
geleverde gems eerder keurde, tonen de verslagen dd. 19.10.1999, 22.10.1999
en 26.10.1999 aan dat de keuringen gebeurden naar aanleiding van de
controles in de werkplaats te Ohain: reeds op 19.10.1999 werd een zakje met
één gebroken gem gevonden en een zakje met een te hoog aantal gems. Ermee rekeninghoudend dat de bestelling dd. 28.07.1999 in
verschillende gedeelten werd geleverd en het op 02.10.1999 geleverde
kennelijk ontoereikend was om de productie te Ohain op te starten, handelde
N.V. C. volgens de omstandigheden correct door de keuring door te voeren bij
de verpakking van de Pokémon spelletjes. De bezoekverslagen aan de werkplaats te Ohain zijn
gedetailleerd en geven aan dat telkens grondige inspecties doorgingen.
Wanneer dan ook pas op 28.10.1999 melding wordt gemaakt van ernstige
problemen m.b.t. de gems, dan dient daaruit besloten dat er, behalve het ene
zakje met de gebroken gem en het zakje met het onjuist aantal gems, niets
abnormaal viel vast te stellen. Volledigheidshalve voegt het hof eraan toe dat uit de
bezoekverslagen blijkt dat de tekorten werden vastgesteld te Ohain in
aanwezigheid van een afgevaardigde van WOTC, zodat latex Syndicate Ltd. onterecht aanvoert dat pas werd geklaagd toen de spelletjes reeds in Amerika
waren toegekomen. N.V. C. heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting
de verkoper in te lichten binnen een redelijke termijn nadat zij het gebrek
ontdekte of had moeten ontdekken. Zij is dus niet vervallen van haar recht
zich op de gebreken te beroepen. 2.3.
DE GROND VAN DE ZAAK N.V. C. bewijst niet dat I. Ltd. haar aansprakelijkheid
zou hebben erkend. Het verslag van de vergadering dd. 04.11.1999 is louter
eenzijdig en werd niet eens ter kennis van I. Ltd. gebracht. Nu N.V. C. de “gems” die na de vaststelling van de
gebreken nog toekwamen, niet meer in ontvangst nam en deze nog omgeslagen
liggen in de magazijnen van de goederenbehandelaars of toldeclaranten, kan
nog door middel van een deskundigenonderzoek worden nagegaan of de
leveringen al dan niet overeenkwamen met het bestelde. Het hof gaat dan ook in op de door N.V. C. gevraagde
onderzoeksmaatregel en laat haar toe, door middel van dit onderzoek, het
bewijs te leveren van de gegrondheid van haar klacht. Nu wordt aangevoerd dat N.V. C. de “gems” heeft
vervangen door plastic kiezeltjes, dient ook onderzocht welke maatregelen
hadden dienen genomen en welke de kostprijs zou zijn geweest om de gebroken
of halve kiezeltjes te vervangen door nieuwe glazen kiezeltjes. I. Ltd. is
immers niet aansprakelijk voor het feit dat WOTC en/of N.V. C. aanvankelijk
voor glazen kiezeltjes hadden geopteerd. O M D l E
R E D E N E N : H E T H O F, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van l5 juni 1935; Verklaart het hoger beroep gegrond in zoverre het de
vordering van N.V. C. onontvankelijk verklaarde; Vooraleer verder te oordelen: Beveelt een deskundigenonderzoek en stelt daartoe als
deskundige aan: de heer Didier DE BUYST, burgerlijk ingenieur, doctor in de
toegepaste wetenschappen…, met als opdracht: de door I. Ltd. aan N.V. C. geleverd zakjes “gems” te onderzoeken; na te gaan of deze “gems” en de met de “gems” gevulde zakjes zowel op het vlak van het aantal als op het vlak van de kwaliteit beantwoorden aan hetgeen werd besteld; in ontkennend geval te adviseren welke maatregelen N.V. C. normalerwijze had behoren te nemen om aan deze gebreken te verhelpen en welke de kostprijs ervan zou zijn geweest; Draagt de deskundige op zijn zending te vervullen met inachtname van de bepalingen van ad. 962 e.v. Ger. W. betreffende het deskundigenonderzoek, en bepaalt de termen voor het neerleggen van zijn verslag op ACHT MAANDEN na de datum waarop hij door de meest gerede partij in werking zal zijn gesteld; Verzendt de zaak, in afwachting van verdere
instaatstelling, naar de bijzondere rol. (…) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 16-05-2012 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |