K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 18 January 2002

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Mechelen

Case Number: (?)

Parties: NV G. v. NV H.P

Seller’s Country: Belgium (Plaintiff)

Buyer’s Country: France (Defendant)

Goods Involved: tomatoes

Judges: Kuhn, Lauwers and Spruyt

Status: Published in Rechtskundig Weekblad 2002-2003, nr. 34, p. 1351-1352

 

 

Classification of issues present

 

Application of CISG: Yes

Provisions of the CISG applied: Arts. 35, 38, 39 and 50

Goods – not suitable for re-sale since they were too ripe – no written agreement – part of seller’s obligation that goods be suitable for purpose goods are generally used

Examination – happened immediately

Notice – within a few days – general conditions stated should be within 24 hours – general conditions were in German and very small print – despite frequent business relations between parties – notice deemed in time

Price reduced

 

 

English Summary

A French buyer bought tomatoes from a Belgian seller. The seller sued the buyer for payment of the price, but the buyer stated that the tomatoes were too ripe and not fit for resale and demanded a price reduction in accordance with article 50 of the CISG (there was no dispute as to the applicability of the CISG). There was no written agreement between the parties, but the court found that it could be expected that the tomatoes had to be capable of resale to merchants. The tomatoes had been inspected immediately and notice of non-conformity given within a few days. That was in accordance with articles 38 and 39 CISG. However, the seller contended that notice had to be given within 24 hours according to the General Conditions. The court found that the General Conditions, barely legible (too small) and in German, were not part of the contract, despite the existence of a business relationship between the parties. The court ordered a reduction of the price.

 

Text of the Decision

 

Eiseres vordert dat gedaagde veroordeeld zou worden om haar te betalen, de tegenwaarde in Belgische franken aan de hoogste koers op de dag van volledige betaling, van de som van 40.588,68 FF, te vermeerderen met de conventionele schadevergoeding ten belope van 6.088,30 FF, de moratoire intresten en de gerechtelijke intresten.

motivering van de vordering

Eiseres stelt dat zij reeds geruime tijd een handelsrelatie heeft met verweerster.

Op 7 juni 1999 leverde zij aan verweerster een partij tomaten voor een totaal bedrag van 40.588,68 FF.

Verweerster weigerde evenwel deze factuur te betalen, aangezien zij stelde dat de beweerde partij tomaten niet aan de gevraagde kwaliteit voldeed.

Verweerster eiste dat eiseres een creditnota zou opmaken ten belope van 15.99 1,27 FF, alvorens zij zou overgaan tot betaling van de factuur.

Eiseres weigerde dit.

Op 7 september 1999 heeft verweerster dan slechts 24.592,41 FF geregeld, zijnde het volgens haar niet betwiste gedeelte van de factuur.

(...)

Eiseres, in België gevestigd, leverde goederen aan verweerster, een Franse vennootschap.

Verweerster weigert een deel van de geleverde goederen te betalen, omdat de kwaliteit slecht was, en ze beroept zich op art. 50 van het Weens Koopverdrag teneinde een koopprijsvermindering te verkrijgen.

Verweerster heeft wel degelijk geconcretiseerd met hoeveel ze de betaalde prijs zou willen verminderen.

Er is blijkbaar geen betwisting dat in casu het Weense Koopverdrag van toepassing is.

Het betrof een levering van bederfelijke waar, waarvan de tekortkoming eenvoudig en aanstonds te constateren is, zodat een klacht dient gedaan te worden "binnen een redelijke termijn": als vereist door art. 39, derde lid Weens Koopverdrag.

Ingevolge art. 35 Weens Koopverdrag moeten de door de verkoper af te leveren goederen o.m. qua kwaliteit voldoen aan de eisen gesteld in de overeenkomst.

Hoewel er geen schriftelijke overeenkomst tussen partijen is, mag redelijkerwijze worden aangenomen dat de kwaliteit (rijping) van de tomaten aldus moest zijn dat ze nog dienstig waren om verder te verkopen aan kleinhandelaars. De zaken moeten immers geschikt zijn voor het doel waarvoor dergelijke zaken gewoonlijk worden gebruikt.

In het Weens Koopverdrag wordt geen onderscheid gemaakt tussen de leveringsverbintenis enerzijds en de verbintenis tot vrijwaring wegens verborgen gebreken anderzijds. Levert de verkoper gebrekkige goederen, dan komt hij zijn leveringsplicht niet na in de zin van art. 35 Weens Koopverdrag. Dat is meteen de reden waarom, zelfs al werd de prijs betaald, de koper nadien nog rechten kan doen gelden op een koopprijsvermindering (art. 50 Weens Koopverdrag) of zelfs een schadevergoeding (art. 74 Weens Koopverdrag).

De koper die zich ten aanzien van de verkoper wil beroepen op de niet-conformiteit van de goederen, dient tijdig over te gaan tot keuring van de goederen en tot protest ten aanzien van de verkoper.

Strikt genomen betreft het twee onderscheiden verplichtingen die elkaar in de tijd opvolgen.

Art. 38 Weens Koopverdrag vereist enerzijds dat de koper de zaken keurt of doet keuren binnen een termijn die, gelet op de omstandigheden, zo kort mogelijk is.

In casu heeft de koper onmiddellijk de geleverde waar gekeurd. Op de leveringsbon 995396 van 4 juni 1999 heeft hij onmiddellijk genoteerd: "reserve sur le lot - marchandise trop rouge" (vertaling: voorbehoud voor het lot - koopwaar te rood). De koper heeft zelfs een kist terug meegegeven aan de chauffeur, opdat diens opdrachtgever zelf de kwaliteit van de koopwaar zou kunnen vaststellen.

Op de leveringsbon 995427 van 7 juni 1999 heeft de koper aangebracht: "reseve sur qualité - marchandise trop rouges (vertaling: voorbehoud wat betreft de kwaliteit - koopwaar te rood).

Aldus heeft de koper al meer dan aan de voorwaarde tot onmiddellijke keuring, vereist door art. 38 Weens Koopverdrag, voldaan.

Na de keuringstermijn start een nieuwe termijn waarbinnen de koper de verkoper op de hoogte moet brengen van de niet-conformiteit van de goederen. Art. 39 Weens Koopverdrag vereist hierbij dat deze termijn redelijk moet zijn.

Eiseres verwijst wat de termijn voor protest betreft naar haar algemene voorwaarden, waarin wordt gestipuleerd dat klachten binnen 24 uur moeten worden geformuleerd. Zij stelt dat de klacht van verweerster, geformuleerd op 8 juni 1999, in elk geval te laat was.

De rechtbank merkt evenwel op dat de algemene voorwaarden van eiseres met het blote oog nauwelijks te lezen zijn en dan nog zijn opgesteld in de Duitse taal.

De omstandigheid dat partijen reeds enige tijd handelsrelaties onderhielden, kan in dit geval derhalve niet determinerend zijn voor het aanvaarden van de geding van de algemene voorwaarden.

Bovendien heeft verweerster wel degelijk telkens onmiddellijk voorbehoud geformuleerd, welk voorbehoud zij nadien heeft verduidelijkt in een klacht.

De rechtbank dient dus de kwestie te beoordelen aan de hand van art. 38 en 39 van het Weens Koopverdrag.

De rechtbank is van mening dat verweerster binnen een redelijke termijn heeft geprotesteerd.

Daar eiseres heeft nagelaten op dit genuanceerde protest te reageren, en zelfs blijkbaar de moeite niet heeft genomen de teruggenomen goederen te onderzoeken, moet worden aangenomen dat eiseres instemde met de beweringen van verweerster.

Zoals reeds eerder overwogen, had verweerster, krachtens art. 50 Weens Koopverdrag, het recht op een koopprijs- vermindering (zelfs nu de goederen reeds deels waren betaald).

Verweerster toont bij middel van stukken duidelijk aan dat 25% van de geleverde goederen onverkiesbaar waren; zij heeft deze gegevens ook reeds vöör de procedure aan eiseres meegedeeld en deze heeft nagelaten hierop te reageren.

Het saldo van de facturen werd betaald, zodat verweerster terecht stelt dat zij aan eiseres niets meer verschuldigd is.

(...)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be