|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 18 September 2001 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt Case Number: A.R. 00/03019 Parties: NV VG R. v. I.P. Inc. Seller’s Country: Belgium (Plaintiff) Buyer’s
Country: Goods involved: Waste paper Judges: C. Beerten, K. Swartelé, D. De Preter Status:
Unpublished Classification
of issues present
Application of CISG: Yes CISG Provisions Applied: Arts. 1(1)(a) & 57 Jurisdiction - place of performance - according to CISG - price paid at residence of seller - Belgian courts have jurisdiction Applicable law - CISG applicable in USA and Belgium - CISG applicable - debates re-opened
Text
of the decision
In zake: A.R. 00/03019 - < NV VG R.>,
ingeschreven in het handelsregister te Hasselt (...), met
zetel te 3530 Houthalen (...), aanleggende partij, vertegenwoordigd door meester Meys Luc, advocaat te
1820 Steenokkerzeel (...); tegen < I.P.
INC. >,
vennootschap naar het recht van de Verenigde Staten, met zetel te CA 91801,
Alhambra (U.S.A.) (...), verwerende partij, vertegenwoordigd door meester Buelens loco meester
Bonotto Olaf, advocaat te 1030 Brussel (...). volgt het vonnis. Gelet de
inleidende dagvaarding dd 9.11.00 waarbij aanlegster de betaling vordert van
verweerster van een bedrag van 93 911,76 USD, meer de gerechtelijke
interesten vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot de dag der algehele
betaling en de kosten; Gelet op
de door partijen genomen besluiten en neergelegde stukken; Gehoord
partijen in hun mondelinge pleidooien ter zitting van 11.9.01; 1. De eis
van aanlegster strekt ertoe betaling te bekomen van twee facturen uitgereikt
op 28.6.00 voor de respectievelijke bedragen van 53 005,05 USD en 29 162,40
USD, te verminderen met een creditnota van 505,05 USD en te vermeerderen met
een schadevergoeding van 12 249,36 USD, zijnde 15% van het nog verschuldigde
bedrag, dit uit hoofde van de verkoop van afvalpapier, bestemd om
gerecycleerd te worden tot bruikbaar papier. Verweerster
weigert tot betaling van de facturen over te gaan daar het afvalpapier niet
zou geschikt geweest zijn om gerecycleerd te worden. 2. In
eerste instantie stelt verweerster, daar zij in de VSA is gevestigd, dat de
Belgische rechtbanken niet bevoegd zijn. . De
bevoegdheid van de rechtbank ten aanzien van een buitenlands verweerder
wordt geregeld in art 4 EEX. Hierin
wordt gesteld dat, wanneer de verweerder geen woonplaats heeft op het
grondgebied van een verdragsluitende staat, de bevoegdheid van de
rechtbanken van elke verdragssluitende staat, geregeld wordt door de
wetgeving van die staat. Bij
afwezigheid van een bilateraal akkoord, wat te dezen het geval is (er werd
dienaangaande geen akkoord afgesloten tussen België en de VSA), dient in
België de bevoegdheid ten aanzien van een buitenlands verweerder te worden bepaald aan de hand van wat in art 635 Ger W wordt gesteld. Krachtens art 635 Ger W kunnen vreemdelingen door een Belg voor de
rechtbanken van het rijk worden gedagvaard indien de verbintenis die ten de
grondslag ligt aan de vordering, in België is ontstaan of moet worden
uitgevoerd. De verbintenis die ten de grondslag ligt aan huidige vordering is de
betaling van facturen. Om na te gaan of de verbintenis tot betaling van de facturen in België
dient uitgevoerd te worden moet worden nagegaan door welk recht deze
verbintenis wordt beheerst. De tussen partijen afgesloten transactie betreft een grensoverschrijdende
verkoop van lichamelijk roerende goederen. Dergelijke verkopen vallen onder toepassing van het Weens Koopverdrag nu
ten tijde van de verkoop zowel in België als in de VSA het Weens
Koopverdrag gold (art 1 lid a CISG). Overeenkomstig art 57 CISG dient de koper de koopprijs te betalen op de
plaats van de vestiging van de verkoper. M.a.w. de verbintenis tot betaling van de koopprijs dient uitgevoerd te
worden in België en meer in het bijzonder te Houthalen, zijnde in het
gerechtelijke arrondissement Hasselt. Aldus zijn de Belgische rechtbanken en meer bepaald de rechtbank van
koophandel te Hasselt bevoegd om kennis te nemen van huidige vordering. 3. Partijen zijn het niet eens of al dan niet het Belgische recht van
toepassing is op huidige betwisting. Bij het onderzoek naar de bevoegdheid van de rechtbank werd vastgesteld
dat het CISG toepasselijk is. Daar geen der partijen het geschil heeft benaderd vanuit de specifieke
bepalingen die het CSIG bevat, worden zij uitgenodigd alsnog zulks te doen. Bovendien stelt de rechtbank vast dat het merendeel van de bijgebrachte
stukken in de Engelse taal zijn opgesteld. Voor een goed begrip der zaken is het onontbeerlijk dat van deze stukken
een vertaling in het Nederlands zou worden bijgebracht. De debatten worden dan ook hiertoe heropend. (…) OM DEZE REDENEN: de rechtbank, rechtdoende op tegenspraak: Verklaart zich bevoegd om kennis te nemen van de vordering; Alvorens uitspraak te doen omtrent de ontvankelijkheid en gegrondheid van
de eis van aanlegster, heropent de debatten teneinde partijen toe te laten
te handelen zoals omschreven in het motiverend gedeelte van huidig vonnis; Verzendt ten dien einde de zaak naar de bijzondere rol van de vierde
kamer; Houdt de uitspraak over de kosten aan; (…)
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |