|
|
|
Case
Identification Date of Decision:
18 January 2001 Jurisdiction:
Belgium Tribunal:
Rechtbank van Koophandel, Turnhout Case
Number: A/00/691 Case
History: Appealed to Hof
van Beroep, Antwerpen, 14 February 2002 Parties:
Index
Syndicate Ltd. V. NV Carta Mundi Seller’s
Country: Hong Kong (Plaintiff) Buyer’s Country:
Belgium (Defendant) Goods Involved: Pokemon
games Judges: J.
Van Cauwenbergh, V. Van Roeyen, J. Van Beek Status: Unpublished Classification
of issues present
Application of CISG: Yes
CISG Provisions
Applied: Arts. 1(1)(a), 39, 40, Application of CISG
– two Contracting States; Hong Kong party as part of P.R. China Defective goods – no timely notice, no sufficient proof Knowledge of seller of defects – not proved
Text of
the Decision INZAKE
VAN Intex
Syndicate Ltd., vennootschap naar het recht van Rong Kong met maatschappelijke
zetel gevestigd te Hong Kong, Kowloon …, ingeschreven in het handelsregister
te Hong Kong… Eiseres
op hoofdeis, verweerster op tegeneis - ter zitting vertegenwoordigd door haar
raadsman, Mter Paul De Scheemaecker, advocaat te 1150 Brussel… TEGEN NV
Carta Mundi, met maatschappelijke zetel gevestigd te…, 2300 Turnhout, ingeschreven
in het handelsregister te Turnhout… Verweerster
op hoofdeis, eiseres op tegeneis - ter zitting vertegenwoordigd door haar
raadsman, Mter L. Schuermans, advocaat te 2300 Turnhout… Gezien
de inleidende dagvaarding dd. 13/3/2000. Gehoord
ter zitting van 23/11/2000 de raadslieden van partijen in hun middelen en uitleg
waarna de stukken neergelegd werden, de debatten gesloten en de zaak in beraad
genomen werd. Eiseres
of hoofdeis vordert de betaling van een openstaand saldo op vier facturen voor
de levering van Pokémon glas voor een totaal bedrag in hoofdsom van 43.874,34
USD te vermeerderen met de moratoire intresten vanaf 15/2/2000. Verweerster
op hoofdeis stelt dat de dagvaarding nietig zou zijn (exceptio obscuri libelli),
minstens ongegrond daar de geleverde glaskiezels behept zouden zijn met een
aantal belangrijke gebreken en deze niet conform zouden zijn aan het voorwerp
van de bestelling. Bij
tegeneis vordert NV Carta Mundi de ontbinding van de koopovereenkomst lastens
Intex, de terugbetaling van de reeds betaalde bedragen en de vergoeding van de
door haar geleden schade. I. DE INGEROEPEN EXCEPTIES I.1.Exceptio
obscuri libelli Verweerster stelt dat de inleidende dagvaarding nietig zou zijn daar deze
niet vermeldt welk recht op de hoofdeis toepasselijk zou zijn. Geen
enkele rechtsregel sanctioneert het niet-vermelden van de toepasselijke
wetsbepalingen of het toepasselijke recht in de akte van rechtsingang met
nietigheid. Het
voorwerp van de hoofdeis is volstrekt duidelijk, nl. de betaling van facturen
uitgeschreven voor de levering van roerende zaken. I.2.
Exceptio cautio judicatum solvi Ter
zitting werd uitdrukkelijk afstand gedaan door verweerster van deze exceptie. ___________________________ De
feiten welke ten oorsprong liggen aan het geschil kunnen als volgt omschreven
worden: De
Amerikaanse firma Wizards of the Coast gaf Carta Mundi de opdracht tot productie
en assemblage van het gezelschapsspel Pokémon waarvan de essentiële
bestanddelen bestaan uit speelkaarten en kiezels. In
een schrijven van 20/7/1999 gericht aan Carta Mundi gaf WOTC toelating om een
(pre)order te plaatsen voor alle kiezels nodig voor het Pokémonspel, totaal
geschat op 12.709.856 stuks. De
dossiers van zowel eiseres als verweerster bevatten weinig technische
specificaties; in het schrijven van WOTC van 20/7/1999 wordt vermeld dat deze de
gele kleur nog dient goed te keuren en dat zij de bevestiging moet ontvangen dat
de kiezels loodvrij zijn (stuk 3 bundel Carta Mundi). Ook
de proforma factuur van Intex van 4/8/1999 geeft ter zake weinig
verduidelijking. Intex
diende in te staan voor de verpakking van de kiezels in pakjes van 10 en 14
stuks en de verkoop geschiedde CIF België. De
goederen werden verzonden vanuit Hong Kong in de periode tussen 13/9/1999 en
15/10/1999 en dit per boot en per vliegtuig; de grootste zending werd verscheept
op 15/9/1999. Op
basis van de neergelegde stukken kan niet precies uitgemaakt worden wanneer de
goederen toekwamen in België doch de periode van aankomst van de diverse
vrachten kan gesitueerd worden in de periode tussen 15/9 en 20/10/1999. Eens
aangekomen in België werden de zakjes met kiezels overgebracht naar ondermeer
de beschermde werkplaatsen te Leuven en de WVK-groep in Bladel, Nederland waar
de zakjes samen met de kaarten verpakt werden in de Pokémondozen en
klaargemaakt voor verscheping naar Wizards of the Coast. In
deze fase is er nog geen sprake van enig gebrek aan de geleverde goederen. Op29/10
komt er een eerste e-mailbericht van WOTC waarin deze haar beklag maakt over
gebroken kiezels in het eindproduct, kiezels met een barst in het midden en
kiezels die breken. Deze
klacht wordt ook gericht aan Intex aan wie de vraag gesteld wordt om een
kwaliteitscontrole te doen. Op31/10/1999bevestigtde
heer Pat Riley,die kennelijk verbonden is aan de firma Intex, de ontvangst van
de e-mail inzake de gebroken kiezels. Hij vraagt hierbij uitdrukkelijk om meer
informatie hierbij stellende dat er vier transporten geweest zijn en dat bij de
laatste contacten met Carta Mundi in de week daarvoor er nog geen problemen
gemeld werden. Verduidelijking wordt verder gevraagd of het probleem van de
gebroken kiezels zich enkel voordoet bij het laatste transport en met kiezels
van een bepaalde kleurtint, hoeveel kartons er gekeurd werden, enz. Beide
partijen bevestigen dat er op 4/11/1999 bij Carta Mundi NV een vergadering
plaatsvond met de drie betrokken partijen waarbij ook Intex vaststelde dat er
inderdaad barsten voorkwamen in sommige glazen kiezels. Carta
Mundi stelt dat de verantwoordelijke van Intex op deze vergadering zou erkend
hebben dat de levering onaanvaardbaar was en dat zij dienvolgens aansprakelijk
zou zijn voor de vastgestelde euvels. Deze
bewering wordt uitdrukkelijk ontkend door Intex. Op
deze vergadering blijken er geen afspraken gemaakt te zijn omtrent een
tegensprekelike staalname, laat staan een expertise. In
een schrijven van WOTC van 5/11/1999 gericht aan Carta Mundi wordt gesteld dat
zij ter gelegenheid van door haarzelf uitgevoerde inspectie van 24 kartons
vaststelde dat er kwalitateitsproblemen waren met de kiezels, feit waarvan zij
voorheen niet ingelicht was door Carta Mundi. Belangwekkend
hierbij is dat WOTC stelt dat in 8,3 % van de zakjes gebroken kiezels zaten, in
25 % gebarsten kiezels, in 12,5%kiezels met scherpe kanten en dat 60% van de
kiezels brak bij een worp op tafel. Uit
het dossier van verweerster blijkt niet dat Intex in kennis gesteld werd van de
inhoud van deze brief met een toch wel vrij alarmerende inhoud. Op
6/12/1999 volgt dan een schriftelijke ingebrekestelling van Carta Mundi gericht
aan Intex waarin de vastgestelde gebreken aan de kiezels hernomen worden en
melding gemaakt wordt van de beslissing van Wizards of the Coast om alle reeds
verdeelde eindproducten van het Pokémonspel uit de markt te halen en alle
spellen opnieuw te produceren. Merkwaardig
is dat verweerster in haar syntheseconclusie stelt dat zij reeds na de
vergadering van 4/11/1999 op verzoek van WOTC de initiële bestelling opnieuw
heeft moeten uitvoeren en dat de facturen gevoegd bij haar stuk 13 de
tussenkomsten betreffen van de toeleveranciers in het kader van deze
herproductie; 8 van de 17 voorgelegde facturen zijn gedateerd voor 6/12/1999. Een
officiële kennisgeving van WOTC om Carta Mundi in kennis te stellen van haar
beslissing om de Pokémonspellen uit de rekken te halen en een herproductie te
eisen ontbreekt in het dossier. II.
TEN GRONDE Eiseres
vraagt de betaling van de facturen overeenkomstig de bepalingen van art. 53 e.v.
CISG en stelt dat het verweer en de tegeneis van Carta Mundi niet ontvankelijk
is gezien deze Intex niet tijdig kennis gegeven heeft van de gebreken en
dienvolgens vervallen is van haar recht om zich op een niet-conformiteit te
beroepen. Verder
stelt Intex dat het niet bewezen is dat de door haar geleverde producten niet
conform het bestelde geweest zijn en dat de beschadigingen evenzeer het gevolg
kunnen zijn van de latere behandeling en verwerking van de goederen in het
eindproduct. Carta
Mundi daarentegen stelt dat de redelijke termijn zoals voorzien in art. 39 CISG
wel degelijk gerespecteerd werd waar Intex op 29/10/1999 op de hoogte was van de
problemen, dit na de door Wizards of the Coast gedane vaststellingen bij de
controle van het eindproduct. Verder
stelt Carta. Mundi dat zij de kiezels bij ontvangst gecontroleerd heeft en dat
de gebreken alsdan met zIchtbaar waren. Betreffende
de toepasselijkheid van het Weens koopverdrag op de onderhavige casus bestaat
kennelijk geen betwisting tussen partijen; zowel België als de Volksrepubliek
China, waarvan Hong Kong opnieuw deel uitmaakt, hebben het verdrag
geratificeerd. Overeenkomstig
art. 38 CISG dient de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo
kort mogelijke, termijn te keuren of te doen keuren waarbij de keuring kan
worden uitgesteld tot na de aankomst van de zaken op hun bestemming indien de
overeenkomst tevens het vervoer van de zaak omvat. De
verkoop geschiedde CIF België zodat dient aangenomen dat de keuring moest
gebeuren zo kort mogelijk na de aankomst van de goederen in België. De
niet-naleving van de keuringsplicht wordt op zichzelf niet gesanctioneerd; het
tijdstip waarop de keuring plaatsvond of had moeten plaatsvinden is evenwel het
scharnierpunt om de termijn te bepalen binnen dewelke de klachtverplichting
overeenkomstig art. 39 CISG dient uitgeoefend. Carta
Mundi stelt op pagina 8 van haar conclusies dat zij de kiezels bij ontvangst wel
degelijk gecontroleerd heeft hetgeen niet eenvoudig zou geweest zijn gelet op de
vuile zakjes waarin deze verpakt waren; dit laatste gegeven zou zowel feitelijk
als juridisch weerleggen dat de vaststaande gebreken zichtbaar zouden geweest
zijn. De
rechtbank moet evenwel vaststellen dat Carta Mundi nalaat om ook maar de minste
informatie te geven over de wijze waarop zij deze controle of deze keuring wel
zou uitgevoerd hebben, laat staan dat over deze problematiek enig stuk wordt
voorgebracht. Elk
gegeven ontbreekt over de plaats en het tijdstip waarop deze keuringen zouden
gedaan zijn, hoe de steekproeven georganiseerd en uitgevoerd werden, aan welke
tests de kiezels onderworpen werden, of de keuring uitgevoerd werd ter
gelegenheid van elk transport of bvb. alleen maar na het eerste, enz. Carta
Mundi verwijst naar het gebruik van vuile zakjes hetgeen het voor haar zeer
moeilijk zo niet onmogelijk zou gemaakt hebben om de gebreken vast te stellen,
zodanig dat deze als niet zichtbaar bij de keuring zouden moeten aanzien worden. Carta
Mundi wil dus blijkbaar doen geloven dat de zakjes met kiezels zodanig kostbaar
zijn dat het voor haar niet mogelijk was om bij wijze van steekproef een aantal
van de meer dan 1 miljoen zakjes open te doen en de kiezels te keuren... De
Rechtbank kan dan ook moeilijk geloof hechten aan de bewering van verweerster
dat zij de geleverde koopwaar aan een (voldoende ernstige) controle onderworpen
heeft. Hierbij
dient de kanttekening gemaakt dat Carta Mundi niet de minste verduidelijking
geeft omtrent het traject dat de vier vrachten gevolgd hebben na hun aankomst in
België: werden de vrachten eerst gegroepeerd bij Carta Mundi en vandaar
verzonden naar de bedrijven die voor de verdere behandeling en het inpakken van
de Pokémonspellen moesten instaan of zijn ze rechtstreeks van lucht- en
zeehaven getransporteerd naar deze bedrijven zonder verdere directe tussenkomst
van Carta Mundi? Verder
wil Carta Mundi kennelijk voorhouden dat de gebreken aan de kiezels pas einde
oktober vastgesteld konden worden, dit dan ter gelegenheid van een controle bij
de bestemmeling van het eindproduct, Wizards of the Coast. Dit
zou dan impliceren dat de kiezels aan een soort degraderingsproces zouden lijden
waardoor zij na zekere tijd barsten en scherpe kanten zouden gaan vertonen. De
mogelijkheid dat de beschadigingen het gevolg zouden kunnen zijn van enige
foutieve behandeling bij het vervoer of bij de conditionering in het eindproduct
wordt door Intex als mogelijkheid weerhouden maar wordt door Carta Mundi ten
stelligste betwist. Indien
deze piste al enige wetenschappelijke relevantie zou kunnen hebben komt het de
rechtbank vreemd voor dat Carta Mundi niet de moeite heeft genomen om de kiezels
aan een labo-analyse te onderwerpen teneinde hierbij eventuele structurele
gebreken te onderkennen. Nu
Carta Mundi voorhoudt dat alle vrachten door gebreke aangetast zijn stelt de
rechtbank zich de vraag ‑ steeds de gedachtegang volgend van de
voortschrijdende degradatie ‑ waarom het euvel pas een 10-tal dagen na de
aankomst van het laatste transport ontdekt werd en niet vroeger, nu de eerste
vracht reeds aangekomen is rond 15/9/1999. Op
grond van deze overwegingen is de rechtbank dan ook van oordeel dat de koper
zijn verplichting tot keuring binnen een zo kort mogelijke termijn na de
levering niet nagekomen is, minstens dat deze keuring niet met de gepaste ernst
uitgevoerd werd welke Carta Mundi had moeten toelaten om de beweerde
niet-conformiteit van de levering zelf en binnen korte tijd na de levering vast
te stellen. Vervolgens
dient de vraag gesteld of het protest inzake de niet-conformiteit geformuleerd
werd binnen de redelijke termijn zoals voorzien in artikel 39 CISG. De
e-mail van 29/10 uitgaande van WOTC en waarvan de ontvangst door Intex niet
betwist wordt kan in casu gelden als een kennisgeving van de klacht nu hierin,
zij het vrij rudimentair, kennis gegeven wordt van de aard van de vastgestelde
tekortkomingen. Intex
heeft hierop onmiddellijk gereageerd en heeft supplementaire informatie gevraagd
om de aard en de omvang van de gebreken in kaart te kunnen brengen. Inzonderheid
was het essentieel om duidelijkheid te hebben over de vraag of de problemen met
de kiezels zich voordeden bij alle vrachten, op welke partijen de steekproeven
uitgevoerd werden, of de euvels al dan niet gerelateerd konden worden aan één
of meer transporteurs en/of verpakkingsbedrijven. Uit
geen enkel element van het dossier blijkt dat Carta Mundi en/of WOTC ooit enig
adequaat antwoord hebben gegeven op deze toch wel zeer aannemelijke
vraagstelling van de leverancier. Gezien
uit de besluiten van verweerster blijkt dat zij van oordeel is dat de integrale
levering, dus ook de eerste
vrachten, niet conform was is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn
binnen dewelke Carta Mundi gehouden was om bij haar leverancier te protesteren
verstreken is. De
eerste vracht per vliegtuig is aangekomen op 15/9/1999 en de grootste zending
per schip blijkt toegekomen te zijn op 2/10/1999. Indien
een ernstige keuring uitgevoerd zou geweest zijn hadden de gebreken ‑
steeds de stellingname volgend van verweerster van een integrale defectueuze
levering – midden september moeten vastgesteld zijn en zeker begin oktober. Een
termijn van 43 (eventueel 26) dagen laten voorbijgaan tussen het tijdstip waarop
het euvel had moeten ontdekt worden en de klacht bij de leverancier komt de
rechtbank als onredelijk voor. Ingevolge
het laattijdig protest is verweerder vervallen van zijn recht om zich op een
niet-conformiteit te beroepen. Het
verweer is dan ook niet ontvankelijk behoudens indien de koper zou kunnen
aantonen dat de verkoper kennis had van de gebreken aan de kiezels of hiervan
niet onkundig had kunnen zijn. (art. 40 CISG) Ter
zake bevat het dossier evenwel absoluut geen overtuigende bewijzen welke zouden
kunnen doen geloven in enige 'voorkennis' in hoofde van verkoper. Vastgesteld
dient dat het dossier van verweerder geen instructies bevat gericht aan de
leverancier inzake de kwaliteitsvereisten en de technische specificaties waaraan
de glaskiezels zouden moeten voldoen. De
enige aanwijzingen waarover de rechtbank beschikt hebben betrekking op de
aantallen per zakje, de kleur van de kiezels en de vereiste dat deze loodvrij
zouden zijn. Verder
dient er nog op gewezen dat niet ten genoege van recht bewezen is dat alle
geleverde partijen door ernstige gebreken aangetast waren zoals evenmin de
verantwoordelijkheid van derden afdoende uitgesloten wordt. Bevreemdend
blijft het dat Carta Mundi het niet nodig geacht heeft om een bevestiging rond
te sturen van de conclusies van de vergadering van 4/11/1999, in zoverre alle
betrokkenen het eens zouden geweest zijn over de aansprakelijkheid van
leverancier Intex, zoals het ook vreemd voorkomt dat Carta Mundi aan Intex geen
kennis gegeven heeft van het schrijven van WOTC van 5/11/1999 en van de
herproductie tot vervanging van de defectueuze Pokémon spellen welke zij
blijkens haar eigen stukken reeds zou opgestart zijn in november 1999, dus voor
de eerste schriftelijke ingebrekestelling van Intex door Carta Mundi dd.
6/12/1999. De
hoofdeis is gegrond en de tegeneis is niet ontvankelijk ingevolge rechtsverval. OM
DEZE REDENEN Gelet
op de artikels 2, 30, 34, 36 en 41 van de wet van 15 juni 1935op het
gebruik der talen in gerechtszaken. De
Rechtbank van Koophandel, vonnissend op tegenspraak, en na erover beraadslaagd
te hebben
overeenkomstig de wet, verklaart de hoofdeis ontvankelijk tegeneis niet
ontvankelijk. Veroordeelt
verweerster op hoofdeis om aan eiseres op hoofdeis te betalen de som van
43.874,43 USD, om te zetten in Euro aan de koers geldend op de dag van algehele
betaling, bedrag te vermeerderen met de verwijlintresten aan de wettelijke
rentevoet vanaf 15/2/2000 tot 12/3/2000 en met de gerechtelijke intresten vanaf
13/3/2000 tot de dag van algehele betaling. Veroordeelt
verweerster op hoofdeis tot de kosten van het geding in hoofde van eiseres op
hoofdeis begroot op 9.770,- fr. dagvaarding en rolstelling en 12.600,- fr.
rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van eiseres op hoofdeis voor zover nodig
begroot op 12.900,- fr. rechtspIegingsvergoeding. Verklaart
dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. (…) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |