|
|
|
Case Identification Date of Decision: 5 April 2000 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt Case Number: A.R. 96/2313 Parties: T. G.m.b.H. v. N.V. E.E.
Seller’s Country: Belgium (Defendant) Buyer’s Country: Germany
(Plaintiff) Goods Involved: Telephone switchboards Judges: P. Vanhelmont, N. Bronckaers, H. Eraly Status: Unpublished Classification of issues present Application of CISG: No CISG provisions applied: Art. 49 2 b ii CISG (compared) Applicable
Law – Uniform Sales Law (The Hague, 1 July 1964) Goods
not conform to set standards and contractual agreement Text of the Decision
De rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer, heeft het volgende
vonnis uitgesproken: in zake A.R.96/2313- <T.
G.m.b.H.>. vennootschap naar Duits recht, met
zetel te 65396 Walluf..., ingeschreven in het handelsregister te
Eltville...; aanleggende partij, verweerster op tegeneis, die verschijnt door meester
Meeussen, advocaat te 1040 Brussel,...; die conclusies heeft genomen en
gepleit heeft in het Nederlands; tegen <N.V.
E.E.>, waarvan
de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3001 Heverlee...; verwerende partij, eiseres op tegeneis, die verschijnt door meester
Horemans loco meester Vandecasteele, advocaat te 3500 Hasselt...; die
conclusies heeft genomen en gepleit heeft in liet Nederlands: volgt het vonnis Bij inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder Slagmulder te
Leuven-Heverlee van 29 september 94 liet eiseres dagvaarding uitreiken aan
verweerster voor de rechtbank van koophandel te Brussel teneinde verweerster
te veroordelen tot de tegenwaarde in BEF van 60.526, 8 DM, te vermeerderen
met verwijlinteresten a rato van 8 % sedert vervaldatum van de hierop
betrekking hebbende facturen; eiseres voorbehoud te verlenen voor de
terugbetaling van de prijs van de overige bij derden geïnstalleerde
producten, die voorlopig niet werden terugbezorgd aan eiseres; eiseres
voorbehoud te verlenen voor de begroting van haar geleden verlies en de
gederfde winst in samenhang met de gebrekkige leveringen; verweerster te
veroordelen tot alle kosten. Bij conclusies neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te
Brussel op 22 maart 95 deed verweerster een tegeneis teneinde aanlegster te
veroordelen tot de onmiddellijke terugname van 162 stuks met betaling, van
de transport- en bewaringskosten, begroot op 30.000,- Fr.; onmiddellijke
afname van de 800 nog resterende stuks waartoe aanlegster zich verbond en
dit tegen contante betaling 0nder verbeurte van een dwangsom van 50 000,-Fr.
per dag. waarin de afname niet zou plaats vinden; ondergeschikt de
overeenkomst te ontbinden lastens aanlegster en aanlegster te veroordelen
tot betaling van 1.000.000,- Fr. provisioneel, meer de gerechtelijke
interesten en de kosten. Bij conclusies neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te
Brussel van 10 oktober 1995 heeft eiseres de vordering uitgebreid of
gepreciseerd met een vordering tot betaling van 250.000,- Fr. ex aequo et
bono wegens geleden verlies en gederfde winst. Bij vonnis op tegenspraak van 17 juni 1996 heeft de rechtbank van
koophandel te Brussel zich onbevoegd verklaard en de zaak verzonden naar
deze rechtbank. Bij vonnis op tegenspraak van 11 december 96 van deze rechtbank heeft deze
hoofd- en tegeneis toelaatbaar verklaard en gezegd voor recht dat art. 49
E.W. en art. 39 E.W. geen toepassing vinden en alvorens verder ten gronde te
oordelen Prof Dr. E. Flerackers aangesteld als deskundige met als opdracht,
kennis te nemen van de stukken en verklaringen van de partijen, het toestel
206 geproduceerd onder de naam A, zoals het er uit zag op 10 december 93 te
onderzoeken, te zeggen of het
gebreken vertoonde, meer
in het bijzonder voor wat betreft de software ervan, deze gebreken nader te
omschrijven en te zeggen aan wie zij technisch toe te schrijven zijn; advies
te geven of dit toestel de nodige eigenschappen bezit voor een normaal
gebruik of deze gebreken nader te omschrijven en te zeggen aan wie zij
technisch toe te schrijven zijn; advies te geven of dit toestel de nodige
eigenschappen bezit voor een normaal gebruik of voor gebruik in
handelsdoeleinden; advies te geven of dit toestel geschikt was voor de
Duitse markt; te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen en trachten
deze te verzoenen. De gerechtelijke deskundige heeft zijn verslag neergelegd op 7 juni 1999. Bij conclusies neergelegd ter griffie op 18 november 99 heeft verweerster,
eiseres op tegeneis, haar vordering uitgebreid c.q. gewijzigd en gevorderd
aanlegster op hoofdeis te veroordelen tot betaling van 238.400,- DM, om te
zetten tegen de hoogste koers de dag van het tussen te komen vonnis, meer de
gerechtelijke interesten en de kosten. Ter zitting van 29 maart 2000 is Mr. I. Meeusen verschenen voor eiseres,
verweerster op tegeneis en Mr. Horemans loco Van de Casteele voor
verweerster, eiseres op tegeneis; zij hebben gepleit, hun vroeger
neergelegde conclusies gehandhaafd en een dossier neergelegd. IN FEITE: De rechtbank verwijst naar het tussenvonnis. De deskundige noteert op de installatievergadering dat de toestellen
kleine telefooncentrales betreffen, gemonteerd in een witte box van ongeveer
24xl6x7 cm. Eiseres verklaart tijdens de installatievergadering aan de
deskundige dat toestellen werden geleverd maar dat de functie met was zoals
het hoort. E.E. heeft dikwijls toegegeven dat er gebreken zijn en heeft ook
aanpassingen uitgevoerd. Eén van de problemen is dat bij "hold"
twee mensen met elkaar kunnen praten via de centrale. De toestellen werken
niet op het Duitse net. De handleiding werd pas maanden later afgeleverd.
Het toestel is met geschikt. Verweerster verklaarde aan de deskundige dat
eiseres met voldoende kennis in huis had. Pas na 4 maanden kwamen er
klachten en dan nog over het feit dat ze met verkocht geraakten. Momenteel
verkoopt eiseres geen telefooncentrales meer en wil men van zijn stock af.
Daarop heeft eiseres tegenover de deskundige gerepliceerd dat het onjuist is
dat men geen technische kennis in huis had. Verweerster verklaarde verder
dat men in het toestel een conferentiegesprek kan opzetten van buitenlijnen.
Dit kan softwarematig in- of uitgeschakeld worden. Dit was het probleem dat
opgelost is. De deskundige hield daarop een technische vergadering op 15 juli 97.
"Er werden achtereenvolgens een aantal testen uitgevoerd op één van
de toestellen ter beschikking gesteld door partij E.E. en op het toestel dat
door partij T.ELETRONIC ter beschikking werd gesteld. Achtereenvolgens
werden de 8 punten die volgens partij T. een probleem vormen getest."
In feite is er maar één klacht die de deskundige zal weerhouden en die
voor het verder geding in aanmerking komt. "Bei zwei gleichzeitig
gehaltenen Amtsgesprächen: Beide Externen bekommen gleichzeitig
Music-On-Hold eingespielt und können
sich in schlechter- Qualität untereinander unterhalten". De deskundige stelt vast op het door E.E. ter beschikking
gestelde toestel "dat de test uitwijst dat men inderdaad elkaar kan
horen, hetzij zeer zwak. Een gesprek voeren op die manier zal zeker niet
eenvoudig zijn (zwak geluid met onderbrekingen door piepjes). Maar het is
inderdaad mogelijk. Volgens partij T. mag dit niet in Duitsland. Partij E.E.
vraagt daarop waar dat geschreven is. Partij E.E. vervolgt met de opmerking
dat dit misschien te wijzigen was. Er wordt een nieuwe test uitgevoerd nadat
liet muziekje is uitgeschakeld. Nu horen we geen overspraak meer. Partij T.
merkt op dat de centrale werd afgeleverd met het muziekje ingeschakeld en
dat de klant dat niet kan wijzigen." Daarop onderzoekt de deskundige
het toestel dat eiseres zelf meebracht. Volgens verweerster is dat toestel
niet door haar geleverd. De deskundige stelt vast "het probleem van de
overspraak; met muziekje aan is men beter verstaanbaar dan bij de andere
geteste centrale. Zonder muziekje is er geen overspraak." In zijn
voorlopige beoordeling schrijft de deskundige: "Uitgaande van de ons
tot nu toe bekende gegevens kunnen wij het volgende stellen. Ons inziens
vertoont de centrale geen gebreken die haar gebruik onmogelijk maken of die
niet op te lossen zijn. Eventueel kan een beperkte minderwaarde worden
vastgesteld. Het feit dat de handleiding laattijdig werd geleverd is wel een
in aanmerking te nemen feit. Zonder handleiding kan men moeilijk
programmeringen uitvoeren." Daarop faxt de technische raadsman van eiseres op 27 november 97 naar het
"Zentralamt für Zulassungen im Fernmeldewesen" te Saarbrucken,
die de rechtbank begrijpt als volgt: "Met het oog op het opstellen van
een expertiserapport vragen wij U om een standpunt in te nemen in verband
met het volgende probleem. Wij hebben een telefooninstallatie van de firma
Tp. uit België die weliswaar een ZZF goedkeuring (1994) heeft maar volgens
ons beantwoordt ze niet aan de ZZF norm. Vooral met betrekking tot het
volgende geval: bij twee gelijktijdige oproepen kunnen de twee oproepers
(weliswaar moeilijk verstaanbaar met een muziekje dat in de on hold functie
speelt) met elkaar een gesprek voeren. Onze vraag is: "1. Beantwoordt
de installatie met deze fouten aan de ZZF norm? 2. Mogen dergelijke
installaties verkocht worden?". Het "Bündesambt für Post and
Telekommunikation" antwoordt op 10 december 97 met een schrijven, dat
de rechtbank begrijpt als volt: "Na nazicht van de door U geschetste
toestand in verband met de telefooninstallatie van de firma Tp. kunnen wij
Uw vragen als volgt beantwoorden: met deze fouten zou de installatie niet
voor toelating in aanmerking komen. Vermits de installatie met die fouten
niet beantwoordt aan de vergunde installatie ontbreekt de basis om ze in het
verkeer te brengen. Aan de hand van onze bescheiden kan er van uitgegaan
worden dat de installatie bij de vergunning aan de normen beantwoordde. Wij
denken dat het in het de door U geschetste geval om een fabrikagefout gaat
en wij kunnen U dan ook aanbevelen U met de leverancier in verbinding te
stellen om het gebrek te verhelpen". Deze beide stukken werden aan
deskundige overgemaakt. Het gaat om nr. 48 van de bijlagen van het
deskundigenverslag. De deskundige onderneemt een verzoeningspoging, die mislukt. In een voorlopig verslag van 6 januari 99 step de deskundige dan:
"Besluitend kunnen we zeggen dat afgezien van te verwaarlozen
onvolkomenheden slechts een probleem werd genoteerd, namelijk het probleem
van de overspraak. Als twee gebruikers inbellen en zij krijgen
"Music-On-Hold", dan kunnen deze personen, als zij spreken, mekaar
horen, hetzij zeer zwak. Een gesprek voeren op die manier zal zeker niet
eenvoudig zijn (zwak geluid met onderbrekingen door piepjes). Maar het is
desalniettemin mogelijk. De centrale aan geleverd door eisende partij
vertoont dit probleem iets intenser dan de centrale aangeleverd door de
verwerende partij. Volgens het Bündesambt für Post and Telekommunikation
is deze centrale daarom niet toelaatbaar. Volgens verwerende partij is de
centrale wel goedgekeurd door het Bündesambt. Als het muziekje wordt
uitgeschakeld vertonen de voorgelegde centrales dit probleem niet meer.
Volgens verwerende partij (eisende partij?) kunnen haar klanten het
uitschakelen van het muziekje niet instellen. Cruciaal hierbij is het feit
dat de handleiding ons inziens te laat werd geleverd. Zonder handleiding kan
men geen programmatie uitvoeren van de centrale... Het vermelde
gebrek in verband met de overspraak is ons inziens eerder een probleem dat
te maken heeft met de hardware dan wel met de software. Belangrijke
softwaregebreken werden niet gevonden. Het gebrek in verband met de
overspraak is technisch toe te schrijven aan diegene die het toestel heeft
gemaakt. In deze is de verwerende partij verantwoordelijk... Afgezien van
het hierboven vermelde gebrek dat op de Duitse markt blijkbaar niet
toegelaten is, vinden wij dat het toestel de nodige eigenschappen bezit voor
een normaal gebruik of voor gebruik in handelsdoeleinden... Ons inziens
vertoont de centrale geen gebreken die haar gebruik technisch onmogelijk
maken of die niet op te lossen zijn. Het feit dat de handleiding laattijdig
werd geleverd door verwerende partij is wel een in aanmerking te nemen
negatief punt. Zonder handleiding kan men moeilijk, zoniet onmogelijk
programmeringen uitvoeren, bijvoorbeeld "Music-On-Hold" afzetten. In zijn einverslag beantwoordt de deskundige de kritiek van de verwerende
partij dat de handleidingen niet te laat werden geleverd, dat er opleiding
werd gegeven, dat het probleem van de overspraak slechts in uitzonderlijke
omstandigheden kan voorkomen, dat het probleem kan voorkomen worden door de
wachtmuziek uit te schakelen en dat de overspraak in gesprekstoestand werd
gemeten en niet in wachttoestand. De deskundige antwoordt: "Op de installatievergadering heeft eisende
partij verklaard dat de handleidingen pas maanden later werden geleverd. De
handleidingen die werden overhandigd door verwerende partij zijn ook Tp.
handleidingen en geen T. handleidingen. Deze zijn summier en vertonen
tegenstrijdigheden, zoals vermeld in ons besluit. Er is heel wat technische
kennis vereist om op basis van deze handleidingen de nodige programmaties te
kunnen uitvoeren. Mits een degelijke, duidelijke handleiding zou worden
afgeleverd, quod non, moet het mogelijk zijn programmaties op de centrale
uit te voeren. De opleiding die zou zijn gegeven kunnen wij niet beoordelen,
aangezien wij niet over gegevens hierover beschikken." "In ons voorlopig besluit hebben wij reeds
vermeld dat een gesprek voeren via het overspraakprobleem niet gemakkelijk
zal zijn, maar theoretisch is het mogelijk. Wij hebben ons in ons voorlopig
besluit gebaseerd op de geleverde documentatie betreffende de Duitse norm en
de theoretische mogelijkheid van overspraak met het onderzochte systeem.
Ondanks de opmerking van de verwerende partij moeten wij bij dit besluit
blijven." Eiseres is dan ook van mening dat de door verweerster geleverde toestellen
inderdaad gebreken vertonen, die aan verweerster toe te schrijven zijn en
daardoor zijn de toestellen niet toegelaten op de Duitse markt. Het
uitschakelen van het muziekje zou tot gevolg hebben dat de koper niet meer
krijgt waarvoor hij betaald heeft onder meer het muziekje. De uitschakeling
was onmogelijk om dat daarvoor een uitgebreide technische kennis nodig was.
De handleidingen werden laattijdig geleverd en bevatten bovendien
tegenstrijdigheden. Eiseres meent dat zij "terecht de ontbinding van de
koop heeft uitgesproken". Verweerster minimaliseert het probleem van de overspraak. "De facto
zal aanlegster erkennen dat bij die testen de deskundige eerst in het geheel
niets hoorde en naderhand in eerste instantie veronderstelde dat hij slechts
wat zwak achtergrondgeluid hoorde die niet uit de telefoonhoorn kwam.
Slechts met veel goede wil en dus m.a.w. in werkelijk opzettelijk daartoe
gecreëerde omstandigheden kon inderdaad een soort (onverstaanbaar)
piepstemmetje gehoord worden. Dit was onverstaanbaar en zelfs in die gewilde
omstandigheden was een normaal gesprek niet mogelijk. De deskundige heeft
een dergelijk gesprek ook niet gevoerd, zelfs niet kunnen verstaan wat de
andere kant van de lijn vertelde. Enkel hoorde hij een piepgeluid". Het
betreft hier volgens verweerster geen koopvernietigend gebrek in de zin van
art. 49 E.W. "een wezenlijke tekortkoming". Het schrijven van de
Duitse administratie waarnaar verwezen wordt is irrelevant. Het antwoordt
niet eens op welke problemen een negatief advies verleend wordt. Aanlegster
bewijst bovendien niet dat het door haar bijgebrachte stuk de fax is, die
door haar werd opgestuurd. De desbetreffende fax trekt daarenboven de
feitelijkheden totaal uit zijn context. Verweerster werd nooit in gebreke
gesteld voor de zogenaamde koopvernietigende gebreken. Aanlegster heeft
nooit enig koopvernietigend gebrek aangeduid of vermeld. Aanlegster heeft
daarenboven de overeenkomst verbroken zonder tussenkomst van de rechter die
steeds noodzakelijk is. Dit is manifest in strijd met art. 1184 B.W. en
vormt een manifeste contractbreuk ten laste van aanlegster. Eiseres repliceert: verweerster, die zich maar al te goed bewust was van
de problemen en deze zelfs erkend had, bleek na 7 maanden niet in staat om
een conform toestel af te leveren. Eiseres sprak terecht de ontbinding van
de overeenkomst uit: de toestellen vertoonden immers dusdanige gebreken, dat
zij niet toegelaten waren op de Duitse markt. De vastgestelde gebreken
maakten een wezenlijke tekortkoming uit, die de ontbinding
verrechtvaardigde. Volgens art. 10 E.W. is een tekortkoming wezenlijk,
wanneer de partij die tekortgeschoten is ten tijde van het sluiten van de
overeenkomst wist, of had moeten weten, dat een redelijk persoon van gelijke
hoedanigheid in gelijke omstandigheden de overeenkomst niet gesloten
zou hebben, indien hij de tekortkoming en haar gevolgen had voorzien. Zelfs
indien het hier om geen wezenlijke tekortkoming zou gaan, dan verwijst
eiseres naar art. 44 E.W., die de koper de mogelijkheid geeft de ontbinding
uit te spreken, indien de verkoper het gebrek niet heeft hersteld binnen een
aanvullende termijn van redelijke duur. Eiseres meent dat het in het kader
van de eenvormige wet onjuist is dat zij eerst had moeten ingebreke stellen
en dan de ontbinding aan de rechtbank vragen. In het kader van de éénvormige
wet geschiedt de ontbinding zonder tussenkomst van de rechter. BEOORDELING: De rechtbank besloot in haar vonnis van 11 december 96: "Blijft de
vraag of eiseres terecht op 10 december 93 tot eenzijdige ontbinding
overging en 162 toestellen terugstuurde. Hoewel verweerster erkent dat die
toestellen oorspronkelijk een software-fout bevatten zou dat euvel nadien
hersteld zijn... De vraag is of de toestellen zoals zij op punt zouden
gesteld zijn op 10 december 93 de eigenschappen hadden voor een normaal
gebruik of voor een gebruik voor handelsdoeleinden. Daartoe behoeft de
rechtbank deskundigenadvies." Art. 33 E.W. bepaalt dat de verkoper te kort schiet in de nakoming van
zijn verplichting tot aflevering wanneer hij een zaak afgeeft, die niet de
eigenschappen bezit, nodig voor een normaal gebruik of voor een gebruik in
handelszaken en wanneer hij een zaak afgeeft, die niet de eigenschappen
bezit nodig voor een bijzonder gebruik dat uitdrukkelijk of stilzwijgend bij
de overeenkomst is voorzien en in het algemeen, wanneer hij een zaak
aflevert, die niet de eigenschappen en bijzondere kenmerken bezit, die
uitdrukkelijk of stilzwijgend bij de overeenkomst zijn bedoeld. Blijkbaar gaan partijen akkoord dat de geleverde goederen dienden te
beantwoorden aan de Duitse technische normen. Dit lijkt ook redelijk nu
verweerster het nodige deed om een vergunning te bekomen voor de centrale
van de bevoegde Duitse diensten. Er kan ook aangenomen worden dat de koper
die normen op het oog had wanneer hij het contract sloot. Het feit dat de
deskundige tot de bevinding kwam dat het toestel de nodige eigenschappen
bezit voor een normaal gebruik of voor gebruik in handelsdoeleinden in het
algemeen staat er dus niet aan in de weg dat de verkoper te kort schiet in
de nakoming van zijn verplichting tot levering, wanneer zij niet voldoen aan
de normen, die gelden in het land van de koper. De discussie tussen partijen gaat er over of het toestel al dan niet
beantwoordt aan de technische Duitse normen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het stuk, dat eiseres aan de deskundige heeft overgemaakt als kopij van de
fax, die zij op 27 november 97 aan het Bündesambt für Post and
Telekommunikation richtte, niet de fax zou zijn waarop het Bündesambt
antwoordde op 10 december 97 (bijlage 48 van het deskundigenverslag). De fax
gaat bovendien niet uit van eiseres zelf maar van de technische deskundige,
die eiseres bijstond bij de expertise. Indien verweerster twijfelt aan de
authenticiteit van het stuk had zij zich op haar beurt tot de bevoegde
Duitse instantie kunnen richten met een gelijkaardige vraag. Het wordt ten
slotte evenmin waarschijnlijk gemaakt door verweerster dat de Duitse norm
zou toelaten dat, wanneer twee bellers tegelijkertijd zouden inbellen en op
"music-on-hold" zouden worden gezet, deze bellers elkaar zouden
mogen verstaan. De inhoud van de fax van 27 november 97 trekt de feiten niet totaal uit
haar context. Door voor te houden dat de bellers "weliswaar moeilijk
verstaanbaar" een gesprek met elkaar kunnen voeren bij ingeschakelde
muziek ("wenn auch bei slechter Qualität bet eingeschalteter Musik on
Hold Funktion") wordt beantwoord aan de vaststellingen van de
deskundige. De versie van het verloop van het deskundigenonderzoek door
verweerster is apocrief en kan niet aangenomen worden. Indien de verweerster
niet akkoord ging met de redactie door de deskundige van het protocol van de
technische vergadering had zij terstond bij de ontvangst daarvan, moeten
reageren. De rechtbank gaat uit van de vaststellingen van de deskundige zelf
bij het toestel ter beschikking gesteld door verweerster "wijst de test
uit dat men inderdaad elkaar kan horen, hetzij zeer zwak. Een gesprek voeren
op die manier zal zeker niet eenvoudig zijn (zwak geluid met onderbrekingen
door piepjes). Maar het is inderdaad mogelijk" en bij het toestel ter
beschikking gesteld door eiseres "met muziekje aan is men beter
verstaanbaar dan bij de andere centrale". Volgens heel wat rechtsleer
hebben dergelijke vaststellingen overigens authentieke bewijskracht In die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het toestel niet
beantwoordt aan de Duitse normen. De rechtbank beschouwt dit als een wezenlijke tekortkoming die de koper de
mogelijkheid gaf de overeenkomst ontbonden te verklaren. Terecht houdt
eiseres overigens voor dat de discussie of het ter zake al dan niet om een
wezenlijke tekortkoming gaat niet ter zake dienend is omdat art. 44 E.W. de
koper, die aan de verkoper tijd geeft om ook aan met wezenlijke gebreken te
verhelpen, het recht geeft de overeenkomst ontbonden te verklaren, wanneer
de verkoper er binnen die redelijke termijn met in slaagt om aan het gebrek
te verhelpen. Een gelijkaardige regeling is er overigens ook in het Weens
Koopverdrag (art. 49 2 b ii). Eiseres wijst er terecht op dat zij
verweerster een termijn van 7 maanden heeft gegeven om aan de problemen met
de toestellen tegemoet te komen. In dit kader gaat het bovendien niet op voor te houden dat het probleem
van de overspraak eenvoudigweg op te lossen was door het muziekje uit te
schakelen. De toestellen, geleverd op 10 december 93, waren alle
geprogrammeerd met het muziekje ingeschakeld. Ten onrechte stelt verweerster dat zij niet in gebreke werd gesteld. Het
tussenvonnis is er van uitgegaan dat er protest was en dat het protest
tijdig en rechtsgeldig was. Verweerster pleit toch tegen de stukken van het
dossier, zoals aangehaald in het tussenvonnis, door de zaken thans in
conclusies voor te stellen alsof hij bij de eenzijdige ontbinding door
verweerster op 10 december 93 blijkbaar voor de eerste keer hoort dat er
gebreken waren. Overigens heeft zij nog bij de installatievergadering van de
deskundige verklaard "dat men in het toestel een conferentiegesprek kan
opzetten.... dit was het probleem dat opgelost is". Ten slotte verliest verweerster uit het oog dat haar rechtsverhouding met
eiseres ter zake beheerst wordt door de éénvormige wet en met door het
Belgisch verbintenissenrecht, wanneer zij ten onrechte voorhoudt dat voor
een ontbinding de tussenkomst van de rechter in principe steeds noodzakelijk
is. De éénvormige wet voorziet precies dat een gedupeerde partij zelf
eenzijdig de overeenkomst ontbonden kan verklaren, hetgeen de rechterlijke
controle a posteriori niet uitsluit. De rechtbank is dus van oordeel dat verweerster terecht de overeenkomst op
10 december 93 ontbonden heeft verklaard. Dit heeft alvast tot gevolg dat de tegeneis die er toe strekt de
overeenkomst te zien uitvoeren, ongegrond is. In verband met het door eiseres gevorderde, hebben partijen geen
conclusies genomen. Verweerster heeft het quantum van de vordering niet in
ondergeschikte orde betwist. Het gevorderde bedrag van 60.526, 8 DM schijnt
er alleszins geen rekening mee te houden dat niet alle toestellen door
eiseres werden geretourneerd en dat er een aantal blijkbaar zonder problemen
konden verkocht worden. Ten slotte is er geen enkel stuk in verband met de
eis tot betaling van 250.000,- Fr. ex aequo et bono wegens geleden verlies
en gederfde winst. De rechtbank heropent daarom de debatten. In afwachting
kan aan eiseres alvast een provisie worden toegekend van 30.000,- DM. Nu
eiseres de expertisekosten heeft geprovisioneerd komt het de rechtbank ook
aangewezen voor van nu of verweerster te veroordelen tot deze
expertisekosten. Nu naar de ervaring van de rechtbank partijen er zelden in slagen de zaken
in staat te stellen tegen de rechtsdag tegen de welke een heropening der
debatten wordt bevolen, hetgeen meestal aanleiding geeft tot deels
blanco-zittingen, en nu de zaak thans was vastgesteld overeenkomstig art.
747 Ger. W., regelt de rechtbank verder de termijnen om conclusies te nemen
en verbindt daaraan de sancties van art. 747 tweede lid Ger. W. De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het
gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd. OM
DEZE REDENEN, beslist
de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak: de vonnissen van 17 juni 96 en 11 december 96 verder uitwerkend, verklaart de hoofdeis alvast deels gegrond, verklaart de tegeneis ongegrond, zegt voor recht dat eiseres de overeenkomst tussen partijen terecht op 10
december 93 ontbonden heeft verklaard, veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van 30.000,- DM
provisioneel, meer de gerechtelijke interesten, veroordeelt verweerster alvast tot de expertisekosten, vereffend in hoofde
van eiseres op 181.500,- Fr. heropent ambtshalve de debatten in verband met het overige van de
vordering van eiseres en stelt de zaak daartoe ter zitting van 20
september 2000 om 10 h zegt dat verweerster op hoofdeis conclusies zal neerleggen ter griffie en
overleggen uiterlijk op 31 mei 2000, zegt dat eiseres op hoofdeis antwoordconclusies zal neerleggen en
overleggen uiterlijk op 21 juni 2000, zegt dat verweerster op hoofdeis wederantwoordconclusies zal neerleggen en
overleggen uiterlijk op 1 augustus 2000 verbindt aan deze regeling verder de gevolgen van art. 747, 2 Ger. W. Behoudt de uitspraak over de andere kosten voor. (...) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |