|
|
|
Case Identification Date
of Decision: 15 November 1999 Jurisdiction:
Belgium Tribunal: Hof
van Beroep, Gent Case
Number: 1998/AR/2395 Case
History: Appeal from Rechtbank van Koophandel, Gent, 26 October 1998; see
also previous judgment in this case: Hof van Beroep, Gent, 30 May 1999 Parties: T.S. v. H. Seller’s
Country: Buyer’s
Country: Goods
Involved: Status:
Unpublished Classification
of issues present:
Application
of CISG: Yes CISG
Provisions Applied: Art. 57 Applicable
law – question not answered Punitive
clause – not granted since 10% interest sufficient to compensate damage English SummaryArticle 57 CISG determined that the buyer had to pay the price at the place of the residence of the seller. The penalty clause was not applied since the court deemed an interest rate of 10% sufficient and damage caused by a breach of contract had not been proved.
Text
of the Decision
1998/AR/2395 - In de zaak van T.S., met maatschappelijke zetel te 9870 ZULTE...,
ingeschreven in het H.R. te Gent..., appellante van een vonnis
gewezen door de rechtbank van koophandel te Gent, tweede kamer, dal.
26.10.1998, hebbende als raadsman Mr.
DANEELS Edward..., tegen H., met maatschappelijke zetel te... ESSEN (DUITSLAND), geïntimeerde verschijnt noch
vertegenwoordigd, velt het Hof het volgend arrest: Gezien het tussenarrest van 31 mei 1999 waarbij het beroep ontvankelijk
werd verklaard en partijen verzocht nader te concluderen nopens bepaalde
aspecten van de ontvankelijkheid van de vordering. Beoordeling. Geïntimeerde weerlegt de grieven en argumenten van appellante niet en
geeft evenmin gevolg aan de probleemstelling van het tussenarrest. Terecht laat appellante gelden dat art. 57 van het Weens Koopverdrag
bepaalt dat de koper de verkoper dient te voldoen in diens vestiging. Wat het gevorderde betreft is er geen reden tot toekenning van het
schadebeding. Een intrestvoet van 10% is ruim voldoende - om de gebeurlijke
schade wegens laattijdige betaling te compenseren. Er ligt geen bewijs voor
van contractbreuk minstens wordt de uit dien hoofde voorgehouden schade niet
bewezen. OM DEZE REDENEN, het Hof, Alle meeromvattende en/of andersluidende besluiten en/of motieven of
grieven verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935. Verklaart het beroep deels gegrond. Doet het bestreden vonnis te niet en opnieuw beslissend verklaart zich
bevoegd om kennis te nemen van de vordering, ontvangt deze en verklaart ze
ten dele gegrond en veroordeelt dienvolgens geïntimeerde om te betalen aan
appellante de som van 729.053 Bef ( 18.072,49 Euro) meer de conventionele
verwijlintresten aan 10 % vanaf de respectievelijke vervaldagen der facturen
tot de dag der algehele betaling. Veroordeelt geïntimeerde in de kosten, begroot de kosten in hoofde van
appellante op: 7.500 Bef (185,92 Euro) rolrecht 2.050 Bef (50,82 Euro) uitgavenvergoeding 16.800 Bef (416,46 Euro) rechtsplegingvergoeding De overige kosten zijn niet te begroten bij gebrek aan opgave. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van
beroep re Gent, twintigste kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op
vijftien november negentienhonderd negenennegentig. Aanwezig: de heer P. Boudolf, Raadsheer, wn. Kamervoorzitter,
alleenrechtsprekend en mevrouw M. Vercruysse, griffier.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |