|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 29 September 1999 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt Case Number: A.R. 2347/99 Parties: K.T. N.V. v. K. Seller’s Country: Belgium (Plaintiff) Buyer’s
Country: Goods involved: Building material Judges: P. Vanhelmont, G. Mertens, P. Driesen Status:
Unpublished Classification
of issues present
Application of CISG: Yes CISG Provisions Applied: Arts. 1(1)(a) & 57 Jurisdiction - forum clause - art. 17 EEX - not valid Jurisdiction - place of performance - art. 5(1) EEX - according to CISG - price to be paid at residence of seller - Belgian courts have jurisdiction Applicable law - CISG applicable in Belgium and Netherlands - CISG applicable
Text
of the decision
in zake: A.R.2347/99 <K.T. N.V.>, .T. N.V.>, waarvan de zetel gevestigd is te 3900 OVERPELT (...) en die ingeschreven is in het handelsregister te
Hasselt ,(...); aanleggende partij, die verschijnt door meester P. Verachtert, advocaat te
3900 Overpelt (...); tegen <K.>,
handeldrijvend
onder de naam "P.J.V. K.", die woont te NL5551 XH
VALKENSWAARD-NEDERLAND, gemeente Dommelen (...) en die
ingeschreven is bij de Kamer van Koophandel van Oost-Brabant (...); verwerende partij, niet verschijnende, verstek doende ; volgt het vonnis. Bij inleidend exploot van het ambt van K. Beerten plaatsvervanger van
gerechtsdeurwaarder L. Roppe te Beringen d.d. 19 augustus 99 liet eiseres
dagvaarding uitreiken aan verweerster teneinde deze te doen veroordelen in
betaling van 207.750,- Fr. , meer de gerechtelijke interesten en
kosten. Ter zitting van 22 september 99 is Mr. P. Verachtert verschenen voor
eiseres; verweerder is niet verschenen, noch iemand voor haar; Mr. P.
Verachtert heeft een vonnis bij verstek gevorderd; de rechtbank heeft
verstek verleend. IN FEITE De eis heeft betrekking op de betaling van niet-geprotesteerde facturen
voor de levering van bouwmaterialen, verminderd met een factuur van
verweerder van 23 januari 99 ad 296.962,- Fr.; het saldo even wel
verhoogd met de conventionele nalatigheidsinteresten ad 10 % en het
conventioneel schadebeding ad 10 %. De factuurvoorwaarden van eiseres
voorzien dat voor alle betwistingen, voortvloeiend uit de levering van
koopwaar, alleen de rechtbanken van het arrondissement Hasselt bevoegd zijn
en dat de facturen contant betaalbaar zijn in de kantoren van eiseres te
Overpelt. In de dagvaarding wordt gesteld dat "gelet op het Weens Koopverdrag
de rechtbanken te Hasselt bevoegd zijn". BEOORDELING Ter zake is het EEX van toepassing, zoals gewijzigd door het verdrag van
San Senastian. Zowel België als Nederland zijn verdragsluitende staten bij
dit EEX. De regeling van het EEX gaat deze van art. 635 e.v. Ger. W. vooraf
als hiërarchisch hogere norm. Overeenkomstig art. 20 EEX dient de rechter zich onbevoegd te verklaren
wanneer de verweerder met woonplaats op het grondgebied van een
verdragsluitende staat voor een gerecht van een andere verdragsluitende
staat wordt opgeroepen en niet verschijnt, indien zijn bevoegdheid niet
berust op de bepalingen van het verdrag. Ter zake zou de rechtsmacht van de Belgische rechtbanken kunnen gebaseerd
zijn op art. 17 EEX. Dat geeft rechtsmacht aan het gerecht van een
verdragsluitende staat dat de partijen hebben aangewezen voor de
kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van een bepaalde
rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan. Art. 17 bepaalt verder
hoe de overeenkomst dient gesloten te worden. Voor dit geschil is van belang
dat deze overeenkomst kan worden gesloten in een vorm die wordt toegelaten
door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden. Dit
betekent dat partijen onderworpen zijn aan forumbedingen die voorkomen in
hun algemene voorwaarden waaraan ook hun vroegere transacties waren
onderworpen. Indien partijen geregeld geconfronteerd worden met dezelfde
voorwaarden, worden zij vermoed om - behoudens laakbare onzorgvuldigheid -
kennis te hebben gekregen van het forumbeding dat in deze algemene
voorwaarden is vervat. Indien zij hiertegen nooit hebben geprotesteerd, zijn
zij verondersteld met het forumbeding te hebben ingestemd (Van Houtte H.,
Uitsluitende Bevoegdheidsgronden in Van Houtte H. en Pertegas Sender M., Europese
I.P.R. verdragen, Acco Leuven, 1997, 55, randnummer 2. 22). Ter zake zijn geen andere transacties tussen partijen aangetoond dan deze
die het voorwerp uitmaken van dit geschil, minstens wordt daar van geen
melding gemaakt, zodat het bevoegdheidsbeding in de algemene voorwaarden van
de litigieuze facturen niet beantwoordt aan art. 17 EEX. Blijkbaar is dat
ook de mening van eiseres vermits deze zich niet beroept op een
bevoegdheidsbeding maar op het Weens Koopverdrag. Overeenkomstig art. 5.1 EEX kan de verweerder die woonplaats heeft in een
andere verdragsluitende staat worden opgeroepen voor de gerechten van een
andere verdragsluitende staat ten aanzien van verbintenissen uit
overeenkomst voor het gerecht van de plaats, waar de verbintenis die aan de
eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De rechter
bepaalt de plaats, waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, op
basis van het recht dat volgt uit zijn eigen collissieregels. De eis heeft betrekking op de betaling van facturen uitgeschreven ten
gevolge van internationale verkopen van roerende zaken door eiser. In België geldt sinds 1 november 1997 in dat verband het Weens
Koopverdrag. Ook in Nederland is sinds 1 januari 92 het Weens Koopverdrag
van toepassng. Wanneer de landen waar koper en verkoper gevestigd zijn op
het ogenblik dat zij de verkoop sloten verdragsstaten zijn van het Weens
Koopverdrag dan dient de Belgische rechter het Weens Koopverdag toe te
passen (Art. 1 lid a van het verdrag). Overeenkomstig art. 57 van het Weens koopverdrag moet de koper de
koopprijs betalen in de vestiging van de verkoper, d.w.z. in België. Gelet
op deze verplichting is het overbodig te onderzoeken of de verkoper de
plaats van betaling ook kon opleggen via zijn algemene voorwaarden. Vermits
nu gebleken is dat de verweerder de verbintenis, die aan de eis tot
grondslag ligt, in België moet uitvoeren hebben de Belgische rechtbanken
internationale rechtsmacht. De eis is bij gebrek aan verweer gegrond. Nu het om niet-geprotesteerde facturen gaat en verweerder verstek laat
gaan, komt het aangewezen voor het vonnis uitvoerbaar te verklaren. (…) OM
DEZE REDENEN, beslist
de rechtbank, na beraadslaging, bij verstek: verklaart de eis toelaatbaar en gegrond, veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van 207.750,- Fr.,
meer de gerechtelijke interesten op 177.553,- Fr. tot de datum van betaling
en de kosten vereffend in hoofde van eiseres op 22.193,- Fr. en in hoofde
van verweerder niet vereffend bij gebreke van afgifte van omstandige staat
aan de rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ondanks alle verhaal en
zonder borgstelling. (…)
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |