|
|
|
Case
Identification
Date of Decision: 28 April 1999 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt Case Number: A.R. 456/99 Parties: E. B.V. v.
M. N.V. Seller’s Country: Netherlands (Plaintiff) Buyer’s Country: Belgium (Defendant) Goods Involved: Wallpaper Judges: P. Vanhelmont, H. Warson and N. Bronckaers Status: Unpublished Classification
of issues present
Application of CISG: Yes Provisions of the CISG applied: Arts. 1(1)(a), 18, 74 and 78 General conditions – not accepted – not part of contract Damages – still allowed on basis of art. 74 of CISG - ex aequo et bono
– 10% - not too much – Dutch plaintiff had to come to Belgium Interests – still allowed – Belgian legal interest rate (invoices in
Belgian francs) English SummaryA Belgian buyer bought wallpaper from a Dutch seller. The seller sued the buyer for payment of the price. The CISG was applicable since both The Netherlands and Belgium were contracting states. Although article 6 stated that parties might derogate from the provisions of the CISG, this could not be done in General Conditions not proved to have been received by the counter-party. Article 18 excluded mere tacit acceptance of contractual terms. The seller was still entitled to damages and interests according to articles 74 and 78 CISG. Damages ex aequo et bono of 10% were granted and the Belgian legal interest rate was applied since the invoices were in Belgian franks.
Text of the
Decision
De rechtbank van koophandel te Hasselt, eerste kamer,
heeft het volgende vonnis uitgesproken: in zake : -<E.>. vennootschap naar Nederlands recht, waarvan
de maatschappelijke zetel gevestigd is te (NL) 7532 SM ENSCHEDE...; aanleggende partij, verschillende door meester Dauwe loco
meester Meeldijk, advocaat te 1050 Brussel...; tegen : M. N.V.>. waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd
is te 3550 HEUSDEN-ZOLDER... en ingeschreven in het handelsregister te
Hasselt...; verwerende partij, verschijnende door meester H. Segers,
advocaat te 3580 Beringen...; volgt het vonnis Bij inleidend exploot van het ambt van gerechtsdeurwaarder
D. Van Dormael te Hasselt van 19 februari 1999 liet eiseres dagvaarding
uitreiken aan verweerster tot betaling van 494.940,- Fr., meer de
forfaitaire vergoeding van 15 % en de conventionele interesten van 12 % per
jaar vanaf de vervaldagen der facturen, zijnde zestig dagen na factuurdatum,
meer de kosten. Ter zitting van 10 maart 99 heeft eiseres de vordering
herleid ingevolge betalingen per 22 februari 99 en 24 februari 99 van
telkens 50.000,- Fr. Bij vonnis op tegenspraak van l7 maart 99 heeft de
rechtbank de eis toelaatbaar verklaard, eiseres akte gegeven van de
herleiding van de eis, de aldus herleide eis alvast deels gegrond verklaard
en verweerster veroordeeld provisioneel tot betaling van 394.940,- Fr., meer
de gerechtelijke interesten op 494.940,- Fr. tot 22 februari 99 en van dan
af op 444.940,- Fr. tot 24 februari 99, ten slotte op 394.940,-Fr. van 25
februari 99 tot de datum van de betaling en de debatten ambtshalve heropend
in verband met het overige van de vordering en de kosten, te weten de
bedongen interesten en het schadebeding. Ter zitting van 21 april 99 is Mr. Dauwe verschenen loco
Meeldijk voor eiseres en Mr. Segers voor verweerster, Mr. Dauwe heeft de
vordering wat het schadebeding betreft herleid tot 10% van de hoofdsom.
Partijen hebben gepleit en het geding hernomen voor een anders samengestelde
zetel. IN FEITE : De eis heeft betrekking op betaling van facturen voor de
verkoop door eiseres van behangselpapier. De algemene verkoop en leveringsvoorwaarden van eiseres,
gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Enschede, voorzien dat, indien E.
ingeval van verzuim buitengerechtelijke maatregelen neemt tot het geldend
maken van haar rechten, de kosten daarvan voor rekening komen van de koper
en dat deze kosten niet minder bedragen dan 15 % van het totaal door E. te
vorderen bedrag. Zij voorzien tevens dat vanaf het moment van het intreden
van het verzuim tot aan de algehele betaling de koper over het opeisbare
bedrag een rente verschuldigd is gelijk aan de wettelijke rente vermeerderd
met 2 % op jaarbasis. Eiseres houdt voor zonder daaromtrent tegengesproken
te worden dat de wettelijke rente op dit ogenblik in Nederland beloopt op 6
%, zodat zij gerechtigd is 8 % in rekening te brengen. Eiseres herleidt
zonder nadere motivering het schadebeding tot 10 %.
Verweerster betwist gehouden te zijn door factuurvoorwaarden, die
elders ter inzage liggen, en die niet afgedrukt zijn op de factuur. BEOORDELING : De eerste vraag is welke wetgeving op het geschil van
toepassing is. Ter zake gaat het over verkopen van roerende lichamelijke
zaken. In België geldt sinds 1 november 97 in dat verband het Weens
Koopverdrag. Ook in Nederland is sinds 1 januari 92 het Weens Koopverdrag
van toepassing. Wanneer de landen waar koper en verkoper gevestigd zijn op
het ogenblik dat zij de verkoop sloten, verdragsstaten zijn van het Weens
Koopverdrag dan dient de Belgische rechter het Weens Koopverdrag toe te
passen (Art. 1 lid a van het Verdrag). Overeenkomstig art. 74 van het Weens Koopverdrag is de
partij, die te kort komt, tot schadevergoeding gehouden. Overeenkomstig art.
78 dient de partij die te kort schiet in de betaling van de prijs rente te
betalen, onverminderd het recht tot schadevergoeding voorzien door art. 74. Overeenkomstig art. 6 van het verdrag kunnen de partijen
de toepassing van het verdrag uitsluiten of afwijken van de bepalingen
ervan, dan wel het gevolg ervan wijzigen. De vraag is of zij de hoegrootheid
van de schadevergoeding of van de rente kunnen bepalen via algemene
voorwaarden, die niet aan de partijen zijn medegedeeld maar elders, zoals
hier bij de kamer van koophandel te Enschede, ter inzage liggen. De rechtbank vindt inderdaad geen aanwijzingen dat die
voorwaarden op welkdadig ogenblik aan verweerster zouden zijn toegestuurd of
overhandigd of dat zij er op welkdadige wijze dan ook kennis heeft van
kunnen nemen en dat wordt evenmin voorgehouden. Overeenkomstig art. 18 eerste lid in fine van het Weens
Koopverdrag geldt stilzwijgen of niet reageren op zichzelf niet als
aanvaarding. Dit artikel dient bovendien in samenhang gelezen te worden met
het art. 8 en 19 van hetzelfde verdrag. Van Houtte H. (Het Weens Koopverdrag in het Belgisch
recht, T.B.H., 1998, 350) stelt dat de Belgische opvatting dat de
factuurvoorwaarden bindend zijn omdat de verkoper deze stilzwijgend heeft
aanvaard op de helling komt in het Koopverdrag. Dezelfde opvatting wordt
verdedigd door Neumayer en Ming (Convention de Vienne sur les contract de
lente internationale de Marchandises, Commentaire, Lausanne, 1993, 85). Daaromtrent schrijft J. Meeusen ( in Van Houtte H., Erauw
J. en Wautelet P. (eds.), Het Weens Koopverdrag, Intersentia,
Antwerpen, 1997, 95 rangnummer 3.62): “Zo zag het Ambtsgericht van Kehl
zowel in het ontbreken van een bewijs dat de algemene voorwaarden de koper
bereikt hadden als in het feit dat ze in het Duits waren opgesteld (wat
nochtans niet de contractaal was) argumenten om te besluiten dat de algemene
voorwaarden geen bestanddeel van het contract waren geworden (AG. Kehl, 6
oktober 95, R.I.W. 1996, 957). In een arrest van 6 februari 1996 weigerde
het Oostenrijks Oberster Gerichtshof op grond van art. 8 van het verdrag om
rekening te houden met het in de algemene voorwaarden van de verkoper
opgenomen beding dat elk kontrakt schriftelijk moest worden afgesloten
aangezien niet vaststond dat de algemene voorwaarden van de verkoper wel aan
de koper werden medegedeeld en dat er overeenstemming over bestond; het
beroep van de koper in de aan het contract voorafgaande correspondentie op
de “gebruikelijke voorwaarden” toonde niet aan dat hij daarmee verwees
naar de algemene voorwaarden van de verkoper (OHG, 6 februari 1996, Unilex). De rechtbank komt tot de bevinding dat factuurvoorwaarden,
waarvan niet is aangetoond dat de koper er kennis van heeft, in geen geval
de bepalingen van de koopwet terzijde kunnen schuiven of aanvullen. Eiseres
kan zich aldus niet op haar factuurvoorwaarden beroepen om de hoegrootheid
van de rente of de schadevergoeding te bepalen (Kh. Hasselt, 1 8 oktober 95,
R.W. 1995-96, l 378,. Kh. Hasselt, eerste kamer, 2 december 1999, niet
gepubliceerd inzake Multi Zwolle B.V./ Multi-lmport Rainbow Color Center
N.V.). Dit betekent nochtans niet dat eiseres geen recht heeft op
rente of schadevergoeding. Art. 74 en 78 van het Weens Koopverdrag dienen
toepassing te vinden. Het Weens Koopverdrag bepaalt de intrestvoet niet. Deze
wordt soms bepaald aan de hand van de lex contracten. Van Houtte (Het Weens
Koopverdrag in het Belgisch recht, T.B.H., 1998), verdedigt dat deze
zou worden bepaald aan de hand van (de wettelijke intrestvoet) van de
betaalmunt. De rechtbank sluit zich hierbij aan en past ter zake de
Belgische wettelijke interestvoet toe, nu de facturen in Belgische frank
luiden. Het Weens koopverdrag bepaalt evenmin de hoegrootheid van
de schadevergoeding. Eiseres begroot deze blijkbaar ex aequo et bono op 10 %
van de oorspronkelijke hoofdsommen. Verweerster stelt zonder meer dat
eiseres haar schade dient te bewijzen. De rechtbank neemt aan dat, wanneer
een Nederlander in België een bedrag van die orde van grootte dient te
innen, een schadevergoeding van 10
% ex aequo et bono niet overdreven is. De voorschriften van art. 2-30 tot 37 van de wet van 15
juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd. OM DEZE REDENEN, beslist de rechtbank, na beraadslaging. op tegenspraak: het vonnis van 17 maart 99 verder uitwerkend, geeft eiseres akte van de herleiding van de eis, voor
zover niet toegekend bij het vonnis van 17 maart 99, verklaart de aldus herleide eis, voor zover niet
toegekend, grotendeels gegrond, zoals hierboven gezegd, veroordeelt verweerster bijkomend tot betaling van een
schadevergoeding van 49.494,- Fr., meer de gerechtelijke interesten, veroordeelt verweerster tot betaling van de moratoire
interesten aan de Belgische wettelijke intrestvoet op 413.100,- Fr. van 17
oktober 98 en op 81.840,- Fr. van 31 oktober 98 tot datum dagvaarding en de
kosten vereffend in hoofde van eiseres op 20.853,- Fr. en in hoofde van
verweerster niet vereffend bij gebrek aan afgifte van omstandige staat non
de rechtbank, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ondanks alle
verhaal en zonder borgstelling. (...)
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |