K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

 

Date of Decision: 7 April 1998

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Hof van Beroep, Antwerpen

Case Number: A.R.: 1994/AR/3407

Parties: (?)

Case History: Appeal

Good involved: LPG installation

Judges: De Vel, Allegaert, Jordens

Status: Published in TBBR 1999, 83

 

Classification of issues present

 

Application of CISG: No

Application of the CISG – Hague Sales Conventions not applicable – sale between merchant and private person - European Contracts Convention – Dutch law applicable.

 

Text of the decision

 

(…) 

Overwegende dat beide partijen besluiten dat de tussen hen afgesloten overeenkomst een koop-verkoopovereenkomst is ;

Overwegende dat appellant zich steunt op het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 en op grond daarvan de toepasselijkheid van het Nederlandse recht vooropstelt, terwijl geďntimeerde op basis van de Haagse Convention van 15 juni 1955 de toepasselijkheid van het Belgische recht inroept ;

Overwegende dat het Verdrag van Rome het Belgisch gemeen internationaal privaatrecht uitmaakt inzake contracten (cf. J. Erauw, Beginselen van IPR, Story-Scientia, 1985, p. 238) ; dat hetzelfde geldt voor de Haagse Convention van 1995 (sic) voor wat betreft de internationale koop-verkoopovereenkomst;

Dat gelet op de algemene draagwijdte van het Verdrag van Rome, nl. doordat dit betrekking heeft op alle verbintenissen uit overeenkomst met een internationaal karakter (behoudens de overeenkomsten uitgeslote bij art. 1.2°) en gelet op het bijzondere karakter van de Haagse Convention, besloten moet worden dat deze laatste slechts toepassing vindt bij een internationale koop van roerende lichamelijke zaken tussen handelaars, de zogenaamde ‘handelskoop’ (cf. A. Heyvaert, Belgisch internationaal privaatrecht – een inleiding, 1995, p. 155);

Dat de overeenkomst tussen partijen geen ‘handelskoop’ uitmaakt, doch een koop-verkoopovereenkomst is tussen een handelaar en een particulier, zodat besloten moet worden tot de toepasselijkheid van het Verdrag van Rome;

Overwegende dat partijen in hun overeenkomst geen rechtskeuze hebben uitgedrukt, zodat toepassing dient te worden gemaakt van artikel 4.1 van het Verdrag van Rome, welk bepaalt dat de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is;

Dat overeenkomstig artikel 4.2 van het verdrag van Rome de overeenkomst wordt vermoed het nauwst verbonden te zijn met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewoon verblijf heeft of, ingeval van een vennootschap, vereniging of rechtspersoon, haar hoofdbestuur heeft, op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst; dat echter indien de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van het beroep of het bedrijf van deze partij de overeenkomst geacht wordt het nauwst verbonden te zijn met het land waar deze partij haar hoofdvestiging heeft;

Overwegende dat partijen erover akkoord gaan dat appellant de partij is die de kenmerkende prestatie, nl. de levering van een LPG-installatie, heeft moeten verrichten;

Dat er evenmin betwisting over bestaat dat appellant is opgetreden in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zoals dit omschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Westelijk Noord-Brabant, nl. ‘Reparatie van motorvoertuigen, het inbouwen van LPG-installaties in motorvoertuigen, alsmede de verkoop van deze installaties … »;

Dat, waar appellant op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst weliswaar zijn verblijf ha in België, doch hij/zijn beroep/bedrijf uitoefende in Nederland aldus besloten moet worden tot de toepasselijkheid van het Nederlandse recht, nu door geďntimeerde geen elementen worden bewezen, die een afwijkende regeling, zoals deze kan voortvloeien uit artikelen 5 van het Verdrag van Rome toepasselijk kan maken;

(…)

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be