K.U.Leuven
Case Identification

Case Identification

Date of Decision:  2 May 1995

Jurisdiction: Belgium

Tribunal: Rechtbank van Koophandel, Hasselt

Case Number: A.R. 1849/94

Parties: V.B.M. v. D.F.

Seller’s Country: Chile (Plaintiff)

Buyer’s Country: Belgium (Defendant)

Goods Involved: Frozen raspberries

Status: Unpublished

 

Classification of issues present

Application of CISG: Yes

CISG Provisions Applied: Art. 12, 29, 53, 78, 79 and 96

Choice of law by parties before the court for application of CISG

Modification of contract by parties - Article 29 CISG - Oral modification - Not possible due to declaration based on article 96 CISG - Declaration made by Chile

Exemption for non-performance - Article 79 CISG - Sharp drop in market price - No force majeure

Avoidance of contract - Possibility to obtain damages as well

Right to claim damages - Article 74 CISG - proof of damage not submitted by plaintiff - Amount of lost profits - Damages calculated ex aequo et bono

English Summary

A Belgian buyer bought frozen raspberries from a Chilean seller. There was no dispute as to the applicability of the CISG. The seller sued the buyer. A question arose regarding the oral modification of the contract. Chile, at the time of ratification of the CISG, made a declaration in accordance with article 96 CISG that the modification or termination of a contract had to be in writing if one of the parties was resident in Chile. No written modification of the contract had been submitted to the court. A reduction in the market price did not fall under article 79 CISG as an impediment beyond the control of the buyer. Price changes were foreseeable and did not prevent a buyer from fulfilling his contractual obligation. Therefore the buyer breached the contract and the seller could avoid the contract and claim damages. The seller was awarded damages.

 

Text of the Decision

 (...)

 

IN FEITE

Op 23/09/92 sloot de nv D.F. FFI een overeenkomst af waarbij zij 37 ton diepgevroren frambozen tegen 3.252 $ per ton aankocht van aanlegster. De levering zou plaats grijpen in december 1992/ januari 1993.

De betaling zou per kredietbrief gebeuren. De overeenkomst werd mede ondertekend door N.E.L., vennootschap naar Chileens recht, die als makelaar optrad.

Bij fax van 11/12/92 vraagt aanlegster bij de makelaar naar de kredietbrief van D.F. Tevens deelt aanlegster mee de verpakking van de frambozen - in afwachting van de ontvangst van de kredietbrief - op te schorten.

Bij fax van 14/12/92 belooft de makelaar zich in verbinding te stellen met D.F. De makelaar raadt aanlegster tevens aan het inpakken van de frambozen te staken.  

Op 17/12/92 laat D.F. aan de makelaar weten dat het verpakken van de frambozen mag verder worden gezet. Tevens geeft D.F. opdracht aan de makelaar om de prijs te bespreken (omdat ondertussen de prijs van de frambozen op de wereldmarkt sterk was gedaald).

Bij fax van 18/12/92 dringt aanlegster bij de makelaar erop aan dat D.F. haar eerder aangegane verbintenissen zou nakomen.

Bij fax van 18/12/92 deelt de makelaar aan aanlegster mee dat zij zal trachten de gerezen problemen op te lossen. Op 04/01/93 laat aanlegster aan de makelaar weten dat zij de overeenkomst zoals deze werd afgesloten, wenst uitgevoerd te zien.

Bij fax van 21/01/93 vraagt D.F. aan de makelaar dat een prijsvoorstel zou worden gedaan.

In haar fax van 12/02/93, gericht aan de makelaar, blijft aanlegster op haar eerder ingenomen standpunt staan. Zij kan zich niet akkoord verklaren met een prijsvermindering en verkiest schadeloos te worden gesteld voor de door haar geleden schade, die als volgt wordt begroot:

 

            703 $ voor herverwerking van 6.390 kg aan 110 $ per ton

            492 $ opslaan in koel bergruimte + binnen brengen en weg halen van 6.490 g voor 33 dagen;

            898 $ voor 40.000 Dirafrost zakken;

            +10.000 $ prijsverschil voor 40 ton aan 250 $ per ton

            = 12.093 $.

Op 03/09/93 laat de makelaar aan aanlegster weten dat D.F. bereid is 2.700 $ per ton te betalen.

Op 23/11/93 maant aanlegster via haar raadsman, de nv D.F. aan om de geleden schade t.b.v. 12.093 $ te betalen. Deze laatste antwoordt dat zij nooit enig contract met aanlegster heeft afgesloten.

Aanlegster gaat uiteindelijk over tot dagvaarding van de nv D.F. in betaling van een bedrag van

            703 $ herverwerking 6.390 kg

            492 $ koelings- en stockagekosten

            898 $ 40.000 Dirafrost zakken

            12.950 $ prijsverschil voor 37 ton aan 350 $ per ton

            + 1.000 $ administratiekosten

             = 16.043 $.

2. De nv D.F. meent dat de vordering - in zoverre zij op zichtens haar is gesteld - niet ontvankelijk is omdat er geen rechtsband bestaat tussen haar en aanlegster.

Niet de nv Dirafrost doch wel de nv D.F. F.F.I. zou de overeenkomst van 23/09/92 met aanlegster hebben aangegaan.  

Uit de stukken bljkt inderdaad dat de nv D.F. F.F.I. de overeenkomst van 23/09/92 met aanlegster heeft afgesloten. Derhalve dient de vordering opzichtens de nv Dirafrost wegens het ontbreken van enige contractuele band ongegrond (en niet onontvankelijk - zie A.Van Gelder in De vereenvoudiging en versnelling van het burgerlijk proces, Kluwer, 1984, p. 39, nr. 88) te worden verklaard.

De nv D.F. vordert een vergoeding van 200.000,- fr wegens het voeren van een tergend en roekeloos geding. Een dergelijke vergoeding kan worden toegekend wanneer aanlegster op foutieve wijze haar recht om een procedure in te stellen, heeft uitgeoefend.

Dat verweersters sterk op elkaar gelijkende benamingen gebruiken, dat zij op hetzelfde adres zijn gevestigd en dat de faxen, gericht aan de nv D.F., worden beantwoord door de nv D.F. FFI, zijn elementen die verwarring stichten en de wederpartij in de waan kunnen brengen dat het om één en dezelfde vennootschap gaat.

In die omstandigheden kan het aanlegster niet ten kwade worden geduid dat zij de nv D.F. i.p.v. nv D.F. FFI heeft gedagvaard.

Aanlegster heeft dan ook niet op foutieve wijze haar recht om een procedure in te spannen, aangewend.  

De tegeneis in betaling van een bedrag van 100.000,- fr dient dan ook te worden afgewezen.

3. Partijen zijn het er over eens dat de koop wordt beheerst door het verdrag van de Verenigde Naties in zake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken, gesloten te Wenen op 11/04/1980 (Weens koopverdrag - W.K.).

4. Krachtens art. 53 W.K. is de koper verplicht de koopprijs te betalen en de zaken in ontvangst te nemen.  

Indien de koper tekort schiet in de nakoming van  zijn verplichtingen, kan de verkoper de in artt. 62 t.e.m. 65 W.K. vervatte rechten uitoefenen en schadevergoeding eisen zoals bepaald in de artt. 74 t.e.m. 77 W.K.

Aanlegster is van oordeel dat de nv D.F. FFI (hierna verweerster genoemd) haar verplichting tot betalen en in ontvangstname van de goederen niet heeft nageleefd zodat zij gerechtigd is de ontbinding van de overeenkomst lastens verweerster alsook een schadevergoeding te vorderen.

Verweerster van haar kant stelt dat zij geen enkele fout treft.

Aanlegster zou bereid zijn geweest de oorspronkelijk afgesproken prijs te bespreken. Zij verwijst hiervoor naar het standpunt ingenomen door de makelaar. Hieruit zou moeten blijken dat er een wilsovereenstemming zou hebben bestaan om de overeenkomst te wijzigen (art. 29 W.K.).

Krachtens art. 96 W.K. kan een verdragsluitende Staat wiens wetgeving vereist dat koopovereenkomsten d.m.v. een geschrift worden gesloten of bewezen, te allen tijde een verklaring afleggen, in overeenstemming met art. 12 dat  enigerlei bepaling in art. 11, art. 29 of Deel II van het Verdrag, krachtens welk het is toegestaan op andere wijze dan door middel van een geschrift een koopovereenkomst te sluiten, te wijzigen of door enkele wilsovereenstemming te beëindigen dan wel een aanbod te doen of te aanvaarden of een andere wilsuiting te doen, niet van toepassing is indien één van de partijen haar vestiging in die Staat heeft.

Op het ogenblik van de ratificatie van het Weens Koopverdrag heeft Chili een dergelijke verklaring afgelegd waardoor een wijziging of beëindiging van een overeenkomst enkel bij geschrift kan geschieden. Een dergelijk geschrift waarbij de overeenkomst werd gewijzigd, is niet voorhanden.

Evenmin hebben aanlegster of de makelaar zich op een dergelijke manier gedragen dat zij de indruk zouden hebben ge wekt dat zij met een wijziging van de overeenkomst zouden akkoord gegaan zijn.

Verweerster beroept zich eveneens op art. 79 W.K. dat bepaalt dat een partij niet aansprakelijk is voor een tekortkoming in de nakoming van één van haar verplichtingen indien zij aantoont dat de tekortkoming werd veroorzaakt door een verhindering die buiten haar macht lag en dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met die verhindering rekening zou hebben gehouden en dat zij deze of de gevolgen ervan zou hebben vermeden of te boven zou zijn gekomen.

Art. 79 W.K. is van toepassing wanneer wordt aangenomen dat de sterke prijsdaling van de frambozen verweerster heeft verhinderd de overeenkomst uit te voeren. Prijsschommelingen zijn voorzienbaar en verhinderen niet dat verweerster haar verbintenis zou kunnen uitvoeren.

De uitvoering van de verbintenis zou voor verweerster tot gevolg hebben gehad dat zij financieel verlies zou geleden hebben. Zulks vormt echter geen beletsel voor de uitvoering van de overeenkomst.

Het afsluiten van overeenkomsten die naderhand niet winstgevend of zelfs verlieslatend blijken te zijn, behoren tot de risico's eigen aan het voeren van commerciële activiteiten.

Verweerster kan zich dan ook niet op de bepalingen van art. 79 W.K. beroepen.

5. Nu verweerster noch art. 29 W.K. noch art. 79 W.K. kan inroepen, dient te worden vastgesteld dat zij tekort is gekomen aan haar verplichting tot betaling en in-ontvangstname van de goederen.

Aldus heeft aanlegster de mogelijkheid om de ontbinding van de overeenkomst te vorderen lastens verweerster. Zij heeft eveneens de mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen.

6. De schadevergoeding is als volgt begroot:

- 703 $ voor herverpakking van reeds 6.390 kg verpakte frambozen en 492 $ voor bewaringskosten.

Uit het faxbericht van 11/12/92 dat in tempore non suspecto werd opgesteld, blijkt dat het verpakken in zakken van 1 kg reeds was aangevat en opgeschort werd. Uit dezelfde fax blijkt eveneens dat het in voorraad houden van de frambozen veel nadeel berokkent.

Er kan aldus worden gesteld dat de door aanlegster aangehaalde posten schade hebben veroorzaakt zonder dat zij erin slaagt de precieze omvang ervan te bewijzen en dit bewijs overigens praktisch onmogelijk te leveren is.

Derhalve kent de rechtbank een vergoeding ex aequo et bono toe van 500 $.

- 898 $ voor 40.000 D.F.-zakken. Er wordt een factuur bijgebracht dd. 02/12/92 die betrekking heeft op 40.000 zakken. Hieruit blijkt echter niet dat het gaat om D.F.zakken.

Omdat echter wordt aangenomen dat met de verpakking reeds een aanvang werd genomen en aanlegster dus reeds een aantal zakken had gebruikt die zij naderhand niet meer kon hergebruiken, wordt ook hier een vergoeding ex aequo et bono toegekend van 400 $.

- 1.000 $ voor administratieve, financiële en bestuurskosten.

Het bestaan van deze schade wordt niet aangetoond.

- 12.950 $ winstverlies.

Aanlegster zou de frambozen (37 ton) hebben verder verkocht tegen een bedrag van 2.900 $ per ton, hetzij 350 $ per ton minder dan overeengekomen met verweerster. Hoewel niet is aangetoond dat de goederen werden verder verkocht, dient aangenomen te worden dat zulks effectief is gebeurd. Aanlegster kan immers niet ten eeuwige dage de onverkochte frambozen bewaren.

Aanlegster bewijst echter niet tegen welke prijs ze werden verder verkocht.

Wel kan worden aanvaard dat, gelet op de sterke, prijsdaling, de frambozen tegen een lagere prijs aan de man werden gebracht.

Bij gebreke aan enig concreet element wordt ook hier een vergoeding ex aequo et bono toegekend t.b.v. 3.500 $.

De voorschriften van art. 2-30 van de wet van 15 juni 1935, op het gebruik van de talen in gerechtszaken, werden nageleefd.

O M   D E Z E   R E D E N E N:

beslist de rechtbank, na beraadslaging, op tegenspraak:

Zij voegt de zaken gekend onder A.R. 4205/94 en 1849/94 samen.

Zij verklaart de vordering opzichtens de nv D.F. ontvankelijk doch ongegrond.

Zij verklaart de tegeneis van de nv D.F. ontvankelijk doch ongegrond.

Zij veroordeelt aanlegster tot de kosten van de procedure A.R. 1849/94 en compenseert de rechtsplegingsvergoedingen.

Zij verklaart de vordering opzichtens de nv D.F. F.F.I. ontvankelijk en gegrond.

Zij verklaart de op 23/09/92 afgesloten overeenkomst tussen aanlegster en de nv D.F. FFI ontbonden lastens deze laatste.

Zij veroordeelt de nv D.F. F.F.I. om aan aanlegster te betalen een bedrag van 4.400 $, om te zetten in Belgische frank aan de hoogste koers van de dag van betaling, meer de moratoire intresten sedert 23/11/93, de gerechtelijke intresten en de kosten, deze laatste in hoofde van aanlegster  begroot op 15.881,- fr.

(...)

 

K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer
URL: http://www.law.kuleuven.be