|
|
|
Case
Identification Date
of Decision: 24 January 1995 Jurisdiction: Belgium Tribunal: Rechtbank
van Koophandel, Hasselt Case
Number: A.R. 2532/93 Parties:
W.H. v. E. Seller’s
Country: Germany (Plaintiff) Buyer’s
Country: Belgium (Defendant) Goods
Involved: Tuxedos Status:
Unpublished Classification
of issues present
Application
of CISG: Yes CISG
Provisions Applied: Arts.
1(1)(b)
& 6 Application
of the CISG - Rules of Private International Law of the forum referring to
law of contracting state (Article 1 (1)(b)) - Convention on the law
applicable to the contracts for the international sale of goods (Hague
Conference, June 15, 1955) Exclusion
of the Convention - Article 6 CISG - Implied exclusion - Exclusion by
standard terms - National law applicable to validity of standard terms -
Choice of law of Contracting State in standard terms English Summary A Belgian buyer bought tuxedos from a German seller. The buyer twice refused to accept delivery since the labels were not correct and delivery was late. The seller sued the buyer while the buyer contended that the contract had been avoided. The applicable law had to be determined by the Hague Convention on the law applicable to the contracts of the international sale of goods (15 June 1955). Article 3 stated that the law of the residence of the seller was applicable, in this case German law. The CISG was part of German law and should be applied if the parties had not excluded it according to article 6 CISG. Such exclusion was made in the General Conditions of the seller, which the buyer contested having received. According to German law it was possible that General Conditions could be accepted tacitly. On this point, and on the relevant points of German law, the debates were re-opened.
Text
of the Decision (...) 1. Verweerster
plaatste bij dhr. Gensterblum, vertegenwoordiger van aanlegster in België,
op 24/12/92 een bestelling van 242 stuks ceremoniekleding met het oog op de
verhuring ervan. Op 4/1/93 werd een tweede
bestelling geplaatst voor 23 stuks. Verweerster zou dan twee
orderbevestigingen van aanlegster hebben ontvangen, waarop de overeengekomen
leveringsdatum, nl. 1/3/93, werd aangebracht. Volgens aanlegster zouden
voornoemde dokumenten geen orderbevestigingen, doch wel de bestelbons zijn.
De bestellingen werden, naar aanlegster beweert, bevestigd door haar
dokumenten van 26/1 en 28/1/93 (stukken 3 en 4 aanlegster). 2. Verweerster is van
oordeel dat op de tussen partijen gesloten overeenkomst de Belgische
wetgeving van toepassing is. Zulks houdt in dat, zelfs
zo partijen geen interne wet toepasselijk hebben verklaard, hetgeen
verweerster voorhoudt, toch de Duitse wetgeving ingevolge de bepalingen van
art. 3 dient toegepast te worden, daar aanlegster haar gewoon verblijf op
het ogenblik van de ontvangst van het order, in Duitsland had. Daar in Duitsland sedert
1/1/91 het Weens Koopverdrag van toepassing is en dus deel uitmaakt van de
Duitse wetgeving, dient voornoemd verdrag normalerwijze te worden toegepast. Dit betekent in casu dat
aanlegster bij de aanvaarding van de bestelling de uitsluiting van het Weens
koopverdrag had moeten bedingen. Zulks zou gedaan zijn bij de
orderbevestigingen van 26/l en 28/1/1993, alwaar op de achterzijde algemene
voorwaarden werden afgedrukt waarin wordt bepaald dat de rechtsverhoudingen
tussen partijen worden beheerst door het Duitse recht met uitsluiting van
het Weens koopverdrag. Zoals reeds eerder werd
aangehaald ontkent verweerster deze dokumenten ooit te hebben ontvangen. Zij
houdt voor enkel die dokumenten die zij bijbrengt onder de stukken 3 en 4 te
hebben ontvangen van aanlegster. Op deze dokumenten, die volgens verweerster
de orderbevestigingen uitmaken, werden geen algemene voorwaarden afgedrukt
zodat uiteraard alsdan de uitsluiting van het Weens koopverdrag niet werd
bedongen. Aanlegster toont niet aan
dat verweerster heeft kennis gekregen van de orderbevestigingen dd. 26/1 en
28/1/93 zodat niet kan worden aangenomen dat een uitsluiting van het Weens
koopverdrag bij het aanvaarden van de bestelling van verweerster werd
bedongen. Eens de overeenkomst
gesloten mag één der partijen niet eenzijdig de toepassing van het verdrag
uitsluiten. Wel kunnen partijen gezamenlijk overeenkomen zulks te
doen.Krachtens de Duitse wetgeving kunnen binnen het "Kaufmännischer
Geschäftsverkehr" algemene voorwaarden bij louter stilzwijgen van de
medekontraktant geacht worden aanvaard te zijn. Dit is het geval bij
ontvangst van een "Kaufmännisches Bestätigungsschreiben" waarin
algemene voorwaarden opgenomen zijn (I. Couwenberg, “Algemene voorwaarden
in de internationale overeenkomsten”, T.B.H.,
1993, 203-204). Dit zou kunnen inhouden
dat wanneer de fakturen van aanlegster als een Kaufmännisches Bestätigungsschreiben
kunnen beschouwd worden, de erop aangebrachte algemene voorwaarden, daar
deze door verweerster niet werden geprotesteerd, stilzwijgend door
verweerster werden aanvaard en tussen partijen volledige geldingskracht
hebben, zodat de Duitse wetgeving, met uitsluiting van het Weens
koopverdrag, dient toegepast te worden. Het komt de rechtbank
gepast voor de debatten te heropenen teneinde de partijen toe te laten
standpunt in te nemen omtrent het feit of de fakturen van aanlegster al dan
niet als "Kaufmännisches Bestätigungsschreiben" en dit volgens
de Duitse wetgeving, kunnen beschouwd worden. 3. In zoverre de Duitse
wetgeving, met uitsluiting van het Weens koopverdrag, toepasselijk zou zijn
dienen partijen standpunt in te nemen omtrent het feit of de overeenkomst op
éénzijdige wilsverklaring kan ontbonden worden, zoals verweerster heeft
gedaan bij brief van 19/08/93 (wat bvb. krachtens de Belgische wetgeving in
principe niet kan daar art. 1184 B.W. de voorafgaandelijke tussenkomst van
de rechter vereist) en zo neen, of de op éénzijdige wilsverklaring
ontbonden overeenkomst toch ontbonden blijft, dan wel of de rechter alsnog
de ontbinding dient uit te spreken. 4. De uiteindelijke reden
waarom verweerster de goederen niet in ontvangst heeft genomen zou liggen in
het feit dat een belangrijk evenement, nl. "Hasseluth" voor de
levering der kledingsstukken zou hebben plaats gevonden. Verweerster zou alzo een
kans om behoorlijk wat feestkledij te verhuren aan zich voorbij hebben zien
gaan. Op welke datum precies
"Hasseluth" doorging wordt niet door partijen aangegeven.
Verweerster zou dan ook dienaangaande de nodige informatie en stukken dienen
bij te brengen. O
M D E Z E R E D E N E N, de
rechtbank, na beraadslaging,op tegenspraak: Alvorens uitspraak te
doen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vordering, beveelt
een heropening der debatten, teneinde partijen toe te laten te handelen
zoals omschreven in het motiverend gedeelte van het vonnis. Verzendt ten dien einde
de zaak naar de rol van deze kamer. Houdt de uitspraak over
de kosten aan. (...)
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 01-02-2012 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |