|
|
|
Case Identification Date of Decision: 24
January 1995 Jurisdiction:
Belgium Tribunal: Rechtbank
van Koophandel, Hasselt Case Number: (?) Parties: C. GmbH v. I. Seller’s Country: Germany
(Plaintiff) Buyer’s Country: Belgium
(Defendant) Goods Involved: Jewels Judges: Beerten et al. Status: Published
in Rechtskundig Weekblad 1996-97,
nr. 13, 444-445; Commented in Rechtskundig Weekblad 1996-97, nr. 13, 445-446 Classification of issues presentApplication of CISG: No CISG Provisions Applied: Arts.
1 (1)(b) and100 Application of the CISG - Rules of Private International Law of the forum referring to law of contracting state (Article 1 (1)(b)) - Convention on the law applicable to the contracts for the international sale of goods (Hague Conference, June 15, 1955) Temporal applicability of CISG - Article 100 CISG - In respect of formation of contract - Contract formed before entry into force of CISG Text of the Decision 1. Op 24
juli 1989 sloten partijen een overeenkomst waarbij verweerder als
alleenimporteur voor België, Nederland en Luxemburg juwelen afnam van
aanlegster. Aanlegster gaf aan verweerder collecties (Carnet A.T.A.) in
consignatie op basis waarvan verweerder juwelen verkocht en ze nadien bij
aanlegster bestelde om ze nadien aan de koper te leveren. Soms werden
juwelen uit de ter beschikking gestelde collectie zelf verkocht en
onmiddelijk geleverd. Aanlegster
heeft voor de door verweerder tussen de periode van 20 oktober 1989 en 22
november 1990 afgenomen juwelen een reeks facturen opgesteld voor een totaal
bedrag van 74.306,34 D.M. Verweerder werd herhaalde malen aangemaand om het
verschuldigd bedrag te betalen, daar verweerder de gevorderde som niet
betaalde, ging aanlegster over tot dagvaarding. 2.
Verweerder meent dat deze rechtbank territoriaal niet bevoegd is om kennis
te nemen van de vordering omdat de overeenkomst in Duitsland werd gesloten
en verweerder zijn handelsactiviteiten in Nederland uitoefende. 3. Art. 2
EEX, goedgekeurd bij de wet van 13 januari 1971 en t.a.v. België en de
Bondesrepubliek Duitsland in werking getreden op 1 februari 1973, bepaalt
dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een verdragsluitende
staat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen worden voor de gerechten van
die Staat. Daar de
verweerder zijn woonplaats heeft in België, zijn de Belgische rechtbanken
bevoegd. Daar
verweerder woonachtig is te Neerpelt, is deze rechtbank conform de
bepalingen van art 624,2e Ger.W. ratione loci bevoegd. 4. Deze
rechtbank is eveneens materieel bevoegd. Partijen (en in het bijzonder
verweerder) hoeven immers geen koopman (meer) te zijn op het ogenblik van de
inleiding van het geschil. Het is voldoende dat verweerder koopman was op
het ogenblik van de litigieuze handelingen (Cass., 18 mei 1983, T.B.H.,
1984, 506). Verweerder
beweert dat hij zijn activiteiten op 25 mei 1992 stopgezet heeft. De
facturen waarvan betaling wordt gevorderd, hebben betrekking op een periode
gelegen vóór 25 mei 1992 en dus op een periode waarin verweerder nog
handelaar was. Bovendien
blijkt uit de bijgebrachte stukken dat verweerder thans nog ingeschreven is
in het handelsregister te Hasselt en er dus wordt vermoed dat hij de
hoedanigheid van handelaar bezit (art. 3 wet op het H.R.). 5. Naast
de onbevoegdheid werpt verweerder ook de niet-ontvankelijkheid van de
vordering op daar verweerder voor een Duitse of Nederlandse rechtbank
gedagvaard diende te worden. Zoals
reeds werd uiteengezet, werd verweerder voor de bevoegde rechtbank
gedagvaard. Zelfs zo deze rechtbank niet bevoegd ware geweest om kennis te
nemen van de vordering, volgt hieruit niet dat de vordering van aanlegster
onontvankelijk zou zijn. Andere
redenen van niet-ontvankelijkheid worden niet dor verweerder opgeworpen.
Evenmin zijn er redenen van niet-ontvankelijkheid, die de rechtbank
ambtshalve zou moeten opwerpen, voorhanden. (…) 7. Om na
te gaan door welke rechtsregels de verbintenissen van partijen worden
beheerst, dient een beroep te worden gedaan op het Verdrag van Den Haag van
15 juni 1955. Art. 2 van
dit verdrag bepaalt dat de koop wordt beheerst door de interne wet van het
door de contracterende partijen aangewezen land. Bij
gebreke van een door partijen toepasselijk verklaarde wet (wat in casu het
geval is) wordt de koop beheerst door de interne wet van het land waar de
verkoper zijn gewoon verblijf heeft op het ogenblik waarop hij het order
ontvangt. Dit houdt
in dat, daar aanlegster haar gewoon verblijf in Duitsland had op het
ogenblik van het ontvangen van de order, de Duitse wetgeving toegepast dient
te worden. In Duitsland valt de internationale koop van roerende lichamelijke zaken onder toepassing van het Weens Koopverdrag van 11 april 1980. Voornoemd
verdrag werd in Duitsland van kracht op 1 januari 1991, terwijl de verkopen
waarop het geschil betrekking hebben, dateren van vóór laatstgenoemde
datum. Het Weens
koopverdrag is slechts van toepassing op de totstandkoming van een
overeenkomst wanneer het voorstel tot het sluiten van de overeenkomst, dus
het aanbod, is gedaan op of na de datum van de inwerkingtreding van het
verdrag (O. Van Der Zee, Het nieuw
recht van de internationale koop-verkoop, Antwerpen 1993, p. 16). Zulks
impliceert dat de betwiste verkopen vallen onder toepassing van het vóór
het Weens koopverdrag van kracht zijnde verdrag houdende een eenvormige wet
inzake de totstandkoming van internationale koopovereenkomsten betreffende
roerende lichamelijke zaken van 1 juli 1964 (E.W.). (…) 11.
Verweerder betwist enige interesten verschuldigd te zijn daar de
overeenkomst noch de facturen zulks bedingen. Bovendien werden de
ingebrekestellingen op een onjuist adres verstuurd. Art. 83
E.W. bepaalt dat in geval van niet-betaling van de koopprijs de verkoper
recht heeft op interesten tegen het officiële disconto van het land waar de
verkoper zijn vestiging heeft (in casu Duitsland), vermeerderd met 1%. De rente
wordt berekend over de volledige periode van wanbetaling (Antwerpen, 25
september 1985, R.W., 1986-87,
591) en is niet afhankelijk van het versturen van een ingebrekestelling. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven
Production: Thalia Kruger | Most recent update: 08-02-2010 | Disclaimer URL: http://www.law.kuleuven.be |