het opleidingstraject voor de doctorandi
de inschrijving
De doctorandus dient zich in te schrijven als student in de doctoraatsopleiding. Hij betaalt studiegeld bij de eerste inschrijving en in het academiejaar waarin het doctoraat wordt behaald. In de tussenperiode dient de doctorandus zich in te schrijven op de rol van de K.U.Leuven, zonder bijkomende betaling.
Doctorandi die hun doctoraatsopleiding hebben afgerond schrijven zich in voor het doctoraat. In het jaar van verdediging schrijft men zich in voor het doctoraat met verdediging.
Bursalen en wetenschappelijk medewerkers die op een project met doctoraatsfinaliteit zijn aangesteld, kunnen zich vanaf hun aanstelling inschrijven voor de doctoraatsopleiding. De overige leden van het academisch personeel kunnen zich slechts na goedkeuring van hun doctoraatsproject door de Faculteitsraad inschrijven voor de doctoraatsopleiding.
het opleidingsvoorstel
Het opleidingsvoorstel moet bij de doctoraatsaanvraag samen met het doctoraatsvoorstel ter goedkeuring aan de Doctoraatscommissie worden voorgelegd. Omwille van de overgangsregeling geldt deze verplichting echter niet voor doctorandi die zijn aangesteld vóór 1 september 2008.
Het opleidingsvoorstel wordt ingediend op het daartoe voorziene formulier D008 , na overleg met de opleidingscoördinator. De opleidingscoördinator bezorgt zijn advies over het opleidingsvoorstel aan de Doctoraatscommissie. Het advies van de opleidingscoördinator maakt dus geen deel uit van het dossier maar is anderzijds wel noodzakelijk voor de goedkeuring van het opleidingsvoorstel.
de doctoraatsseminaries
Een doctoraatsseminarie moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Het academisch personeel, en in het bijzonder de doctorandi van de Faculteit moeten in de mogelijkheid worden gesteld om het doctoraatsseminarie bij te wonen. Zij moeten minstens 2 weken op voorhand door de opleidingscoördinator worden uitgenodigd.
- Het doctoraatsseminarie vindt aan de Faculteit plaats, behalve indien de opleidingscoördinator een afwijking toetstaat, zoals bij doctoraatsseminaries in het kader van de ius commune onderzoeksschool.
- De individuele bijdrage van de doctorandus – dat wil zeggen een persoonlijke presentatie en discussie of interactie met het publiek – aan een eventueel gezamenlijk doctoraatsseminarie van meerdere doctorandi, bedraagt minstens één uur.
- De doctoraatsseminaries worden georganiseerd in samenspraak met de opleidingscoördinator(en).
het getuigschrift van de doctoraatsopleiding
Indien aan alle verplichtingen van de doctoraatsopleiding is voldaan, richt de doctorandus gebruikmakend van het daartoe bestemde formulier een verzoek aan de Doctoraatscommissie om het getuigschrift van de doctoraatsopleiding te bekomen. De Doctoraatscommissie onderzoekt of de gevolgde doctoraatsopleiding beantwoordt aan de gestelde eisen en beslist, na het advies van de opleidingscoördinator te hebben ingewonnen, als examencommissie over de toekenning van het getuigschrift. In voorkomend geval kan de Doctoraatscommissie bijkomende activiteiten opleggen.
In geval van betwisting van het afleggen van bepaalde opleidingsonderdelen van de doctoraatsopleiding, dient de student in de doctoraatsopleiding het verrichten van de activiteiten te bewijzen.
Het bekomen van het getuigschrift van voltooide doctoraatsopleiding is verplicht om toegelaten te worden tot de verdediging van het doctoraal proefschrift.
vrijstellingen en valorisaties
Een vrijstelling (art. 25 § 1) houdt in dat men aan een bepaalde verplichting uit de truncus communis niet moet voldoen omdat men niet in de mogelijkheid verkeert om er aan te voldoen. De doctorandus die een vrijstelling wenst te bekomen dient daartoe een gemotiveerd verzoek D009 in bij de Doctoraatscommissie die uitzonderlijk, in individuele gevallen en na het advies van de opleidingscoördinator te hebben ingewonnen, een vrijstelling kan verlenen voor bepaalde verplichtingen uit de truncus communis.
Een vrijstelling kan grond zijn voor het opleggen van een vervangende opdracht waarvan de verplichtingen specifiek worden omschreven.
Een valorisatie (art. 25 § 2) daarentegen betekent dat men aan een bepaalde verplichting uit de truncus communis niet moet voldoen omdat men vóór de aanvang van de opleiding reeds een gelijkaardige prestatie heeft geleverd. De doctorandus dient daartoe ten laatste bij het indienen van zijn opleidingsvoorstel een gemotiveerd verzoek D010 in dat precies aangeeft welke eerdere prestaties overeenstemmen met welke verplichtingen uit de truncus communis. Prestaties die op het ogenblik van de aanvraag ouder zijn dan vijf jaar komen niet voor valorisatie in aanmerking. De Doctoraatscommissie beslist, na het advies van de opleidingscoördinator te hebben ingewonnen, over het toestaan van de valorisatie.
Het doctoraatsseminarie over het doctoraatsonderzoek kan nooit het voorwerp uitmaken van een vrijstelling of een valorisatie (een doctoraatsseminarie over een ander topic dus wel). Bijgevolg is een volledige vrijstelling of valorisatie niet mogelijk en zal iedere doctorandus minstens een doctoraatsseminarie over het doctoraatsonderzoek moeten geven aan onze Faculteit.



