het doctoraatstraject : de doctoraatsaanvraag
De doctoraatsaanvraag moet voor advies worden voorgelegd aan de Doctoraatscommissie. De Doctoraatscommissie adviseert de Faculteitsraad over de formele toelatingsvoorwaarden alsook over het doctoraatsvoorstel. Het doctoraatsvoorstel maakt deel uit van de doctoraatsaanvraag en omvat de voorstelling van het doctoraatsonderzoek. Doctoraatsaanvragen worden in principe enkel behandeld op de vergaderingen van de Doctoraatscommissie van november, januari, maart, mei en juni. De andere vergaderingen van de Doctoraatscommissie zijn gereserveerd voor dringende aangelegenheden (zie vergaderdata).
De doctoraatsaanvraag wordt ten laatste veertien dagen voor de eerstvolgende vergadering van de Doctoraatscommissie ingediend bij Els Costers. Indien de aanvraag later of onvolledig wordt ingediend, kan de voorzitter van de Doctoraatscommissie beslissen om de aanvraag naar de agenda van de daaropvolgende vergadering door te schuiven (art. 5 doctoraatsreglement).
terug naar overzicht doctoraatstraject
terug naar overzicht doctoraatsaanvraag
- de samenstelling van de doctoraatsaanvraag
- het verloop van de mondelinge toelichting
- de vereenvoudigde doctoraatsaanvraag (FWO-aspiranten)
- de hernieuwde doctoraatsaanvraag (verkorte procedure)
De samenstelling van de doctoraatsaanvraag
De doctoraatsaanvraag wordt ingediend op het daartoe bestemde formulier D001 . De aanvraag gaat vergezeld van een dossier dat bestaat uit 12 punten die in de aangehaalde volgorde worden opgenomen (art.6 doctoraatsreglement). Onvolledige dossiers worden in principe niet behandeld. De 12 punten van het dossier zijn :
1° de Nederlandstalige en de Engelstalige titel van het doctoraatsvoorstel;
2° het doctoraatsvoorstel dat bestaat uit een beschrijving van het onderwerp van het doctoraat met inbegrip van de gehanteerde methodologie van maximum 6000 woorden;
Het doctoraatsvoorstel houdt best rekening met de richtlijnen voor het opstellen van een doctoraatsvoorstel zoals die door de Faculteitsraad werden goedgekeurd. Dit document expliciteert enerzijds de inhoudelijke criteria op grond waarvan de Doctoraatscommissie haar advies formuleert en anderzijds de vormelijke en methodologische eisen waaraan het voorstel moet voldoen.
Indien het verzoekschrift om het doctoraat in een andere taal dan het Nederlands op te stellen gelijktijdig met de doctoraatsaanvraag wordt ingediend, hoort de Doctoraatscommissie de kandidaat in de taal waarin het proefschrift zal worden opgesteld. In dat geval moet het Doctoraatsvoorstel ook in het Engels worden opgesteld.
3° een voorstel van inhoudsopgave;
4° een bibliografie;
5° een Engelstalige abstract van maximum 150 woorden;
6° het curriculum vitae van de kandidaat en een lijst van zijn publicaties;
7° een voorstel voor doctoraatsopleiding ;
Het opleidingsvoorstel moet samen met het doctoraatsvoorstel ter goedkeuring aan de Doctoraatscommissie worden voorgelegd. Omwille van de overgangsregeling geldt deze verplichting echter niet voor doctorandi die zijn aangesteld vóór 1 september 2008. Het opleidingsvoorstel wordt ingediend op het daartoe voorziene formulier D008 (art. 26 doctoraatsreglement) , na overleg met de opleidingscoördinator. De opleidingscoördinator bezorgt zijn advies over het opleidingsvoorstel aan de Doctoraatscommissie. Het advies van de opleidingscoördinator maakt dus geen deel uit van het dossier maar is anderzijds wel noodzakelijk voor de goedkeuring van het opleidingsvoorstel.
8° de schriftelijke aanvaarding van het promotorschap;
Lees art. 9 doctoraatsreglement
§ 1. De Faculteitsraad duidt op advies van de Doctoraatscommissie één promotoreindverantwoordelijke aan voor elk doctoraatsproject. Naast de promotor-eindverantwoordelijke kan de Faculteit één of meerdere copromotoren aanduiden.
De promotor-eindverantwoordelijke van een proefschrift is als lid van het ZAP verbonden aan de K.U.Leuven of de K.U.Brussel. Daarnaast is hij (a) in dezelfde hoedanigheid of als geaffilieerd navorser verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de K.U. Leuven en (b) doctor in de rechten c.q. criminologische wetenschappen of een aanverwante wetenschappelijke discipline. Een lid van het ZAP dat slechts aan één van deze vereisten voldoet, kan als promotor-eindverantwoordelijke optreden samen met een copromotor die aan het andere vereiste voldoet.
Onverminderd het vorige lid, is een copromotor van een proefschrift lid van het ZAP verbonden aan een universiteit.
Als aanverwante wetenschappelijke discipline in de zin van het eerste lid worden in ieder geval beschouwd, de rechtsgeleerdheid, de sociale wetenschappen, de psychologie en de pedagogische wetenschappen. Andere wetenschappelijke disciplines worden slechts als aanverwant beschouwd na goedkeuring van de Faculteitsraad die beslist op advies van de Doctoraatscommissie. De promotoreindverantwoordelijke of copromotor die zijn doctoraatstitel behaalde in een aanverwante wetenschappelijke discipline, moet blijk hebben gegeven van een bijzondere wetenschappelijke interesse voor het criminologische domein.
Zowel de promotor-eindverantwoordelijke als de eventuele copromotoren beschikken over een bijzondere deskundigheid met betrekking tot het onderwerp van het doctoraat. De promotor-eindverantwoordelijke en de eventuele copromotor(en) onderschrijven het profiel van de goede promotor.
§ 2. Emeriti kunnen niet worden aangesteld als promotor-eindverantwoordelijke van nieuwe doctoraatsprojecten. Zij kunnen wel promotor-eindverantwoordelijke blijven van de doctoraten die vóór het emeritaat door de Faculteitsraad werden goedgekeurd. Emeriti kunnen ook steeds optreden als copromotor van doctoraten. Bijzondere emeriti kunnen wel worden aangesteld als promotoreindverantwoordelijke van doctoraatsprojecten.
schematisch overzicht "Wie kan promotor zijn"
9° het gezamenlijke voorstel van de kandidaat en zijn promotor-eindverantwoordelijke voor de aanstelling van een lid van de begeleidingscommissie;
De begeleidingscommissie bestaat uit een vertegenwoordiger in de Doctoraatscommissie van het zelfstandig academisch personeel; de promotor-eindverantwoordelijke en de eventuele copromotor(en); en minstens één ander lid van het zelfstandig academisch personeel, aan te wijzen door de voornoemden in overleg met de doctorandus (art. 10 doctoraatsreglement).
10° de plaats waar en het telefoonnummer waarop de kandidaat bereikbaar is op het ogenblik van de bespreking van zijn doctoraatsaanvraag door de Doctoraatscommissie;
11° een fotokopie van het (de) diploma(s) (en supplementen);
12° de vermelding van de eventuele externe financieringsbron van het project (FWO-project, FWO-aspirantschap, BOF …)
terug naar overzicht doctoraatstraject
terug naar overzicht doctoraatsaanvraag
Het verloop van de mondelinge toelichting
De Doctoraatscommissie onderzoekt de doctoraatsaanvraag en hoort de doctorandus en de promotor-eindverantwoordelijke ter vergadering. De kandidaat wordt eerst alleen gehoord.Vervolgens wordt de promotor-eindverantwoordelijke samen met de kandidaat gehoord.
Indien het verzoekschrift om het doctoraat in een andere taal dan het Nederlands op te stellen gelijktijdig met de doctoraatsaanvraag wordt ingediend, hoort de Doctoraatscommissie de kandidaat in de taal waarin het proefschrift zal worden opgesteld. De toelichting van de doctoraatsaanvraag wordt beperkt tot een 20-tal minuten. Daarna overlegt de Doctoraatscommissie in afwezigheid van de promotor-eindverantwoordelijke en de kandidaat.
Het advies, de motivering en de eventuele opmerkingen van de Doctoraatscommissie wordt na afloop van de eigenlijke vergadering, tussen 18.30u en 19.30u, door de voorzitter en een tweede lid van de Doctoraatscommissie (vertegenwoordiger ZAP Rechten, c.q. Criminologische Wetenschappen) aan de kandidaat en de promotor meegedeeld. De kandidaten worden voor de vergadering op de hoogte gesteld van de exacte timing van zowel de toelichting van hun doctoraatsvoorstel als de mededeling van het advies van de Doctoraatscommissie.
De Doctoraatscommissie kan vragen dat de kandidaat zijn doctoraatsvoorstel herwerkt in het licht van de gemaakte opmerkingen en een hernieuwde doctoraatsaanvraag indient. In dat geval houdt zij haar advies in beraad.
Indien de kandidaat of de promotor-eindverantwoordelijke niet aanwezig kunnen zijn, wordt het dossier niet behandeld en uitgesteld. Uitzonderingen zijn enkel mogelijk in het belang van de kandidaat en met uitdrukkelijke toestemming van de voorzitter van de Doctoraatscommissie. Indien in voorkomend geval het dossier toch werd behandeld in afwezigheid van de promotor, zal hij zich voor nadere uitleg over de beslissing van de Doctoraatscommissie dus enkel kunnen wenden tot de kandidaat.
terug naar overzicht doctoraatstraject
terug naar overzicht doctoraatsaanvraag
De vereenvoudigde doctoraatsaanvraag (FWO-aspiranten)
FWO-aspiranten kunnen een vereenvoudigde doctoraatsaanvraag indienen. De nummers 1° tot 4° van het dossier moeten door hen niet worden ingediend (art. 6 doctoraatsreglement). Zij vervangen deze punten in hun doctoraatsaanvraag door een kopie van het door het FWO goedgekeurde voorstel. Zij hoeven hun doctoraatsvoorstel niet toe te lichten en worden daarover door de Doctoraatscommissie niet gehoord.
Niettemin kunnen FWO-aspiranten er toch voor kiezen om hun voorstel toe te lichten zodat zij van de Doctoraatscommissie feedback kunnen krijgen (art. 7 § 2 doctoraatsreglement). In dat geval stellen zij hun dossier voor zoals de andere kandidaten en worden zij gehoord door de Doctoraatscommissie.
terug naar overzicht doctoraatstraject
terug naar overzicht doctoraatsaanvraag
De hernieuwde doctoraatsaanvraag (verkorte procedure)
Wanneer de doctoraatscommissie de kandidaat vraagt om zijn oorspronkelijke doctoraatsproject te herwerken, geldt voor de hernieuwde doctoraatsaanvraag een vereenvoudigde procedure (art. 6 § 3 doctoraatsreglement). Voor hernieuwde doctoraatsaanvragen wordt in principe dezelfde procedure gehanteerd als bij een eerste aanvraag. Ook de richtlijnen aan de hand waarvan de Doctoraatscommissie het voorstel beoordeeld blijven dezelfde.
De inhoud van het dossier dat naar aanleiding van een navolgende doctoraatsaanvraag wordt ingediend, verschilt evenwel van het dossier bij een eerste aanvraag.
Het dossier van een verkorte aanvraag bevat enkel:
1. De Nederlandse en de Engelse titel van het doctoraatsvoorstel
2. Het herwerkte voorstel met geïntegreerde wijzigingen (maximum 6000 woorden)
3. Het herwerkte voorstel met track changes
4. Een ‘oplegnota’ bij het herwerkte voorstel (zie hieronder)
5. Een voorstel van inhoudsopgave
6. Een bibliografie
7. Een Engelstalige abstract van ten hoogste 150 woorden
De oplegnota vermeldt kort op welke wijze het herwerkte voorstel inhoudelijk verschilt van het oorspronkelijke voorstel. Best wordt uitdrukkelijk aangegeven waar en op welke manier de opmerkingen van de Doctoraatscommissie zijn verwerkt. De oplegnota beslaat 1 pagina en is te beschouwen als een leeswijzer bij het herwerkte voorstel.
terug naar overzicht doctoraatstraject
terug naar overzicht doctoraatsaanvraag



