Familiaal vermogensrecht (Prof. Dr. W. Pintens, K.U.Leuven)
In het college worden aantal topics die niet of amper worden behandeld in het plichtvak, grondig uitgediept. Het college laat tevens toe om de studenten die een licentie notariaat wensen te volgen, een bredere voorbereiding te geven. Er komen twee grote thema's aan bod: de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen en het familiaal vermogensbeheer. Bij het eerste thema wordt de student een draaiboek van vereffening-verdeling voorgesteld, waarbij ondermeer wordt ingegaan op de vergoedingen, de huwelijksvoordelen en overlevingsrechten en de preferentiële toewijzing. Daarnaast wordt de beheersafrekening over de postcommunautaire onverdeeldheid behandeld met bijzondere aandacht voor de aanrekening van onderhoudsgelden en woonstvergoedingen, die thans tot de dagelijkse praktijk van de advocaat in het familierecht behoren. Bij het tweede thema wordt een overzicht geboden van de technieken die het familiaal vermogensrecht biedt om op een civielrechtelijk correcte en fiscaal gunstige wijze een gedifferentieerde erfovergang van het vermogen mogelijk te maken en die toelaten de regels betreffende het erfrecht in natura en vooral de reserve in natura te verzachten. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan de positie van het het kind dat in het bedrijf moet opvolgen en aan het gehandicapte kind. Worden onder meer besproken: de wet op de kleine nalatenschappen, giften, verblijvingsbedingen, dubbele akte versus ouderlijke boedelverdeling, art. 918 B.W., het fideïcommis de residuo en de private stichting. De voor- en nadelen in vergelijking met gemeenrechtelijke en vennootschapsrechtelijke technieken wordt telkens toegelicht.
1. Vereffening en verdeling
1.1. Algemene beginselen met inbegrip van de procedure (2 u)
1.2. Vergoedingen (2 u)
1.3. Huwelijksvoordelen en overlevingsrechten (2 u)
1.4. Preferentiële toewijzing (2 u)
1.5. Post- communautaire onverdeeldheid en beheersafrekening met inbegrip van aanrekening van onderhoudsgeld en woonstvergoeding (6 u)
2. Familiaal vermogensbeheer
2.1. Algemene beginselen (3 u)
2.2. Wet kleine nalatenschappen (2 u)
2.3. Giften met inbegrip van handgift en pacte adjoint (2 u)
2.4. Verblijvingsbedingen (tontine, aanwas en verwante constructies
2.5. Dubbele akte versus ouderlijke boedelverdeling (3 u)
2.6. Artikel 918 B.W. (2 u)
2.7. Fideïcommis de residuo (3 u)
2.8. Private stichting (2 u)
Van de student wordt de kennis van het plichtvak “Familiaal vermogensrecht, met oefeningen” verwacht.
Er wordt les gegeven in de vorm van een discussiecollege waarbij de theoretische uiteenzetting wordt aangevuld met cases die zowel materieelrechtelijke als procesrechtelijke aspecten belichten.
Het studiemateriaal bestaat uit het handboek en het praktijkboek: W. PINTENS, B. VAN DER MEERSCH en K. VANWINCKELEN, Inleiding tot het familiaal vermogensrecht, Leuven, Universitaire Pers, 2002; W. PINTENS, K. VANWINCKELEN en CH. DECLERCK, Praktijkboek familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009.
Permanente evaluatie. Indien er meer dan 25 studenten voor dit vak ingeschreven zijn, is het examen schriftelijk.
Voorbeeldvragen
1. Jan is weduwnaar en heeft drie kinderen. Hij heeft gezondheidsproblemen. Zijn inwonende dochter Agnes omringt hem met alle mogelijke zorgen. Jan zou dit graag compenseren door Agnes een bedrag uit te keren bij zijn overlijden. Is dit mogelijk? Welke formule stelt u voor? Voor de overige goederen van de nalatenschap wenst Jan de gelijkheid tussen de kinderen te respecteren, maar hij wil zijn huis aan Agnes laten toekomen. Wat raadt u aan?
2. Geef een overzicht van de belangrijke tussengeschillen in een gerechtelijke vereffening-verdeling. Op welke wijze en wanneer worden ze opgelost?
Documentatie
