Familiaal vermogensbeheer
Estate planning is in. De vele studiedagen en publicaties tonen dit aan. Dikwijls worden complexe en dure (vennootschaps)technieken gepropageerd, die de rechtzoekende niet altijd begrijpt en dikwijls ook niet wenst. De indruk wordt gewekt dat het burgerlijk recht tekortschiet en dat het familiaal vermogensrecht er niet meer in slaagt om aan de wensen van de schenker of de testator tegemoet te komen. Het Instituut voor familiaal vermogensrecht van de K.U.Leuven poogt het tegendeel te bewijzen en aan te tonen dat het Burgerlijk Wetboek na tweehonderd jaar nog actueel is en vele mogelijkheden biedt die zowel op civielrechtelijk als op fiscaalrechtelijk gebied aan de vragen van de rechtzoekende kunnen voldoen. Prof. W. Pintens bespreekt een aantal nationale en Europese arresten waarvan de notie noodzakelijk is om met kennis van zaken familiale schikkingen te treffen. Mevrouw N. Labeeuw weegt de voor- en nadelen van handgift en schenking af vanuit een fiscale en burgerrechtelijke invalshoek, waarbij de bewijsproblematiek tot de juiste omvang wordt herleid. Mevrouw A. Maelfait concentreert zich op het testamentair erfrecht waarbij nieuwe legaatsvormen worden geïntroduceerd zoals het duo-legaat dat wordt voorgesteld als een wijze van praktische en goedkope successorale schikking. Belangrijke elementen uit het successierecht blijven daarbij niet onbesproken. Gebruikmakend van de recente rechtspraak en rechtsleer actualiseert Prof. J. Verstraete een aantal familiale schikkingen die in de praktijk op grond van het Burgerlijk Wetboek werden ontwikkeld. De gangbare vennootschapstechnieken worden door Dr. J. Du Mongh kritisch geanalyseerd vanuit het burgerlijk recht. Dit boek wordt door de leden van het Instituut voor familiaal vermogensrecht als eerbetoon aangeboden aan Prof. Dr. Roger Dillemans, stichter van het Instituut, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van zijn benoeming tot gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven.
