inleiding

Home leidraad

DE VOLKSREPUBLIEK CHINA (CHINA)

                                              1. enkele gegevens over het land

                                                1.1 grondgebied & bevolking

                                                1.2 staatkundig

                                               2. politiek-economische geschiedenis

                                               3. recht

                                                 3.1 geschiedenis

                                                 3.2 wetgeving en gerechtelijke organen

1. ENKELE GEGEVENS OVER HET LAND(1)

1.1 grondgebied & bevolking
totale oppervlakte ± 9,6 miljoen km2. grond:  in het westen hoogvlakten, bergen en woestijnen, in het oosten laagvlakten en heuvels; water: 1659 rivieren met een totale lengte van 220.000 km; 2800 meren met een maximale oppervlakte van 1 km2,
13 met een minimale oppervlakte van 1000km2, eilanden binnen de territoriale wateren ± 80.000 km2. Het koude en droge westen beslaat 65% van het grondgebied, het warme en vochtige oosten 35%.

totale bevolking(2): ± 1,30 miljard, het jaarlijkse geboortecijfer ± 12,9‰ en het jaarlijkse sterftecijfer ± 6,9‰, de jaarlijkse bevolkingsgroei ± 6‰. De bevolkingsdichtheid is het grootst in het oostelijke deel van het land.

1.2 staatkundig
staatsvorm: republiek, presidentieel systeem

naam: Zhonghua Renmin Gongheguo (bij afkorting: Zhongguo)

hoofdstad: Peking, officiële naam: Beijing

partijstelsel:
één partij, de Chinese Communistische Partij, met drie vleugels: marxistisch links, midden, en liberaal rechts(3). De partij is met de staat verweven in een duaal stelsel: de partij leidt de staat, en doet dit organisatorisch door personele unie: de topmannen van de partij zijn tevens de topmannen van de staat. In alle staatsorganen fungeren partijcomités; door het hiërarchisch bestuurssysteem van democratisch centralisme, dat zowel de verhoudingen binnen de partij als binnen de staat regelt(4), moeten de lager gestelden gehoorzamen aan de hoger gestelden, dus uiteindelijk aan de partij&staat-topmannen(5). Er worden pogingen ondernomen om de verhoudingen binnen de partij te democratiseren, maar tot nu toe zonder veel succes.

drie machten:
de wetgevende macht: berust op nationaal vlak zowel bij de Nationale Volksvergadering als bij de regering, het leger, de ministeries, de Opperste Volksrechtbank en het Opperste Volksparket, op locaal vlak bij de provincies; in alle gevallen met op de achtergrond de partij.
de uitvoerende macht berust op nationaal vlak bij de Staatsraad, op locaal vlak bij de locale volksregeringen; in alle gevallen met op de achtergrond de partij.
de rechterlijke macht berust bij de twee gerechtelijke organen, op nationaal vlak bij de Opperste Volksrechtbank en het Opperste Volksparket, op locaal vlak bij de locale volksrechtbanken en volksparketten; in alle gevallen met op de achtergrond de partij
(6).

2. POLITIEK-ECONOMISCHE GESCHIEDENIS

1 october 1949 riep Mao Zedong(7) op de poort van het Tiananmen de Volksrepubliek China in het leven, waarna met hulp van de Sovjetunie een periode van economische wederopbouw begon, met als zwaartepunten de ontwikkeling van (zware) industrie, wegenbouw en transport. Maar Mao vond dat China zich uit eigen kracht moest ontwikkelen en - meer met ideologie dan met economie bekend -, bouwde de wederopbouw weer af door zijn slecht geplande ‘grote sprong voorwaarts’ (februari 1958 – januari 1961), waarin gezinnen onder andere hun potjes en pannetjes op de binnenkoer moesten omsmelten tot ijzer, en door de ‘volkscommunes’ (april 1958 tot1980-1981), waaraan ieder zijn have en goed moest afstaan. ‘Drie zwarte jaren’ van hongersnood volgden. In 1959 werd Mao derhalve als president vervangen door Liu Shaoqi(8), Zhou Enlai(9) bleef premier, Deng Xiaoping(10) werd vice-premier. Dit driemanschap bracht de economie weer op gang door voorrang te geven aan de ontwikkeling van de voedselproductie boven de industriële productie. De boerenhuishoudens kregen een opbrengstquotum toegewezen, kregen meer grond en vee voor eigen gebruik ter beschikking, mochten een neven-activeit uitoefenen, maar moesten zelf de verantwoordelijkheid dragen voor winst en verlies. Dientengevolge ontstonden in en rond de steden talloze vrije markten. In de fabrieken werd de leiding toevertrouwd aan deskundigen en de rol van de partijcomités beperkt. Mao’s ideeën waren op een zijspoor beland.

Mao’s reactie kwam vrijwel onmiddellijk, en bereikte een hoogtepunt in 1966 met het uitroepen van de ‘grote proletarische culturele revolutie’, de zoveelste in de reeks onmenselijke en moorddadige haatcampagnes die al begonnen in 1951 en typisch zijn voor het bewind van Mao Zedong. Liu Shaoqi werd afgezet en in de gevangenis geworpen waar hij stierf. Deng werd naar een kaderschool verbannen. Alleen Zhou kon zich handhaven door voor Mao te kiezen. Maar Mao’s aansporing tot de rode-boekjes(11) zwaaiende jongeren om alles wat ‘oud’ was uit te roeien of te vernielen, veroorzaakte bestuurlijke chaos in de administratie, in de fabrieken, in de scholen en op de universiteiten, in de ziekenhuizen en in het transport. Mao moest gas terug nemen en toestaan dat Zhou Enlai met behulp van het leger de orde herstelde. In 1973 stond Mao toe dat Deng Xiaoping werd teruggehaald en aangesteld als vice-premier. Zhou presenteerde in 1975 een vijfjarenplan voor de moderniseringen van landbouw, industrie, wetenschap en landsverdediging. Deng werd herbenoemd tot vice-premier. Na het overlijden van Zhou 8 januari 1976 werd Deng aaangesteld als waarnemend premier. De herdenking van Zhou Enlai door massale kransleggingen op het Tian’anmen ergerde Mao en de kopgroep(12) van zijn ‘Grote Proletarische Culturele Revolutie’, maar de verwijdering van de kransen leidde tot grote protesten, en de protesten tot hardhandig politie-ingrijpen. Deng werd verantwoordelijk gehouden, uit zijn functies ontslagen en vervangen door Hua Guofeng(13).

Mao’s dood op 9 september 1976 veranderde de situatie weer. Hij wordt opgevolgd door Hua die de ‘bende van vier’ te vlug af is, maar in juli 1977 moet toestaan dat Deng in al zijn vroegere functies wordt hersteld. Even is er een machtsevenwicht tussen Hua en Deng. Maar dat veranderde 13 december 1978 in het voordeel van Deng die op een werkconferentie van de partij indruk had gemaakt met zijn toespraak getiteld “Onze geesten bevrijden, de waarheid in feiten zoeken, samen naar de toekomst kijken”(14). Op de derde zitting van het elfde Centrale Comité van de partij, van 18 tot 22 december 1978, werd Hua als leider weggestemd, al hield hij tot december 1980 formeel zijn functies. Het Deng-tijdperk was begonnen (1978-1994).

Deng was het tegenovergestelde van Mao. Geen haatcampagnes meer; de slachtoffers van de Mao-campagnes werden gerehabiliteerd(15). Geen persoonsverheerlijking meer, maar samen overleggen en samenwerken. De waarheid niet in theorieën zoeken, maar in feiten. Armoede is geen deugd, rijkdom is goed(16). Daarom besloot hij de nodige economische hervormingen door te voeren, waarin de door Zhou voorgestelde moderniseringen centraal zouden staan, en allereerst de maatregelen te hernemen die in 1959 waren toegepast om de boerenhuishoudingen te steunen; de ‘volkscommunes’ werden in 1980-1981 ontmanteld en in 1993 formeel afgeschaft en uit de grondwet verwijderd. Openstelling voor het buitenland, met het oog op handel, buitenlandse investeringen, en technologische informatie, kreeg vanaf 1979 vorm door het instellen van speciale economische zones en open havensteden, waarin buitenlandse investeerders een voorkeurbehandeling kregen. Hij wilde ook geleidelijk een rechtssysteem opbouwen met wetten die nageleefd en gehandhaafd zouden worden(17), en onder het motto “er zijn teveel tempels en elke tempel heeft teveel goden”(18) de regeringsbureaucratie afslanken.

De linker, marxistische vleugel van de partij had zijn machtspositie verloren, maar Deng bleef ideologisch conservatief; de rechter, politiek liberale vleugel was als het er op aan kwam eveneens machteloos, zoals Hu Yaobang(19) en Zhao Zhiyang(20) mochten ondervinden. Deng en zijn kring van partijveteranen en vroegere collega’s bevonden zich in het middenveld. Zijn ideologisch conservatisme blijkt uit de opstelling en sterke benadrukking van de vier fundamentele beginselen: leiding door de partij, marxisme-leninisme-maoïsme, democratische dictatuur van het volk, de socialistische weg. In 1982 zijn deze beginselen in de grondwet verankerd. In 1999 is aan het marxisme-leninisme-maoïsme de ‘theorie’(21) van Deng Xiaoping toegevoegd, in 2004 de ‘drievoudige vertegenwoordiging’(22) van Jiang Zemin(23). Uit de toespraak(24) van Wu Bangguo(25) op 27 dec. 2003 blijkt dat van deze vier beginselen nu vooral het leiderschap van de partij(26), de ‘theorie van Deng en de ‘drievoudige vertegenwoordiging’ van Jiang de meest fundamentele beginselen zijn. De democratische dictatuur van het volk is bij toepassing van de drievoudige vertegenwoordiging – die ook inhoudt dat de partij het volk vertegenwoordigt – de democratische dictatuur van de partij geworden, wat zij in feite altijd al was. De socialistische weg is weg.

De ‘theorie’ van Deng heeft de socialistische poort opengezet voor de kapitalistische hervormingen die Jiang Zemin en Zhu Rongji(27) zouden doorvoeren. Jiang Zemin was in 1989 op voorstel van Deng tot algemeen partijsecretaris benoemd. Jiang was tot dan burgermeester en partijsecretaris van Shanghai. In de eerste jaren voerde hij de moderniseringen verder in de geest van Deng, maar onderwijl omringde hij zich met geestverwanten uit Shanghai. De geest van Shanghai is handel en geld! Toen hij in 1993 bovendien Yang Shangkun als president van de Volksrepubliek China en Deng Xiaoping als voorzitter van de Centrale Militaire Commissie opvolgde, had hij alle troeven in handen om een grootscheepse economische omwenteling teweeg te brengen. En dat heeft hij met veel succes gedaan. Het vrije ondernemerschap dat tijdens Deng zich enkel mocht uitleven in individuele en kleine familiale ondernemingen, kon zich verder ontwikkelen in private ondernemingen van onbeperkte omvang. De buitenlandse investeringen zijn enorm toegenomen, omdat alle multinationals en andere grote bedrijven in China hun waren willen slijten, en graag gebruik maken van het enorme arbeidsoverschot dat de loonkosten drukt. Alle landen willen hun handel in China promoten, ondanks wat gesputter over mensenrechten, want geld stinkt niet. Maar de keerzijde wordt gevormd door de massa-ontslagen als gevolg van de herstructureringen van overheidsbedrijven en de landvlucht van dorpelingen naar de steden.

De almacht van de partij is aangetast door haar eigen succes zowel als door het internet! De toegenomen rijkdom en de één-kind-politiek hebben ook tot een hoger opleidingspeil gevoerd, het toelaten van buitenlandse studies-op-eigen-kosten heeft grote aantallen jongeren laten zien hoe politieke partijen in andere landen functioneren, het gebruik van het internet heeft het propaganda-apparaat van de partij minder bruikbaar gemaakt. Maar alle nadelen hebben hun voordelen: partij en regering doen hun voordeel met de discussies, adviezen en voorstellen van academici en experten. Er is academische vrijheid, zelfs in het politieke debat, maar wel tot een bepaalde grens, zoals bleek bij de discussies over de grondwetvernieuwing, waar op een gegeven moment de partij haar eigen standpunt had bepaald en het debat stillegde. In politieke aangelegenheden zoals belangrijke benoemingen in de provincies moet met de locale overheden onderhandeld worden en worden ook compromissen gesloten, waarbij de partij toch het laatste woord houdt.

Het leiderschap van de partij strekt zich uit tot alle domeinen van het politieke, bestuurlijke en maatschappelijk leven; de partij leidt de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk en de zgn. democratische partijen(28), is leidend en beslissend tegenwoordig in alle wetgevende, besturende en gerechtelijke staatsorganen en in maatschappelijke en godsdienstige organisaties als vakbonden, vrouwenorganisaties, sportbonden, kerken en tempels, is de drijvende kracht achter de één-kind-politiek, zij leidt het leger en hanteerde op bevel van Deng Xiaoping in 1989 de harde hand op het Tiananmen, of gebruikt als Jiang de wetgeving en de gerechtelijke organen om ongeautoriseerde groepen, zoals in 1999 de Falungong, te verbieden en aanhangers te vervolgen. Maar het leiderschap is niet meer absoluut, omdat na de Grote Proletarische Culturele Revolutie en Tiananmen niemand meer absoluut in de partij geloofde. De macht van de partij steunt nu op de economische vooruitgang, op het wegwerken van de ongelijke regionale verdeling van de welvaart en de grote inkomensongelijkheid, het scheppen van werkgelegenheid en het verder ontwikkelen van een systeem van sociale zekerheid voor werklozen, zieken en gehandicapten en voor de bejaarden, de oude garde van idealisten die de verliezers zijn van de hervormingen.

Jiang Zemin heeft in 2003 het roer overgedragen aan Hu Jintao(29). Die werkt samen met Wen Jiabao(30), de nieuwe premier, aan het dichten van de kloof tussen stad en land en het veralgemenen van de welvaart. Als dat gebeurt, als dorpen moderne voorzieningen krijgen, dorpelingen beter opgeleid en welvarender worden, en bemiddelde en goed opgeleide stadsmensen omwille van het aangenamer leefmilieu naar de dorpen verhuizen, zodat een gemengde dorpsbevolking ontstaat, dan zal onvermijdelijk de economische democratie aangevuld worden met meer politieke democratie. Aanzetten daartoe werden al gegeven door het organiseren van verkiezingen in de de districten en de dorpen, maar dat zijn beperkt-vrije verkiezingen omdat familieclans de verkiezingen naar hun hand kunnen zetten en de partij nog de uiteindelijke controleop benoemingen houdt. Een nieuwe aanzet heeft ook Shenzhen gegeven door alle boeren onder haar jurisdictie per october 2004 te registreren als stadsbewoner (31) , waardoor ze alle voordelen van het stadsbewonerschap genieten.

 3. RECHT

3.1 geschiedenis
Om van een revolutionair regelsysteem (1936-1949) tot het hedendaagse Chinese rechtssysteem te komen, heeft de partij een lange weg afgelegd.

De eerste etappe (1949-1966) begon in September 1949 met het ‘Gemeenschappelijk Programma’ van de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk(32), dat tot 1954 dienst deed als quasi-grondwet. Na de stichting van de Volksrepubliek op 1 october 1949 werden  organieke wetten opgesteld voor de volksrechtbanken en de volksparketten, en een landbouwhervormingswet, een vakbondswet, huwelijkswet, een reglement voor de bestraffing van corruptie, een douanewet, een kieswet, op 20 september 1954 de eerste grondwet en in hetzelfde jaar vervolgens organieke wetten voor de nationale volksvergadering, de staatsraad, de locale volksvergaderingen en volkscomités, en nieuwe organieke wetten voor de volksrechtbanken en volksparketten. In de volgende jaren werden nog ruim 1500 wetten en reglementen opgesteld.

De tweede etappe (1966-1978) was een ‘sur place’: rechtsfaculteiten afgeschaft, volksparketten afgeschaft, volksrechtbanken werkten niet, de wetgeving stond op een laag pitje, wat reglementen hier en daar, een ontwerp-grondwet van 1970 die ontwerp bleef en een grondwet in 1975 die binnen de korste keren werd vervangen.

De derde etappe (1978-1993) legde het fundament van het moderne rechtssysteem. Het begon met de grondwet van 1978, het jaar daarop gevolgd door o.a. de strafwet, de strafprocedurewet, de organieke wet van de nationale volksvergadering en de locale volksvergaderingen, de organieke wet van de volksrechtbanken en van de volksparketten, en de eerste joint venture-wet. In de jaren daarna werden de gebruikelijke rechtstakken – staatsrecht, strafrecht en burgerlijk recht – volgestouwd met wetten en reglementen, vaak eerst als experiment, en daarna zo dikwijls gewijzigd als nodig werd geacht.

Maart 1993 begon met Jiang Zemin en Zhu Rongji de vierde etappe. Het doel was de economische vooruitgang, stroomlijning van de economische instellingen en het staatsapparaat, waarbij bijzondere aandacht ging naar de hervorming van de gerechtelijke instellingen. In het kader van de economische vooruitgang vroeg China op 7 december 1995 het lidmaatschap van de Wereldshandelsorganisatie (WTO) aan, dat op 10 november 2001 werd verleend. Een van de eisen waar aan moest worden voldaan, was de wijziging of uitvaardiging van nationale en locale wetten in verband met de verplichtingen van China volgens ovcreenkomst en protocol van de WTO(33). Dat bracht een stroom nieuwe wetten en wetswijzgingen op gang. Waarbij vooral ook de wijzing van de wetten voor de gerechtelijke organen opvalt, waaronder hier begrepen de rechtbanken, de parketten, de advocatuur en het notariaat. Bovendien werden in 2001 strenge examens ingevoerd, waar ook de zittende magistratuur aan werd onderworpen. Rechters die niet slaagden, mochten éénmaal herkansen en anders ‘wegwezen’. De toelatingseisen voor de juridische beroepen werden aangescherpt, evenals de deontologie en de tuchtregels, zodat een professioneel corps kon ontstaan. In 2003 hebben Hu Jintao en Wen Jiabao het roer overgenomen, ook hun doel is de economie verder op te stuwen. Waar Jiang en Zhu zich vooral om de economische welvaart van de steden hebben bekommerd, zullen zij zich op de achtergebleven provincies richten, het rechtssysteem verder uitbouwen en het overbevolkte ambtelijk apparaat uitdunnen.

3.2 wetgeving en gerechtelijke organen
Dat China vanouds door wetten werd geregeerd, en in een eerste periode zich richtte naar Sovjetrecht en sinds Deng en Jiang op Amerikaans en nu ook op Europees recht, betekent dat het hedendaagse Chinese rechtssysteem ons niet vreemd voorkomt
(34). Dan zijn we gewoon ‘van dezelfde (romeinsrechtelijke-Napoleontische) familie’: staatsrecht, strafrecht, burgerlijk recht, procedurerecht. Als hoogste wet geldt de grondwet, op het niveau daaronder bevinden zich de organieke wetten die de bevoegdheden van de staatsorganen regelen, de strafwet, de wet algemene beginselen van burgerlijk recht, de strafprocedurewet en de burgerlijke procedurewet, en wetten die belangrijke onderdelen van het burgerlijk recht regelen zoals het familierecht en het economisch en sociaal recht. Al deze wetten worden formeel gesteld door het hoogste staatsorgaan: de Nationale Volksvergadering en haar Permanente Comité, of – in het bijzonder voor economisch recht - door de hoogste regeringsinstantie: de Staatsraad. Substantieel speelt het Centrale Comité van de Chinese Communistische Partij de rol van beslissende aangever. Een rol die vergemakkelijkt wordt door de personele unie in de toporganen van de staat en de partij.

Wetgeving is in een uitgestrekt en dichtbevolkt land als China vrij ingewikkeld. De nationale wetgeving is nog overzichtelijk, maar inhoudelijk vaag om overal in het land te kunnen gelden. De invulling gebeurt door 1. interpretatie door het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering, 2. specifieke regelgeving door de commissies, bureaus en ministeries van de Staatsraad, 3. locale reglementen en verordeningen van de locale volkscongressen van de provincies, stadsprovincies, autonome gebieden, en de Speciale Economische Zones; we laten de wetgeving van de Speciale Administratieve Regio’s – Hong Kong en Macao – buiten beschouwing wegens hun speciaal statuut dat hen vijftig jaar binnen het vroegere koloniale rechtssysteem houdt, 4. (aanvullende) interpretaties door de Opperste Volksrechtbank (zoals bij de wet algemene bepalingen van burgerlijk recht, de strafwet, de huwelijkswet en de procedurenwetten) en/of het Opperste Volksparket. Geen enkele wet, reglement of interpretatie mag strijdig zijn met de grondwet. Om conflicten tussen wetgeving van hogere en lagere niveaus te voorkomen voorziet de grondwet bovendien regels, nader bepaald in de wetgevingswet-2000, om wetgeving van de lagere niveaus te vernietigen als zij strijdig zijn met de wetgeving van hogere niveaus. De locale overheden moeten de wetten uitvoeren. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering stuurt jaarlijks controlecommissies uit die de staat van uitvoering van wetten moeten controleren.

De gerechtelijke organen moeten de naleving van de wetten controleren, betwistingen regelen, overtredingen opsporen, onderzoeken en straffen. De hoogste gerechtelijke organen zijn de Opperste Volksrechtbank en het Opperste Volksparket onder wier supervisie de rechtbanken en parketten van de lagere niveaus hun taak vervullen: vervolgen, rechtspreken, bemiddelen en straffen. De politie heeft opsporingsbevoegdheid, maar komt ook bemiddelend tussenbeide bij straatruzies, kan notoire lastposten berispen, beboeten of maximaal 15 dagen vastzetten, en drugsverslaafden, straatmadelieven, hoerenlopers, winkeldieven, politiekdevianten, aanhangers van verboden groeperingen etc., voor maximaal drie-vier jaar naar een heropvoedingskamp sturen. Arbitragecomités worden ingezet voor economische, maritieme en handelsgeschillen. In het juridisch steekspel spelen ook advocaten en notarissen een rol. Alledaagse betwistingen en onenigheden tussen burgers kunnen informeel door de bemiddelingscomités van de stads- of dorpsbewonerscomités geregeld worden.

Naleving van de wet wordt bevorderd door propaganda, lessen in het middelbaar onderwijs en vijfjarenplannen om de burgers bekend te maken met de belangrijkste wetten.

De laatste jaren is China druk bezig haar wetgeving aan te passen aan de rol die zij in de economische wereldorde wil spelen. Het lidmaatschap van de WTO maakte dat noodzakelijk. Maar ook het eergevoel van de Chinese juristen speelt een belangrijke rol, zij willen een goed en goedwerkend rechtssysteem uitbouwen. Juridische samenwerking met buitenlandse universiteiten en instellingen, en studie van het buitenlandse recht, openheid voor interne en buitenlandse kritiek, en kritiek op het buitenland, zijn realiteit geworden.

Tot slot een persoonlijke noot. Toen ik in 1978 als toeriste in China was, wilde de gids, een leraar wiskunde uit Harbin, mij niet geloven toen ik zei dat hij ook nog eens naar het buitenland zou gaan, dat China rijk en machtig zou worden. Maar het hing gewoon in de lucht. En bij thuiskomst heb ik mij onmiddellijk ingeschreven voor sinologie!

barpotlood.gif (3040 bytes)

1) meer gegevens in de folder ‘landkaart’ en in de folder ‘webterras‘
2)
geboortenaanwasklok in: http://www.cpdrc.org.cn/index.asp| ; voor de geboortenbeperking, zie in de folder burgerlijk recht, i.h.b. de folder familierecht
3)
vergelijk ons Belgisch systeem met drie grote partijen, het verschil is dat deze in het openbaar om de macht strijden.
4)
§ 22 van het ‘Algemeen Programma’ en art.10 van het Partijstatuut-2002; art.3 lid 1 van de Grondwet-2004
5)
als we dat vergelijken met ons Belgisch systeem is er mutatis mutandis zeker overeenkomst: de partijen bedisselen wie in het parlement, de regering en de parastatalen komen; parlementsleden moeten stemmen volgens de aanwijzing van hun respectievelijke partij op straffe van verwijdering uit de kieslijst en verlies van een fraai inkomen en pensioen. Manu Ruys noemde hen ‘de dode zielen van de Wetstraat’; Wen Jiabao, de nieuwe premier van China, karakteriseerde tijdens zijn bezoek aan Duitsland het Duitse systeem als ‘elite-democratie’! Een democratie waar de elite heerst, leek hem in de toekomst ook voor China geschikt. Mijn vraag zou zijn: welke elite dan in China in aanmerking zal komen. Partij-elite? Geld-elite? Ondernemingsdirecteuren-elite? Zijn ‘elite’ en ‘democratie’ niet elkaars tegenpolen?
6) zie: Gw 2004, preambule § 7 en art.3. De stem van de oartij blijft beslissend in alle staatsaangelegenheden, maar al tijdens Jiang Zemin werd meer overleg gepleegd, raad bij deskundigen ingewonnen en compormissen gesloten, zie ook: http://chinaperspectives.revues.org/document412.html
7)
biografie: http://205.188.238.109/time/time100/leaders/profile/mao.html; http://en.wikipedia.org/wiki/Mao_Zedong
8)
biografie: http://www.museumstuff.com/learn/topics/Liu_Shaoqi::sub::Biography; http://en.wikipedia.org/wiki/Liu_Shaoqi
9)
biografie: http://reference.allrefer.com/encyclopedia/Z/ZhouEnla.html; http://en.wikipedia.org/wiki/Zhou_Enlai
10)
biografie:
http://www.chinadaily.com.cn/english/doc/2004-06/25/content_342508.htm; http://en.wikipedia.org/wiki/Deng_Xiaoping
11)
het ‘rode boekje’ bevat korte citaten uit de geschriften van Mao Zedong; de tekst staat op het webterras in de folder ‘ideologie’
12)
door Mao zelf herdoopt tot ‘Bende van vier’, als vals compliment
13)
biografie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hua_Guofeng
14)
Selected works of Deng Xiaoping (1975-1982), Beijing, Foreign Language Press, 1984, blz.152-165; de werken van Deng zijn te raadplegen op het webterras in de folder ‘ideologie’
15)
ibidem, blz.165, 155 en 159; en in de toespraak van 16 januari 1980,l.c.., blz.227-229
16)
ibidem, blz.157 en 163-164
17)
ibidem, blz.157 – 158
18)
toespraak 2 nov.1979, l.c., blz.218-219
19)
biografie: http://www.learntoquestion.com/seevak/groups/2003/sites/tiananmen/leftsidelinks/bios/hu_yao_bang.htmlhttp://en.wikipedia.org/wiki/Hu_Yaobang
20)
biografie: http://en.wikipedia.org/wiki/Zhao_Ziyang
21)
de term ‘theorie’ (lilun) dekt de inhoud niet helemaal. Deng wilde juist minder theorieën maar meer practijk, want niet met theorieën over hervormingen maar met het in practijk brengen van hervormingen kon welvaart worden geschapen, en daarbij wilde hij rekening houden met de feiten, o.a. het feit dat mensen harder werken als daar een beloning tegenover staat. De 'theorie van Deng Xiaoping' werd in de grondwetswijziging van 1999 opgenomen als één van de richtsnoeren voor 'de volkeren van alle nationaliteiten van China'.
22)
de ‘drievoudige vertegenwoordiging’ verwijst naar het idee dat de partij (voortaan) zowel de ontwikkelingstrend van China’s geavanceerde sociale productiekrachten vertegenwoordigt, als de richting die China’s geavanceerde cultuur inslaat,   alsook de fundamentele belangen van de overgrote meerderheid van het Chinese volk. In iets eenvoudiger woorden uitgedrukt: de partij vertegenwoordigt de overgrote massa van het volk, d.w.z. de boeren en arbeiders (idee van Mao Zedong),  en  de intellectuelen en wetenschappers (die door Deng Xiaoping als hoofdarbeiders naast handarbeiders in de categorie arbeiders waren ondergebracht omdat hij ze nodig had voor de modernisering van wetenschap en techniek);  de richting die de geavanceerde cultuur inslaat, betreft de bloei van allerlei kunstvormen als opera, literatuur, schilderkunst, toneel, muziek, dans, sport, enz., of ze nu typisch Chinees zijn of niet, en van wetenschappelijk onderzoek en technologische prestaties; de geavanvanceerde productiekrachten, d.w.z. de zakenwereld van kleine en grote kapitalisten (idee van Jiang omdat ze nodig zijn voor de verdere groei en bloei van de economie, en die is dan weer nodig om de macht van de partij te waarborgen). De 'drievoudige vertegenwoordiging' is in de grondwet-2004 opgenomen als één van de richtsnoeren voor 'de volkeren van alle nationaliteiten van China'.
23)
biografie: http://en.wikipedia.org/wiki/Jiang_Zemin; algemeen partijsecretaris van 1989 – 2002, president van 1993 – 2002, voorzitter Centrale Militaire Commissie 1989 - 2004
24)
slotrede van de zitting van het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering waarin het partijvoorstel van grondwetswijziging werd omgezet in een dito voorstel van het Permanente Comité. Hij sprak daar in zijn rol als staatsman, maar hij is tevens lid van het Permanente Comité van het Politieke Bureau van de partij. De tekst is te vinden in de folder ‘staatsrecht’, als bijlage n° 4 bij de grondwetswijziging-2004
25)
biografie: http://en.wikipedia.org/wiki/Wu_Bangguo
26) T
er illustratie enkele van zijn uitspraken in § 5 en 6 van de in noot 24 aangehaalde slotrede: “De grondwet en de wetten belichamen het samenvallen van de partijstandpunten met de wil van het volk. Het belangrijkste punt in het werk van de Nationale Volksvergadering en haar Permanente Comité is, via de wettelijk bepaalde procedure te zorgen dat de partijstandpunten tot staatswil worden.” “Wij moeten … de gezamenlijke wijsheid samenvoegen zodat de partijstandpunten en de wil van het volk als vanzelf zullen samenvallen en de wijziging van de grondwet perfect slaagt.” “Spreken over de wet is spreken over de politiek.” “De wijziging van de grondwet moet [op de eerste plaats] goed zijn voor de versterking en verbetering van het leiderschap van de partij.”; en zie Partijstatuten 2007, art.46:" Een leidinggevende partijgroep kan worden opgericht in de leidende organen van de centrale en locale staatsorganen, de volksorganisaties, de economische organisaties, de culturele organisaties en andere organisaties die niet tot de partij behoren. De leidinggevende partijgroepen vervullen de rol van politieke kern. De belangrijkste taken van een leidinggevende partijgroep zijn: zorgen voor de uitvoering van de algemene lijn, het beleid en de richtlijnen van de partij, bespreken en beslissen van de belangrijke aangelegenheden van het eigen departement, leiding geven aan de kaderleden; samenwerking tot stand brengen met kaderleden die geen lid zijn van de partij en met de massa’s, de taken vervullen die haar door de partij en de staat zijn toegewezen, en leiding te geven aan het werk van de partij-organisaties in de organen en hun directe ondergeschikte werkeenheden."
27) http://en.wikipedia.org/wiki/Zhu_Rongji; http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/asia-pacific/66108.stm
28)
in hun respectievelijke statuten staat dat zij geleid worden door de CCP, en zij hebben zich gehaast ook Jiang Zemin’s ‘belangrijke ideeën van de drievoudige vertegenwoordiging‘ in hun statuten op te nemen
29)
biografie: http://en.wikipedia.org/wiki/Hu_Jintao; http://www.elevenshadows.com/tibet/huonroofofworld.htm
30)
biografie: http://chinese-school.netfirms.com/wen-jiabao-article.html; http://en.wikipedia.org/wiki/Wen_Jiabao; http://news.xinhuanet.com/english/2003-03/16/content_780876.htm
31) http://www.chinadaily.com.cn/english/doc/2004-07/01/content_344698.htm.   In Shenzhen, en in andere grote steden,  kunnen ook migranten onder bepaalde voorwaarden als stadsbewoner geregistreerd worden http://news.xinhuanet.com/english/20010827/445468.htm of voordelen genieten. http://www.chinadaily.com.cn/china/2007-01/24/content_790820.htm
32) http://www.china.org.cn/cppcc/cppcc.htm
33) http://www.wto.org/english/thewto_e/acc_e/wp_acc_china_e.doc
34)
maar toch  'vreemd' is, omdat het Chinese recht ontstaat in een andere  filosofische en politieke denkwereld, en omdat ik niet een Chinees ben en die andere denkwereld wel kan bestuderen en waarderen, maar niet eigen maken. Dat kan misverstanden oproepen door wederzijds onbegrip. Zie ook het artikel van Norm Page in The New York Times: http://www.nytimes.com/2011/12/01/opinion/to-understand-china-look-behind-its-laws.html?_r=1&ref=china die een gemende groep Chinese en Amerikaanse studenten commentaar liet geven op een aantal uitspraken van het U.S. Supreme Court.

© 2004-2012 Jacoba J.H.M.Hanenburg