vrouwenrecht

Home Up ontvoering

vrouwtjeblauw-anim.gif (16168 bytes)

WET VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA TER BESCHERMING VAN DE RECHTEN EN BELANGEN VAN DE VROUW

(3 april 1992 aangenomen door de Zevende Nationale Volksvergadering in haar Vijfde Zitting en in werking tedend op 1 october 1992)

INHOUDSTAFEL

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK II POLITIEKE RECHTEN

HOOFDSTUK II CULTUUR- EN ONDERWIJSRECHTEN EN BELANGEN

HOOFDSTUK IV ARBEIDSRECHTEN EN BELANGEN

HOOFDSTUK V VERMOGENSRECHTEN EN BELANGEN

HOOFDSTUK VI PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN EN BELANGEN

HOOFDSTUK VII RECHTEN EN BELANGEN IN HUWELIJK EN GEZIN

HOOFDSTUK VIII WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

HOOFDSTUK IX AANVULLENDE BEPALINGEN

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Art.1 Deze wet is vastgesteld overeenkomstig de Grondwet en rekening houdend met de feitelijke situatie van ons land, om de wettige rechten en belangen van de vrouwen te veilig te stellen, de gelijkheid van man en vrouw te bevorderen, en vrouwen ten volle hun rol in de opbouw van de socialistische moderniseringen te doen vervullen.

Art.2 Vrouwen hebben in politieke, economische, culturele en maatschappelijk activiteiten en in het gezinsleven dezelfde rechten als mannen.

De staat beschermt de bijzondere rechten en belangen die vrouwen op grond van de wet toekomen, en verbetert geleidelijk het stelsel van sociale zekerheid voor de vrouwen.

Het is verboden vrouwen achter te stellen, te mishandelen, gruwelijk te verwonden of te doden.

Art.3 Het is de gezamenlijke plicht van de hele samenleving de wettige rechten en belangen van de vrouwen te waarborgen. Staatsorganen, maatschappelijke organisaties, ondernemingen en instellingen, en stedelijke en landelijke zelfbestuursorganisaties van de massa's op basis niveau moeten, overeenkomstig de bepalingen van deze wet en andere wetten ter zake, de rechten en belangen van de vrouwen waarborgen.

De staat neemt doeltreffende maatregelen en schept de noodzakelijke voorwaarden opdat vrouwen in overeenstemming met de wet hun rechten uitoefenen.

Art.4 De Staatsraad en de volksregeringen van de provincies, van de gewesten met zelfbestuur en van de stadsprovincies nemen organisatorische maatregelen en coördineren de betrokken departementen zodat zij hun werk voor de waarborging van de de rechten en belangen van de vrouwen, goed doen. Geëigende organen worden door de Staatsraad en de volksregeringen van de provincies, de gewesten met zelfbestuur en de stadsprovincies voorzien.

Art.5 De Nationale Vrouwen Federatie en de vrouwenfederaties van alle niveaus vertegenwoordigen en verdedigen de rechten en belangen van de vrouwen van alle nationaliteiten en van alle lagen van de bevolking, en doen goed hun werk voor de waarborging van de rechten en belangen van de vrouwen.

De vakbond en de communistische jeugdbond moeten op hun eigen terrein goed hun werk doen voor de waarborging van de rechten en belangen van de vrouwen.

Art.6 De staat spoort de vrouwen aan tot zelfrespect, zelfvertrouwen, zelfstandigheid en zelfontwikkeling, en de wetten te gebruiken om haar eigen wettige rechten en belangen te verdedigen.

De vrouwen moeten de wetten van de staat naleven, de sociale moraal eerbiedigen, en de in de wetten voorziene plichten vervullen.

Art.7 De volksregeringen van alle niveaus en de betrokken departementen loven en belonen organisaties en personen die opmerkelijke resultaten tonen in het waarborgen van de wettige rechten en belangen van de vrouwen.

HOOFDSTUK II POLITIEKE RECHTEN

Art.8 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde politieke rechten genieten als mannen.

Art.9 Vrouwen hebben het recht langs verschillende wegen en in verschillende vormen leiding te geven aan de staatsaangelegenheden, de economische en culturele zaken en de maatschappelijke aangelegenheden.

Art.10 Vrouwen hebben hetzelfde actieve en passieve kiesrecht als de mannen.

In de Nationale Volksvergadering en in de locale volksvergaderingen van de verschillende niveaus moet een passend aantal vrouwelijke vertegenwoordigers zitten, en hun aandeel moet geleidelijk worden verhoogd.

Art.11 De staat beijvert zich vrouwelijke kaderleden te vormen en te selecteren.

Staatsorganen, maatschappelijke organisaties, ondernemingen en instellingen moeten zich bij het aanstellen van kaderpersoneel houden aan het beginsel van gelijkheid van mannen en vrouwen, en grote aandacht besteden aan het vormen en selecteren van vrouwelijke kaderleden als leidinggevend personeel.

De staat besteedt grote aandacht aan de vorming en selectie van vrouwelijke kaderleden uit de nationale minderheden.

Art.12 Leden van de vrouwenfederaties van alle niveaus en van haar organisaties kunnen aan staatsorganen, maatschappelijke organisaties, ondernemingen en instellingen vrouwen voorstellen als kaderlid.

Art.13 De betrokken departementen moeten luisteren naar de kritiek inzake de waarborging van de rechten en belangen van de vrouwen, en redelijke voorstellen ter zake aanvaarden; in gevallen van bezwaren, klachten en aangiften wegens aantasting van rechten en belangen van vrouwen, moeten de betrokken departementen de feiten grondig onderzoeken, op verantwoorde wijze behandelen, en geen enkele organisatie of individueel persoon mag dat beletten of wreken.

HOOFDSTUK III CULTUUR- EN ONDERWIJSRECHTEN EN BELANGEN

Art.14 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde rechten op cultuur en onderwijs genieten als mannen.

Art.15 De scholen en de betrokken departementen moeten de desbetreffende voorschriften van de staat uitvoeren en garanderen dat de vrouwen op het gebied van schoolgaan, naar hogere scholen gaan, toewijzing van betrekkingen na beëindiging van de studie, toekenning van graden, studies in het buitenland, enz., dezelfde rechten genieten als de mannen.

Art.16 Scholen moeten op het gebied van onderwijs, leiding en voorzieningen maatregelen treffen die rekening houden met de specifieke behoeften van jonge meisjes, en de ontwikkeling van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de jonge meisjes waarborgen.

Art.17 Ouders of andere voogden moeten er voor zorgen dat meisjes in de schoolleeftijd het verplicht onderwijs volgen.

Behalve wegens ziekte of andere door de plaatselijke volksregering erkende omstandigheden, worden ouders of andere voogden die meisjes in de schoolleeftijd niet naar school laten gaan door de plaatselijke volksregering bekritiseerd en onderwezen, bovendien worden doeltreffende maatregelen genomen en opdracht gegeven deze meisjes naar school te sturen.

De regering, de maatschappij en de school moeten doeltreffende maatregelen nemen om aanwezige practische moeilijkheden voor het schoolgaan van meisjes in de schoolleeftijd op te vangen, en er voor instaan dat meisjes in de schoolleeftijd volledig het plaatselijk bepaalde aantal jaren verplicht onderwijs krijgen.

Art.18 De volksregeringen van alle niveaus moeten, overeenkomstig de voorschriften, plannen opstellen voor het uitroeien van ongeletterheid en halfgeletterheid onder de vrouwen en aansluitende voortzetting van het onderwijs, aan de behoeften van de vrouwen aangepaste organisatievormen en werkwijzen gebruiken, en de concrete uitvoering door de betrokken departementen organiseren en controleren.

Art.19 De volksregeringen van alle niveaus en de betrokken departementen moeten maatregelen treffen en zorgen dat vrouwen beroepsonderwijs en technisch onderwijs krijgen.

Art.20 Staatsorganen, maatschappelijke organisaties, ondernemingen en instellingen moeten de desbetreffende voorschriften van de staat uitvoeren, garanderen dat de vrouwen dezelfde rechten als de mannen genieten bij het ondernemen van wetenschappelijke, technische, letterkundige, kunstzinnige en verdere culturele activiteiten.

HOOFDSTUK IV ARBEIDSRECHTEN EN BELANGEN

Art.21 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde rechten op arbeid genieten als mannen.

Art.22 Geen enkele werkeenheid mag bij het aanwerven van bedienden of arbeiders weigeren vrouwen aan te werven om wille van hun geslacht of aan vrouwen hogere aanwervingseisen stellen, tenzij het soort industrie-arbeid of het werk niet voor vrouwen geschikt is.

Het is verboden arbeidsters tewerk te stellen die nog niet zestien jaar zijn.

Art.23 Mannen en vrouwen krijgen "gelijk loon voor gelijk werk".

Bij de verdeling van woonruimte en het genieten van sociale voordelen heerst gelijkheid van man en vrouw.

Art.24 Bij functieverhoging, rangverhoging en kwalificatie voor gespecialiseerde technische functies, moet worden vastgehouden aan het beginsel van gelijkheid van man en vrouw, en mogen vrouwen niet achtergesteld worden.

Art.25 Alle werkeenheden moeten, naargelang de specifieke behoeften van de vrouwen, waken over de veiligheid en gezondheid van de vrouwen tijdens werk of arbeid, en mogen haar geen werk of arbeid toewijzen welke niet geschikt is om door vrouwen te worden verricht.

Vrouwen krijgen tijdens haar maandstonden, zwangerschap, kraam en borstvoeding bijzondere bescherming.

Art.26 Geen enkele werkeenheid mag vrouwelijke bedienden of arbeidsters om wille van huwelijk, zwangerschap of zwangerschapsverlof ontslaan of eenzijdig haar arbeidscontract beëindigen.

Art.27 De staat verbreidt de sociale verzekeringen en de sociale bijstand en de medische- en gezondheidsdiensten, en schept de voorwaarden opdat vrouwen op haar oude dag, bij ziekte of bij verlies van arbeidsbekwaamheid materiële en financiële hulp krijgen.

HOOFDSTUK V VERMOGENSRECHTEN EN BELANGEN

Art.28 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde vermogensrechten genieten als mannen.

Art.29 Het stelsel van gemeenschappelijk eigendom van bezittingen in het huwelijk of binnen het gezin mag geen afbreuk doen aan de rechten en belangen die vrouwen krachtens de wet toekomen.

Art.30 Bij de verdeling van land voor bewerking volgens het verantwoordelijkheidssysteem of voor het telen van graan volgens het graandistributiesysteem, of van grond goedgekeurd voor het bouwen van een huis, genieten vrouwen dezelfde rechten als mannen, en mogen de wettige rechten en belangen van de vrouwen niet worden geschonden.

Als vrouwen gehuwen of uit de echt scheiden, moet haar land voor bewerking volgens het verantwoordelijkheidssysteem, haar land voor het telen van graan volgens het graandistributiesysteem, en haar grond voor het bouwen van een huis gewaarborgd blijven.

Art.31 De erfrechten op goederen zijn voor vrouwen dezelfde als voor mannen en worden wettelijk beschermd. Binnen dezelfde orde van ergenamen mogen vrouwen niet worden gediscrimineerd.

Weduwen hebben het recht te beschikken over de goederen zij hebben geërfd; niemand mag zich daarin mengen.

Art.32 Weduwen die jegens de ouders van haar man de hoofd-onderhoudsplicht heeft vervuld, wordt beschouwd als wettelijk erfgenaam van eerste orde; haar erfrecht wordt niet beïnvloed door het erfrecht bij plaatsvervulling van de kinderen.

HOOFDSTUK VI PERSOONLIJKHEIDSRECHTEN EN BELANGEN

Art.33 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde persoonlijkheidsrechten genieten als mannen.

Art.34 De persoonlijke vrijheid van vrouwen mag niet worden geschonden. Het is verboden vrouwen onwettig gevangen te zetten of met andere onwettige middelen van haar vrijheid te beroven of haar vrijheid te beperken; het is verboden vrouwen onwettig aan den lijve te onderzoeken.

Art.35 Het recht van vrouwen op leven en gezondheid mag niet worden geschonden. Het is verboden babies van het vrouwelijk geslacht te verdrinken, te vondeling te leggen of te verminken; het is verboden vrouwen die meisjes baren of vrouwen die geen kinderen kunnen baren te discrimineren of te mishandelen; het is verboden door het gebruik van bijgelovige of gewelddadige middelen vrouwen gruwelijk te verwonden of te doden; het is verboden bejaarde vrouwen te mishandelen of in de steek te laten.

Art.36 Het is verboden vrouwen te ontvoeren om te verkopen of vrouwen te kidnappen; het is verboden vrouwen te kopen die zijn ontvoerd om te verkopen of die gekidnapt zijn.

De volksregeringen en de betrokken departementen nemen onmiddelijk maatregelen om vrouwen te bevrijden die zijn ontvoerd om te verkopen of die gekidnapt zijn. Wanneer vrouwen die werden ontvoerd om te verkopen of die gekidnapt werden, naar het ouderlijk huis terugkeren, mag niemand haar discrimineren, en moeten de plaatselijke volksregering en betrokken departementen voor goede nazorg zorgen.

Art.37 Prostitutie en hoerenlopen zijn verboden.

Vrouwen organiseren, dwingen, overhalen, herbergen, of bemiddelen ter prostitutie, of vrouwen tewerkstellen of herbergen om met anderen ontuchtige handelingen te verrichten, is verboden.

Art.38 Het recht van afbeelding van vrouwen wordt wettelijk beschermd. Zonder haar toestemming is het niet toegestaan, ter wille van het profijt, in advertenties, handelsmerken, tentoonstellingen, winkelramen, boeken, kranten en tijdschriften, enz., afbeeldingen van vrouwen te gebruiken.

Art.39 Het recht van vrouwen op haar goede naam en haar menselijke waardigheid wordt wettelijk beschermd. Het is verboden door beledigingen te uiten, lasterpraatjes te verspreiden, haar persoonlijke aangelegenheden publiek te maken, of op andere manieren, vrouwen te schaden in haar eer of goede naam.

HOOFDSTUK VII RECHTEN EN BELANGEN IN HUWELIJK EN GEZIN

Art.40 De staat garandeert dat vrouwen dezelfde huwelijks- en gezinsrechten genieten als mannen.

Art.41 De staat beschermt de het recht van vrouwen zelf over haar huwelijk te beslissen. Inmenging in haar vrijheid een huwelijk aan te gaan of uit de echt te scheiden, is verboden.

Art.42 Wanneer een vrouw in overeenstemming met de eisen van de geboortenregeling haar zwangerschap voortijdig beëindigt, mag de man gedurende zes maanden na de operatie niet om echtscheiding vragen; deze beperking vervalt als de vrouw om echtscheiding vraagt, of als de volksrechtbank van oordeel is dat het werkelijk noodzakelijk is 's mans eis tot echtscheiding te behandelen.

Art.43 Een vrouw heeft in overeenstemming met de wettelijk bepaalde gemeenschap van goederen tussen man en vrouw, dezelfde rechten van eigendom, gebruik, opbrengst en verdeling als haar echtgenoot, en de verhouding van beider inkomens heeft daar geen invloed op.

Art.44 De staat beschermt de eigendom van gescheiden vrouwen op haar woning.

Als een woning gemeenschappelijk eigendom is van de echtgenoten, sluiten zij bij echtscheiding samen een accoord om de verdeling van de woonruimte te regelen; indien geen accoord tot stand komt, zal de volksrechtbank uitspraak doen op grond van hun beider de concrete situatie, rekening houdend met de rechten en belangen van de vrouw en de kinderen. Tenzij beide echtgenoten samen iets anders afspreken.

Als de woning door de echtgenoten gemeenschappelijk is gehuurd, moet bij echtscheiding een accoord worden gesloten om de woonruimte voor de vrouw te regelen, waarbij rekening wordt gehouden met de rechten en belangen van de vrouw en de kinderen.

Als de echtgenoten in een woning van de werkeenheid van de man wonen en bij echtscheiding de vrouw geen huis heeft waar zij kan wonen, moet de man, als hij daar de mogelijkheden voor heeft, haar helpen een oplossing te vinden.

Art.45 De vader en de moeder hebben dezelfde rechten op de voogdij over hun minderjarige kinderen.

Als de vader sterft, zijn handelingsbekwaamheid verliest of door een andere omstandigheid niet in staat is als voogd over zijn minderjarige kinderen te fungeren, mag niemand zich mengen in het voogdijrecht van de moeder.

Art.46 Wanneer een vrouw ten gevolge van sterilisatie of een andere oorzaak geen kinderen neer kan krijgen, moet in geval van echtscheiding de regeling van de kwestie van het grootbrengen van de kinderen, gebaseerd op welke situatie het beste de rechten en belangen van de kinderen dient, rekening houden met redelijke eisen van de vrouw.

Art.47 Vrouwen hebben, overeenkomstig de voorschriften van de staat ter zake, het recht kinderen te baren, alsook de vrijheid geen kinderen te baren.

Als een echtpaar in de vruchtbare leeftijd, overeenkomstig de voorschriften van de staat ter zake, geboortenregeling toepast, moeten de betrokken departementen zorgen voor veilige en betrouwbare voorbehoedsmiddelen en voorbehoedstechnieken, en de gezondheid en veiligheid garanderen van vrouwen die zich laten steriliseren.

HOOFDSTUK VII WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

Art.48 Wanneer de rechten en belangen van een vrouw zijn geschonden, heeft zij het recht te eisen dat de desbetreffend bevoegde departementen handelend optreden, of het recht in overeenstemming met de wet bij de volksrechtbank een rechtsvordering in te dienen.

Wanneer de rechten en belangen van een vrouw zijn geschonden, kan zij een beroep doen op de vrouwenorganisatie; de vrouwenorganisatie moet van de desbetreffende departementen eisen dat zij de zaak onderzoeken en afhandelen, en zij moet de wettige rechten en belangen verdedigen van de vrouw wier rechten geschonden zijn.

Art.49 Als voor schendingen van de rechten en belangen van vrouwen in overtreding van de bepalingen van deze wet, reeds in andere wetten of reglementen een straf is bepaald, wordt gestraft overeenkomstig deze wetten of reglementen.

Art.50 Indien zich één van de volgende gevallen van schending van de wettige rechten en belangen van vrouwen voordoet, moet haar werkeenheid of een hoger orgaan opdracht geven de zaak recht te zetten, en kan een administratieve tuchtmaatregel worden opgelegd aan de direct verantwoordelijke personen:

1. als op bezwaren, klachten, aangiften, afwenteling van schuld, aan het lijntje houden of verdoezelen, inzake schendingen van de rechten en belangen van vrouwen, geen onderzoek of bestraffing volgt;

2. als geweigerd wordt vrouwen aan te werven die op grond van wetten of reglementen vrouwen moeten worden aangeworven, of als aan vrouwen hogere aanwervingseisen worden gesteld;

3. als bij verdeling van woonruimte, functieverhoging, rangverhoging of kwalificatie voor gespecialiseerde technische functies, in strijd met het beginsel van gelijkheid van man en vrouw, de wettige rechten en belangen van vrouwen worden geschonden;

4. als vrouwelijke bedienden of arbeidsters om wille van huwelijk, zwangerschap of zwangerschapsverlof worden ontslagen;

5. als bij de de verdeling van land voor bewerking volgens het verantwoordelijkheidssysteem of voor het telen van graan volgens het graandistributiesysteem, of van grond goedgekeurd voor het bouwen van een huis, in strijd met het beginsel van gelijkheid van man en vrouw, de wettige rechten en belangen van vrouwen worden geschonden;

6. als inzake schoolgaan, naar hogere scholen gaan, toewijzing van betrekkingen na beëindiging van de studie, toekenning van graden, studies in het buitenland, enz., in strijd met het beginsel van gelijkheid van man en vrouw, de wettige rechten en belangen van vrouwen worden geschonden.

Als personen tegen wie bezwaren, klachten of aangiften zijn ingediend wegens schending van de rechten en belangen van vrouwen, wraak nemen, wordt hen door hun werkeenheid of door een hoger orgaan opdracht gegeven de zaak recht te zetten of wordt hen een administratieve tuchtmaatregel opgelegd; als staatspersoneel wraak neemt zodanig dat er van misdrijf sprake is, wordt een onderzoek ingesteld naar de strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

Art.51 Vrouwen tewerkstellen of herbergen om met anderen ontuchtige handelingen te verrichten, wordt gestraft volgens de bepalingen van artikel 19 van het Reglement Administratieve Straffen ter Verzekering van de Openbare Veiligheid; in ernstige gevallen, als er sprake is van een misdrijf, wordt een onderzoek ingesteld naar de strafrechtelijke verantwoordelijkheid volgens de bepalingen van artikel 160 van de Strafwet.

Art.52 Hij die de wettige rechten en belangen van vrouwen schendt, en daardoor vermogens- of andere schade veroorzaakt, moet de schade vergoeden in overeenstemming met de wet of anderszins de burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

HOOFDSTUK IX AANVULLENDE BEPALINGEN

Art.53 Betrokken departementen van de Staatsraad mogen op grond van deze wet desbetreffend reglementen vaststellen, die na goedkeuring van de staatsraad in werking treden.

De permanente comités van de volksvergaderingen van de provincies, de gewesten met zelfbestuur en de stadsprovincies mogen op grond van deze wet uitvoeringsbepalingen vaststellen.

De volksvergaderingen van de geebieden met nationaal zelfbestuur mogen met inachtneming van de beginselen van deze wet, in samenhang met de specifieke omstandigheden van de vrouwen van de plaatselijke nationaliteiten, regelingen vaststellen ter aanpassing of aanvulling. Regelingen vastgesteld door de gewesten met zelfbestuur worden bij het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering aangemeld ter registratie; regelingen vastgesteld door prefecturen en districten met zelfbestuur worden aangemeld bij de permanente comités van de provincies of de gewesten met zelfbestuur, na goedkeuring treden zij in werking, en worden zij bij het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering aangemeld ter registratie.

Art.54 Deze wet treedt op 1 october 1992 in werking.