huwelijksrecht

Home Up 1950-Huwelijkswet 1980-Huwelijkswet wijzigingsbesluit-2001 2001-Huwelijkswet huwelijksregistratie

smileyProf.gif (276 bytes)

INLEIDING

OVERZICHT VAN DE REEKS HUWELIJKSWETTEN

De modernisering van het klassieke huwelijksrecht begon reeds in de nadagen van het keizerrijk en werd voortgezet tijdens het Kwomintang-regime. De communisten vaardigden locale huwelijksreglementen en huwelijkswetten uit naarmate zij terrein veroverden: de eerste in 1931 en 1934 (Jiangxi), en vervolgens in 1939, 1944 en 1946 (de grensgebieden Shaan-Gan-Ning), 1941 en 1943 (de grensgebieden Jin-Cha-Ji), 1942 en 1943 (de grensgebieden van Jin-Ji-Lu-Yu).

Na de communistische overwinning en de stichting van de Volksrepubliek China werd in 1950 een huwelijkswet voor het hele grondgebied uitgevaardigd. Deze werd in 1980 vervangen door een nieuwe wet. In 1998 werd een ontwerp voor herziening van de huwelijkswet opgesteld, dat de mogelijkheden voor echtscheidingen zou beperken en buitenechtelijke verhoudingen verbieden. Echtscheiding zou slechts mogelijk zijn na drie jaar feitelijk gescheiden leven. Aan de huwelijksplichten zou de plicht van huwelijkstrouw worden toegevoegd. Er kwam vooral kritiek los op de bemoeilijking van echtscheidingen. Wellicht was dat de reden waarom tegen de bedoeling in het ontwerp niet op de agenda stond van de zittingen in 1999 en 2000 van de Nationale Volksvergadering. 12 Januari 2001 werd een gewijzigd ontwerp gepubliceerd, dat in april nogmaals werd gewijzigd. 28 april 2001 heeft het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering dan  beslist tot drie en dertig wijzigingen die vooral gericht zijn op de bescherming van vrouwen, kinderen en bejaarde ouders.

De procedure voor de huwelijksregistratie werd in 1955 afzonderlijk geregeld. Deze regeling werd driemaal herzien, resp. in 1980, 1986 en 1994. Na de openstelling van de grenzen voor buitenlandse investeerders en toeristen kreeg China te maken met gemengde huwelijken. In 1983 werden daarom de procedures voor de registratie van huwelijken tussen Chinese burgers en buitenlanders en voor de registratie van huwelijken tussen Overzeese Chinezen, landgenoten uit Hong kong en Macao en Chinese burgers afzonderlijk geregeld. In 1988 volgde nog een rondschrijven inzake de registratie van huwelijken tussen Chinese burgers en Taiwanese landgenoten.

wijsvinger-anim.gif (352 bytes) Nota: ook in het Algemeen Programma van 1949, in de grondwetten, in de Grondbeginselen van Burgerlijk Recht, in de erfwet, in de strafwetten, en in de burgerlijke procedurewet en de strafprocedurewet staan bepalingen het huwelijk betreffend.

OVERZICHT VAN DE STRUCTUUR VAN DE HUWELIJKSWETTEN VAN 1950, 1980 en 2001

De huwelijkswet van 1950 telt acht hoofdstukken: I. algemene bepalingen, II. huwelijkssluiting, III. rechten en plichten van de echtgenoten, IV. de betrekkingen tussen ouders en kinderen, V. echtscheiding, VI. onderhoud en opvoeding van de kinderen na de echtscheiding van hun ouders, VII. eigendommen en bestaansmiddelen na de echtscheiding, VIII. aanvullende bepalingen. De huwelijkswet van 1980 bracht, door het samenvoegen van de hoofdstukken III en IV en van de hoofdstukken V, VI en VII, dat aantal terug tot vijf: I. algemene bepalingen, II. huwelijkssluiting, III. familiebetrekkingen, IV. echtscheiding, V. aanvullende bepalingen. De huwelijkswet als gewijzigd in 2001 heeft zes hoofdstukken: I. algemene bepalingen, II.huwelijkssluiting, III. familiebetrekkingen, IV. echtscheiding, V. maatregelen om problemen te verhelpen en wettelijke verantwoordelijkheid, VI. aanvullende bepalingen.

De huwelijkswet van 1980 telt 27 artikelen, de in 1950 gewijzigde huwelijkswet 37 en de in 2001 gewijzigde huwelijkswet 51.

BELANGRIJKSTE INHOUDELIJKE VERSCHILLEN TUSSEN DE HUWELIJKSWETTEN VAN 1950 EN 1980

De verwijzing naar het feodale en het nieuw-democratische huwelijksstelsel wordt in 1980 weggelaten.

Bigamie blijft verboden, maar de bijvrouwen worden niet meer vernoemd.

De bescherming van vrouwen en kinderen wordt uitgebreid met bescherming van bejaarden, en mishandeling of verlating van familieleden wordt verboden.

De huwelijksleeftijd wordt opgetrokken voor de man tot twee en twintig, voor de vrouw tot twintig. Het huwelijksbeletsel van bloedverwantschap in de zijlijn is een graad verminderd, het huwelijksbeletsel van impotentie is vervallen. Nieuw zijn de bepalingen dat man en vrouw samen beslissen of zij lid worden van de familie van de man of van de vrouw, en dat zij het recht hebben hun eigen voor-en achternaam te gebruiken. Daarin past ook de nieuwe bepaling dat de kinderen de achternaam van hun moeder of van hun vader mogen dragen.

Het emotionele aspect van de art.7 en 8 van de wet van 1950 is weggelaten. Blijkbaar wordt het huwelijk door partij-ogen nu gezien als een economisch-politiek-maatschappelijke instelling. Daarin past ook de nieuwe bepaling dat man en vrouw elkaar niet mogen belemmeren deel te nemen aan productie, arbeid, studie en maatschappelijke activiteiten. Nieuw is de plicht geboortenregeling toe te passen. De geboortenregeling was al opgenomen in de grondwet van 1978, maar toen nog niet formeel verplicht gesteld. Ook de plicht tot geboortenregeling, d.w.z. geboortenbeperking, heeft een economische achtergrond, want een hoog geboortencijfer zou een aanslag betekenen op de modernisering van het land (zie noot 11 bij GW-1982). Daarin past ook de aansprakelijkheid van ouders voor de schade door hun minderjarige kinderen toegebracht aan de staat, een collectief of personen. De wederzijdse onderhoudsplicht van man en vrouw, en van ouders en kinderen, wordt uitdrukkelijk bevestigd en in geval van nalatigheid van een rechtsvordering voorzien De wederzijdse onderhoudsplicht tussen ouders en kinderen wordt uitgebreid tot (draagkrachtige) grootouders en kleinkinderen, en een onderhoudsplicht van (draagkrachtige) oudere broers en zusters jegens hun jongere broers en zusters ingevoerd. Het is evident dat ook deze wijzigingen een economische achtergrond hebben.

Ter zake van echtscheiding is het jarenlang niets van zich laten horen als grond voor eenzijdige echtscheiding van 'leden van het revolutionaire leger in actieve dienst', in 1980 'militairen' genoemd, vervallen. De achtergrond daarvan is dat inmiddels de chaotische toestanden voor en na de eindoverwinning in 1949, waren overwonnen en de orde hersteld was zodat militairen gemakkelijk te traceren waren. De bepaling over het dragen van kosten door de tweede echtgenoot van een gescheiden vrouw voor de kinderen uit het eerste bed is vervallen. Opmerkelijk is dat de plicht bij te dragen aan het levensonderhoud als de ex in behoeftige omstandigheden verkeert, niet meer afhankelijk is van het al of niet hertrouwd zijn van de ex.

De aanvullende bepaling met betrekking tot overtreders van de huwelijkswet in de wet van 1950 gaf niet aan in welke gevallen een straf door de administratie dan wel door de rechter kon worden opgelegd. Dat werd in 1980 verduidelijkt door opsomming van de daden waarvoor de dader strafrechtelijke verantwoordelijkheid werd geacht. In 1980 wordt ook een nieuwe aanvullende bepaling opgenomen die de werkeenheden verplicht mee te werken aan de uitvoering van vonnissen in zaken van familierecht. Tenslotte zijn de organen, die voor de nationale minderheden afwijkingen van de wet kunnen bepalen, vernieuwd en in overeenstemming gebracht met de administratieve indeling van het land in de grondwet van 1978.

OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN DE HUWELIJKSWET VAN 2001

de algemene bepalingen

het verbod van bigamie (art.3 lid 2) verbiedt gehuwden met meer dan één persoon als man en vrouw samen te leven, maar is, gezien zijn wetshistorische achtergrond in het ‘feodale’ familierecht van de keizertijd, feitelijk gericht tot de ‘heren der schepping’. Een kennelijk groot aantal van deze heren heeft inmiddels dank zij de economische hervormingen voldoende rijkdom verworven om zich de oude feodale luxe te kunnen permitteren van meerdere bijvrouwen of bijzitten. Ook onder partijbonzen komt het euvel voor. Om onder het verbod van bigamie uit te komen ontkenden zij dat zij met deze vrouwen als man en vrouw samenleefden. Of ze noemden de vrouwen  hun secretaressen of hulp in de huishouding. De nieuwe wet verbiedt gehuwden voortaan behalve bigamie ook concubinage, het samenwonen met een andere dame dan de eigen echtgenote (art.3 lid 2), de wet herneemt daarmee in feite het verbod van bijvrouwen van de huwelijkswet van 1950. Overtreding van het verbod is een grond voor echtscheiding (art.32 lid 3 sub 1) en geeft in geval echtscheiding de onschuldige partij een recht op schadevergoeding (art.46 sub 1). Overtreding is in deze wet niet strafbaar gesteld, maar dat sluit strafbaarstelling door andere wetten niet uit (art.45 en 49).

Volgens de cijfers van de Chinese Nationale Vrouwenfederatie komt het in 30% van de families tot gewelddadige handtastelijkheden en is 60% van de echtscheidingen daarop gegrond. Geweld binnen de familie is voortaan verboden (art.3), is grond voor echtscheiding (art.32 lid 3 sub 2), geeft ook aanleiding tot corrigerende maatregelen, administratieve of strafrechtelijke straffen (art.43-45) en een civiele vordering tot schadevergoeding (art.46 lid 1 sub 3)

De nieuwe wet lijft morele normen in, zoals de plicht tot huwelijkstrouw (art.4), maar stelt geen straf op overspel. Er is geen plicht tot samenwonen opgenomen.

de huwelijkssluiting

de nieuwe wet voert een onderscheiding in tussen nietige en nietigverklaarde huwelijken; hun gronden zijn verschillend, maar de uitwerking is dezelfde (art.10-12.)

de familiebetrekkingen

nieuwe regels voor het huwelijksgoederenrecht (art.17-19)

wijziging van onderhoudsverplichtingen (art.28 -30)

China telt momenteel 45 millioen weduwen en weduwnaars van 60 jaar en ouder. Als die opnieuw willen trouwen, worden ze blijkbaar dikwijls tegengewerkt door hun kinderen. De wet bevestigt daarom het recht van ouders om te hertrouwen en verbiedt de kinderen hen daarbij iets in de weg leggen.

de echtscheiding

echtscheiding komt in China veelvuldig voor: in het jaar 2000 volgens het Xinhua Nieuwsagentschap 1.210.000 echtscheidingen tegenover 8.480.000 huwelijken. Echtscheidingen kunnen vrijwillig, in onderlinge overeenstemming plaats vinden, of door één partij geëist worden.

voorwaarde voor toewijzing van een eenzijdige eis tot echtscheiding blijft dat de gevoelsbanden verbroken moeten zijn, maar de nieuwe wet bepaalt nu ook in welke gevallen dat verondersteld moet worden (art.32).

de gescheiden ouder krijgt bezoekrecht en de ouder bij wie de kinderen verblijven moet dat toestaan (art.38).

een nieuw hoofdstuk ingevoegd

corrigerende maatregelen en administratieve straffen bij familiaal geweld en mishandeling van familieleden; klachtmisdrijf (art.43)

corrigerende maatregelen en een civiele vordering voor de kosten van levensonderhoud e.d.bij verlating van familieleden (art.44)

strafmaatregelen naargelang de ernst van het geval bij bigamie, familiaal geweld, mishandeling of verlating van familieleden; klachtmisdrijf (art.45)

schadevergoeding als bigamie, samenwoning met een ander, familiaal geweld, mishandeling of verlating van familieleden tot echtscheiding heeft geleid (art.46)

civiele vordering en sanctie als de man of de vrouw bij echtscheiding op frauduleuse wijze goederen aan de verdeling onttrekt of onbestaande schulden inbrengt (art.47)

blanco artikel (art.49)

de gebieden met nationaal zelfbestuur

inperking van de bevoegdheid wijzigingen vast te stellen (art.50)

wijsvinger-anim.gif (352 bytes) Nota: voor de volledige tekst van de wijzigingen, zie Besluit 2001

hartsverbond.gif (445 bytes)