erfrecht

Home Up 1985-Erfwet

skelanim.gif (529 bytes)

INLEIDING

De Volksrepubliek heeft tot nu toe slechts één erfwet voortgebracht en dat eerst laat in haar bestaan.

Bij de stichting van de Volksrepubliek werden de wetten uit de republikeinse tijd afgeschaft. Bleef over het geheel van reglementen dat tijdens de voorbije jaren in de "bevrijde gebieden" tot stand was gekomen(1). Er moesten nu wetten voor het hele land worden opgesteld. De huwelijkswet van 1950(2) en de grondwet van 1954(3) bevatten beide een artikel waarin erfrecht werd toegekend, maar blijkbaar verhinderde eerst de socialistische omvorming, dan de invoering van de volkscommunes in 1958 en de grote sprong voorwaarts van 1958 tot 1961, vervolgens de GPCR(4) van 1966 tot 1976, dat een aparte erfwet tot stand kwam. Als dan Deng Xiaoping en zijn medestanders en volgelingen december 1978 besluiten voorrang te geven aan de economie boven de ideologie(5) en zij bovendien besluiten dat wetten nodig zijn om een eind te maken aan het machtsmisbruik en de willekeur tijdens het Mao-regime, keert in 1982 het erfrecht terug in de grondwet(6) en komt drie jaar later ook een erfwet tot stand. Deze erfwet heeft weinig gemeen met de communistische regelingen die golden voor 1949. Alleen de iets betere positie van de echtgenote en de behoeftigheid als maatstaf was ook al in een regeling van 1946 opgenomen, die daar mede werd afgemeten naar kindertal en leeftijd van de kinderen. Overigens was de regeling van 1946 nog volkomen traditioneel. Zo vererft de nalatenschap langs de mannelijke lijn en kunnen vrouwen "vrijwillig" afstand doen van hun recht op de nalatenschap(7).

De erfwet van 1985 staat wat de orde der erfgenamen betreft dicht bij de erfwet die de Kwomintang-regering in 1930 het licht had doen zien, met dien verstande dat de positie van de echtgenote is verbeterd, en dat naast de adoptiefkinderen ook de onwettige kinderen met de wettige kinderen van de erflater worden gelijkgesteld. Ook stiefkinderen en stiefouders, mits zij met de overledene in een verzorgingsrelatie hebben gestaan, worden met de andere kinderen en de eigen ouders van de overledene gelijkgesteld. Nieuw is de bevoordeling van behoeftige arbeidsonbekwame erfgenamen en van erfgenamen die in het levensonderhoud van de erflater hebben voorzien, terwijl erfgenamen die in staat waren hun onderhoudsplicht te vervullen maar niet zijn nagekomen, onderbedeeld of uitgesloten worden. De wet van 1930 kent reeds de toedeling van een erfportie aan personen die bij leven van de erflater door hem voortdurend waren onderhouden. De wet van 1985 is krentiger want zegt alleen dat het kan als deze personen en arbeidsonbekwaam zijn en geen middelen van bestaan hebben. De wet van 1985 geeft een ruime omschrijving van wat tot de nalatenschap behoort, zo kunnen daar ook productiemiddelen en auteurs- en octrooirechten in zitten.

Een zeer groot verschil vergeleken met de wet van 1930 is te zien bij het testamentair erfrecht waar de erflater nu de vrije hand krijgt bij het aanwijzen van de begunstigden, met dien verstande dat een voldoende deel moet worden voorbehouden ten behoeve van erfgenamen die en arbeidsonbekwaam zijn en geen middelen van bestaan hebben. Dus geen legitieme portie. Een bijzonderheid is de mogelijkheid bij leven een overeenkomst met een persoon of een collectief te sluiten over de uitkering van een onderhoudslegaat, waarbij de persoon of het collectief de verplichting op zich neemt de kosten te dragen voor het levensonderhoud van de legataris en het recht krijgt op een legaat. De testamentsvormen komen wel overeen. Overigens is de wet van 1985 veel beknopter dan de wet van 1930, 37 tegen 88 artikelen.

  barpotlood.gif (3040 bytes)

1) waaronder ook regelingen voor nalatenschappen, zie de bijlage bij de erfwet voor een voorbeeld
2) Hw-1950 art.12 (erfrecht van echtgenoten), art.14 (erfrecht van ouders en kinderen)
3) Gw-1954 art.12 (erfrecht van private eigendommen, d.w.z. persoonlijke bezittingen: siyou caichan)
4) de socialistische omvorming had tot doel de productiemiddelen uit het privé bezit over te hevelen naar de staat of het collectief, in het begin van de invoering van de volkscommunes en tijdens de grote sprong voorwaarts werden zelfs de kookpotten gecommuniceerd. De Grote Proletarische Culturele Revolutie was een tijd van wetteloosheid. De private eigendom was, sinds 1955 toen de eerste landbouwcollectieven uit de grond gestampt werden, steeds sterker beperkt.  Eén van de slogans van de GPCR luidde: "Beter arm onder het socialisme en communisme dan rijk onder het kapitalisme", zie 'We must continue to build socialism and eliminate poverty', in: DENG XIAOPING, Fundamental issues in present-day China, Beijing, 1987, blz.176.  In het ontwerp van grondwet van 1970 opgesteld tijdens de GPCR en in de grondwetten van 17 januari 1975 en 5 maart 1978 die de GPCR uitluiden, wordt het erfrecht dan ook niet vermeld.
5) tijdens de Derde Voltallige Zitting van het Elfde Centrale Comité, zie "Communique of the Third Plenary Session of the 11th Central Committee of the Communist Party of China', in:LIU SUINIAN & WU QUNGAN (eds.), China's Socialist Economy, Beijing 1986, blz.567; 'Emancipate the mind, seek truth from facts and unite as one in looking to the future, December 13, 1978', in: Selected Works of Deng Xiaoping (1975-1982), Beijing 1984, blz.151
7) zie de bijlage

balkbloempjes.gif (1403 bytes)