|
|
|
WET VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA TER BESCHERMING VAN DE RECHTEN EN BELANGEN VAN BEJAARDEN(29 augustus 1996 aangenomen door de Eenentwintigste Zitting van het Permanente Comité van de Achtste Nationale Volksvergadering) INHOUDSTAFEL
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGENArt.1 Deze wet is vastgesteld op basis van de Grondwet(1) om de wettige rechten en belangen van de bejaarden te beschermen, voorzieningen voor bejaarden te ontwikkelen, en de hoge moraal van het Chinese volk inzake respect en zorg voor bejaarden te ondersteunen. Art.2 Onder 'bejaarden' verstaat deze wet burgers van zestig jaar en ouder. Art.3 Staat en maatschappij zullen maatregelen nemen om een systeem van sociale zekerheid voor bejaarden te ontwikkelen, en zij zullen gestaag de voorwaarden voor verhoging van hun leven, gezondheid en deelneming aan de sociale ontwikkeling verbeteren, zodat het mogelijk wordt bejaarden verzorging en medische behandeling te geven, en voorzieningen te treffen voor hun activiteiten, studie en ontspanning. Art.4 De staat beschermt de wettige rechten en belangen van bejaarden. Bejaarden hebben recht op materiële bijstand van de staat en de maatschappij en het recht te delen in de resultaten van de sociale vooruitgang. Het is verboden bejaarden minderwaardig te bejegenen, te beledigen te mishandelen of in de steek te laten(2). Art.5 De volksregeringen van alle niveaus moeten voorzieningen voor bejaarden opnemen in de nationale economische en sociale plannen, geleidelijk de investeringen in bejaardenvoorzieningen opvoeren, en alle maatschappelijke geledingen aansporen daarin te investeren, zodat de voorzieningen voor bejaarden gelijk oplopen met de economische en sociale vooruitgang. De Staatsraad en de volksregeringen van de provincies, de gewesten met zelfbestuur en de stadsprovincies nemen maatregelen om de samenhang tussen de inspanningen van de desbetreffende departementen voor de bescherming van de rechten en belangen van de bejaarden te organiseren. De Staatsraad en de volksregeringen van de provincies, de gewesten met zelfbestuur en de stadsprovincies bepalen de daarvoor geëigende organen. Art.6 De hele maatschappij is gezamenlijk verantwoordelijk voor de bescherming van de wettige rechten en belangen van de bejaarden. De staatsorganen, maatschappelijke organisaties, ondernemingen en instellingen moeten, overeenkomstig hun eigen taken en verantwoordelijkheden, zich inzetten voor de bescherming van de rechten en belangen van de bejaarden. De stadbewonerscomités, de dorpbewonerscommittes en de wettig opgerichte bejaardenorganisaties moeten de wensen van de bejaarden bekend maken, de wettige rechten en belangen van de bejaarden verdedigen, en ten dienste staan van de bejaarden. Art.7 In de hele maatschappij moet op grote schaal propaganda en voorlichting over eerbiediging en verzorging van ouderen worden gegeven om de maatschappelijke gewoonte aan te kweken van respect, zorg en hulp voor ouderen. Jongerenorganisaties, scholen en kinderbewaarscholen moeten jongeren en kinderen een morele opvoeding geven zodat zij eerbied hebben en zorg dragen voor bejaarde mensen, en hen onderrichten over het wettelijk systeem voor de verdediging van de wettige rechten en belangen van bejaarden. Vrijwilligerswerk ten dienste van bejaarden zal worden bevorderd. Art.8 De volksregeringen van alle niveaus zullen onderscheidingen of beloningen geven aan organisaties, families en personen die buitengewone resultaten hebben geboekt in de verdediging van de wettige rechten en belangen van bejaarden en in de eerbiediging en verzorging van bejaarden. Art.9 Bejaarden moeten zich houden aan de wetten en de tuchtregels en hun wettelijk bepaalde plichten vervullen. HOOFDSTUK II ONDERHOUD EN VERZORGING DOOR DE FAMILIEArt.10 De zorg voor bejaarden berust voornamelijk bij hun familie. Hun familieleden moeten zich om hen bekommeren en hen verzorgen. Art.11 De verzorgers hebben de plicht de bejaarden financiëel te steunen, hen de dagelijkse verzorging te geven en te zorgen voor hun geestelijk welzijn, en zij moeten voorzien in de speciale behoeften van de bejaarden. Onder verzorgers worden verstaan de zonen en dochters van de bejaarden en andere personen met een wettelijke onderhoudsplicht(3). De echtgenoten van de verzorgers moeten de verzorgers helpen bij het vervullen van hun onderhoudsplicht. Art.12 De verzorgers moeten de dokterskosten betalen voor zieke bejaarden en hen verplegen. Art.13 De verzorgers moeten de bejaarden passende huisvesting verschaffen, zij mogen hen niet dwingen te verhuizen naar een slechtere woning. De zonen en dochters en andere verwanten mogen de bejaarden de woningen die zij in eigendom of in huur hebben, niet afnemen, en mogen niet eigenmachtig de eigendom- of huurbetrekking wijzigen. De verzorgers hebben de plicht het huis die eigendom zijn van de bejaarden in goede staat te houden. Art.14 De verzorgers hebben de plicht contractvelden van de bejaarden te bewerken, de bomen en het vee van de bejaarden te verzorgen, maar de opbrengsten komen de bejaarden toe. Art.15 De verzorgers mogen niet door afstand van de nalatenschap te doen of om andere redenen, weigeren hun onderhoudsplichten te vervullen. Als de verzorgers hun onderhoudsplichten niet vervullen, hebben de bejaarden het recht te eisen dat de verzorgers de onderhoudskosten betalen. De verzorgers hebben niet het recht te eisen dat de bejaarden arbeid verrichten die hun krachten te boven gaan. Art.16 Bejaarden en hun echtgenoten zijn jegens elkaar tot onderhoud verplicht(4). Draagkrachtige jongere broers en zusters die door hun oudere broers en zusters zijn grootgebracht(5), hebben de plicht voor hun bejaarde broers en zusters te zorgen wanneer deze zelf geen verzorgers hebben. Art.17 De verzorgers kunnen onder elkaar een overeenkomst sluiten betreffende de onderhoudsplichten als de bejaarden daarmee accoord gaan. De stadbewonerscomités, dorpsbewonerscomités, of de organisaties waar de verzorgers onder vallen, houden toezicht op het naleven van de overeenkomst. Art.18 De huwelijksvrijheid van de bejaarden is wettelijk beschermd. Zonen, dochters en andere verwanten mogen zich niet mengen in de echtscheiding, het hertrouwen of het huwelijksleven van de bejaarden. Wijzigingen in de huwelijksbetrekkingen van de bejaarden hebben geen invloed op de onderhoudsplichten van de verzorgers. Art.19 De bejaarden hebben het recht overeenkomstig de wet over hun persoonlijke bezittingen te beschikken. Zonen, dochters en andere verwanten mogen zich daar niet in mengen en mogen de bejaarden geen geld of geschenken aftroggelen. Bejaarden hebben het recht overeenkomstig de wet de nalatenschap te erven van hun ouders, van hun echtgenoten, van hun kinderen of hun andere verwanten(6). HOOFDSTUK III SOCIALE ZEKERHEIDArt.20 De staat stelt een systeem van sociale zekerheid voor bejaarden in, om te voorzien in de basisbehoeften van de bejaarden. Art.21 De pensioenen en andere voordelen die de bejaarden overeenkomstig de wet ontvangen, worden gegarandeerd. De desbetreffende organisaties moeten de pensioenen tijdig en volledig uitbetalen, zij mogen de betalingen niet zonder reden opschorten, zij mogen de gelden niet voor andere doeleinden gebruiken. De staat verhoogt de pensioenen naargelang de economie zich ontwikkelt, het levenspeil van de bevolking hoger komt te liggen en de lonen van de werknemers stijgen. Art.22 In de dorpen wordt als de omstandigheden dat toelaten een systeem van sociale zekerheid voor bejaarden ingesteld, en bovendien, als de voorwaarden aanwezig zijn, kan een deel van de gronden, bergen, watervlakten, stranden en zandbanken in collectieve eigendom die niet in contract zijn gegeven, worden benut als productiebasis ten bate van bejaarden en de opbrengsten worden gebruikt voor de verzorging van bejaarden. Art.23 De locale volksregeringen geven steun aan bejaarden in de steden, die werkonbekwaam zijn, geen bron van inkomsten hebben, en geen verzorgers hebben, of waarvan de verzorgers werkelijk in de onmogelijkheid verkeren hen te onderhouden of te verzorgen. De collectieve economische organisaties van de dorpen staan in voor de kosdten van de vijf garanties van voeding, kleding, huisvesting, gezondheidszorg en begrafenis ten behoeve van bejaarden in de dorpen, die werkonbekwaam zijn, geen bron van inkomsten hebben, en geen verzorgers hebben, of waarvan de verzorgers werkelijk in de onmogelijkheid verkeren hen te onderhouden of te verzorgen. De volksregeringen van de dorpengemeenten, de dorpengemeenten van de nationaliteiten en de kleinsteden zijn belast met de organisatie en de uitvoering. Art.24 Burgers of organisaties wordt aanbevolen onderhoudsovereenkomsten te sluiten met bejaarden of andere overeenkomsten voor bijstand(7). Art.25 De staat stelt allerlei systemen van ziekteverzekering in om te voorzien in de basisbehoeften aan gezondheidszorg van de bejaarden. Bij het vaststellen van regels voor de ziekteverzekering moeten de desbetreffende departementen bijzondere aandacht schenken aan de bejaarden. De medische behandelingen die de bejaarden op grond van de wet toekomen, worden gegarandeerd. Art.26 Als bejaarden ziek zijn en zij zelf of hun verzorgers werkelijk niet in staat zijn de kosten van de medische behandeling te betalen, kunnen de locale volksregeringen naargelang de omstandigheden passende steun geven en ook de gemeenschap vragen bij te springen. Art.27 Medische instellingen moeten ziekenhuisbehandeling toegankelijk maken voor bejaarden en voor behandeling in een ziekenhuis voorrang geven aan bejaarden van zeventig jaar of ouder. Gratis medische behandeling van bejaarden wordt aangemoedigd. Art.28 De staat neemt maatregelen om het onderzoek van ouderdomskwalen en de opleiding van geriaters te intensifiëren teneinde de preventie, de behandeling en het wetenschappelijk onderzoek van ouderdomsziekten op een hoger peil te brengen. Allerlei vormen van gezondheidsonderwijs zullen worden ontwikkeld om de kennis over het behoud van gezondheid van bejaarden te veralgemenen en bejaarden het belang van het bewaken van de eigen gezondheid te doen inzien. Art.29 Wanneer organisaties waar bejaarden deel van uitmaken overgaan tot het toewijzen, opknappen of verkopen van woningen, moeten zij, rekening houdend met de feitelijke situatie en de desbetreffende normen, bijzondere aandacht schenken aan de behoeften van de bejaarden. Art.30 Bij het nieuw bouwen of verbouwen van stedelijke openbare voorzieningen, woonwijken en huizen, moeten de bijzondere behoeften van bejaarden mee in de berekening worden opgenomen en voorzieningen worden gebouwd die zijn aangepast aan het dagelijks leven en de activiteiten van bejaarden. Art.31 Bejaarden hebben het recht onderwijs te blijven ontvangen. De staat ontwikkelt onderwijs voor bejaarden en moedigt ook de gemeenschap aan allerlei scholen voor bejaarden te openen. De volksregeringen van alle niveaus moeten hun leiding over het bejaardenonderwijs versterken en eenvormig regelen. Art.32 De staat en de maatschappij nemen maatregelen om voor bejaarden geschikte massa-activiteiten te ontwikkelen op het gebied van cultuur, sport en ontspanning, ter verrijking van hun geestelijk en cultureel leven Art.33 De staat stimuleert en helpt maatschappelijke organisaties en personen om voorzieningen voor bejaarden op te richten zoals welzijnscentra, rusthuizen(8), appartementen, herstellingsoorden en plaatsen voor hun culturele activiteiten en sportbeoefening. De locale volksregeringen van alle niveaus moeten geleidelijk, naar de mate van haar economische ontwikkeling, de investeringen in welzijn voor ouderen opvoeren en welzijnsvoorzieningen uitbouwen. Art.34 Om te voorzien in de behoeften van de bejaarden moeten de volksregeringen van alle niveaus ondernemingen er toe brengen dagelijkse gebruiksartikelen voor bejaarden te ontwikkelen, te produceren en in de handel te brengen. Art.35 Gemeenschapsdiensten worden uitgebreid en geleidelijk worden voorzieningen voor dienstverlening en netwerken uitgebouwd om de diensten te verlenen die de bejaarden nodig hebben in het dagelijks leven, voor culturele en sportieve activiteiten, voor verpleging en herstel bij ziekte, en andere dergelijke diensten. De uitstekende traditie van wederzijdse burenhulp wordt bevorderd; buren worden gestimuleerd zorg en hulp te bieden aan bejaarde buren die in moeilijke omstandigheden verkeren. Vrijwilligers worden aangemoedigd en geholpen om diensten aan bejaarden te verlenen Art.36 De locale volksregeringen van alle niveaus kunnen, naargelang de locale situatie, voorrang en bijstand geven aan bejaarden om bezoeken af te leggen of uitstappen te maken en gebruik te maken van de transportmiddelen van het openbaar vervoer. Art.37 In de dorpen hebben de bejaarden geen plicht tot arbeiden noch hoeven zij voor het publieke groeifonds te arbeiden. Art.38 Radio-programmas, films, televisieprogrammas, kranten en tijdschriften moeten de bejaarden dienen door hun leven zichtbaar te maken en door propaganda te voeren voor het beschermen van de wettige rechten en belangen van de bejaarden. Art.39 Als bejaarden werkelijk moeilijkheden ondervinden om de proceskosten te betalen voor rechtzaken die zij inspannen wegens inbreuk op hun wettige rechten en belangen, mogen zij de betaling uitstellen, minder betalen of vrijgesteld worden van betaling. Als zij de hulp van advocaten nodig hebben, maar niet in staat zijn de advocatenkosten te betalen, kunnen zij rechtsbijstand krijgen. HOOFDSTUK IV DEELNEMEN AAN DE SOCIALE ONTWIKKELINGArt.40 Staat en maatschappij moeten de kennis van de bejaarden, hun bekwaamheden, hun ervaringen in revolutie en opbouw waarderen en koesteren, eerbied hebben voor hun uitstekende morele karakter, en ruimte scheppen voor de bekwaamheden en gaven van de bejaarden. Art.41 De staat moet voor de bejaarden de voorwaarden scheppen om deel te aan de opbouw van de socialistische materiële en geestelijke beschaving. Naar gelang de maatschappelijke behoeften en mogelijkheden worden de bejaarden, op vrijwillige basis en volgens hun bekwaamheid, aangemoedigd de volgende activiteiten te ondernemen: (1) jongeren en kinderen onderricht geven in socialisme, vaderlandsliefde en collectivisme, flink aanpakken en andere uitstekende tradities; (2) hun culturele, wetenschappelijke en technologische kennis doorgeven; (3) diensten als raadgever aanbieden; (4) met inachtneming van de wet, deelnemen in het ontwikkelen en toepassen van wetenschap en technologie; (5) met inachtneming van de wet, activiteiten op het gebied van handel en nijverheid ondernemen; (6) instellingen van maatschappelijk welzijn oprichten; (7) deelnemen aan het bewaren van de openbare orde, helpen en bemiddelen in geschillen tussen burgers; (8) deelnemen aan andere maatschappelijke activiteiten. Art.42 De wettige inkomsten van de bejaarden uit hun arbeidsdeelname worden beschermd door de wet. HOOFDSTUK V WETTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEIDArt.43 Als de wettige rechten en belangen van een bejaarde worden geschonden, hebben hij of zijn vertegenwoordiger het recht te verzoeken dat het betrokken departement de zaak behandelt, of overeenkomstig de wet een rechtsvordering in te dienen bij de volksrechtbank. De volksrechtbank of het betrokken departement moeten onmiddellijk, in overeenstemming met de wet, het verzoek, de klacht of de melding van de schending van de wettige rechten en belangen van de bejaarde in behandeling nemen, zij mogen de behandeling niet op anderen afschuiven of op de lange baan schuiven. Art.44 Als een departement of organisatie hun plicht van bescherming van de rechten en belangen van bejaarden niet vervullen, moet het hogere bevoegde departement hen bekritiseren en onderrichten en bevelen hun gedrag te verbeteren, of hun een administratieve tuchtmaatregel opleggen; betreft het een misdrijf, dan wordt in overeenstemming met de wet een onderzoek ingesteld naar hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Art.45 Als tussen de bejaarde en zijn familieleden een geschil ontstaat over het onderhoud, verzorging, woning of eigendommen, kan de bejaarde vragen dat de organisaties waar zijn familieleden bij horen, of het stadbewonerscomité of het dorpbewonerscomité vragen te bemiddelen, ook rechtstreeks een rechtsvordering indienen bij de volksrechtbank. Wanneer wordt bemiddeld in een geschil als genoemd in het vorige lid, moeten de familieleden die tekort zijn geschoten, bekritiseerd en beleerd worden en bevel krijgen hun gedrag te verbeteren. Als de eis van de bejaarde de kosten van onderhoud of verzorging betreft, kan de volksrechtbank in overstemming met de wet uitvoering bij voorraad bevelen. Art.46 Wie een bejaarde op geweldadige of andere wijze publiekelijk vernedert, met verzonnen verhalen belastert, of beledigt, wordt in minder ernstig gevallen gestraft op grond van de desbetreffende bepalingen in het «Reglement op de administratieve straffen ter handhaving van de openbare orde»; betreft het een misdrijf, dan wordt in overeenstemming met de wet een onderzoek ingesteld naar hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Art.47 Tegen degene die zich met geweld inmengt in de huwelijksvrijheid van een bejaarde, of die onderhoudsplichtig of verzorgingsplichtig is jegens een bejaarde maar weigert hem te onderhouden of te verzorgen, wordt, als het een ernstig geval betreft en dus een misdrijf is, in overeenstemming met de wet een onderzoek ingesteld naar de strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Art.48 Familieleden die eigendommen van de bejaarde stelen, door bedrog verkrijgen, zich met geweld toeëigenen, afpersen of opzettelijk vernielen, worden in minder ernstig gevallen gestraft op grond van de desbetreffende bepalingen in het «Reglement op de administratieve straffen ter handhaving van de openbare orde»; betreft het een misdrijf, dan wordt in overeenstemming met de wet een onderzoek ingesteld naar hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid. HOOFDSTUK VI AANVULLENDE BEPALINGENArt.49 De volksvergaderingen van de gebieden met nationaal zelfbestuur mogen, met inachtneming van de beginselen van deze wet, in verband met de concrete situatie van de gewoonten en gebruiken van de locale minderheden, overeenkomstig de wettelijk voorgeschreven procedure aangepaste of aanvullende bepalingen vaststellen. Art.50 Deze wet treedt in werking op 1 october 1996
1) art.45 Gw-1982
|