|
|
|
Adoptie is in China nooit populair geweest. Een lang leven, kinderzegen en rijkdom vormden het drievoudig verhoopte geluk. Alleen grote armoede en tijden van hongersnood of oorlog kon er toe leiden dat een huisvader zijn kinderen verstootte of verkocht. In de keizertijd was adoptie alleen toegestaan aan mannen zonder mannelijk nageslacht en dan alleen van bepaalde bloedverwanten langs vaderskant, of uit een oogpunt van barmhartigheid om de zorg voor wezen op zich te nemen. Ook in de Volksrepubliek bleef het drievoudig verhoopte geluk het ideaal van het proletariaat, maar de verwezenlijking van het ideaal werd variabel gepermitteerd. Onder Mao was rijkdom een bewijs van contrarevolutionaire gezindheid, getuige het afslachten of hervormen van zgn. landheren, rijke boeren en kapitalisten, en de vervolging van hen en hun nageslacht tijdens de GPCR. Kinderzegen daarentegen was tot de hongersnoodjaren van 1958 tot 1962 gewenst omdat ieder paar handen twee extra werkhanden waren. Daarna werd het aantal kinderen beperkt tot twee. Onder Deng was het nastreven en verkrijgen van rijkdom juist goed voor het bereiken van de modernisering van industrie en landbouw.Kinderzegen daarentegen ongewenst, omdat iedere economische vooruitgang ongedaan zou worden gemaakt door de toeneming van het aantal monden dat moest worden gevoed. Vandaar de door Deng in 1979 aangekondigde stringenter geboortenplanning, d.w.z. het één-kind-beleid, dat leidde tot verplichte sterilisatie en abortus onder dwang. Dat beleid, samen met de voorkeur voor mannelijk nageslacht, had ook tot gevolg dat vooral meisjes bij de geboorte werden gesmoord, verkocht of te vondeling gelegd. Voor zover de laatsten het overleefden, werden ze in tehuizen gestopt of particulier opgevangen. De recente hervorming van de staatsbedrijven, die grote werkloosheid meebracht en vlucht naar de stad en daarmee ontwrichting van het familieleven, bevorderde het verlaten van kinderen, die in een tehuis terecht kwamen of particulier werden opgevangen. Het kwam ook voor dat een kind dat in strijd met de voorschriften van de geboorteplanning was verwekt en geboren, werd verlaten zodat het zgn. als verlaten kind door de eigen ouders kon worden opgevangen. Voorts was er het probleem van de opvang van gehandicapte kinderen die niet door hun ouders konden worden verzorgd en van de wezen. Om vooral de opvang door particulieren onder controle te brengen, werden wetten en procedures voor adoptie opgesteld. Ook werd het buitenlanders wettelijk mogelijk gemaakt in China een kind te adopteren, wat vooral voor de meisjes en de gehandicapten een uitkomst biedt.
|