|
|
|
ADOPTIEWET VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA (1)(29 december 1991 aangenomen door het Permanente Comité van de Zevende Nationale Volksvergadering in zijn drie en twintigste Zitting) NHOUDSTAFEL
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGENArt.1 Deze wet is vastgesteld teneinde de wettige adoptieverhoudingen te beschermen en de rechten van de in de adoptiebetrekking betrokken partijen (2) te verzekeren. Art.2 De adoptie moet de verzorging en het opgroeien van de geadopteerde minderjarige tot voordeel strekken, de beginselen van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid eerbiedigen, en mag niet in strijd zijn met de sociale moraal. Art.3 De adoptie mag niet in strijd zijn met de wetten en reglementen inzake geboortenregeling. HOOFDSTUK II ONTSTAAN VAN DE ADOPTIEBETREKKINGArt.4 De volgende minderjarigen beneden de leeftijd van veertien jaar kunnen geadopteerd worden: 1. wezen die vader èn moeder verloren (3); 2. te vondeling gelegde babies of verlaten kinderen waarvan de eigen ouders gezocht maar niet gevonden zijn; 3. kinderen waarvan de ouders door buitengewoon moeilijke omstandigheden de kracht missen om hen groot te brengen (4). Art.5 De volgende burgers en instellingen kunnen kinderen ter adoptie afstaan: 1. voogden van wezen; 2. instellingen voor maatschappelijk welzijn; 3. ouders die door buitengewoon moeilijke omstandigheden de kracht missen om hun kinderen groot te brengen. Art.6 De adoptant moet aan de volgende voorwaarden tegelijkertijd voldoen: 1. kinderloos zijn; 2. in staat zijn de geadopteerde groot te brengen en op te voeden; 3. minstens vijf en dertig jaar zijn. Art.7 Een minstens vijf en dertig jarige, kinderloze burger die een kind adopteert van een bloedverwant van dezelfde generatie tot in de derde graad van de zijlijn (5), wordt niet beperkt door art.4 sub 3, art.5 sub 3 en art.9 van deze wet, ook de beperking tot kinderen beneden de leeftijd van veertien jaar vervalt. Als een Overzeese Chinees een kind adopteert van een bloedverwant van dezelfde generatie tot in de derde graad van de zijlijn, vervalt ook de beperking dat de adoptant kinderloos moet zijn. Art.8 De adoptant kan slechts één kind adopteren. De beperkingen dat een adoptant kinderloos moet zijn, minstens vijf en dertig jaar oud moet zijn, en slecht één kind mag adopteren, vervallen voor de adoptant van wezen of gehandicapte kinderen. Art.9 Als een ongehuwde man een meisje adopteert moet tussen hen een leeftijdsverschil bestaan van minstens veertig jaar. Art.10 Als de eigen ouders van het kind het kind ter adoptie afstaan, moeten zij dit samen doen. Als één van beide ouders onbekend is of geen bekende verblijfplaats heeft, mag de andere ouder het kind éénzijdig ter adoptie afstaan. Als gehuwden een kind adopteren, moeten man en vrouw dit samen doen. Art.11 De adoptie moet bij beide partijen, de adoptant en degene die het kind ter adoptie afstaat, op vrijwilligheid berusten. Als een kind van tien jaar of ouder wordt geadopteerd, moet het kind worden gevraagd of het instemt met de adoptie. Art.12 Als de ouders van een minderjarige niet volledig burgerrechtelijk handelingsbekwaam zijn, mag de voogd van deze minderjarige het kind niet ter adoptie afstaan, behalve als de ouders de minderjarige in groot gevaar kunnen brengen. Art.13 Als een voogd een minderjarige ter adoptie afstaat, moet hij de onderhoudsplichtigen vragen of zij instemmen met de adoptie. Als de onderhoudsplichtigen niet met de adoptie instemmen en de voogd niet langer het voogdijschap wil uitoefenen, moet de voogd vervangen worden conform de bepalingen van de « Algemene Beginselen van Burgerlijk Recht van de Volksrepubliek China» (6). Art.14 Een stiefvader of stiefmoeder kunnen, met toestemming van de eigen ouders van het kind, een stiefkind adopteren zonder gebonden te zijn aan de beperkingen van art.4 sub 3, art.5 sub 3 en art.6 van deze wet of aan de beperking tot kinderen beneden de leeftijd van veertien jaar. Art.15 Adopties van te vondeling gelegde babies en verlaten kinderen waarvan de eigen ouders gezocht maar niet gevonden zijn, en van wezen die in instellingen voor maatschappelijk welzijn worden grootgebracht, moeten worden geregistreerd bij het bureau burgerlijke zaken van de volksregering. Naast het bepaalde in het voorgaande lid, moeten de adoptant en degene die het kind ter adoptie afstaat, conform de voorwaarden inzake adoptie en het afstaan ter adoptie bepaald in deze wet, een schriftelijke adoptie-overeenkomst sluiten. Zij kunnen de adoptie tevens notarieel laten vastleggen; als de adoptant of degene die het kind ter adoptie afstaat dat wenst, moet de adoptie notarieel worden vastgelegd. Art.16 Wezen en kinderen waarvan de eigen ouders de kracht missen om hen groot te brengen, kunnen worden grootgebracht door verwanten of vrienden van de ouders. De adoptiebetrekking is niet van toepassing op de betrekking tussen de persoon die het kind grootbrengt en het kind (7). Art.17 Als een echtgenoot overlijdt en de andere echtgenoot het kind ter adoptie afstaat, hebben de ouders van de overleden echtgenoot voorrangsrecht om het kind groot te brengen. Art.18 Wie een kind ter adoptie heeft afgestaan, mag dat niet als reden aanvoeren om in strijd met de bepalingen inzake geboortenregeling nog een kind ter wereld te brengen (8). Art.19 Het is streng verboden kinderen te kopen of te verkopen, of onder het mom van adoptie kinderen te kopen of te verkopen. Art.20 Buitenlanders kunnen op grond van deze wet in de Volksrepubliek China kinderen adopteren. Buitenlanders die in China een kind adopteren, moeten de bewijzen en gegevens overleggen van hun leeftijd, echtelijke staat, beroep, vermogen, gezondheid, en aan- of afwezigheid van een strafblad, welke bewijzen en gegevens door een notaris of notariskantoor van hun woonland notarieel opgesteld moeten zijn en door de Chinese Ambassade of het Chinese Consulaat die in dat land gevestigd zijn, voor echt zijn verklaard. De betrokken adoptant moet een schriftelijke adoptie-overeenkomst sluiten met de persoon die het kind ter adoptie afstaat, persoonlijk de adoptie laten registreren bij het bureau burgerlijke zaken van de volksregering, en zich wenden tot een aangewezen notariskantoor voor de notariële vastlegging. De adoptiebetrekking ontstaat op de dag van de notariële vastlegging. Art.21 Als de adoptant en degene die het kind ter adoptie afstaat wensen dat de adoptie geheim wordt gehouden, moeten anderen aan hun wens gehoor geven en het stilzwijgen bewaren. HOOFDSTUK III RECHTSKRACHT VAN DE ADOPTIEArt.22 Op de dag dat de adoptiebetrekking ontstaat, worden op de rechten en plichten tussen adoptiefouders en adoptiefkinderen de wettelijke bepalingen over de betrekking tussen ouders en kinderen toegepast; op de rechten en plichten tussen de adoptiefkinderen en de naaste verwanten van de adoptiefouders worden de wettelijke bepalingen over de betrekking tussen kinderen en naaste verwanten van de ouders toegepast. De betrekking van rechten en plichten tussen het geadopteerde kind en zijn eigen ouders en andere naaste verwanten vervalt bij het ontstaan van de adoptiebetrekking. Art.23 Adoptiefkinderen kunnen de familienaam van hun adoptiefvader of adoptiefmoeder aannemen; zij mogen ook hun oorspronkelijke familienaam behouden als de betrokken partijen (9) na onderling beraad daarmee instemmen. Art.24 Handelingen betreffende adoptie die in strijd zijn met art.55 van de « Algemene Beginselen van Burgerlijk Recht van de Volksrepubliek China» en met de bepalingen van deze wet, hebben geen rechtskracht. Handelingen betreffende adoptie die door de volksrechtbank ongeldig zijn verklaard, verliezen hun rechtskracht vanaf het tijdstip van de handeling. HOOFDSTUK V BEEINDIGING VAN DE ADOPTIEBETREKKINGArt.25 Zolang de geadopteerde minderjarig is mag de adoptant geen einde maken aan de adoptiebetrekking, behalve als de adoptant en de persoon die het kind ter adoptie heeft afgestaan overeenkomen die adoptiebetrekking te beëindigen. Als het adoptiefkind tien jaar of ouder is, moet het kind worden gevraagd of het instemt met de beëindiging van de adoptie. Als de adoptant zijn onderhoudsplicht jegens het kind niet vervult, het mishandelt, verstoot, of andere handelingen pleegt die de rechten en belangen van het minderjarige adoptiefkind schaden, heeft degene die het kind ter adoptie heeft afgestaan het recht de beëindiging te vragen van de adoptiebetrekking tussen de adoptant en het adoptiefkind. Als degene die het kind ter adoptie heeft afgestaan en de adoptant geen overeenstemming kunnen bereiken over de beëindiging van de adoptie, kan de zaak voor de volksrechtbank worden gebracht. Art.26 Als de verhouding tussen de adoptiefouders en het meerderjarig adoptiefkind zodanig verslechtert, dat samenleven onmogelijk is geworden, kunnen zij overeenkomen de adoptiebetrekking te beëindigen. Als zij niet tot overeenstemming kunnen komen, kan de zaak voor de volksrechtbank worden gebracht. Art.27 Als de partijen (10) hun adoptiebetrekking willen beëindigen, moeten zij daarover een schriftelijke overeenkomst sluiten. Als de adoptiebetrekking is ontstaan door registratie bij een bureau burgerlijke zaken, moeten zij zich tot het bureau burgerlijke zaken wenden om de beëindiging van de adoptiebetrekking te laten registreren. Als de adoptiebetrekking notarieel is vastgelegd, moeten zij zich tot het notariskantoor wenden voor het notarieel vastleggen van de beëindiging van de adoptiebetrekking. Art.28 Na de beëindiging van de adoptiebetrekken vervallen de rechten en plichten tussen het adoptiefkind en de adoptiefouders en andere naaste verwanten, en herleven de rechten en plichten in de betrekking met de eigen ouders en andere naaste verwanten. Of de rechten en plichten in de betrekking tussen het meerderjarig adoptiefkind en de eigen ouders en andere naaste verwanten herleven of niet, kan in onderling beraad worden geregeld. Art.29 Na de beëindiging van de adoptiebetrekking moet een meerderjarige adoptiefkind dat door de adoptiefouders werd grootgebracht, bijdragen in de kosten van levensonderhoud van adoptiefouders die arbeidsonbekwaam zijn geworden en geen bron van inkomsten hebben. Als de adoptiebetrekking werd beëindigd omdat het meerderjarige adoptiefkind zijn adoptiefouders had mishandeld of verstoten, kunnen de adoptiefouders eisen dat het adoptiefkind hen de kosten vergoedt die zij tijdens de adoptie hebben gemaakt voor zijn levensonderhoud en opvoeding. Als de eigen ouders van het adoptiefkind de beëindiging van de adoptiebetrekking wensen, mogen de adoptiefouders hen een passende vergoeding vragen voor de kosten die zij tijdens de adoptie hebben gemaakt voor zijn levensonderhoud en opvoeding, behalve als de adoptiebetrekking werd beëindigd omdat de adoptiefouders het kind hadden mishandeld of verstoten. HOOFDSTUK V WETTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEIDArt.30 Wanneer iemand onder het mom van adoptie een kind ontvoert of verkoopt, wordt een onderzoek ingesteld naar zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid volgens het «Besluit van het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering inzake strenge bestraffing van misdadigers die vrouwen of kinderen ontvoeren om te verkopen, of kidnappen» (11). Hij die een baby te vondeling legt of een kind verstoot, wordt door het bureau van de openbare veiligheid bestraft met een geldboete van ten hoogste 1000 yuan; als de omstandigheden zo afschuwelijk zijn dat zijn daad een misdrijf uitmaakt, wordt een onderzoek ingesteld naar zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid volgens artikel 183 van de Strafwet. Hij die zijn eigen kind verkoopt, wordt gestraft opgrond van lid 2 van dit artikel. HOOFDSTUK VI AANVULLENDE BEPALINGENArt.31 De volksvergaderingen van de gebieden met nationaal zelfbestuur en hun permanente comités kunnen, op grond van de beginselen van deze wet en in het licht van de locale omstandigheden, afwijkende of aanvullende regels vaststellen. Gewesten met zelfbestuur melden deze regels aan het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering ter registratie. Prefecturen en districten met zelfbestuur melden deze regels ter goedkeuring aan de permanente comités van de volksvergaderingen van de provincie of het gewest met zelfbestuur; na de goedkeuring worden zij van kracht, en gemeld aan het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering ter registratie. Art.32 De Staatraad kan op grond van deze wet uitvoeringsbepalingen vaststellen. Art.33 Deze wet treedt op 1 april 1992 in werking.
1) In 1998 zijn de art. 2, 6, 7, 8, 14, 15, 20, 27
en 30 (deels) gewijzigd en is een nieuw art.16 ingevoegd.
|