BwB-1986

Home Up

mannetjesvijf-anim.gif (29398 bytes)

ALGEMENE BEGINSELEN VAN BURGERLIJK RECHT VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA

(aangenomen 12 april 1986 tijdens de Vierde Zitting van de Zesde Nationale Volksvergadering en in werking tredend 1 januari 1987)(1)

 

INHOUDSTAFEL

HOOFDSTUK I GRONDBEGINSELEN

HOOFDSTUK II BURGERS (NATUURLIJKE PERSONEN)

AFD.I BURGERLIJKE RECHTSBEVOEGDHEID EN BURGERLIJKE HANDELINGSBEKWAAMHEID

AFD.II VOOGDIJ

AFD.III VERKLARING VAN VERMISSING EN VERKLARING VAN OVERLIJDEN

AFD.IV INDIVIDUELE ONDERNEMERS IN INDUSTRIE OF HANDEL EN HOUDERS VAN RURALE UITBATINGSCONTRACTEN

AFD.V MAATSCHAP

HOOFDSTUK III RECHTSPERSONEN

AFD.I ALGEMENE BEPALINGEN

AFD.II ONDERNEMINGEN ALS RECHTSPERSONEN

AFD.III STAATSORGANEN, INSTELLINGEN EN MAATSCHAPPELIJKE VERENIGINGEN ALS RECHTSPERSONEN

AFD.IV GEZAMENLIJKE BEDRIJFSVOERING

HOOFDSTUK IV BURGERLIJKE RECHTSHANDELINGEN EN VERTEGENWOORDIGING

AFD.I BURGERLIJKE RECHTSHANDELINGEN

AFD.II VERTEGENWOORDIGING

HOOFDSTUK V BURGERLIJKE RECHTEN

AFD.I EIGENDOM VAN GOEDEREN EN MET EIGENDOM VAN GOEDEREN VERBAND HOUDENDE RECHTEN

AFD.II VERBINTENISSEN

AFD.III INTELLECTUELE EIGENDOM

AFD.IV PERSOONSRECHTEN

HOOFDSTUK VI BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID

AFD.I ALGEMENE BEPALINGEN

AFD.II BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHENDING VAN OVEREENKOMSTEN

AFD.III BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR ONRECHTMATIGE DADEN

AFD.IV VORMEN VAN BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID

HOOFDSTUK VII VERJARING VAN RECHTSVORDERINGEN

HOOFDSTUK VIII WETTEN TOEPASSELIJK OP BUITENLANDSE BURGERLIJKE BETREKKINGEN

HOOFDSTUK IX AANVULLENDE BEPALINGEN

HOOFDSTUK I GRONDBEGINSELEN

Art.1 Deze wet is vastgesteld op basis van de Grondwet en de actuele situatie van ons land en als resultaat van onze practische ervaringen met burgerlijke handelingen, om de wettige(2) burgerlijke rechten van burgers en rechtspersonen te waarborgen, de burgerlijke betrekkingen correct te regelen, en te voldoen aan de behoeften van de verdere uitbouw van de socialistische moderniseringen.

Art.2 Het burgerlijk recht van de Volksrepubliek China regelt de vermogensrechtelijke en personenrechtelijke betrekkingen tussen burgers, tussen rechtspersonen, en tussen burgers en rechtspersonen, als gelijkgerechtigde rechtssubjecten.

Art.3 Partijen staan bij burgerlijke handelingen op gelijke voet.

Art.4 Burgerlijke handelingen moeten steunen op de beginselen van vrijwilligheid, billijkheid, gelijkwaardige tegenprestaties, eerlijkheid en goede trouw.

Art.5 De wettige burgerlijke rechten en belangen(3) worden door de wet beschermd en mogen door geen enkele eorganisatie of persoon worden geschonden.

Art.6 Burgerlijke handelingen moeten in overeenstemming zijn met de wet; waar wetsbepalingen ontbreken, moeten de richtlijnen van de staat worden gevolgd.

Art.7 Burgerlijke handelingen moeten de sociale publieke moraal eerbiedigen, en mogen niet het algemene maatschappelijke belang schaden, het staatsplan voor de economie ondermijnen of de sociaal-economische orde verstoren.

Art.8 De wet van de Volksrepubliek China is van toepassing op burgerlijke handelingen die plaatsvinden op het grondgebied van de Volksrepubliek China, tenzij de wet anders bepaalt.

De bepalingen van deze wet die burgers(4) betreffen, zijn ook van toepassing op buitenlanders en statenlozen die zich op het grondgebied van de Volksrepubliek China bevinden, tenzij de wet anders bepaalt.

HOOFDSTUK II BURGERS (NATUURLIJKE PERSONEN)(5)

AFD.I BURGERLIJKE RECHTSBEVOEGDHEID EN BURGERLIJKE HANDELINGSBEKWAAMHEID

Art.9 Vanaf hun geboorte tot aan hun dood bezitten burgers burgerlijke rechtsbevoegdheid, en genieten zij burgerlijke rechten overeenkomstig de wet en dragen burgerlijke plichten overeenkomstig de wet(6).

Art.10 De burgerlijke rechtsbevoegdheid van de burgers is voor allen gelijk.

Art.11 Een burger van achttien jaar of ouder is meerderjarig, bezit de volle burgerlijke handelingsbekwaamheid, kan zelfstandig burgerlijke handelingen verrichten, en is een volledig burgerlijk handelingsbekwaam persoon.

Een burger ouder dan zestien maar jonger dan achttien jaar die voornamelijk met inkomsten uit eigen arbeid in zijn levensonderhoud voorziet, wordt als een volledig burgerlijk handelingsbekwaam persoon beschouwd.

Art.12 Een minderjarige van tien jaar of ouder is beperkt burgerlijk handelingsbekwaam en kan burgerlijke handelingen verrichten die bij zijn leeftijd en intelligentie passen; in andere burgerlijke handelingen wordt hij door zijn wettelijke vertegenwoordiger vertegenwoordigd of vraagt hij diens toestemming.

Een minderjarige jonger dan tien jaar is een burgerlijk handelingsonbekwaam persoon en wordt in burgerlijke handelingen vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Art.13 Een geesteszieke die geen enkel begrip heeft van zijn eigen handelingen, is een burgerlijk handelingsonbekwaam persoon en wordt in burgerlijke handelingen vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Een geesteszieke die niet het volle begrip heeft van zijn eigen handelingen is beperkt burgerlijk handelingsbekwaam en kan burgerlijke handelingen verrichten die bij zijn geestelijke gezondheidstoestand passen; in andere burgerlijke handelingen wordt hij door zijn wettelijke vertegenwoordiger vertegenwoordigd of vraagt hij diens toestemming.

Art.14 De voogd van een burgerlijk handelingsonbekwaam persoon of een beperkt handelingsbekwaam persoon is zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Art.15 De verblijfplaats van de burger op de plaats waar hij geregistreerd staat, wordt als zijn woonplaats beschouwd; is de plaats waar hij gewoonlijk verblijft, niet dezelfde als zijn woonplaats, dan wordt zijn gewoonlijke verblijfplaats als zijn woonplaats beschouwd.

AFD.II VOOGDIJ

Art.16 De ouders van de minderjarige zijn zijn voogd.

Als de ouders van een minderjarige zijn overleden of onbekwaam zijn om voogd te zijn, neemt een van de volgende personen, die bekwaam zijn om voogd te zijn, de voogdij op zich:

(1) de grootouders van vaders- of moederszijde;

(2) oudere broers of zusters;

(3) andere verwanten of vrienden die met hem in nauwe betrekking staan en de voogdij op zich willen nemen, als de werkeenheid van de vader of de moeder, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de minderjare toestemming geeft.

Als er onenigheid is over de persoon die de voogdij op zich wil nemen, wordt door de werkeenheid van de vader of de moeder, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de minderjare een voogd aangewezen uit de naaste verwanten. Als de aanwijzing wordt betwist en een rechtsvordering wordt ingesteld, beslist de volksrechtbank.

Als een voogd als bepaald in lid 1 en lid 2 ontbreekt, neemt de werkeenheid van de vader of de moeder, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de minderjare of een regeringsbureau de voogdij op zich.

Art.17 Voor geesteszieken die burgerlijk handelingsonbekwaam of beperkt burgerlijk handelingsbekwaam zijn, treedt een van de volgende personen als voogd op:

(1) de echtgenoot of echtgenote;

(2) de ouders;

(3) meerderjarige kinderen;

(4) andere naaste verwanten;

(5) andere verwanten of vrienden die met hem in nauwe betrekking staan en de voogdij op zich willen nemen, als de werkeenheid waar de geesteszieke verblijft, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de geesteszieke toestemming geeft.

Als er onenigheid is over de persoon die de voogdij op zich wil nemen, wordt door de werkeenheid waar de geesteszieke verblijft, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de geesteszieke een voogd aangewezen uit de naaste verwanten. Als de aanwijzing wordt betwist en een rechtsvordering wordt ingesteld, beslist de volksrechtbank.

Als een voogd als bepaald in lid 1 ontbreekt, neemt de werkeenheid waar de geesteszieke verblijft, of het dorpsbewonerscomité of stadsbewonerscomité van de woonplaats van de geesteszieke of een regeringsbureau de voogdij op zich.

Art.18 De voogd moet de taken van de voogdij vervullen, en de persoon, de eigendommen en de overige rechten en belangen van zijn pupil beschermen; tenzij in het belang van de pupil, mag de voogd niet over de eigendommen van de pupil beschikken.

Het recht van de voogd om de voogdij in overeenstemming met de wet uit te oefenen, wordt door de wet beschermd.

Als de voogd de taken van de voogdij niet vervult, of de wettige rechten en belangen van de pupil schendt, is hij daarvoor aansprakelijk; als voor de pupil vermogensschade ontstond, moet hij de schade vergoeden. De volksrechtbank kan op verzoek van een betrokken persoon of werkeenheid zijn erkenning als voogd intrekken.

Art.19 Een persoon die gemeenschappelijke belangen heeft met een geesteszieke kan de volksrechtbank verzoeken om de geesteszieke burgerlijk handelingsonbekwaam of beperkt handelingsbekwaam te verklaren.

Wanneer iemand door de volksrechtbank burgerlijk handelingsonbekwaam of beperkt handelingsbekwaam is verklaard, kan naargelang zijn gezondheidstoestand verbeterd is, de volksrechtbank op verzoek van de betrokkene of een belanghebbende, hem beperkt of volledig burgerlijk handelingsbekwaam verklaren(7).

AFD.III VERKLARING VAN VERMISSING EN VERKLARING VAN OVERLIJDEN(8)

Art.20 Als twee jaar lang onbekend is waar een burger zich bevindt, kan een belanghebbende de volksrechtbank verzoeken hem vermist te verklaren.

Als in oorlogstijd onbekend is waar hij zich bevindt, begint de termijn van onbekendheid te lopen op de dag waarop de oorlog eindigt.

Art.21 De goederen van de vermiste persoon worden voor hem beheerd door zijn echtgenoot, ouders, meerderjarige kinderen, of andere naaste verwanten of vrienden. Als er een meningsverschil bestaat over dit beheer, of als de voornoemde personen ontbreken, of als niemand van de voornoemde personen in staat is het beheer te voeren, worden zij door een persoon aangewezen doorde volksrechtbank voor hem beheerd.

De onbetaalde belastingen en schulden van de vermiste en andere noodzakelijke kosten worden door de beheerder betaald uit het vermogen van de vermiste.

Art.22 Als een persoon die vermist verklaard is weer opduikt of als vast komt te staan waar hij zich bevindt, moet de volksrechtbank op verzoek van de betrokkene of een belanghebbende de verklaring van zijn vermissing intrekken.

Art.23 Als een burger zich in één van de volgende omstandigheden bevindt, kan een belanghebbende de volksrechtbank verzoeken hem oveleden te verklaren:

(1) als vier jaar lang onbekend is waar hij zich bevindt;

(2) als ten gevolge van een ongeluk onbekend is waar hij zich bevindt en sinds het ongeluk ten minste twee jaar zijn verlopen.

Als in oorlogstijd onbekend is waar hij zich bevindt, begint de termijn van onbekendheid te lopen op de dag waarop de oorlog eindigt.

Art.24 Als een persoon die overleden verklaard is weer opduikt of als vast komt te staan dat hij niet overleden is, moet de volksrechtbank op verzoek van de betrokkene of een belanghebbende de verklaring van zijn overlijden intrekken.

Burgerlijke rechtshandelingen die een burgerlijk handelingsbekwaam persoon heeft verricht in de periode van de overlijdensverklaring, zijn geldig.

Art.25 De persoon wiens overlijdensverklaring is ingetrokken, heeft het recht teruggave van zijn goederen te vragen. Burgers of organisaties die op grond van de erfwet zijn goederen hebben verkregen, moeten de oorspronkelijke goederen teruggeven of als deze niet meer voorhanden zijn, een overeenkomende vergoeding geven.

AFD.IV INDIVIDUELE ONDERNEMERS IN INDUSTRIE OF HANDEL EN HOUDERS VAN RURALE UITBATINGSCONTRACTEN

Art.26 Burgers die, binnen de wettelijk toegestane omvang, na goedkeuring en registratie in overeenstemming met de wet, industrie of handel bedrijven, zijn individuele ondernemers in industrie of handel en mogen een handelsnaam gebruiken.

Art.27 Leden van collectieve economische organisaties in de dorpen die, binnen de wettelijk toegestane omvang, in overeenstemming met de overeenkomst tot overneming van de uitbating, een bedrijf in verhandelbare zaken uitbaten, zijn houders van rurale uitbatingscontracten

Art.28 De wettige rechten en belangen van individuele ondernemers en houders van rurale uitbatingscontracten worden beschermd door de wet.

Art.29 De schulden van een individuele ondernemer of een houder van een ruraal uitbatingscontract worden, wanneer één persoon het bedrijf uitbaat, gedragen door zijn persoonlijke vermogen; wanneer een familie het bedrijf uitbaat, worden ze door het familievermogen gedragen.

AFD.V MAATSCHAP

Art.30 Onder maatschap wordt verstaan een samenwerkingsverband van personen, waarin twee of meer burgers ieder op grond van een overeenkomst geld, voorwerpen, technische kennis, enz., inbrengt voor een gezamenlijke bedrijfsuitbating en gemeenschappelijke arbeid.

Art.31 De vennoten moeten een schriftelijke overeenkomst opstellen voor zulke zaken als de hoogte van de kapitaalinbreng, het aandeel in de winst, de aansprakelijkheid voor de schulden, de toetreding tot de maatschap, de uittreding uit de maatschap en de ontbinding van de maatschap.

Art.32 De door de vennoten ingebrachte goederen worden door de vennoten gezamenlijk beheerd en gebruikt.

Goederen die door de gezamenlijke bedrijfsuitbating worden verworven, zijn eigendom van de vennoten gezamenlijk.

Art.33 De maatschap mag een handelsnaam gebruiken en, na goedkeuring en registratie in overeenstemming met de wet, binnen de goedgekeurde en geregistreerde bedrijvigheid bedrijvig zijn.

Art.34 Over de bedrijfsactiviteiten van de maatschap beslissen de vennoten gezamenlijk; de vennoten hebben het recht van uitvoering en toezicht(9).

De vennoten kunnen een bedrijfsvoerder kiezen die belast wordt met de leiding van het bedrijf. De burgerlijke aansprakelijkheid voor de bedrijfsactiviteiten van de bedrijfsvoerder en het overige personeel van de maatschap wordt door alle vennoten gedragen.

Art.35 Voor de betaling van de schulden van de maatschap is iedere vennoot, in evenredigheid met zijn kapitaalinbreng, of zoals bedongen in de maatschapsovereenkomst, met zijn vermogen aansprakelijk.

De vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de maatschap, tenzij de wet anders bepaalt. De vennoot die meer dan zijn deel in de schulden van de maatschap heeft betaald, heeft recht op vergoeding door de andere vennoten.

HOOFDSTUK III RECHTSPERSONEN

AFD.I ALGEMENE BEPALINGEN

Art.36 Een rechtspersoon is een organisatie die burgerlijke rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid bezit, en op grond van de wet zelfstandig burgerlijke rechten geniet en burgerlijke plichten draagt.

De burgerlijke rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid van een rechtspersoon ontstaan op het ogenblik dat de rechtspersoon is opgericht en vervallen op het ogenblik dat de rechtspersoon eindigt.

Art.37 Een rechtspersoon moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

(1) opgericht zijn in overeenstemming met de wet;

(2) de noodzakelijke goederen en het noodzakelijke werkkapitaal bezitten;

(3) een eigen naam, organisatiestructuur en zetel hebben;

(4) in staat zijn zelfstandig burgerlijke aansprakelijkheid te dragen.

Art.38 De persoon die, door de wet of de bepalingen van het statuut van de organisatie-rechtspersoon, als vertegenwoordiger van de rechtspersoon belast is met de uitoefening van het bestuur, is de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon.

Art.39 Zetel van de rechtspersoon is de plaats van haar hoofdvestiging.

Art.40 Als een rechtspersoon eindigt, moet vereffening plaatsvinden in overeenstemming met de wet en activiteiten die niet met de vereffening verband houden, moeten worden stopgezet.

AFD.II ONDERNEMINGEN ALS RECHTSPERSONEN

Art.41 Staatsondernemingen(10) en collectieve ondernemingen die beschikken over het door de staat bepaalde bedrag aan kapitaal, die organisatiestatuten, organisatiestructuur en een zetel hebben, en zelfstandig burgerlijke aansprakelijkheid kan dragen, krijgen na goedkeuring en registratie door de bevoegde organen de hoedanigheid van rechtspersoon.

Op het grondgebied van de Volksrepubliek China opgerichte gezamenlijke ondernemingen van Chinees-buitenlands kapitaal(11), samenwerkende Chinees-buitenlandse ondernemingen(12), en buitenlandse ondernemingen, die voldoen aan de voorwaarden voor een rechtspersoon, krijgen, na goedkeuring en registratie door het administratieve orgaan voor industrie en handel in overeenstemming met de wet, de hoedanigheid van rechtspersoon.

Art.42 Een onderneming-rechtspersoon moet binnen de goedgekeurde en geregistreerde bedrijvigheid gedreven worden.

Art.43 Een onderneming-rechtspersoon is burgerlijk aansprakelijk voor de bedrijfsactiviteiten van haar wettelijke vertegenwoordigers en overige personeel.

Art.44 Splitsing, samenvoeging of andere belangrijke veranderingen van ondernemingen-rechtspersonen moeten bij het registratiebureau worden geregistreerd en publiek bekendgemaakt worden.

Als een onderneming-rechtspersoon wordt gesplitst of samengevoegd, worden haar rechten en plichten respectievelijk genoten en gedragen door de rechtspersonen of rechtspersoon ontstaan na die verandering.

Art.45 Een onderneming-rechtspersoon eindigt om de volgende redenen:

(1) als zij in overeenstemming met de wet wordt opgeheven;

(2) als zij wordt ontbonden;

(3) als zij in overeenstemming met de wet failliet verklaard wordt;

(4) andere redenen.

Art.46 Als een onderneming-rechtspersoon eindigt, moet dit aan het registratiebureau worden gemeld ter schrapping van de registratie en publiek bekendgemaakt worden.

Art.47 Wanneer een onderneming-rechtspersoon wordt ontbonden, moet een vereffeningsorgaan worden opgericht dat de vereffening doet. Wanneer een onderneming-rechtspersoon wordt opgeheven of failliet verklaard, moet door het bevoegde orgaan of door de volksrechtbank de oprichting van een vereffeningsorgaan door de betrokken organen of personen worden georganiseerd, dat de vereffening doet.

Art.48 Een staatsonderneming-rechtspersoon draagt burgerlijke aansprakelijkheid ten belope van de kapitaalgoederen die de staat haar voor de bedrijfsvoering en beheer heeft gegeven. Een collectieve onderneming-rechtspersoon draagt burgerlijke aansprakelijkheid ten belope van de kapitaalgoederen die haar eigendom zijn.

Een gezamenlijke ondernemingen van Chinees-buitenlands kapitaal, samenwerkende Chinees-buitenlandse onderneming, of buitenlandse onderneming als rechtspersonen dragen burgerlijke aansprakelijkheid ten belope van de kapitaalgoederen die haar eigendom zijn, tenzij de wet anders bepaalt.

Art.49 Als zich bij een onderneming-rechtspersoon een van de volgende omstandigheden voordoet, kan, naast de burgerlijke aansprakelijkheid die door de rechtspersoon wordt gedragen, aan de wettelijke vertegenwoordigers een tuchtmaatregel of boete worden opgelegd, of, als het een misdrijf uitmaakt, een onderzoek worden ingesteld naar hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid(13):

(1) de onderneming-rechtspersoon onwettig bedrijfsactiviteiten heeft ondernomen die niet onder de door het registratiebureau goedgekeurde en geregistreerde bedrijvigheid vallen(14);

(2) de onderneming-rechtspersonen voor de registratie-organen en de fiscale organen de ware toestand is verheimelijkt, of hun een valse voorstelling van zaken heftgegeven;

(3) geld is verduisterd en goederen zijn verborgen om de schulden niet te hoeven betalen;

(4) na ontbinding, opheffing of failllietverklaring eigenmachtig over goederen is beschikt;

(5) de aanvraag tot registratie van van veranderingen of beëindiging, en de publieke bekendmaking niet onmiddellijk gedaan zijn, weshalve een belanghebbende aanzienlijke verliezen heeft geleden;

(6) andere bij wet verboden activiteiten zijn ondernomen die de belangen van de staat of algemene maatschappelijke belangen hebben geschaad.

AFD.III STAATSORGANEN, INSTELLINGEN EN MAATSCHAPPELIJKE VERENIGINGEN ALS RECHTSPERSONEN

Art.50 Een staatsorgaan dat eigen werkingsmiddelen heeft, bezit vanaf de dag van zijn oprichting de hoedanigheid van rechtspersoon.

Instellingen(15) en maatschappelijke verenigingen(16) die voldoen aan de voorwaarden voor een rechtspersoon, en op grond van de wet niet hoeven te worden geregistreerd, bezitten vanaf de dag van oprichting de hoedanigheid van rechtspersoon; als zij op grond van de wet geregistreerd moeten worden, krijgen zij na goedkeuring en registratie de hoedanigheid van rechtspersoon.

AFD.IV GEZAMENLIJKE BEDRIJFSVOERING

Art.51 Als door de gezamenlijke bedrijfsvoering van een onderneming met een onderneming, of van onderneming met een instelling, een nieuwe economische eenheid ontstaat die zelfstandig burgerlijke aansprakelijkheid draagt en voldoet aan de voorwaarden voor een rechtspersoon, krijgt zij na goedkeuring en registratie de hoedanigheid van rechtspersoon.

Art.52 Als bij gezamenlijke bedrijfsvoering van een onderneming met een onderneming, of van onderneming met een instelling, het gemeenschappelijk bedrijf niet voldoet aan de voorwaarden voor een rechtspersoon, draagt iedere partij bij de gezamenlijke bedrijfsvoering, in evenredigheid met haar kapitaalinbreng, of zoals bedongen in de overeenkomst, burgerlijke aansprakelijkheid met haar eigen vermogen of de goederen van haar bedrijvigheid en beheer. Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk wanneer de wet of een beding in de overeenkomst zulks bepaalt.

Art.53 Als bij gezamenlijke bedrijfsvoering van een onderneming met een onderneming, of van onderneming met een instelling, volgens de bepalingen van de overeenkomst iedere partij zelfstandig bedrijfsdaden stelt, moeten de rechten en plichten van de partijen in de overeenkomst worden vastgelegd en draagt elke partij haar eigen burgerlijke aansprakelijkheid.

HOOFDSTUK IV BURGERLIJKE RECHTSHANDELINGEN EN VERTEGENWOORDIGING

AFD.I BURGERLIJKE RECHTSHANDELINGEN

Art.54 Burgerlijke rechtshandelingen zijn wettige handelingen waardoor burgers of rechtspersonen burgerlijke rechten en plichten doen ontstaan, wijzigen of beëindigen.

Art.55 Een burgerlijke rechtshandeling moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

(1) de handelende persoon moet de burgerlijke handelingsbekwaamheid daarvoor bezitten;

(2) de wilsverklaring is waar;

(3) niet in strijd zijn met de wetten of de algemene maatschappelijke belangen.

Art.56 Burgerlijke rechtshandelingen kunnen een schriftelijke, mondelinge of andere vorm aannemen. Wanneer de wet een bepaalde vorm voorschrijft, moet deze worden gevolgd.

Art.57 Burgerlijke rechtshandelingen zijn wettelijk bindend vanaf het tijdstip van ontstaan. Tenzij op grond van een wetsbepaling of met toestemming van de wederpartij, mag een partij niet eigenmachtig veranderingen aanbrengen of zich terugtrekken.

Art.58 De volgende burgerlijke rechtshandelingen zijn nietig:

(1) als zij worden verricht door burgerlijk handelingsonbekwame personen;

(2) als zij worden verricht door beperkt burgerlijk handelingsbekwame personen die op grond van de wet deze niet zelfstandig kunnen verrichten;

(3) wanneer een partij door bedrog of geweld of door de zwakke positie van de ander uit te buiten, heeft gemaakt dat haar wederpartij handelde tegen haar ware wil;

(4) als partijen arglistig samenspannen om belangen van de staat, een collectief of een derde schade toe te brengen;

(5) als zij in strijd zijn met de wet of het algemene maatschappelijke belang;

(6) als economische overeenkomsten in strijd zijn met bindend opgelegde staatsplannen;

(7) als zij onder wettige vorm onwettige bedoelingen verbergen.

Nietige burgerlijke rechtshandelingen missen wettelijke bindingskracht vanaf het begin van de handeling.

Art.59 Een partij heeft in de volgende gevallen het recht bij de de rechtbank of een scheidsgerecht verzoek in te dienen tot wijziging of vernietiging van de volgende burgerlijke rechtshandelingen:

(1) als de handelende persoon in ernstige dwaling verkeerde met betrekking tot de inhoud van de rechtshandeling;

(2) als zij duidelijk onbillijk zijn.

Vernietigde burgerlijke rechtshandelingen zijn nietig vanaf het begin van de handeling.

Art.60 Wanneer het nietige deel van de burgerlijke rechtshandeling geen invloed heeft op de geldigheid van de andere delen , blijven de andere delen geldig.

Art.61 Wanneer een burgerlijke rechtshandeling nietig verklaard is of vernietigd is, moet de partij de goederen die zij door de handeling heeft verkregen, teruggeven aan de partij die schade leed. De partij wier schuld het is, moet de schade vergoeden die de wederpartij daardoor leed. Als beide partijen schuld hebben, moet elke partij de haar betreffende aansprakelijkheid dragen.

Als beide partijen in arglistige samenspanning burgerlijke rechtshandelingen hebben verricht die de belangen van de staat, een collectief of een derde hebben geschaad, moeten zij de verkregen goederen aan de staat, het collectief of de derde teruggeven.

Art.62 Aan een burgerlijke rechtshandeling kan een voorwaarde worden verbonden. De voorwaardelijke burgerlijke rechtshandeling wordt rechtsgeldig op het moment dat de voorwaarde is vervuld.

AFD.II VERTEGENWOORDIGING

Art.63 Burgers en rechtspersonen kunnen via vertegenwoordigers burgerlijke rechtshandelingen verrichten.

De vertegenwoordiger verricht burgerlijke rechtshandelingen in naam van de vertegenwoordige en binnen de grenzen van zijn machtiging. De vertegenwoordigde draagt de burgerlijke aansprakelijkheid voor de burgerlijke rechtshandelingen die zijn vertegenwoordiger verricht.

In burgerlijke rechtshandelingen die, op grond van wettelijke bepalingen of volgens de overeenkomst van beide partijen, persoonlijk moeten worden verricht, is vertegenwoordiging niet toegelaten.

Art.64 Vertegenwoordiging omvat vertegenwoordiging bij volmacht, wettelijke vertegenwoordiging en vertegenwoordiging krachtens aanwijzing.

De gevolmachtige vertegenwoordiger oefent zijn bevoegdheid tot vertegenwoordiging uit in overeenstemming met de opdracht door de vertegenwoordigde; de wettelijke vertegenwoordiger oefent zijn uit zijn bevoegdheid tot vertegenwoordiging in overeenstemming met de wettelijke bepalingen; de aangewezen vertegenwoordiger oefent zijn zijn bevoegdheid tot vertegenwoordiging uit in overeenstemming met de aanwijzigingen door de volksrechtbank of de werkeenheid.

Art.65 De opdracht tot vertegenwoordiging in burgerlijke rechtshandelingen kan een schriftelijke of mondelinge vorm aannemen. Wanneer de wet de schriftelijke vorm voorschrijft, moet de schriftelijke vorm worden gebruikt.

De akte tot volmacht van een schriftelijk opgedragen vertegenwoordiging moet de naam of benaming van de volmachtgever en het voorwerp, de omvang en de termijn van de vertegenwoordiging bevatten, en door de volmachtgever ondertekend of gezegeld worden.

Als de akte tot volmacht onduidelijk is, dan moet de volmachtgever jegens derden de burgerlijk aansprakelijkheid dragen en is de gevolmachtigde mede hoofdelijk aansprakelijk.

Art.66 Voor handelingen verricht zonder bevoegdheid tot vertegenwoordiging, in overschrijding van de omvang van de vertegenwoordiging of nadat de termijn van de vertegenwoordiging is verstreken, draagt de vertegenwoordigde alleen dan burgerlijke aansprakelijkheid als hij de handelingen achteraf heeft goedgekeurd; zonder goedkeuring achteraf wordt de burgerlijke aansprakelijkheid gedragen door de persoon die de handelingen heeft verricht. Wanneer hij weet dat een ander in zijn naam burgerlijke rechtshandelingen verricht, en deze niet uitdrukkelijk afkeurt, wordt dit als toestemming beschouwd.

Als de vertegenwoordiger zijn plichten niet heeft vervuld en daardoor de vertegenwoordigde schade toebrengt, dan moet de vertegenwoordiger de burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

Als de vertegenwoordiger met een derde heeft samengespannen om de belangen van de vertegenwoordigde schade toe te brengen, dan zijn de vertegenwoordiger en de derde hoofdelijk burgerlijk aansprakelijk.

Alseen derde weet dat de persoon die de handelingen verricht, geen vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft, de omvang van de vertegenwoordiging overschrijdt of de handelingen verricht nadat de termijn van de vertegenwoordiging verstreken is, en toch met hem de burgerlijke rechtshandeling verricht en daardoor een ander schade toebrengt, dan zijn de derde en de persoon die de handelingen heeft verricht hoofdelijk burgerlijk aansprakelijk.

Art.67 Als de vertegenwoordiger weet dat het voorwerp van de vertegenwoordiging onwettig is en toch vertegenwoordigingshandelingen uitvoert, of als de vertegenwoordigde weet dat de vertegenwoordigingshandelingen onwettig zijn en zich niet uitdrukkelijk tegen verzet, zijn de vertegenwoordigde en de vertegenwoordiger hoofdelijk burgerlijk aansprakelijk.

Art.68 Als het, in het belang van de volmachtgever, gewenst is dat de gevolmachtigde vertegenwoordiger de vertegenwoordiging aan iemand anders overdraagt, moet hij vooraf de toestemming van de volmachtgever krijgen. Als hij de toestemming van de volmachtgever vooraf niet heeft gekregen, moet hij het achteraf onmiddellijk aan de volmchtgever meedelen; weigert de volmachtgever zijn goedkeuring, dan is de gevolmachtigde burgerlijk aansprakelijk voor de handelingen van degene aan wie hij de vertegenwoordiging heeft overgedragen, uitgezonderd als hij in een dringend geval de vertegenwoordiging aan een ander heeft overgedragen om de belangen van de volmachtgever te beschermen.

Art.69 De vertegenwoordiging bij volmacht eindigt als zich één van de volgende omstandigheden voordoet:

(1) de termijn van de vertegenwoordiging is verstreken of de aangelegenheid, waarvoor de vertegenwoordigd gold, is beëindigd;

(2) de volmachtgever herroept de machtiging of de gevolmachtigde geeft de volmacht terug;

(3) de gevolmachtigde sterft;

(4) de gevolmachtigde verliest de burgerlijke handelingsbekwaamheid;

(5) de volmachtgevende of gevolmachtigde rechtspersoon eindigt.

Art.70 De wettelijke vertegenwoordiging of de vertegenwoordiging krachtens aanwijzing eindigt als zich één van de volgende omstandigheden voordoet:

(1) de vertegenwoordigde krijgt of herkrijgt zijn burgerlijke handelingsbekwaamheid;

(2) de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger sterft;

(3) de vertegenwoordiger verliest de burgerlijke handelingsbekwaamheid;

(4) de volksrechtbank of de werkeenheid herroept de aanwijziging;

(5) als om andere redenen de voogdij-betrekking tussen vertegenwoordigden en vertegenwoordigers vervalt.

HOOFDSTUK V BURGERLIJKE RECHTEN

AFD.I EIGENDOM VAN GOEDEREN EN MET EIGENDOM VAN GOEDEREN VERBAND HOUDENDE RECHTEN

Art.71 Onder eigendom’(17) wordt verstaan het recht van de eigenaar, in overeenstemming met de wet zijn goederen te bezitten, te gebruiken, profijt daarvan te hebben en daarover te beschikken.

Art.72 De verkrijging van eigendom mag niet strijdig zijn met wetsbepalingen.

De eigendom van goederen die krachtens overeenkomst of op een andere wettige wijze worden verkregen, gaat over op het moment van hun levering, tenzij de wet anders bepaalt of partijen anders overeenkomen.

Art.73 Eigendommen van de staat zijn eigendom van het hele volk.

Eigendommen van de staat zijn heilig en onschendbaar, het is elke organisatie of persoon verboden staatseigendommen in bezit te nemen, te plunderen, privaat te verdelen, achter te houden of te beschadigen.

Art.74 Eigendommen van collectieve organisaties van de werkende massa zijn collectief eigendom is van de werkende massa en omvat:

(1) grond, bossen, bergen, weidegronden, woeste gronden, stranden en zandbanken, en dergelijke, die krachtens een wettelijke bepaling collectief eigendom zijn;

(2) eigendommen van collectieve economische organisaties;

(3) gebouwen, waterreservoirs, irrigatiewerken voor landbouwgronden en faciliteiten voor onderwijs, wetenschap, cultuur, gezondheid, sport, en dergelijke, die collectief eigendom zijn;

(4) andere goederen die collectief eigendom zijn.

Grond in collectieve eigendom zijn krachtens de wet eigendom van het boerencollectief van het dorp en wordt beheerd door de agrarische productiecoöperatie of een andere agrarische collectieve economische organisatie van het dorp of door het dorpsbewonerscomité. Als de grond reeds eigendom is van een collectieve economische organisatie van de boeren van een dorpengemeente (of kleinstad), kan eigendom zijn van het boerencollectief van de dorpengemeente (of kleinstad).

Goederen in collectieve eigendom worden beschermd door de wet, het is elke organisatie of persoon verboden collectieve eigendommen in bezit te nemen, te plunderen, privaat te verdelen, te beschadigen of onwettig te verzegelen(18), in beslag te nemen(19), te bevriezen(20) of te onteigenen.

Art.75 De persoonlijke eigendommen van een burger bestaat uit zijn wettig inkomen, woning, spaargeld, dagelijkse gebruiksvoorwerpen, kunstvoorwerpen, boeken en naslagwerken, bomen, vee, productiemiddelen die volgens de wet eigendom van burgers mogen zijn, en andere wettige eigendommen.

Wettige eigendommen van de burgers worden beschermd door de wet, het is elke organisatie of persoon verboden wettige eigendommen van burgers eigendommen in bezit te nemen, te plunderen, te beschadigen of onwettig te verzegelen, in beslag te nemen, te bevriezen of te onteigenen.

Art.76 Burgers genieten het recht eigendommen te erven in overeenstemming met de wet(21).

Art.77 De wettige eigendommen van maatschappelijke verenigingen, godsdienstige verenigingen inbegrepen, worden beschermd door de wet.

Art.78 Goederen kunnen medeëigendom zijn van twee of meer burgers of rechtspersonen.

Medeëigendom is onderverdeeld in medeëigendom op aandeel en medeëigendom in gemeenschap. Medeëigenaars op aandeel genieten de rechten en dragen de lasten van de goederen in medeëigendom naar verhouding van hun aandeel. Medeëigenaars in gemeenschap genieten de rechten en dragen de lasten van hun gemeenschappelijke goederen.

Elke medeëigenaar op aandeel heeft het recht zijn aandeel terug te nemen of over te dragen. Maar bij verkoop hebben de andere medeëigenaren recht van voorkoop op dezelfde voorwaarden.

Art.79 Begraven of verborgen goederen waarvan de eigenaar onbekend is, vallen de staat in eigendom toe. De werkeenheid die de goederen ontvangt, moet de werkeenheid of persoon die de goederen overhandigt, een lovende vermelding of een materiële beloning geven.

Gevonden voorwerpen, aangespoelde voorwerpen en afgedwaald vee moeten aan de eigenaar worden teruggegeven; de kosten daarvan worden door de eigenaar van de verloren voorwerpen terugbetaald.

Art.80 Grond in eigendom van de staat kan wettig worden gebruikt door werkeenheden die staatseigendom zijn, en kan ook wettig aan werkeenheden die collectief eigendom zijn, ten gebruike worden toegewezen; de staat beschermt het recht op het gebruik en de opbrengst van de grond; de werkeenheden die gronden in gebruik hebben, hebben de plicht de grond te beheren, te beschermen en op een verantwoorde manier te gebruiken.

Het wettige uitbatingsrecht van een burger of een collectief op grond in collectieve eigendom of op grond in staatseigendom in collectief gebruik, wordt beschermd door de wet.

Grond mag niet gekocht of verkocht, verpacht, verhypothekeerd(22) of op andere wijze onwettig vervreemd worden.

Art.81 Bossen, bergen, weidegronden, woeste gronden, stranden en zandbanken, watervlakten en andere natuurlijke rijkdommen in staatseigendom kunnen wettig worden gebruikt door werkeenheden die eigendom zijn van de staat, en kunnen ook wettig aan werkeenheden die eigendom zijn van een collectief, ten gebruike worden toegewezen; de staat beschermt het recht op hun gebruik en opbrengst; de werkeenheden die natuurlijke rijkdommen gebruiken, hebben de plicht deze te beheren, te beschermen en op een verantwoorde manier te gebruiken.

Delfstoffen in staatseigendom kunnen wettig ontgonnen worden door werkeenheden in staatseigendom of in collectieve eigendom alsook door burgers. De staat beschermt het wettige ontginningsrecht.

Het wettige uitbatingsrecht van burgers of collectieven op bossen, bergen, weidegronden, woeste gronden, stranden en zandbanken, en watervlakten, die eigendom zijn van collectieven, of eigendom zijn van de staat maar door collectieven worden gebruikt, wordt beschermd door de wet. De wederzijdse rechten en plichten in de uitbating worden bepaald door de overeenkomst tot overneming van de uitbating.

Delfstoffen en waterlopen in staatseigendom, en bossen, bergen, weidegronden, woeste gronden, stranden en zandbanken die eigendom zijn van de staat, of krachtens wettelijke bepalingen eigendom zijn van collectieven, mogen niet gekocht of verkocht, verpacht, verhypothekeerd of op andere wijze onwettig vervreemd worden.

Art.82 Het recht van uitbating dat een onderneming in staatseigendom geniet van eigendommen die de staat haar heeft gegeven om uit te baten en te beheren, wordt beschermd door de wet.

Art.83 Bij onroerende goederen moeten alle buren hun burenbetrekkingen in kwesties als watertoevoer, waterafloop, overpad, toelating van licht en lucht correct regelen in de zin van bevordering van de productie en verbetering van de levenskwaliteit, en in de geest van eendracht en wederzijdse hulp, billijkheid en redelijkheid. Wie zijn buren hindert of schade berokkent, moet hij de inbreuk beëindigen, de hinder wegnemen en de schade vergoeden.

AFD.II VERBINTENISSEN

Art.84 Een verbintenis is een door overeenkomst of krachtens een bepaling van de wet tussen partijen ontstane en bijzonderlijk bepaalde betrekking van rechten en plichten. Wie de rechten geniet, is schuldeiser, wie de plichten draagt is schuldenaar.

De schuldeiser heeft het recht te eisen dat de schuldenaar zijn plichten nakomt in overeenstemming met de overeenkomst of de bepaling van de wet.

Art.85 Een overeenkomst is een handeling waardoor partijen burgerlijke betrekkingen tussen hen doen ontstaan, wijzigen of beëindigen. Een overeenkomst gesloten conform de wet wordt beschermd door de wet(23).

Art.86 Verscheidene(24) schuldeisers genieten de rechten in verhouding tot hun bepaalde aandeel. Verscheidene schuldenaren dragen de plichten in verhouding tot hun bepaalde aandeel.

Art.87 Wanneer er verscheidene schuldeisers of schuldenaars zijn, heeft ieder van de schuldeisers die krachtens een bepaling van de wet of een beding in de overeenkomst van de partijen de rechten hoofdelijk geniet, het recht van de schuldenaar nakoming van diens plichten te eisen, en ieder van de schuldenaars die krachtens een wetsbepaling of een beding in de overeenkomst van de partijen de plichten hoofdelijk draagt, moet de plichten voor het geheel vervullen. De schuldenaar die de plichten voor het geheel heeft vervuld, kan van de overige schuldenaars ieders aandeel terugvorderen.

Art.88 Partijen die zich door een overeenkomst hebben verbonden, moeten haar eigen plichten uit de overeenkomst volledig ten uitvoer te brengen.

Als de bedingen van een overeenkomst betreffende kwaliteit, tijdstip, plaats of prijs niet duidelijk zijn en deze niet uit de inhoud van de desbetreffende clausules kunnen worden bepaald, of de partijen na overleg niet tot overeenstemming kunnen komen, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

(1) als de kwaliteitsvereisten niet duidelijk zijn bepaald, gebeurt uitvoering volgens de kwaliteitsnormen van de staat; als deze ontbreken, volgens de gangbare normen;

(2) als het tijdstip van uitvoering niet duidelijk is bepaald, kan de schuldenaar ten allen tijde zijn plichten nakomen, en ook de schuldeiser kan ten alle tijde van de schuldenaar nakoming van diens plichten eisen, maar de wederpartij moet de nodige voorbereidingstijd worden gegund;

(3) als de plaats van uitvoering niet duidelijk is bepaald, wordt betaling in geld uitgevoerd in de woonplaats van de ontvanger; levering van andere zaken wordt uitgevoerd in de woonplaats van de schuldenaar;

(4) als de prijs niet duidelijk is bepaald, gebeurt uitvoering volgens de prijzen van de staat; als deze ontbreken, volgens de marktprijs of de prijs van een vergelijkbaar product of de loonnorm voor vergelijkbare arbeidsprestaties.

Wanneer in de overeenkomst niets bedongen is met betrekking tot het recht octrooi aan te vragen, geniet de partij die de uitvinding voltooide het recht octrooi aan te vragen.

Wanneer in de overeenkomst niets bedongen is met betrekking tot het gebruik van wetenschappelijk-technologische resultaten, hebben alle partijen recht van gebruik.

Art.89 Krachtens een bepaling van de wet of een beding in de overeenkomst van de partijen, kunnen de volgende middelen worden gebruikt om uitvoering van de verbintenis zeker te stellen:

(1) Een borg stelt zich jegens de schuldeiser borg dat de schuldenaar zijn verbintenis zal uitvoeren. Als de schuldenaar zijn verbintenis niet uitvoert, wordt zij volgens het beding uitgevoerd door de borg of wordt de borg hoofdelijk aansprakelijk; nadat de borg de verbintenis heeft uitgevoerd, heeft hij recht op terugvordering tegen de schuldenaar.

(2) De schuldenaar of een derde kan bepaalde eigendommen in pand geven. Als de schuldenaar zijn verbintenis niet uitvoert, heeft de schuldeiser het recht, in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zich bij voorrang te doen betalen met de waarde van het pand of uit de opbrengst van de verkoop van het pand.

(3) Een partij kan binnen door de wet bepaalde grenzen de andere partij een som geld overhandigen. Nadat de schuldenaar zijn verbintenis heeft uitgevoerd, moet de som geld met de prijs verrekend of teruggegeven worden. Als de partij die de som geld heeft overhandigd, haar verbintenis niet uitvoert, verliest zij het recht teruggave van de son geld te eisen; als de partij die de som geld heeft ontvangen, haar verbintenis niet uitvoert, moet zij de som geld dubbel teruggeven.

(4) Als op grond van een beding in de overeenkomst de ene partij goederen van de andere partij bezit, en de andere partij een volgens de overeenkomst verschuldigd bedrag niet binnen de afgesproken termijn betaalt, heeft de bezitter het recht deze goederen te weerhouden en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zich bij voorrang te doen betalen met de waarde van de goederen of uit de opbrengst van de verkoop van de goederen.

Art.90 Een wettige leenbetrekking wordt beschermd door de wet.

Art.91 Een partij van de overeenkomst die haar rechten en plichten uit de overeenkomst geheel of gedeeltelijk aan een derde overdraagt, moet daarvoor de toestemming van de andere partij hebben verkregen en mag geen winst beogen. Voor de overdracht van een overeenkomst die op grond van een wettelijke bepaling goedkeuring door de staat nodig heeft, is goedkeuring nodig door het orgaan dat oorspronkelijk de overeenkomst heeft goedgekeurd. Tenzij de wet het anders heeft bepaald of in de oorspronkelijke overeenkomst het anders bedongen is.

Art.92 Wie zonder wettelijke grond zich onrechtmatig verrijkt, waardoor een andere partij verlies lijdt, moet de onrechtmatig verkregen verrijking teruggeven aan de persoon die het verlies heeft geleden.

Art.93 Wie zonder wettelijke bepaalde of in de overeenkomst bedongen plicht een zaak voor een ander waarneemt of behartigt om te voorkomen dat deze in zijn belangen wordt geschaad, heeft het recht te eisen dat hij hem de daarvoor gemaakte noodzakelijke onkosten terugbetaalt.

AFD.III INTELLECTUELE EIGENDOM

Art.94 Burgers en rechtspersonen die auteursrecht (kopijrecht) genieten, hebben op grond van de wet het recht van naamsvermelding, openbaarmaking, uitgeven, ontvangst van een geldelijke beloning, en andere dergelijke rechten.

Art.95 Octrooirechten die burgers en rechtspersonen wettig verkregen hebben, worden beschermd door de wet.

Art.96 Merkenrechten die rechtspersonen, individuele ondernemers in industrie of handel en maatschappen wettig verkregen hebben, worden beschermd door de wet.

Art.97 Burgers genieten ontdekkersrecht voor hun ontdekkingen. De ontdekker heeft het recht op een ontdekkingsbewijs, een premie of een andere beloning te vragen en te krijgen. Burgers hebben het recht voor hun uitvindingen of andere vruchten van hun wetenschappelijke of technologische arbeid een erecertificaat, een premie of een andere beloning te vragen en te krijgen.

AFD.IV PERSOONSRECHTEN

Art.98 Burgers genieten recht op leven en gezondheid.

Art.99 Burgers genieten recht op hun voor- en achternaam, en hebben het recht hun voor- en achternaam te bepalen, te gebruiken, en in overeenstemming met de voorschriften te wijzigen, en anderen inmenging, onbevoegd gebruik of aanmatiging te verbieden.

Rechtspersonen, individuele ondernemers in industrie of handel en maatschappen genieten recht op hun benaming. De onderneming-rechtspersoon, de individuele onderneming in industrie of handel en de maatschap hebben het recht hun benaming te gebruiken en, in overeenstemming met de wet, over te dragen.

Art.100 Burgers genieten recht op hun afbeelding; het is verboden de afbeelding van een burger zonder zijn toestemming voor winstdoeleinden te gebruiken.

Art.101 Burgers en rechtspersonen hebben recht op hun goede naam; de waardigheid van de burger wordt beschermd door de wet; het gebruik van middelen als smaad en laster om de goede naam van een burger of rechtspersoon aan te tasten, is verboden.

Art.102 Burgers en rechtspersonen hebben recht op hun eer; het is verboden burgers en rechtspersonen hun eretitels onwettig te ontnemen.

Art.103 Burgers genieten het recht zelf over hun huwelijk te beslissen; koophuwelijken, gearrangeerde huwelijken en andere ingrepen in de huwelijksvrijheid zijn verboden.

Art.104 Het huwelijk, de familie, bejaarden, en moeder en kind worden door de wet beschermd.

De wettige rechten en belangen van gehandicapten worden beschermd door de wet.

Art.105 Vrouwen genieten dezelfde burgerlijke rechten als de mannen.

HOOFDSTUK VI BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID

AFD.I ALGEMENE BEPALINGEN

Art.106 Burgers of rechtspersonen die een overeenkomst schenden of andere plichten niet vervullen, zijn burgerlijke aansprakelijk.

Burgers of rechtspersonen die door schuld eigendommen van de staat of van een collectief schade toebrengen, of andermans eigendommen of persoon schade toebrengen, zijn burgerlijk aansprakelijk.

Als er geen schuld is, maar krachtens een wetsbepaling burgerlijke aansprakelijkheid moet worden gedragen, moet burgerlijke aansprakelijkheid worden gedragen.

Art.107 Er is geen burgerlijke aansprakelijkheid als door overmacht de overeenkomst niet kan worden nagekomen of schade wordt toegebracht aan derden, tenzij de wet anders bepaalt.

Art.108 Schulden moeten voldaan worden. Als een schuldenaar tijdelijk niet in staat is te betalen, kan de schuldenaar, met toestemming van de schuldeiser of door scheidsrechterlijk vonnis van de volksrechtbank, zijn schuld in gedeelten afbetalen. Als de schuldenaar in staat is te betalen maar niet wil betalen, wordt hij bij vonnis van de rechtbank gedwongen te betalen.

Art.109 Wanneer iemand om schade aan eigendommen van de staat of van een collectief of schade aan andermans eigendommen of persoon te voorkomen of te doen ophouden, zelf schade lijdt, is de schadetoebrenger aansprakelijk voor vergoeding van deze schade; de persoon tot wiens voordeel hij optrad, kan ook een aanvullende vergoeding geven .

Art.110 Als een burger of rechtspersoon burgerlijk aansprakelijk is, wordt zo nodig ook een onderzoek naar zijn administratiefrechtelijke aansprakelijkheid ingesteld; als de daad een misdrijf uitmaakt, dan moet op grond van de wet een onderzoek worden ingesteld naar de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de burger of de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon(25).

AFD.II BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHENDING VAN OVEREENKOMSTEN

Art.111 Als de ene partij haar plichten uit de overeenkomst niet, of niet zoals werd overgekomen was, nakomt, heeft de andere partij het recht te eisen dat zij de overeenkomst nakomt of maatregelen treft om de nakoming te verbeteren, de andere partij heeft tevens het recht schadevergoeding te eisen.

Art.112 De schade-aansprakelijkheid van een partij die de de overeenkomst schendt, moet in overeenstemming zijn met de schade die de andere partij als gevolg van de schending heeft geleden.

Partijen kunnen in hun overeenkomst bedingen dat een partij die de overeenkomst schendt, aan de andere partij een vast bedrag als boete moet betalen; zij kunnen in hun overeenkomst tevens een methode vastleggen voor de berekening van de schade die door de schending ontstaat.

Art.113 Als beide partijen over en weer handelen in strijd met hun overeenkomst, moet elke partij de haar betreffende aansprakelijkheid dragen.

Art.114 Een partij die schade lijdt door de schending van de overeenkomst door de andere partij, moet onmiddellijk maatregelen nemen om de schade te beperken; als zij niet onmiddellijk maatregelen heeft genomen en de schade daardoor groter is geworden, heeft zij geen recht op schadevergoeding voor dit grotere deel.

Art.115 Wijziging of verbreking van de overeenkomst heeft geen gevolgen voor het recht van partijen schadevergoeding te eisen.

Art.116 Als een partij als gevolg van een oorzaak die bij een hoger orgaan ligt, haar plichten uit de overeenkomst niet kan nakomen, moet zij de andere partij vergoeden voor de geleden schade of andere maatregelen treffen om de nakoming te verbeteren, en het hogere orgaan is dan weer aansprakelijk voor de regeling van de schade die zij dientengevolge lijdt.

AFD.III BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR ONRECHTMATIGE DADEN

Art.117 Wie eigendommen van de staat of een collectief, of andermans eigendommen in bezit neemt, moet deze teruggeven; als het niet mogelijk is de goederen terug te geven, moet hij de tegenwaarde in geld betalen als vergoeding.

Wie eigendommen van de staat of een collectief, of andermans eigendommen beschadigt, noet deze in de oorspronkelijke toestand terugbrengen of de tegenwaarde in geld betalen als vergoeding.

Als degene die de schade leed dientengevolge nog andere zware schade lijdt, moet degene die de schade toebracht ook die schade vergoeden.

Art.118 Burgers en rechtspersonen hebben, in geval van plagiaat, vervalsing of nabootsing en andere schendingen van hun auteursrechten (kopijrechten), octrooirechten, exclusieve gebruiksrechten van handelsmerken, ontdekkersrechten, uitvindersrechten of andere rechten op de vruchten van hun wetenschappelijke of technologische arbeid, het recht te eisen dat deze inbreuken ophouden, de gevolgen ongedaan worden gemaakt en alle schade wordt vergoed.

Art.119 Wanneer een burger is aangevallen en hij dientengevolge lichamelijk letsel heeft opgelopen, moeten de kosten van de medische behandeling, het inkomstenverlies door werkverzuim, de uitkering voor het levensonderhoud van een gehandicapte, en verdere kosten worden vergoed; als het slachtoffer sterft, moeten ook de begrafeniskosten, de noodzakelijke kosten van levensonderhoud voor de personen die door de dode bij leven werden onderhouden, en dergelijke kosten worden vergoed.

Art.120 Wanneer de rechten van de burger op zijn naam of afbeelding, op zijn goede naam of eer worden geschonden, heeft hij het recht te eisen dat deze inbreuken ophouden, zijn goede naam in eer wordt hersteld, de gevolgen ongedaan worden gemaakt en verontschuldigingen wordt aangeboden; hij kan bovendien schadevergoeding eisen.

Wanneer de rechten van rechtspersonen op hun benaming, goede naam en eer worden geschonden, wordt het voorgaande lid toegepast.

Art.121 Een staatsorgaan, of het personeel van een staatsorgaan, dat tijdens de uitvoering van zijn ambtelijke taken de wettige rechten en belangen van burgers of rechtspersonen schendt en schaadt, moet burgerlijke aansprakelijkheid dragen(26).

Art.122 Wanneer de kwaliteit van een product niet voldoet aan de kwaliteitsnormen en andermans eigendommen of persoon daardoor schade lijden, moet de maker of verkoper van het product conform de wet(27) burgerlijke aansprakelijkheid dragen. Als de vervoerder of de pakhuismeester voor de schade verantwoordelijk is, heeft de maker of de verkoper van het product het recht te eisen dat zij de schade vergoeden.

Art.123 Wie werk uitvoert dat groot gevaar oplevert voor de omgeving, zoals werk op grote hoogte, onder hoge druk, of waarbij met brandstoffen, explosieven, zware vergiften, radio-actief materiaal of hoge-snelheid-vervoersmiddelen wordt gewerkt, en daarbij een ander schade toebrengt, moet burgerlijke aansprakelijkheid dragen; maar als hij kan bewijzen dat de schade door het slachtoffer opzettelijk is veroorzaakt, is hij niet burgerlijk aansprakelijk.

Art.124 Wie, in strijd met de voorschriften van de staat ter bescherming van het milie en ter voorkoming van milieuvervuiling, het milieu vervuilt en daardoor een ander schade toebrengt, moet conform de wet(28) burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

Art.125 Wie op publieke plaatsen, aan de kant van de weg of op doorgangswegen gaten graaft of ondergrondse installaties herstelt of monteert, en dergelijke werken uitvoert, zonder duidelijke waarschuwingsborden te plaatsen en veiligheidsmaatregelen te nemen, en daardoor een ander schade toebrengt, moet burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

Art.126 Wanneer gebouwen of andere bouwwerken alsook voorwerpen die op een gebouw zijn geplaatst of die aan een gebouw hangen, instorten, loslaten of vallen, en anderen daardoor schade lijden, moet de eigenaar of de beheerder burgerlijke aansprakelijkheid dragen, tenzij hij kan bewijzen dat het niet zijn schuld was.

Art.127 Wanneer hoevedieren iemand schade toebrengen, moet de houder of de hoeder van de dieren burgerlijke aansprakelijkheid dragen; als de schade is veroorzaakt door schuld van het slachtoffer, draagt de houder of de hoeder van de dieren geen burgerlijke aansprakelijkheid; als de schade is veroorzaakt door schuld van een derde, moet de derde burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

Art.128 Wie door wettige verdediging iemand verwondt, draagt geen burgerlijke aansprakelijkheid. Wie bij de wettige verdediging de maat van het noodzakelijke overschrijdt en onnodige schade toebrengt, moet een gepaste burgerlijke aansprakelijkheid dragen(29).

Art.129 Wanneer door het ontwijken van een dreigend gevaar schade ontstaat, wordt de burgerlijke aansprakelijkheid gedragen door de persoon die de gevaarlijke situatie heeft geschapen. Als het gevaar door een natuurlijke oorzaak is teweeggebracht, draagt de persoon die het dreigende gevaar ontweek geen of een aangepaste burgerlijke aansprakelijkheid. Als de maatregelen die ter ontwijking van het dreigende gevaar zijn genomen, niet passend zijn of de maat van het noodzakelijike overschrijden en tot onnodige schade hebben geleid, dan moet degene die het dreigende gevaar ontweek een gepaste burgerlijke aansprakelijkheid dragen.

Art.130 Wanneer verscheidene personen gezamenlijk een onrechtmatige daad plegen en iemand anders daardoor schade lijdt, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.

Art.131 Als het slachtoffer ook schuld draagt aan het ontstaan van de schade, kan de burgerlijke aansprakelijkheid van de schadeveroorzaker verlaagd worden.

Art.132 Als geen van beide partijen schuld draagt aan het ontstaan van de schade, kan de burgerlijke aansprakelijkheid op grond van de feitelijke omstandigheden over beide partijen verdeeld worden.

Art.133 Wanneer een burgerlijk handelingsonbekwaam of beperkt burgerlijk handelingsbekwaam persoon een ander schade toebrengt, wordt de burgerlijke aansprakelijkheid gedragen door zijn voogd. Als de voogd ten volle zijn plicht als voogd heeft gedaan, kan zijn burgerlijke aansprakelijkheid gepast verlaagd worden.

Wanneer een burgerlijk handelingsonbekwaam of beperkt burgerlijk handelingsbekwaam persoon die eigendommen bezit, een ander schade toebrengt, wordt de schadevergoeding verhaald op zijn eigendommen. Het deel dat niet gedekt is, wordt gepast vergoed door de voogd, behalve als een werkeenheid de voogdij op zich nam.

AFD.IV VORMEN VAN BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID

Art.134 De burgerlijke aansprakelijkheid neemt hoofdzakelijk de volgende vormen aan:

(1) beëindiging van inbreuken;

(2) wegneming van belemmeringen;

(3) uitschakeling van gevaren;

(4) teruggave van eigendommen;

(5) terugbrengen in de oorspronkelijke toestand;

(6) herstellen, herdoen of vervangen;

(7) vergoeding van de schade;

(8) betalen van boete wegens schending van een overeenkomst;

(9) ongedaan maken van de gevolgen en herstel van goede naam;

(10) verontschuldiging.

De voornoemde vormen van burgerlijke aansprakelijkheid kunnen afzonderlijk of in combinatie worden toegepast.

Naast toepassen van de bovengenoemde regelingen kan de volksrechtbank bij de behandeling van burgerlijke rechtszaken ook berispen, ondertekening van een spijtbetuiging bevelen, goederen die gebruikt zijn voor de onwettige handelingen en onwettig verkregen goederen in beslag nemen, bovendien kan hij op grond van de wet een geldboete of hechtenis opleggen.

HOOFDSTUK VII VERJARING VAN RECHTSVORDERINGEN

Art.135 Vorderingen ter bescherming van burgerlijke rechten die bij de volksrechtbank worden ingediend, verjaren na verloop van twee jaar, tenzij een wet anders bepaalt.

Art.136 De volgende rechtsvorderingen verjaren na verloop van één jaar:

(1) de eis tot schadevergoeding wegens lichamelijk letsel;

(2) wegens verkoop van producten die niet voldoen aan de kwaliteitsnormen zonder mededeling van de gebreken;

(3) wegens te laat of niet betalen van huur;

(4) wegens verlies of beschadiging van voorwerpen die in bewaring waren gegeven.

Art.137 De tijd van de verjaring begint te lopen vanaf het ogenblik dat iemand weet of had moeten weten dat zijn rechten geschonden zijn. Maar als sinds de dag waarop de rechten werden geschonden volle twintig jaren zijn verlopen, geeft de volksrechtbank geen bescherming meer. Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de volksrechtbank de termijn voor de verjaring van een rechtsvordering verlengen.

Art.138 Vrijwillige nakoming na afloop van de verjaringstermijn wordt niet belemmerd door verjaring van de rechtsvordering.

Art.139 Wanneer binnen de laatste zes maanden voor de verjaring van de rechtsvordering het door overmacht of een andere hindernis onmogelijk is een eis in te dienen, wordt de verjaring geschorst. Vanaf de dag waarop de oorzaak voor de schorsing wegvalt, loop de tijd voor de verjaring van de rechtsvordering verder.

Art.140 De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een rechtsvordering, of als een partij nakoming eist of toestemt zijn plichten na te komen. Vanaf het ogenblik dat de verjaring is gestuit, begint de tijd voor verjaring van de rechtsvordering opnieuw te lopen.

Art.141 Als een wet met betrekking tot de verjaring van een rechtsvordering andere regels bevat, worden die regels toegepast.

HOOFDSTUK VIII WETTEN TOEPASSELIJK OP BUITENLANDSE BURGERLIJKE BETREKKINGEN

Art.142 Welke wet van toepassing is op buitenlandse burgerlijke betrekkingen wordt geregeld in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk.

Wanneer een internationaal verdrag dat de Volksrepubliek China heeft gesloten of waarbij zij zich heeft aangesloten andere bepalingen dan de burgerlijke wetten van de Volksrepubliek China, zijn de bepalingen van het internationale verdrag van toepassing, met uitzondering van de clausules waarvoor de Volksrepubliek China een voorbehoud heeft gemaakt.

Wanneer de wetten van de Volksrepubliek China of de internationale verdragen die de Volksrepubliek China heeft gesloten of waarbij zij zich heeft aangesloten, geen bepalingen bevatten, kunnen de internationale gebruiken worden gevolgd.

Art.143 Wanneer een burger van de Volksrepubliek China zijn vaste woonplaats in het buitenland heeft, kan de wet van het land waar hij zijn vaste woonplaats heeft, worden toegepast op zijn burgerlijke handelingsbekwaamheid.

Art.144 De eigendom van onroerende goederen wordt bepaald door de wetten van het land waar de goederen zijn gelegen.

Art.145 Partijen in een buitenlandse overeenkomst kunnen de wetten kiezen die toegepast zullen worden bij betwistingen inzake de overeenkomst, tenzij de wet anders bepaalt.

Als partijen in een buitenlandse overeenkomst geen keuze hebben gemaakt, worden de wetten toegepast van het land dat het nauwst betrokken is bij de overeenkomst.

Art.146 Op de vergoeding voor schade door onrechtmatige daden worden de wetten toegepast van het land waar de onrechtmatige daden zijn gepleegd. Als slachtoffer en dader dezelfde nationaliteit bezitten of hun vaste woonplaats in hetzelfde land hebben, dan kunnen eventueel de wetten worden toegepast van hun eigen land of de wetten van het land van hun vaste woonplaats.

Een handeling die buiten het grondgebied van de Volksrepubliek China plaatsvindt en door de wetten van de Volksrepubliek China niet als onrechtmatige daden wordt beschouwd, wordt niet als onrechtmatige daad behandeld.

Art.147 Op het huwelijk tussen een burger van de Volksrepubliek China en een buitenlander worden de wetten toegepast van het land waar het huwelijk gesloten wordt; op hun scheiding worden de wetten toegepast van de rechtbank die de zaak behandelt.

Art.148 Op levensonderhoud worden de wetten toegepast van het land dat de nauwste betrekkingen heeft met de onderhoudsgerechtigde persoon.

Art.149 Bij wettelijke erfopvolging worden op de roerende goederen de wetten van de woonplaats van de erflater toegepast, op de onroerende goederen de wetten van de plaats waar ze gelegen zijn(30).

Art.150 Wanneer op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk buitenlandse wetten of internationale gebruiken worden toegepast, mogen ze niet strijdig zijn met het algemeen maatschappelijk belang van de Volksrepubliek China.

HOOFDSTUK IX AANVULLENDE BEPALINGEN

Art.151 De volksvergaderingen van gebieden met nationaal zelfbestuur mogen, met inachtneming van de beginselen van deze wet, in verband met de bijzondere kenmerken van de nationaliteiten in haar gebied, enkele aangepaste of aanvullende reglementen en bepalingen vaststellen. Wanneer zij worden vastgesteld door de volksvergaderingen van gebieden met nationaal zelfbestuur moeten zij conform de wet aan het Permanente Comité van de Nationale Volksvergadering ter goedkeuring of ter registratie worden voorlegd; wanneer zij worden vastgesteld door prefecturen en districten met zelfbestuur, moeten zij ter goedkeuring worden voorgelegd aan het permanente comité van de volksvergadering van de provincie of het gewest met zelfbestuur.

Art.152 Staatsondernemingen die voor de inwerkingtreding van deze wet met goedkeuring van de bevoegde organen van de provincies, de gewesten met zelfbestuur de stadsprovincies of hoger in bedrijf zijn genomen en reeds bij de administratieve diensten voor industrie en handel geregistreerd zijn, hoeven niet nogmaals als rechtspersoon te worden geregistreerd en worden geacht de hoedanigheid van rechtspersoon reeds te bezitten.

Art.153 Onder overmacht verstaat deze wet objectieve omstandigheden die onvoorzienbaar, onvermijdbaar en bovendien onoverkoombaar zijn.

Art.154 Burgerrechtelijke(31) termijnen worden berekend in jaren, maanden, dagen en uren volgens de Gregoriaanse kalender.

Is berekening in uren bepaald, dan begint de termijn te lopen vanaf het bepaalde uur. Is berekening in dagen, maanden of jaren bepaald, dan wordt de bepaalde dag niet meegeteld en begint de termijn te lopen op de dag volgend op de bepaalde dag.

Als de laatste dag van een termijn een Zondag of een andere wettelijke feestdag is, dan is de dag volgend op de feestdag de laatste dag van de termijn.

De laatste dag van van een termijn eindigt om 24 uur. Wanneer kantooruren worden aangehouden, eindigt de termijn op het moment dat de zakelijke activiteiten ophouden.

Art.155 Als het burgerlijk recht 'ten minste', 'ten hoogste', 'binnen' of 'tot' gebruikt(32), is het genoemde getal inbegrepen; in 'lager' of 'hoger' is het genoemde getal niet inbegrepen.

Art.156 Deze wet treedt 1 januari 1987 in werking.

barpotlood.gif (3040 bytes)

1) 26 januari 1988 uitgelegd en aangevuld door de uitgebreide, want 200 punten tellende, voorlopige Opvatting van de Opperste Volksrechtbank betreffende enkele problemen inzake de toepassing van de Algemene Beginselen van Burgerlijk Recht
2) ‘wettige’ (he fa), d.w.z. burgerlijke rechten die door een wet worden toegekend
3) naast de term voor subjectieve rechten en belangen: quanyi, bestaat de term voor subjectieve rechten: quanli, wellicht moeten onder ‘belangen’ maatschappelijke voordelen worden verstaan, maar beide termen worden ook door elkaar gebruikt. De term voor objectief recht is fa; deze term wordt naast falü (wetten) ook voor wet gebruikt, vooral in uitdrukkingen als yi fa of anzhao fa of he fa, in overeenstemming met, conform, volgens of krachtens of op grond van de wet, resp. overeenkomstig de wet, resp. wettig
4) ‘burger’ volgens de Nationaliteitswet van 9 sept.1980
5) d.w.z. fysieke personen (tegenover rechtspersonen)
6) vgl. art.33 lid 3 Gw-1982
7) voor de procedure ter vaststelling van gehele of gedeeltelijke burgelijke handelingsonbekwaamheid van een burger, en ter beëindiging daarvan, zie: art.170-173 Burgerlijke Rechtsvorderingwet van 9 april 1991
8) voor de procedure, zie: art.166-171 Burgerlijke Rechtsvorderingwet van 9 april 1991
9) betreffende de genomen beslissingen
10) letterlijk: ondernemingen die eigendom zijn van het hele volk
11) letterlijk: Chinees-buitenlandse met gemeenschappelijk kapitaal gedreven onderneming. In dit geval ontstaat een nieuwe onderneming; Engelse term: Sino-foreign equity joint ventures
12) letterlijk: Chinees-buitenlands gezamenlijk gedreven onderneming. In dit geval is sprake van samenwerking zonder dat daarvoor een aparte onderneming wordt opgericht; Engelse term: Sino-foreign contractual joint venture
13) Chinese termen zijn - net als de onze - vaak veelduidig. Ten voorbeeld: de termen voor burgerlijke aansprakelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid zijn: minshi zeren, resp. xingshi zeren; de term voor de plicht van de voogd om toezicht uit te oefenen is: jianhu zeren. Een andere beruchte term is guanli dat o..a. leiden, besturen, beheren, regelen en controleren kan betekenen, plus de bijhorende zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. Dus de context bepaalt de vertaling
14) zie boven, art.42
15) zoals universiteiten en onderzoekscentra
16) zoals vakbond en vrouwenfederatie
17) eigendom in de zin van subjectief recht: caichan suoyou; caichan zijn het voorwerp van dat recht, al naar de context vertaald met eigendommen, goederen of vermogen
18) b.v. gebouwen
19) d.w.z. beslag leggen (of laten leggen)
20) b.v. een bankrekening
21) de Erfwet van 10 april 1985
22) de term diya slaat in deze wet zowel op verhypothekeren (van onroerend goed) als, in art.89 sub 2, op in pand geven (van roerend goed)
23) de Wet op de economische overeenkomsten, van 13 december 1981 als gewijzigd 2 sept.1993; de Wet op de economische overeenkomsten met het buitenland, van 21 maart 1985; en de Wet op de technologie-overeenkomsten van 23 juni 1987. Alle drie afgeschaft door de algemene Wet op de Overeenkomsten van 15 maart 1999
24) uit dezelfde overeenkomst
25) vgl. art.31 Sw-1979
26) vgl. art.41 lid 3 Gw-1982
27) o.a. de Wet op de voedselhygiëne (op proef) van 19 nov.1982, en de Normbepalingswet van 24 sept.1946 als gewijzigd 26 nov.1997 en nu ook de algemene kwaliteits-Normenwet van 29 dec.1988
28) vgl. art.26 Gw-1982; er is sindsdien een hele reeks milieuwetten tot stand gebracht, o.a. een algemene milieuwet en zeemilieuwet en bijzondere milieuwetten betreffende luchtvervuiling, watervervuiling, enz.
29) vgl. art.17 Sw-1979
30) vgl. art.36 Erfwet-1985
31) dus niet alleen in deze wet
32) de Chinese termen zijn: ten minste: yishang, ten hoogste: yixia, binnen: yinei, tot: jieman; lager: buman, hoger: yiwai